CategorieHond

Ami V/M

Ami is een meisje. Tenminste, zo hebben we haar gekocht. Toch is haar gedrag niet echt damesachtig te noemen. Tegenwoordig plast ze staand.

In het begin denk je nog: wat grappig. Het roept ook herinneringen op aan Bas, onze super mannelijke kleine man die we voor Ami hadden. Die kon tijdens een korte wandeling minstens honderd keer zijn poot optillen om iedereen te laten weten dat hij er was.

Ami is me er ook een. Ze snuffelt, ruikt, snuffelt nog eens en springt dan parmantig damesachtig op de plek die ze de hare wil maken. Dan tilt ze één poot op en doet haar ding. Half dan want ze verliest haar evenwicht. En het telt ook niet echt als plassen, hebben we geleerd.

Dat hoort niet

En natuurlijk hebben we haar verteld dat het not-done is bij ons. In deze maatschappij. Dat je of jongen bent of meisje en dat je je ook dusdanig moet gedragen. Maar het heeft geen effect. Ze tilt haar poot op en kijkt ons aan met een blik van ‘zeg er eens wat van’.

En ik houd er van. Want dit is  natuurlijk allemaal onzin. Wie zou met z’n hond naar de psychiater gaan of geslachtsverandering overwegen omdat ‘ie zich anders gedraagt dan normaal? Wie zou er een probleem maken van iets dat geen probleem is zodra het honden betreft. Niemand toch.

Hokjes

Het hokjes-denken valt ons niet eens zwaar. We zijn het gewend. Iemand die anders is behandelen we ook anders. Zelf was ik als kind een jongensachtig meisje. Dat dat niet kon, heb ik geleerd op de harde manier. Ik heb niet eens de woorden paraat om te vertellen hoeveel pijn het heeft gedaan. Waarom laten we iemand niet gewoon zijn wie zij of hij is? Hoe fijn zou het zijn als we het daar niet eens meer over zouden hebben.

Van de week zag ik een programma dat over dokters gaat. Mensen moeten raden waar iemand aan lijdt. Ik weet het… wie verzint zoiets. Er was een vrouw met een kwaal. De vrouw was eigenlijk een man maar dat was de kwaal niet. En ik werd er blij van. Het was geen onderwerp, geen item, niet het probleem.

Cadeau

Gewoon zijn wie je bent. Dat zou voor heel veel jongens en meisjes een groot cadeau zijn. Je hoeft niet te worden wat men wil van je. Je bent niet jaren van je leven kwijt aan het accepteren wie je bent maar je kunt je focussen op waar het over zou moeten gaan. Aan het ontwikkelen van al die talenten die je hebt.

Ami plast staand. Ze kan allebei. Ze is van alle markten thuis. Hoera.

 

In het verkeerde land geboren

Morgen is het 1 maart. In mijn hoofd en hart is het dan lente. Maar ergens hebben ze iets anders bedacht. Deze laatste week van februari. Is het ineens gaan winteren. En ik ben er niet van. Winteren.

Nu heb ik een hond die helemaal voorbereid is op dit weer. Dubbele vacht, een immer beschikbaar bontjasje waardoor zij nergens voor terugdeinst. In dit weer wil zij juist uit. Lekker lang en lekker overal stilstaan om te snuffelen aan bevroren lekkers.

Ik kleed me dik aan. Alles behalve een muts want dan maar doodvriezen is het motto. En buiten spreek ik mezelf moed in. ‘Kom op meid, kijk om je heen, zie en voel het zonnetje op je huid. Koud? Wat is nou koud?’. En we lopen verder, Ami en ik. Om de dertig seconden moet ik alles in mijn hoofd aan gedachten de laan uitsturen want ze gaan nergens over dan ‘koud’ en ‘bah’. ‘Niets bah, gezond, zet je voeten stevig neer en wandel in dit heerlijke land van je’.

Hondenuitlaat

Zojuist kwam G. binnen van de hondenuitlaat. Vandaag niet echt nodig maar al besproken. We praten wat. Hij laat (bijna) al zijn lagen onderkleding zien en ik wens hem sterkte en zwaai ze uit. G. en A. GA inderdaad. Ga maar lekker naar buiten.
Ik ben een januari-meisje en eigenlijk denk ik dan dat je dan juist tegen de winter moet kunnen. Niets is toeval toch? Je kiest je ouders, het land, het klimaat. Maar bij mij is er een foutje gemaakt. Gezin klopte en het land in de zomer ook maar verder?

Bloempjes

En ik zie bloempjes bevroren het kopje laten hangen. Zij waren ook te vroeg met juichen en moeten dat bekopen. Ik heb tenminste nog een warm huis. En als ik nu mijn hoofd naar rechts draai zie ik een wit ‘buiten’. Het zonnetje schijnt. Er dwarrelen wat verloren sneeuwvlokjes die niet weten waar neer te dalen. Een prachtig gezicht, ik kan niet anders zeggen.

Ik houd er van om naar de winter te kijken. Maar laat mij er verder buiten.

 

 

Ik heb ook zo mijn rechten.

Ami is een dagje uit logeren geweest. Met haar grote rode kussen, waar ze als pup altijd op lag. We krijgen een foto opgestuurd van G. en Ami ligt heerlijk te knorren op de haar vertrouwde plek. Wij smelten en herinneren ons hoe ze elke keer van het kussen afrolde omdat ze te klein was.

Als ze weer thuis is leg ik even het rode kussen naast haar mand en kussen dat er nog lag. Een aardige verzameling rustplaatsjes voor een hond. Ook op de bank ligt een kleedje zodat mevrouw elke keer bewust een keuze kan maken waar ze wil relaxen. Voorlopig is het rode kussen weer helemaal haar ding.

Opruimen

Ik fluister tegen Vriendin dat ik straks als zij uit zijn, het kussen zal stofzuigen en naar boven zal brengen: ‘het lijkt wel een kennel, die woonkamer van ons’. Heel even denk ik dat Ami meeluistert. Ik zie haar oren bewegen en ze opent één oog waarmee ze mij bijna dreigend aankijkt. Maar dat zal toch niet? Vriendin en Ami gaan wandelen en ik doe wat ik beloofd heb.

Als Ami weer terug is staat haar eten klaar. Normaal is dat voor haar reden genoeg om haar pas te versnellen. Nu niet. Ze staat aarzelend op de plek waar eerst haar kussen lag. Ze piept en loopt wat heen en weer. Het zal toch niet? In dit huis zijn er nog steeds drie plekken waar ze in zacht dons kan verdwijnen. Maar Ami heeft duidelijk een issue met het verloren paradijskussen. Ze loopt naar de tuindeur waar ook een grote mat ligt die niet voor haar is bedoeld maar waar ze ook anders tegenaan is gaan kijken. Daar ploft ze neer. Een beetje teleurgesteld.

Nichtje

Het doet me denken aan mijn kleine achternichtje die op mijn verjaardag zachtjes tegen haar moeder fluistert: ‘Mam, ze zijn maar met z’n tweeën, moet je kijken hoeveel stoelen ze hebben.’ En inderdaad, als je het aantal zitplaatsen voor ons vergelijkt met het aantal rustplaatsen voor Ami is het een gelopen wedstrijd.

Maar Ami weet haar plaats nu.

 

 

Strandverwandeling

Ami in zee

De Engelsen hebben een mooi woord voor ronddwalen, dolen en dwalen: to wander. Je iets afvragen is : to wonder. Gisteren op het strand vroeg ik me af of iedereen hier wandelt, verwandert of verwandelt? Wat wordt er niet allemaal verwandeld op een strand?

Wij verwandelen gewoon een mooie dag, een voornemen om naar buiten te gaan. Hond Ami verwandelt haar energie, haar gekte, springt als een veulen door het zand en probeert de golven te vangen.

Wind in de rug

Ouders laten kinderen uit, kinderen laten ouders uit. De één kiest de wind in de rug, de ander juist frontaal in het gezicht, die willen werken. Sommigen hebben letterlijk de wind in de rug, je ziet het aan hen. De lach op het gezicht, de handen ineen. Soms zie je een vrouw alleen met ferme stappen de wind trotseren, wat trotseert ze nog meer?

Stelletjes

Of zie je een jong stelletje staan. Jongen en meisje. Tegenover elkaar. Ze praten indringend, kijken elkaar aan en zien niet hoe een andere strandverwanderaar hen observeert. Zijn ze straks nog samen of was dit hun laatste strandwandeling?
Twee oude mensen prikken met hun nordic walkingstokken in het zand. Om de weg weer terug te vinden?
Een vader ligt op zijn buik en maakt foto’s van de kleine dreumes die voor het eerst zand hapt. Oma lacht, moeder lacht. Een mooie dag.

Verborgen voetstappen

En het mooie van het strand? Morgen zijn je voetstappen weer weg. Is het allemaal glad gestreken en is er een nieuw begin mogelijk. Voor zware voetstappen in mul zand of voor het zand in de ogen, dat soms heel prettig kan zijn. Lopen nieuwe stelletjes hand in hand en stellen zich de wereld van morgen voor. Lopen oude stelletjes nog één keer omdat zij de zee wilden zien voordat..

Verwaaien

Het mooie van de strand en de zee is dat alles kan verwaaien. En soms is dat niet genoeg natuurlijk. Maar de golven die komen en gaan lijken een verhaal te vertellen. En hoe heerlijk het ook is op het strand, hoe kalm de zee, hoe rustig de wind, elke keer kijk ik met bewondering en respect naar de kracht van de zee. En weet ik dat wij er nog helemaal niets van begrijpen. Van het halen en brengen, kabbelend of onbehouwen.

 

 

Nu zij nog

Vanmorgen stond ik op de weegschaal en bijna, bijna geeft dat ding tien kilo minder aan dan een maand of wat geleden. Ik ga er bijna aan wennen.

Zo’n maand of vijf geleden ben ik gestart bij weightwatchers. Het was nodig. Van de week zei M. heel lief tegen mij: ik vond je nooit negen kilo te zwaar. Dat is lief en waar. Niemand ziet het echt aan mij. Niet dat ik teveel weeg en dus ook niet dat ik aardig wat kilootjes kwijt ben. Maar de kledingmaat die ik moest kiezen loog er niet om.

Ami

Deze week ging Ami met het vrouwtje naar de dierenarts. (Voordat jullie denken dat ze dat in d’r eentje deed). Ze is te zwaar. Au. Er zijn er die zeggen dat ze te zwaar is. Ik heb het dan over haar vacht en als je heel hard knijpt je haar ribben voelt. En dat ze heel veel beweegt en ook groot is voor haar soort. Eigenlijk zeg ik de dingen die ik over mezelf beweer. ‘Ik heb gewoon zware botten’. Maar nu de arts het zegt moet er wat gebeuren. Aan mij.

Koppie

Ik kan niet tegen het koppie, met die blije ogen, die smachtende blik en likkenbaardende tong. Dus af en toe geef ik iets. Volgens mij nog steeds niet heel veel maar toch. Die kilo’s komen ergens vandaan. Dus ze moet eraan geloven. Gelukkig houdt ze van wortels en courgette. Hoe doen anderen dat met een hond met die ogen en die blik? Ik ben gewoon een watje. Schuldgevoel is mijn tweede achternaam, terwijl ik zo goed begon met haar.

Ze weet nergens van

Dat is het erge. Ze weet nergens van. Of misschien is dat juist wel goed. Weten dat je iets niet meer mag is het ergste. Dan gaat het knagen. Dan moet er radicaal een knop om die ik bij mezelf heb gevonden. Maar haar knopje. Waar zit dat bij mij?

 

 

 

Patatje mét

Gisteren wandelde ik weer sinds lange tijd met Ami in Monster. Ami had er lol in. Vol bewondering kijkt ze naar honden die rennen alsof hun leven ervan afhangt. Als een verlegen meisje staat ze erbij maar niemand vraagt haar mee te doen.

Er is een hond, met een riempje over zijn bek. Een vriendelijk riempje want de hond kan nog wel eten, drinken en ademhalen maar niet bijten. Een geruststelling vind ik. Het baasje, een dame met stoer leren jack en dito laarzen vertelt dat haar hond nog wel eens te enthousiast wordt en zomaar kleine hondjes de stuipen op het lijf kan jagen.

En haar hond moet los kunnen lopen. Moet z’n energie kwijt. Drie keer per week pakt ze bus en tram vanuit Den Haag naar Monster. Gemiddeld is ze dan zo’n vier uur van huis. ‘Voor hem lekker maar ook voor mij’, zegt ze lachend. Ik ben onder de indruk. Ik weet niet of ik dat er voor over zou hebben, dat gezeul met hond in openbaar vervoer.

Deelhond

De hond deelt ze met haar dochter. Ze is er enthousiast over. Ze delen lasten en lusten. ‘En’, zegt ze, ‘als mij iets gebeurt, ik ben toch aardig op leeftijd, dan weet ik tenminste dat mijn hond een plekkie heeft’. Ze ziet mijn vragende blik en zegt ‘ik ben 78, over twee jaar ben ik tachtig’. Mijn mond valt open. Dat stoere zware zwarte leren jack, die stampende laarzen, dat paardenstaartje nonchalant hangend op haar hoofd, de felblauwe ogen. Ik complimenteer haar met iets waar ze niets aan kan doen. Goede genen. Ze neemt mijn complimenten in ontvangst en beaamt dat ze gewoon mazzel heeft.

Dat zal het gedeeltelijk zijn. Maar ook haar levenshouding zal er aan meehelpen. Sommige mensen onderhouden de ‘pit’. Als we beiden tegelijk bij het hek staan om weg te gaan, zegt ze: ‘zo nu lekker een frietje halen. Dat doe ik altijd, loop ik naar het dorp. Je moet jezelf een beetje verwennen’.  We groeten en in mijn hoofd hoor ik alleen nog maar ‘frietje’.

Ik praat tegen mezelf, praat mezelf moed in, dat ik best goed bezig ben, dat ik vanavond een gezonde salade eet, dat het mijn lijngedoe goed gaat. ‘frietje, frietje, frietje’ hoor ik.

Salade mét

De salade is heerlijk maar rond tienen houd ik het niet meer. Ik druk de Airfryer aan. Zelf het voorverwarmen maakt me gelukkig. Het belletje tingelt lieflijk dat de temperatuur goed is. Ik kieper wat Oma’s frites in het mandje en lach, lach, lach. Na een minuut of wat liggen er goudgele, knapperige frietjes op mijn bord. Vriendin kijkt naar mij. Ze ziet mijn geluk. ‘Ami en een airfryer’ dat is alles wat jij nodig hebt’, zegt ze.

Ik knik. (En jij natuurlijk, denk ik, maar dat weet ze wel).

 

 

‘Het jong van een kikker is een kikker’

Ami is nu ruim twee jaar. Een jonge hond nog vinden wij. Ami denkt daar anders over en wat je uitstraalt, dat krijg je terug.

Het liefste wat Ami doet is eten en slapen. Ik begrijp dat wel. Maar zie het toch liever anders. Als we gisteren met Ami naar het veldje lopen, bal mee om te spelen, zijn daar al wat honden uitbundig met elkaar aan het rollebollen. We sporen onze puber aan om mee te doen. Maar Ami kijkt wel uit. Op veilige afstand, als heer en meester in het veld, bekijkt ze het gepeupel: aan mijn lijf geen polonaise.

En als ze bij toenadering haar bovenlipje optrekt is er ook geen hond meer die met haar die polonaise wil lopen.
‘Is al oud zeker’, zegt het trotse vrouwtje van een blij en springend veulen.
‘Nee’, zeggen wij gekwetst, ‘ze is twee’.

蛙の子は蛙

Vriendin en ik besluiten om voortaan te zeggen dat Ami een oude ziel is. Alle Shiba’s eigenlijk. Dan halen we er allemaal Japanse wijsheden bij als Kaeru no ko wa kaeru (蛙の子は蛙) dat zoveel betekent als ‘Het jong van een kikker is een kikker’. Die klinkt zo diep filosofisch dat menigeen zwijgend zal knikken om daar later nog eens over na te denken.
Maar wij denken dus dat er iets fout is gegaan tijdens het reïncarneren. Zij kwam niet terug als jonge hond maar als oude hond met een jong lichaam. Soms zie je haar ook opeens springen en er zelf verbaasd over zijn. ‘Verhip, dat ik dat kan’.

Balletje, balletje

Als wij, Vriendin, ik, hond, samen lopen is het ook best een raar gezicht. Vrouwtje 1 gooit de bal weg. Vrouwtje 2 gaat er achteraan. Om de doodsimpele reden dat Hond dat niet doet. Ja, als Vrouwtje 2 net bukt om de bal op te rapen, dan vindt Ami het reuze leuk om net iets sneller te zijn en de bal een meter verder weer neer te laten vallen. Heel soms krijgt Ami de kolder in d’r kop. Als ze als een koningin gepoedeld heeft in het laagstaande watertje, rent ze als een malloot het water uit, door de zandbak heen en weer, en neemt vier keer het veld als een sprinter die eindelijk echt los mag. Je zal ons niet gelukkiger zien dan op dat soort momenten. Alhoewel, dat is niet helemaal waar. Als ik naast Ami op de bank zit en zij haar pootje om mijn arm slaat omdat ik door moet gaan met kriebelen… Misschien is dat wel het ultieme geluk.
Twee oude zielen en zoals een ander Japans spreekwoord zegt:
er zijn geen oude baasjes, er zijn slechts jonge vrouwen.

(Dit had toch beste een spreekwoord kunnen zijn?)

 

Ze kwam (niet), ze zag en overwon

Als we gaan wandelen, Ami en ik, dan hebben we steeds een heel ander beeld van ‘wandelen’. Als we naar Monster gaan verheug ik me al op zo’n tienduizend stappen, Ami verheugt zich op poepen en plassen. Dat is een andere insteek.

Een paar dagen terug gingen Vriendin en ik ook met haar naar Monster. Ergens halverwege vind Ami het genoeg. Ze staat stil. Staart omhoog, kop omhoog, een standvastig type. Maar dan ken je ons nog niet. Omdat we de enige zijn op de dijk, wagen we het er op om door te lopen en even niet achterom te kijken. Dat werkt inderdaad maar even. Als ik me omdraai zie ik heel ver weg het blonde arrogante koppie van onze hond. Nog geen centimeter verplaatst.

Hek

Ik stel voor om door te lopen en naar het hek te gaan, alsof we weggaan. En dan gebeurt het. Ami ziet ons langzaam aan verdwijnen en als een afgeschoten raket slingert ze zich een weg door grassen en heuvels. Hijgend staat ze voor ons. Wij kwispelen.

Het werk

Een beproefd concept zou je denken. Maar gisteren faalde het toch. Ze bleef waar ze was. Niet ongelukkig, dat was ik, niet uit het veld geslagen, zoals ik. Ze had gewoon geen zin in mijn wandeling. Met de figuurlijke staart tussen mijn benen wandel ik terug naar haar. Weinig andere opties had ik. Mezelf nog meer voor gek zetten door haar naam te roepen terwijl mensen kijken ‘ik weet niet wie ze roept, maar helemaal lekker is ze niet, die vrouw, daar alleen in de duinen’. Ami wacht af tot ik bij haar ben en begint op haar gemak aan de terugwandeling. Af en toe roep ik ‘wacht’, bijna het enige commando waar ze wel naar luistert. Ik geef toe, meer voor mijn ego dan voor het hare. Dan zet ze het op een lopen. Bij het gesloten hek ‘naar huis’ wacht ze hoopvol op me. Glimlacht bijna. De wandeling is voorbij.

Een stoere schijterd

Ami houdt van nieuwe dingen. Nieuwe omgeving, nieuwe speeltjes, nieuwe mensen, nieuwe snoepjes, nieuwe katten.

Ik weet niet of het een Shiba eigen is maar de verveling slaat al snel toe in haar toch al niet zo flitsend bestaan. Maar hoe flitsend wil je het hebben als hond van twee dames op leeftijd met een stappenteller.

Stappenteller

Toch was die stappenteller ook voor haar een uitkomst. Want ook zij maakt met ons die stappen. Maal twee dan. Wandelend verkennen we dus eindelijk de buurt waarin we wonen en komen op plekken waar we het bestaan niet van wisten. En dan leeft Ami op. Nieuwe geurtjes en nieuwe plasjes om aan te snuffelen. Een nieuw speeltje doet het ook goed. De roze bal van de buurvrouw valt zo in de smaak dat ze het fluffy ding mee naar bed neemt. De bal is van een betere kwaliteit dan wij doorgaans kopen maar ook deze is na een dag of drie vergaan tot een ontleed lichaam.

Een kat

Bij ons om de hoek woont een kat. De kat lijkt op Ami. Zelfde kleur, iets kleiner maar het zouden zusjes kunnen zijn. Ami vindt de kat spannend en loopt met een alertheid die wij zelden zien de route naar de plek waar de kat zich zou kunnen bevinden. Ze loopt, een diva eigen, met een groot zelfvertrouwen, hijgend bijna van opwinding en staat op elke hoek stil om de boel te inspecteren. Als ze de kat onder de auto of achter het hekje van de tuin ontdekt loopt ze er op af als een overwinnaar. Totdat de kat ontdekt dat ze zelf echt wel van zich af kan blazen en venijnig de grotere viervoeter weg miauwt. Dan verandert Ami in het meisje dat ze werkelijk is. Een beetje bang, een beetje klein dan toch, een beetje minder diva. De staart zakt nog net niet tussen de achterpoten maar achteruitlopend neemt ze afstand van het sissend gevaar. Om dan, op veilige afstand, zich nog een keer parmantig om te draaien.

Dan voelt ze zich weer even koningin, onze stoere schijterd.

Dat is toch zo’n ZMOK hond?

Als hondenbaas wandel ik wat af. En zeker sinds de stappenteller aan mijn broekzak hangt, plukt ook Ami de vruchten van mijn bewegingsdrang.

Leuk zijn de ontmoetingen met andere hondenbezitters. Soms zie je al van verre dat er een gesprek aan dreigt te komen. En soms zijn het ook gewoon leuke gesprekken met een heel groot voordeel: het onderwerp van gesprek is er altijd bij en zit braaf de gesprekstijd uit.

Man en vrouw

Een man en vrouw en twee hondjes. We stoppen en aaien. We horen hoe leuk, hoe lief, hoe zeldzaam braaf, hoe zielig, hoe attent, hoe vreselijk bijzonder hun hondjes zijn. Ik doe een poging om de aandacht naar onze viervoeter te verplaatsen maar dat lukt niet. Ami gaat er op haar allerliefst bij zitten maar man en vrouw geven haar geen blik.

Uiteindelijk gebeurt het. De vrouw werpt een bedenkelijke blik op onze hond en zegt misprijzend: ‘Dat is toch zo’n moeilijk opvoedbare hond?’ De man vertelt over een avond waarbij hij door zo’n soort hond de hele tijd dreigend wordt aangekeken. Hij houdt er niet van.

Vrouw zonder vingers

De vrouw vertelt. ‘Er loopt hier een vrouw met ook zo’n hond maar zonder vingers. Heeft dat beest eraf gebeten. Het zou me gebeuren, ik beet z’n kop eraf. Net zo’n hond, ken je die vrouw, ze loopt altijd met zo’n karretje?’

We kennen het verhaal en de vrouw. Haar shiba is ook echt niet aardig maar het bijtincident voltrok zich toen zij haar hond uit een gevecht met een andere hond wilde halen. Haar hond, die shiba, beet haar vinger er af. Dat is niet leuk maar ook niet verwonderlijk. Ze mist sinds die tijd een halve vinger. Het verhaal gonst door de wijk en elke keer mist ze een stukje vinger meer. Tot haar hele hand er bijna afgebeten is door een Shiba Inu.

Wij doen nog een poging om onze schat de hondenhemel in te prijzen maar ze geven slechts mondjesmaat toe dat die van ons misschien een uitzondering is. En ja, ze heeft best een lief bekkie, maar ja… vertrouwen kan je het niet.

Fijne avond

We trekken Ami met ons mee en wensen de mensen toch een fijne avond. Enigszins ontstemd lopen we door. Mopperend tegen elkaar over die domme mensen met die domme honden en die domme uitspraken en die vreselijke stomme namen voor hun honden. Bij het rode stoplicht gaat Ami warempel braaf zitten als we het vragen. Drie oudere dames op de fiets wijzen naar haar. ‘Kijk nou toch, hoe braaf ze gaat zitten en dat bekkie, om op te vreten’.
Het helpt een heel klein beetje tegen het hondenleed dat ons is aangedaan. Al dat gepraat over de Shiba en het eigenzinnige gedrag. Het zal. Het is. Het gaat niet om de honden, het gaat altijd om de bazen. Maar leg dat maar eens uit.