CategorieHond

Op haar eigen wijze

Ik zie ze heus wel kijken en denken. Die mensen die ons soms horen over Ami. ‘Wat een getut over een hond’, ‘het is maar een hond niet je kind’. En ze hebben helemaal gelijk. Nooit gedacht dat zo’n mens in mij verstopt zat. Zo’n mens die overstroomt van liefde. Voor een hond.

Onderweg in de auto, terug van de vakantie, ben ik nerveus. Vriendin ook. Ami is dan al thuis gebracht. In mijn hoofd bepaal ik de volgorde. Toch maar eerst de koffers uit de auto en dan pas naar binnen. Tegelijk met Vriendin natuurlijk. Om de hartstochtelijke begroeting van ‘her majesty’ samen te mogen ontvangen.

Ze staat bij de deur en kwispelt. Maar ze kwispelt lang niet zo erg als wij. Ze is gewoon blij, tevreden dat we er weer zijn maar wil eigenlijk gewoon het liefste weer terug naar haar rode kussen, want ze lag net te slapen, ja!

Om de hartstochtelijke begroeting van ‘her majesty’ samen te mogen ontvangen.

Moed

Vriendin en ik spreken elkaar moed in. Dat ze gewoon een eigenwijze kwibus is, dat ze niet van dat hele kleffe gedoe houdt, dat we echt niet inwisselbaar zijn maar misschien wel een beetje. ‘s Avonds ligt ze gewoon weer op haar rug, de pootjes in de lucht, haar mantra voor een goed en veilig leven. Alsof er niets aan de hand is.

Plassen

Vanmorgen laat ik haar uit. Ze moet plassen. Elke hond moet plassen na een nacht, toch? Ami niet. Ami gaat zitten op het veld waar mijn zwarte sneakers inmiddels volgelopen zijn met het vocht van natte grasvelden. Ze zit en kijkt links en recht. Als ze weer loopt maakt ze zeker tien keer een schijnbeweging. Ze zakt door haar achterpoten, ik mompel ‘yes, ze gaat plassen’, ze komt weer overeind. Verkeerde plek, verkeerde tijd.

Hondenoppas

Als G, van de hondenuitlaatdienst en ook haar vakantiebabyzit, haar komt ophalen, reageert ze hetzelfde. Een kwispel, een uitrekmoment. G en ik praten nog wat over de vakantie, over Ami en d’r eigenwijze hebben en houwen en zij gaat er maar eens bij liggen. Dat getut. Met de riem om haar nek ligt ze er bij alsof ze nog een tukkie gaat doen totdat de grote mensen uitgepraat zijn.

Als ik er goed over nadenk, heb ik echt de hond die bij mij past. Ik ben ook geen knuffelaar. Wil graag zelf bepalen, wanneer, door wie en hoe lang. Als Vriendin mij voorstelt om te gaan wandelen zijn er ook heel veel andere dingen die ik liever doe op dat moment, gewoon lui onderuit zitten, is er één van. Als ik ‘s morgens ontwaak wil ik ook met rust gelaten worden. Ontbijten kan ook echt wel rond lunchtijd. Een plas ophouden kost me totaal geen moeite.
Ami doet alles zo op haar eigen wijze. En het liefst doe ik dat ook.

Leader of the gang

Ze zijn nu zo’n dag of vijf samen, Ami en de twee buurhondjes. Ze verschillen in alles maar vooral in temperament. Lola en Puk zijn van het vlugge en snelle, Ami is de bedachtzame en van het ‘eerst even rekken en strekken’.

Ami maakt zich nooit zo druk, nu ook niet. ‘Oh, wil je op mijn plekje op de bank, dat is goed hoor, ik zoek wel wat anders’. ‘Oh, vind je mijn mand fijner. Is niet erg hoor, ik ga wel in de gang liggen’. ‘Oh, wil je uit mijn bak eten, kom er maar bij hoor’.

Grenzen

Maar er zijn blijkbaar wel grenzen. Ami houdt niet van gedoe en aanstellerij. Puk daarentegen houdt er wel van. Ze piept en jankt nog voordat er iets gebeurt en zo hard dat je als onwetende hondenoppas het ergste vreest. Na een paar dagen weet je het. Als Lola als een bezetene naar de stofzuiger blaft is het genoeg. Ami komt de tuin uit rennen en plaatst zich letterlijk en figuurlijk boven het tweetal. Ze gromt een diepe, lage grom en zegt: ‘kappuh’, in goed Haags. Ze luisteren. Ami staat ineens hoger op haar poten. Als koning, keizer, admiraal sommeert ze het kleine spul naar buiten. Zelf gaat ze voor de deur liggen. Als een hoeder. En Puk en Lola wagen het niet langs haar te glippen. Pas als vrouwtje klaar is met stofzuigen staat ze op en maakt de weg vrij.

Beschermer

Ami’s gebrom is dieper en lager geworden. Als ze op het hondenveld in Monster loslopen en één van de hondjes wordt lastig gevallen rent ze er op af en bromt een vervaarlijk geluid. Ze beschermt haar adoptiezusjes als de beste.
Ook het spelen van de twee buurhondjes werkt aanstekelijk. Heel soms zie ik in Ami de pup omhoog komen. De ondeugende blik, de uitdagende houding. Ze bijt speels in één van de vier oortjes en wacht af. Ze kan wachten tot ze een ons weegt. Ami wordt geen speelkameraadje, dat is duidelijk. Thuisgekomen ploft ze naast Lola op de bank en sluit loddig haar ogen. Weer een dag voorbij en alles is goed gegaan. Ze bromt heel zachtjes van genot.

 

‘D’r zit een (honden)kop op’

Het zullen deze week veel hondenblogjes worden vrees ik. De twee logeetjes in huis maken het een bijzondere belevenis die ons als Ami-baasjes regelmatig aan het denken zet. ‘D’r zit een kop op’, zeggen we vaak over Ami. Maar die twee kleintjes hebben er ook één.

Lola en Puk zijn twee kleine, stevige honden. Dat is grappig. Ze zijn klein maar stoer, solide, ze hebben een body en met die stoere lijven weten ze behoorlijk kracht te zetten. In je eentje drie honden uitlaten is geen optie omdat alle drie de honden hun richting willen bepalen. Vriendin en ik bonden behoorlijk deze dagen omdat elke wandeling gezamenlijk gebeurt. De riemen en onze armen haken voortdurend over en onder elkaar door.

Baas

Ami is de baas omdat ze groter is en de vrouw des huizes. Daar doet ze overigens niets mee. Als een wijze dame staart ze naar het hondenvolk en haalt regelmatig haar schouders op. ‘Wat een drukte en gedoe’. Lola en Puk zijn heel wat jaartjes ouder dan Ami maar ik vermoed zomaar dat niemand dat zou raden. Ami heeft een aura van een geleefd leven om haar heen hangen. Volgens ons is ze oud geboren en dat geeft niet want ik herken dat. Bij mij werd overigens voorspeld dat naarmate de jaren zullen vorderen, de jeugdigheid de intrede zal doen. Er is dus hoop voor ons beiden.

Roedel

Lola, de zwarte, zou heel graag baas willen zijn. Als een echte madam houdt ze de boel in de gaten. Ze weet precies waar Ami is en wacht zo nodig op Puk. Pas dan is alles goed. Regelmatig rollebolt ze met haar zusje door de modder om dan een verfrissende duik in een slootje te nemen. Heel soms lijkt Ami mee te willen spelen. Staat ze voor haar doen enthousiast te kwispelen en doet een poging om zich in het spel te voegen. Maar ze begrijpen haar niet. Ze spreekt geen LolaPukkentaal.

Nieuwsgierig

Lola en Puk zijn nieuwsgierig. In de auto kijken ze graag uit het raam. Ami ploft direct neer op haar kussen en sluit de ogen. Als de glazenwasser plotseling in de tuin staat, nou, dan staat de glazenwasser plotseling in de tuin. Ami wordt er niet warm of koud van. Lola en Puk blaffen en drentelen voor het raam heen en weer.

Boven

Ami weet niet dat we een ‘boven’ hebben. Ze ziet ons verdwijnen en weet dat we ooit weer zullen verschijnen. Nog nooit heeft ze een poot op een traptrede gezet. Als Vriendin en ik boven in de badkamer staan horen we getrippel. Lola is  op onderzoek uit. Ze neemt met twee treden tegelijk de volgende trap naar boven, loopt rond en ziet dat het goed is. Puk jankt beneden aan de trap want dat is voor haar een trede te veel. Ami ligt ondertussen op haar favoriete plekje: de grens tussen buiten en binnen.

Dat is trouwens ook mijn favoriete plekje.

 

 

Silhouetten van geluk

Weer een warme zomerdag. Op het hondenstrand bij Kijkduin is het goed toeven als alle campinggasten roodverbrand vertrokken zijn. Meer mensen komen op het idee om op het strand nog even te genieten van de avond die voor hen ligt. Veel honden ook die net als wij, eindelijk weer tot leven komen.

Het is een breed stuk strand onderbroken door kleine plassen waar honden veilig te water kunnen gaan. Zo breed is het strand dat je zelfs op het drukste moment van de dag, echt nog een rustig plekje kan vinden.

We schenken een wijntje in en genieten. Er rennen kinderen lachend achter elkaar aan. Overijverige joggers doen een poging om cool over te komen. Een meisje loopt alleen, haar blik naar binnen gericht. Twee oude mensen, hand in hand. Een jong stel, tegen over elkaar, druk pratend en gebarend. Voor mijn neus vertellen mensen hun verhaal.

Verte

In de verte, aan de zee, zie ik silhouetten van mensen. Een mooi gezicht, de zwarte figuurtjes in het wiebelende licht van de zon. Geen gezichten hebben ze, geen mannen of vrouwen zijn het, gewoon, mensfiguren die in hun eigen wereld zijn. Silhouetten die een bal over gooien. Ik geniet van dit beeld. Er bij zijn en er niet bij zijn. De anonimiteit in bikini.

Groeten

Net zoals booteigenaren elkaar groeten, zo groeten baasjes van honden elkaar ook. We delen immers een liefde. Eerst monsteren de baasjes elkaar, dan de honden. Wij groeten vaak het eerst, de baasjes. De honden snuffelen wat aan elkaars gat en zijn er snel uit of het interessant is of niet. Bij mensen duurt dat langer. Je doet hondenbaasjes geen groter plezier dan iets liefs over hun hond te zeggen. En geloof me, ik kan het weten. Alsof ik mijn hond zelf gemaakt heb, zo idioot trots kan ik zijn.

Als we terug wandelen naar de auto is het nog steeds een komen en gaan van mensen. Heel even waan ik me in een ver vakantieland. Maar het is en doordeweekse dag in Den Haag. En morgen mogen we weer genieten.

 

Blubblub

Op de Hondendijk in Monster was het gisteren weer gezellig druk. Honden en baasjes slenteren op ieders eigen wijze over het veld. Meestal is alle aandacht voor de hond. Het soort, de maat, het karakter. Gisteren was het anders.

‘Blub, blub’. ‘Blubblub’. Een vrouw roept blijkbaar haar hondje. Een witte dondersteen die ook Ami probeert te overtuigen dat spelen en rennen leuk is. Maar om dat bij Ami voor elkaar te krijgen moet je nu eenmaal veel meer in huis hebben. Ami trekt haar sierlijke bovenlipje op en bijt de witte toe: ‘opzouten’.

Slim

Honden zijn slim. Voelen feilloos aan wanneer ze wel door moeten gaan met uitdagen of beter inderdaad kunnen opzouten. De Witte zout op. Rent over het veld op zoek naar andere vriendjes. En, ze vindt ze. Haar vrouwtje, een hondenmens in fel gekleurde kleding, roept haar terug. ‘Blubblub’. Ik luister nog een keer. Maar echt. ‘blubblub, roept ze. Niet één keer maar minstens een keer of dertig achter elkaar. Andere baasjes kijken elkaar aan. De enige die niet reageert is Blubblub zelf. Dat is niet raar. Het witte hondje is minstens een paar honderd meter verwijderd van haar baasje en rent zich de longen uit het lijf. Had ik zo’n naam dan was ik het ook snel vergeten.

Fuut fuut

Haar vrouwtje haast zich niet. Andere honden snuffelen aan haar want het roepen houdt aan afgewisseld met twee korte fluitjes, hoog en laag. ‘Fuut, fuut, BlubBlub’, klinkt het over de hondendijk. Na het zo’n honderd keer gehoord te hebben zing ik haar in stilte toe:
10 Kleine visjes
Die zwommen naar de zee
Moeder zei
Maar ik ga niet mee
Ik blijf lekker in die oude boeren sloot
Want in de zee zwemmen haaien
En die bijten je
Blub, blub, blub, blub,blub
Blub, blub, blub, blub, blub
Blub, blub, blub, blub, blub

Luisteren

De vrouw loopt naast mij. Of ik een wit Foxje heb gezien… Haar hondje luistert niet, zegt ze, heeft te veel energie. Ik wijs voor me waar in de verte een paar honden aan het dollen zijn. Ook Blubblub. Ze versnelt niet maar blijft zonder enige overtuiging in haar stem en fluit, de mantra herhalen. Heel even denk ik gemeen dat ik ook kan zeggen dat Blubblub net in de sloot beland is maar ik laat het. De tien honden die achter haar aan lopen vermoeden vast dat blubblub een lekkernij is want ze lopen kwispelend de hondenfluisteraar achterna.

Uiteindelijk naderen we Blubblub die het keihard naar haar zin heeft. En ik begrijp Blubblub. Soms, wil je vrij zijn, moeten de remmen en riemen los. Heb je behoefte om in een kleine groep de frustratie van je af te rennen.
Als we passeren hoor ik haar tegen Ami zeggen: ‘Zo’n wijvennaam als die van jou is ook niet alles maar Blubblub???’

 

Een stronteigenwijs moppie

Je kunt goed tegen vernedering, want er komt een moment dat je Shiba het voor elkaar krijgt, je eruit te laten zien als de grootste idioot die op deze aardkloot rondloopt’.

Zomaar ergens te lezen op een site over de Shiba. En inmiddels zo herkenbaar. We wisten dat Shiba’s (over het algemeen) stronteigenwijs zijn, we wisten dat Shiba’s (over het algemeen) hun eigen goddelijke gang gaan en dat je ze beter (over het algemeen) niet los kan laten lopen.
Over het algemeen

Maar dat had geen betrekking op Ami. Best wel een beetje eigenwijs maar dat is nog leuk, vonden we. Maar over het algemeen konden wij in onze handen klappen met onze super hond. Maar de laatste tijd herkennen we in haar alles maar dan ook alles wat er over het soort geschreven staat.

Uitlaten

Uitlaten is zo iets. Willen wij een kant op, wil zij de andere kant op. Ze sputtert, trekt, gaat zitten om niet meer overeind te komen. In een bos laten we haar los, dat gaat een tijdje goed. Op de terugweg besluit zij een andere route te nemen en wacht zij keurig bij de afslag die haar keuze is. Niet de onze. ‘Doorlopen’ is het advies, ze volgt wel. We lopen door en gaan de hoek om. Kijken stiekem of er al enige beweging in de hond te bespeuren is. Niet. Ami zit nog steeds op het kruispunt te wachten. Wat te doen? We laten ons nog een keer zien en roepen dat we door gaan. ‘Kom’ zeggen we streng. Ami zit. We lopen weg. Na wat lange seconden kijk ik opnieuw. Ami weg. Hier komt dat moment van ‘de grootste idioot’ om de hoek kijken. Vier volwassenen lopen de weg terug die ze niet wilden.

Bruggetje

We slaan het pad in dat Ami eerder gekozen en genomen had. Mevrouw zit keurig te wachten voor het bruggetje dat we over moeten. Ze wist de weg, dus wat nu omlopen?

Gisteren laat ik haar los op het veld bij ons in de buurt. Ze gaat zitten. Te warm, vindt ze. Ik loop weg en wacht weer af met de stille hoop dat ze zal volgen. Haar blik is mijn kant opgericht, dat is al iets vind ik. Na vijf minuten zit ze er nog steeds zo stoïcijns bij als eerst. Behalve dat ze dan besluit er maar bij te gaan liggen. Een hondje te midden op een groot, groen grasveld, alenig (lijkt het). Het is haar best.

Ik strompel terug en ga naast haar liggen. Het is wel duidelijk.
Wij hebben haar nodig en niet andersom.

Honden en hitte: niet lopen maar zitten

Ami is een winterhond. Ook niet gek natuurlijk met die dikke vacht. Zij reageert op sneeuw zoals ik op de zon.

Het was warm de afgelopen dagen. En hoe slecht ze ook lijkt te gedijen in de hitte, ze zoekt het continu op. Gaat liggen daar waar de zon het felst is. Met de tong uit de bek, haar hartje dat zo wat de romp uitbarst, ze houdt vol. Een shiba zou slim zijn, ik kan het hier nog niet ontdekken.

Schaduw

Hoewel we toch er van uitgaan dat honden zelf wel de schaduw opzoeken, help ik haar toch een handje. Lok haar naar de schaduw of doe de gordijnen dicht als ze eenmaal binnen is. Een strookje zon kom nog binnen. Daar gaat ze liggen.

Uitgaan

Een blokje om is volgens Ami totaal niet aan de orde deze dagen. We roepen en ze gedraagt zich volledig Oost-Indisch doof of in haar geval Oost-Japans doof. Ze kijkt niet om of op. De kop de kant op waar wij niet zijn. Ons totaal negerend als waren wij lucht. Als wij uiteindelijk naar haar toe komen en de riem om haar nek doen, laat ze zich meeslepen als een lammetje naar de slachtbank. Ami is van nature lui maar dit soort lui had ik nog niet meegemaakt. Om de twee stappen staat ze stil. Wil niet links, niet rechts, niet naar voren of naar achteren. Gewoon niks wil ze. Om ons de zin te geven springt ze op een eigenaardige manier op een laag grasje om daar wat druppels plas te laten vallen en kijkt ons dan aan met een blik van: ‘ik ben klaar, gaan we weer terug’.

We gaan terug. Ze huppelt nog net niet voor ons uit. Binnen beweegt ze zich heupwiegend en uitdagend naar de tuin en ploft neer waar de zon ook is neergeploft. Ik plof naast haar neer.
Gek beest.

 

Ami op familieweekend

We hebben een familieweekend achter de rug. Zestien volwassenen, 9 kinderen en drie honden. Voor Ami was het een belevenis op zich. We hebben haar meegemaakt zoals we haar niet kenden. Dit vrouwtje houdt zich prima staand tussen de grote heren.

Naast Ami waren er twee supermooie, krachtige, grote Weimaraners te gast. Van nichtje B. De honden kennen elkaar vaag maar daar is het wel mee gezegd. Ons verblijf was zo ruim en vrij en veilig dat kinderen en honden vrij konden bewegen. Hoe heerlijk is dat. Even geen riem (voor de honden dan) om je nek en zelf bepalen wat je gaat doen.

Bang

Dat met kinderen die nog wel een hondenangst te overwinnen hadden, gaf dit weekend een mooi onderliggend doel. De kinderen gingen mee met Ami uitlaten en al snel had zij negen baasjes die haar met de hand in de lucht opdracht gaven te zitten. En ze deed het gewoon.

De etensbak van de mannen was veel veel interessanter dan haar eigen mini bakje. De heren dropen af als Ami heupwiegend aan kwam slenteren om daarna als een idioot de bak leeg te plunderen. De heren keken toe. Die maken zich niet zo druk om eten.

Waken

Dat er een kop opzit wisten we natuurlijk wel. Onze kamer waar Ami ook sliep was al snel haar domein. Als één van de andere honden alleen maar even de neus over de drempel stak kwam ze als een moeke aangerend om jankend haar hol te bewaken. Met succes. De heren zetten geen stap over de drempel. Als ze zich terug wilde trekken liep ze de gang in om voor de deur van de kamer te liggen of lekker onder het bed te kruipen.

En ‘s ochtends wist ze van opwinding niet wie ze eerst moest begroeten. De staart maakte overuren. Deze week hebben we geen hond meer aan haar. Dat weten we. Moe en voldaan. Net zoals wij.

 

 

Ami V/M

Ami is een meisje. Tenminste, zo hebben we haar gekocht. Toch is haar gedrag niet echt damesachtig te noemen. Tegenwoordig plast ze staand.

In het begin denk je nog: wat grappig. Het roept ook herinneringen op aan Bas, onze super mannelijke kleine man die we voor Ami hadden. Die kon tijdens een korte wandeling minstens honderd keer zijn poot optillen om iedereen te laten weten dat hij er was.

Ami is me er ook een. Ze snuffelt, ruikt, snuffelt nog eens en springt dan parmantig damesachtig op de plek die ze de hare wil maken. Dan tilt ze één poot op en doet haar ding. Half dan want ze verliest haar evenwicht. En het telt ook niet echt als plassen, hebben we geleerd.

Dat hoort niet

En natuurlijk hebben we haar verteld dat het not-done is bij ons. In deze maatschappij. Dat je of jongen bent of meisje en dat je je ook dusdanig moet gedragen. Maar het heeft geen effect. Ze tilt haar poot op en kijkt ons aan met een blik van ‘zeg er eens wat van’.

En ik houd er van. Want dit is  natuurlijk allemaal onzin. Wie zou met z’n hond naar de psychiater gaan of geslachtsverandering overwegen omdat ‘ie zich anders gedraagt dan normaal? Wie zou er een probleem maken van iets dat geen probleem is zodra het honden betreft. Niemand toch.

Hokjes

Het hokjes-denken valt ons niet eens zwaar. We zijn het gewend. Iemand die anders is behandelen we ook anders. Zelf was ik als kind een jongensachtig meisje. Dat dat niet kon, heb ik geleerd op de harde manier. Ik heb niet eens de woorden paraat om te vertellen hoeveel pijn het heeft gedaan. Waarom laten we iemand niet gewoon zijn wie zij of hij is? Hoe fijn zou het zijn als we het daar niet eens meer over zouden hebben.

Van de week zag ik een programma dat over dokters gaat. Mensen moeten raden waar iemand aan lijdt. Ik weet het… wie verzint zoiets. Er was een vrouw met een kwaal. De vrouw was eigenlijk een man maar dat was de kwaal niet. En ik werd er blij van. Het was geen onderwerp, geen item, niet het probleem.

Cadeau

Gewoon zijn wie je bent. Dat zou voor heel veel jongens en meisjes een groot cadeau zijn. Je hoeft niet te worden wat men wil van je. Je bent niet jaren van je leven kwijt aan het accepteren wie je bent maar je kunt je focussen op waar het over zou moeten gaan. Aan het ontwikkelen van al die talenten die je hebt.

Ami plast staand. Ze kan allebei. Ze is van alle markten thuis. Hoera.

 

In het verkeerde land geboren

Morgen is het 1 maart. In mijn hoofd en hart is het dan lente. Maar ergens hebben ze iets anders bedacht. Deze laatste week van februari. Is het ineens gaan winteren. En ik ben er niet van. Winteren.

Nu heb ik een hond die helemaal voorbereid is op dit weer. Dubbele vacht, een immer beschikbaar bontjasje waardoor zij nergens voor terugdeinst. In dit weer wil zij juist uit. Lekker lang en lekker overal stilstaan om te snuffelen aan bevroren lekkers.

Ik kleed me dik aan. Alles behalve een muts want dan maar doodvriezen is het motto. En buiten spreek ik mezelf moed in. ‘Kom op meid, kijk om je heen, zie en voel het zonnetje op je huid. Koud? Wat is nou koud?’. En we lopen verder, Ami en ik. Om de dertig seconden moet ik alles in mijn hoofd aan gedachten de laan uitsturen want ze gaan nergens over dan ‘koud’ en ‘bah’. ‘Niets bah, gezond, zet je voeten stevig neer en wandel in dit heerlijke land van je’.

Hondenuitlaat

Zojuist kwam G. binnen van de hondenuitlaat. Vandaag niet echt nodig maar al besproken. We praten wat. Hij laat (bijna) al zijn lagen onderkleding zien en ik wens hem sterkte en zwaai ze uit. G. en A. GA inderdaad. Ga maar lekker naar buiten.
Ik ben een januari-meisje en eigenlijk denk ik dan dat je dan juist tegen de winter moet kunnen. Niets is toeval toch? Je kiest je ouders, het land, het klimaat. Maar bij mij is er een foutje gemaakt. Gezin klopte en het land in de zomer ook maar verder?

Bloempjes

En ik zie bloempjes bevroren het kopje laten hangen. Zij waren ook te vroeg met juichen en moeten dat bekopen. Ik heb tenminste nog een warm huis. En als ik nu mijn hoofd naar rechts draai zie ik een wit ‘buiten’. Het zonnetje schijnt. Er dwarrelen wat verloren sneeuwvlokjes die niet weten waar neer te dalen. Een prachtig gezicht, ik kan niet anders zeggen.

Ik houd er van om naar de winter te kijken. Maar laat mij er verder buiten.