CategorieHond

Een stronteigenwijs moppie

Je kunt goed tegen vernedering, want er komt een moment dat je Shiba het voor elkaar krijgt, je eruit te laten zien als de grootste idioot die op deze aardkloot rondloopt’.

Zomaar ergens te lezen op een site over de Shiba. En inmiddels zo herkenbaar. We wisten dat Shiba’s (over het algemeen) stronteigenwijs zijn, we wisten dat Shiba’s (over het algemeen) hun eigen goddelijke gang gaan en dat je ze beter (over het algemeen) niet los kan laten lopen.
Over het algemeen

Maar dat had geen betrekking op Ami. Best wel een beetje eigenwijs maar dat is nog leuk, vonden we. Maar over het algemeen konden wij in onze handen klappen met onze super hond. Maar de laatste tijd herkennen we in haar alles maar dan ook alles wat er over het soort geschreven staat.

Uitlaten

Uitlaten is zo iets. Willen wij een kant op, wil zij de andere kant op. Ze sputtert, trekt, gaat zitten om niet meer overeind te komen. In een bos laten we haar los, dat gaat een tijdje goed. Op de terugweg besluit zij een andere route te nemen en wacht zij keurig bij de afslag die haar keuze is. Niet de onze. ‘Doorlopen’ is het advies, ze volgt wel. We lopen door en gaan de hoek om. Kijken stiekem of er al enige beweging in de hond te bespeuren is. Niet. Ami zit nog steeds op het kruispunt te wachten. Wat te doen? We laten ons nog een keer zien en roepen dat we door gaan. ‘Kom’ zeggen we streng. Ami zit. We lopen weg. Na wat lange seconden kijk ik opnieuw. Ami weg. Hier komt dat moment van ‘de grootste idioot’ om de hoek kijken. Vier volwassenen lopen de weg terug die ze niet wilden.

Bruggetje

We slaan het pad in dat Ami eerder gekozen en genomen had. Mevrouw zit keurig te wachten voor het bruggetje dat we over moeten. Ze wist de weg, dus wat nu omlopen?

Gisteren laat ik haar los op het veld bij ons in de buurt. Ze gaat zitten. Te warm, vindt ze. Ik loop weg en wacht weer af met de stille hoop dat ze zal volgen. Haar blik is mijn kant opgericht, dat is al iets vind ik. Na vijf minuten zit ze er nog steeds zo stoïcijns bij als eerst. Behalve dat ze dan besluit er maar bij te gaan liggen. Een hondje te midden op een groot, groen grasveld, alenig (lijkt het). Het is haar best.

Ik strompel terug en ga naast haar liggen. Het is wel duidelijk.
Wij hebben haar nodig en niet andersom.

Honden en hitte: niet lopen maar zitten

Ami is een winterhond. Ook niet gek natuurlijk met die dikke vacht. Zij reageert op sneeuw zoals ik op de zon.

Het was warm de afgelopen dagen. En hoe slecht ze ook lijkt te gedijen in de hitte, ze zoekt het continu op. Gaat liggen daar waar de zon het felst is. Met de tong uit de bek, haar hartje dat zo wat de romp uitbarst, ze houdt vol. Een shiba zou slim zijn, ik kan het hier nog niet ontdekken.

Schaduw

Hoewel we toch er van uitgaan dat honden zelf wel de schaduw opzoeken, help ik haar toch een handje. Lok haar naar de schaduw of doe de gordijnen dicht als ze eenmaal binnen is. Een strookje zon kom nog binnen. Daar gaat ze liggen.

Uitgaan

Een blokje om is volgens Ami totaal niet aan de orde deze dagen. We roepen en ze gedraagt zich volledig Oost-Indisch doof of in haar geval Oost-Japans doof. Ze kijkt niet om of op. De kop de kant op waar wij niet zijn. Ons totaal negerend als waren wij lucht. Als wij uiteindelijk naar haar toe komen en de riem om haar nek doen, laat ze zich meeslepen als een lammetje naar de slachtbank. Ami is van nature lui maar dit soort lui had ik nog niet meegemaakt. Om de twee stappen staat ze stil. Wil niet links, niet rechts, niet naar voren of naar achteren. Gewoon niks wil ze. Om ons de zin te geven springt ze op een eigenaardige manier op een laag grasje om daar wat druppels plas te laten vallen en kijkt ons dan aan met een blik van: ‘ik ben klaar, gaan we weer terug’.

We gaan terug. Ze huppelt nog net niet voor ons uit. Binnen beweegt ze zich heupwiegend en uitdagend naar de tuin en ploft neer waar de zon ook is neergeploft. Ik plof naast haar neer.
Gek beest.

 

Ami op familieweekend

We hebben een familieweekend achter de rug. Zestien volwassenen, 9 kinderen en drie honden. Voor Ami was het een belevenis op zich. We hebben haar meegemaakt zoals we haar niet kenden. Dit vrouwtje houdt zich prima staand tussen de grote heren.

Naast Ami waren er twee supermooie, krachtige, grote Weimaraners te gast. Van nichtje B. De honden kennen elkaar vaag maar daar is het wel mee gezegd. Ons verblijf was zo ruim en vrij en veilig dat kinderen en honden vrij konden bewegen. Hoe heerlijk is dat. Even geen riem (voor de honden dan) om je nek en zelf bepalen wat je gaat doen.

Bang

Dat met kinderen die nog wel een hondenangst te overwinnen hadden, gaf dit weekend een mooi onderliggend doel. De kinderen gingen mee met Ami uitlaten en al snel had zij negen baasjes die haar met de hand in de lucht opdracht gaven te zitten. En ze deed het gewoon.

De etensbak van de mannen was veel veel interessanter dan haar eigen mini bakje. De heren dropen af als Ami heupwiegend aan kwam slenteren om daarna als een idioot de bak leeg te plunderen. De heren keken toe. Die maken zich niet zo druk om eten.

Waken

Dat er een kop opzit wisten we natuurlijk wel. Onze kamer waar Ami ook sliep was al snel haar domein. Als één van de andere honden alleen maar even de neus over de drempel stak kwam ze als een moeke aangerend om jankend haar hol te bewaken. Met succes. De heren zetten geen stap over de drempel. Als ze zich terug wilde trekken liep ze de gang in om voor de deur van de kamer te liggen of lekker onder het bed te kruipen.

En ‘s ochtends wist ze van opwinding niet wie ze eerst moest begroeten. De staart maakte overuren. Deze week hebben we geen hond meer aan haar. Dat weten we. Moe en voldaan. Net zoals wij.

 

 

Ami V/M

Ami is een meisje. Tenminste, zo hebben we haar gekocht. Toch is haar gedrag niet echt damesachtig te noemen. Tegenwoordig plast ze staand.

In het begin denk je nog: wat grappig. Het roept ook herinneringen op aan Bas, onze super mannelijke kleine man die we voor Ami hadden. Die kon tijdens een korte wandeling minstens honderd keer zijn poot optillen om iedereen te laten weten dat hij er was.

Ami is me er ook een. Ze snuffelt, ruikt, snuffelt nog eens en springt dan parmantig damesachtig op de plek die ze de hare wil maken. Dan tilt ze één poot op en doet haar ding. Half dan want ze verliest haar evenwicht. En het telt ook niet echt als plassen, hebben we geleerd.

Dat hoort niet

En natuurlijk hebben we haar verteld dat het not-done is bij ons. In deze maatschappij. Dat je of jongen bent of meisje en dat je je ook dusdanig moet gedragen. Maar het heeft geen effect. Ze tilt haar poot op en kijkt ons aan met een blik van ‘zeg er eens wat van’.

En ik houd er van. Want dit is  natuurlijk allemaal onzin. Wie zou met z’n hond naar de psychiater gaan of geslachtsverandering overwegen omdat ‘ie zich anders gedraagt dan normaal? Wie zou er een probleem maken van iets dat geen probleem is zodra het honden betreft. Niemand toch.

Hokjes

Het hokjes-denken valt ons niet eens zwaar. We zijn het gewend. Iemand die anders is behandelen we ook anders. Zelf was ik als kind een jongensachtig meisje. Dat dat niet kon, heb ik geleerd op de harde manier. Ik heb niet eens de woorden paraat om te vertellen hoeveel pijn het heeft gedaan. Waarom laten we iemand niet gewoon zijn wie zij of hij is? Hoe fijn zou het zijn als we het daar niet eens meer over zouden hebben.

Van de week zag ik een programma dat over dokters gaat. Mensen moeten raden waar iemand aan lijdt. Ik weet het… wie verzint zoiets. Er was een vrouw met een kwaal. De vrouw was eigenlijk een man maar dat was de kwaal niet. En ik werd er blij van. Het was geen onderwerp, geen item, niet het probleem.

Cadeau

Gewoon zijn wie je bent. Dat zou voor heel veel jongens en meisjes een groot cadeau zijn. Je hoeft niet te worden wat men wil van je. Je bent niet jaren van je leven kwijt aan het accepteren wie je bent maar je kunt je focussen op waar het over zou moeten gaan. Aan het ontwikkelen van al die talenten die je hebt.

Ami plast staand. Ze kan allebei. Ze is van alle markten thuis. Hoera.

 

In het verkeerde land geboren

Morgen is het 1 maart. In mijn hoofd en hart is het dan lente. Maar ergens hebben ze iets anders bedacht. Deze laatste week van februari. Is het ineens gaan winteren. En ik ben er niet van. Winteren.

Nu heb ik een hond die helemaal voorbereid is op dit weer. Dubbele vacht, een immer beschikbaar bontjasje waardoor zij nergens voor terugdeinst. In dit weer wil zij juist uit. Lekker lang en lekker overal stilstaan om te snuffelen aan bevroren lekkers.

Ik kleed me dik aan. Alles behalve een muts want dan maar doodvriezen is het motto. En buiten spreek ik mezelf moed in. ‘Kom op meid, kijk om je heen, zie en voel het zonnetje op je huid. Koud? Wat is nou koud?’. En we lopen verder, Ami en ik. Om de dertig seconden moet ik alles in mijn hoofd aan gedachten de laan uitsturen want ze gaan nergens over dan ‘koud’ en ‘bah’. ‘Niets bah, gezond, zet je voeten stevig neer en wandel in dit heerlijke land van je’.

Hondenuitlaat

Zojuist kwam G. binnen van de hondenuitlaat. Vandaag niet echt nodig maar al besproken. We praten wat. Hij laat (bijna) al zijn lagen onderkleding zien en ik wens hem sterkte en zwaai ze uit. G. en A. GA inderdaad. Ga maar lekker naar buiten.
Ik ben een januari-meisje en eigenlijk denk ik dan dat je dan juist tegen de winter moet kunnen. Niets is toeval toch? Je kiest je ouders, het land, het klimaat. Maar bij mij is er een foutje gemaakt. Gezin klopte en het land in de zomer ook maar verder?

Bloempjes

En ik zie bloempjes bevroren het kopje laten hangen. Zij waren ook te vroeg met juichen en moeten dat bekopen. Ik heb tenminste nog een warm huis. En als ik nu mijn hoofd naar rechts draai zie ik een wit ‘buiten’. Het zonnetje schijnt. Er dwarrelen wat verloren sneeuwvlokjes die niet weten waar neer te dalen. Een prachtig gezicht, ik kan niet anders zeggen.

Ik houd er van om naar de winter te kijken. Maar laat mij er verder buiten.

 

 

Ik heb ook zo mijn rechten.

Ami is een dagje uit logeren geweest. Met haar grote rode kussen, waar ze als pup altijd op lag. We krijgen een foto opgestuurd van G. en Ami ligt heerlijk te knorren op de haar vertrouwde plek. Wij smelten en herinneren ons hoe ze elke keer van het kussen afrolde omdat ze te klein was.

Als ze weer thuis is leg ik even het rode kussen naast haar mand en kussen dat er nog lag. Een aardige verzameling rustplaatsjes voor een hond. Ook op de bank ligt een kleedje zodat mevrouw elke keer bewust een keuze kan maken waar ze wil relaxen. Voorlopig is het rode kussen weer helemaal haar ding.

Opruimen

Ik fluister tegen Vriendin dat ik straks als zij uit zijn, het kussen zal stofzuigen en naar boven zal brengen: ‘het lijkt wel een kennel, die woonkamer van ons’. Heel even denk ik dat Ami meeluistert. Ik zie haar oren bewegen en ze opent één oog waarmee ze mij bijna dreigend aankijkt. Maar dat zal toch niet? Vriendin en Ami gaan wandelen en ik doe wat ik beloofd heb.

Als Ami weer terug is staat haar eten klaar. Normaal is dat voor haar reden genoeg om haar pas te versnellen. Nu niet. Ze staat aarzelend op de plek waar eerst haar kussen lag. Ze piept en loopt wat heen en weer. Het zal toch niet? In dit huis zijn er nog steeds drie plekken waar ze in zacht dons kan verdwijnen. Maar Ami heeft duidelijk een issue met het verloren paradijskussen. Ze loopt naar de tuindeur waar ook een grote mat ligt die niet voor haar is bedoeld maar waar ze ook anders tegenaan is gaan kijken. Daar ploft ze neer. Een beetje teleurgesteld.

Nichtje

Het doet me denken aan mijn kleine achternichtje die op mijn verjaardag zachtjes tegen haar moeder fluistert: ‘Mam, ze zijn maar met z’n tweeën, moet je kijken hoeveel stoelen ze hebben.’ En inderdaad, als je het aantal zitplaatsen voor ons vergelijkt met het aantal rustplaatsen voor Ami is het een gelopen wedstrijd.

Maar Ami weet haar plaats nu.

 

 

Strandverwandeling

Ami in zee

De Engelsen hebben een mooi woord voor ronddwalen, dolen en dwalen: to wander. Je iets afvragen is : to wonder. Gisteren op het strand vroeg ik me af of iedereen hier wandelt, verwandert of verwandelt? Wat wordt er niet allemaal verwandeld op een strand?

Wij verwandelen gewoon een mooie dag, een voornemen om naar buiten te gaan. Hond Ami verwandelt haar energie, haar gekte, springt als een veulen door het zand en probeert de golven te vangen.

Wind in de rug

Ouders laten kinderen uit, kinderen laten ouders uit. De één kiest de wind in de rug, de ander juist frontaal in het gezicht, die willen werken. Sommigen hebben letterlijk de wind in de rug, je ziet het aan hen. De lach op het gezicht, de handen ineen. Soms zie je een vrouw alleen met ferme stappen de wind trotseren, wat trotseert ze nog meer?

Stelletjes

Of zie je een jong stelletje staan. Jongen en meisje. Tegenover elkaar. Ze praten indringend, kijken elkaar aan en zien niet hoe een andere strandverwanderaar hen observeert. Zijn ze straks nog samen of was dit hun laatste strandwandeling?
Twee oude mensen prikken met hun nordic walkingstokken in het zand. Om de weg weer terug te vinden?
Een vader ligt op zijn buik en maakt foto’s van de kleine dreumes die voor het eerst zand hapt. Oma lacht, moeder lacht. Een mooie dag.

Verborgen voetstappen

En het mooie van het strand? Morgen zijn je voetstappen weer weg. Is het allemaal glad gestreken en is er een nieuw begin mogelijk. Voor zware voetstappen in mul zand of voor het zand in de ogen, dat soms heel prettig kan zijn. Lopen nieuwe stelletjes hand in hand en stellen zich de wereld van morgen voor. Lopen oude stelletjes nog één keer omdat zij de zee wilden zien voordat..

Verwaaien

Het mooie van de strand en de zee is dat alles kan verwaaien. En soms is dat niet genoeg natuurlijk. Maar de golven die komen en gaan lijken een verhaal te vertellen. En hoe heerlijk het ook is op het strand, hoe kalm de zee, hoe rustig de wind, elke keer kijk ik met bewondering en respect naar de kracht van de zee. En weet ik dat wij er nog helemaal niets van begrijpen. Van het halen en brengen, kabbelend of onbehouwen.

 

 

Nu zij nog

Vanmorgen stond ik op de weegschaal en bijna, bijna geeft dat ding tien kilo minder aan dan een maand of wat geleden. Ik ga er bijna aan wennen.

Zo’n maand of vijf geleden ben ik gestart bij weightwatchers. Het was nodig. Van de week zei M. heel lief tegen mij: ik vond je nooit negen kilo te zwaar. Dat is lief en waar. Niemand ziet het echt aan mij. Niet dat ik teveel weeg en dus ook niet dat ik aardig wat kilootjes kwijt ben. Maar de kledingmaat die ik moest kiezen loog er niet om.

Ami

Deze week ging Ami met het vrouwtje naar de dierenarts. (Voordat jullie denken dat ze dat in d’r eentje deed). Ze is te zwaar. Au. Er zijn er die zeggen dat ze te zwaar is. Ik heb het dan over haar vacht en als je heel hard knijpt je haar ribben voelt. En dat ze heel veel beweegt en ook groot is voor haar soort. Eigenlijk zeg ik de dingen die ik over mezelf beweer. ‘Ik heb gewoon zware botten’. Maar nu de arts het zegt moet er wat gebeuren. Aan mij.

Koppie

Ik kan niet tegen het koppie, met die blije ogen, die smachtende blik en likkenbaardende tong. Dus af en toe geef ik iets. Volgens mij nog steeds niet heel veel maar toch. Die kilo’s komen ergens vandaan. Dus ze moet eraan geloven. Gelukkig houdt ze van wortels en courgette. Hoe doen anderen dat met een hond met die ogen en die blik? Ik ben gewoon een watje. Schuldgevoel is mijn tweede achternaam, terwijl ik zo goed begon met haar.

Ze weet nergens van

Dat is het erge. Ze weet nergens van. Of misschien is dat juist wel goed. Weten dat je iets niet meer mag is het ergste. Dan gaat het knagen. Dan moet er radicaal een knop om die ik bij mezelf heb gevonden. Maar haar knopje. Waar zit dat bij mij?

 

 

 

Patatje mét

Gisteren wandelde ik weer sinds lange tijd met Ami in Monster. Ami had er lol in. Vol bewondering kijkt ze naar honden die rennen alsof hun leven ervan afhangt. Als een verlegen meisje staat ze erbij maar niemand vraagt haar mee te doen.

Er is een hond, met een riempje over zijn bek. Een vriendelijk riempje want de hond kan nog wel eten, drinken en ademhalen maar niet bijten. Een geruststelling vind ik. Het baasje, een dame met stoer leren jack en dito laarzen vertelt dat haar hond nog wel eens te enthousiast wordt en zomaar kleine hondjes de stuipen op het lijf kan jagen.

En haar hond moet los kunnen lopen. Moet z’n energie kwijt. Drie keer per week pakt ze bus en tram vanuit Den Haag naar Monster. Gemiddeld is ze dan zo’n vier uur van huis. ‘Voor hem lekker maar ook voor mij’, zegt ze lachend. Ik ben onder de indruk. Ik weet niet of ik dat er voor over zou hebben, dat gezeul met hond in openbaar vervoer.

Deelhond

De hond deelt ze met haar dochter. Ze is er enthousiast over. Ze delen lasten en lusten. ‘En’, zegt ze, ‘als mij iets gebeurt, ik ben toch aardig op leeftijd, dan weet ik tenminste dat mijn hond een plekkie heeft’. Ze ziet mijn vragende blik en zegt ‘ik ben 78, over twee jaar ben ik tachtig’. Mijn mond valt open. Dat stoere zware zwarte leren jack, die stampende laarzen, dat paardenstaartje nonchalant hangend op haar hoofd, de felblauwe ogen. Ik complimenteer haar met iets waar ze niets aan kan doen. Goede genen. Ze neemt mijn complimenten in ontvangst en beaamt dat ze gewoon mazzel heeft.

Dat zal het gedeeltelijk zijn. Maar ook haar levenshouding zal er aan meehelpen. Sommige mensen onderhouden de ‘pit’. Als we beiden tegelijk bij het hek staan om weg te gaan, zegt ze: ‘zo nu lekker een frietje halen. Dat doe ik altijd, loop ik naar het dorp. Je moet jezelf een beetje verwennen’.  We groeten en in mijn hoofd hoor ik alleen nog maar ‘frietje’.

Ik praat tegen mezelf, praat mezelf moed in, dat ik best goed bezig ben, dat ik vanavond een gezonde salade eet, dat het mijn lijngedoe goed gaat. ‘frietje, frietje, frietje’ hoor ik.

Salade mét

De salade is heerlijk maar rond tienen houd ik het niet meer. Ik druk de Airfryer aan. Zelf het voorverwarmen maakt me gelukkig. Het belletje tingelt lieflijk dat de temperatuur goed is. Ik kieper wat Oma’s frites in het mandje en lach, lach, lach. Na een minuut of wat liggen er goudgele, knapperige frietjes op mijn bord. Vriendin kijkt naar mij. Ze ziet mijn geluk. ‘Ami en een airfryer’ dat is alles wat jij nodig hebt’, zegt ze.

Ik knik. (En jij natuurlijk, denk ik, maar dat weet ze wel).

 

 

‘Het jong van een kikker is een kikker’

Ami is nu ruim twee jaar. Een jonge hond nog vinden wij. Ami denkt daar anders over en wat je uitstraalt, dat krijg je terug.

Het liefste wat Ami doet is eten en slapen. Ik begrijp dat wel. Maar zie het toch liever anders. Als we gisteren met Ami naar het veldje lopen, bal mee om te spelen, zijn daar al wat honden uitbundig met elkaar aan het rollebollen. We sporen onze puber aan om mee te doen. Maar Ami kijkt wel uit. Op veilige afstand, als heer en meester in het veld, bekijkt ze het gepeupel: aan mijn lijf geen polonaise.

En als ze bij toenadering haar bovenlipje optrekt is er ook geen hond meer die met haar die polonaise wil lopen.
‘Is al oud zeker’, zegt het trotse vrouwtje van een blij en springend veulen.
‘Nee’, zeggen wij gekwetst, ‘ze is twee’.

蛙の子は蛙

Vriendin en ik besluiten om voortaan te zeggen dat Ami een oude ziel is. Alle Shiba’s eigenlijk. Dan halen we er allemaal Japanse wijsheden bij als Kaeru no ko wa kaeru (蛙の子は蛙) dat zoveel betekent als ‘Het jong van een kikker is een kikker’. Die klinkt zo diep filosofisch dat menigeen zwijgend zal knikken om daar later nog eens over na te denken.
Maar wij denken dus dat er iets fout is gegaan tijdens het reïncarneren. Zij kwam niet terug als jonge hond maar als oude hond met een jong lichaam. Soms zie je haar ook opeens springen en er zelf verbaasd over zijn. ‘Verhip, dat ik dat kan’.

Balletje, balletje

Als wij, Vriendin, ik, hond, samen lopen is het ook best een raar gezicht. Vrouwtje 1 gooit de bal weg. Vrouwtje 2 gaat er achteraan. Om de doodsimpele reden dat Hond dat niet doet. Ja, als Vrouwtje 2 net bukt om de bal op te rapen, dan vindt Ami het reuze leuk om net iets sneller te zijn en de bal een meter verder weer neer te laten vallen. Heel soms krijgt Ami de kolder in d’r kop. Als ze als een koningin gepoedeld heeft in het laagstaande watertje, rent ze als een malloot het water uit, door de zandbak heen en weer, en neemt vier keer het veld als een sprinter die eindelijk echt los mag. Je zal ons niet gelukkiger zien dan op dat soort momenten. Alhoewel, dat is niet helemaal waar. Als ik naast Ami op de bank zit en zij haar pootje om mijn arm slaat omdat ik door moet gaan met kriebelen… Misschien is dat wel het ultieme geluk.
Twee oude zielen en zoals een ander Japans spreekwoord zegt:
er zijn geen oude baasjes, er zijn slechts jonge vrouwen.

(Dit had toch beste een spreekwoord kunnen zijn?)