CategorieGedichten

Barbiepop

 

 

 

 

 

 

Ik zucht mijn zachte Barbiezucht
ijl en iel, die lucht van mij
afgemeten beweegt een schaduw mee
gevangen in het welbehagen
wat zal ik morgen weer eens dragen?
wie zal ik morgen weer eens zijn?

Ik aai mijn zachte Barbiehaar
de blonde lokken lonken
denk jij dat je denken mag
dat je mij oneindig vaak kunt strelen
wie zal mij morgen stelen?
van wie zal ik morgen zijn?

Ik draag mijn mooie Barbiejuk
precies op maat gesneden
grote mannen bekommeren zich om mij
knijpend en knedend gaan zij zich te buiten
nemen mijn binnenste buiten
wil ik morgen nog wel zijn?

Ik omarm mijn dunne Barbielijf
al het vet is mij ontzegd
geen bescherming meer voor handen
alleen mijn borsten zijn nog groot
mijn lijf is verder dood
zal ik morgen nog wel zijn?

Ik slaap mijn diepe Barbieslaap
de dromen zijn zo mooi
laat mij niet ontwaken nu
en wil je toch nog met me spelen
misschien wil je mijn schaduw delen
en laat mij in mijn barbiedroom

(inzending Barbiepop – over de vrouwonvriendelijkheid van bijvoorbeeld een D. Trump)

18 – 1 – 1936 | 19 – 1 – 2010

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ik vrees dat je niet heel veel hebt gemist
behalve dat wij je missen

maar van de wereld, mam, er was niet veel aan
beter dat je dit niet wist

zeven jaren nu, dit waren de magere, zal ik maar denken
voor de wereld om ons heen

maar dichtbij huis was het wel goed
er zijn er veel geboren

en dichtbij is het nog warm
net als toen

ik kijk uit het raam waar de wereld bedekt is
onder een snijdende kou

maar daaronder is het warm,
mam

Het is zo stil in mij

sunset-1342101_640

Is het mijn gevoel of werkelijkheid? Het gevoel dat er dit jaar wel heel veel mensen zijn overleden? Mensen die er toe doen en deden. Nu doet ieder mens er toe maar sommige mensen zijn groter bedoeld. Neem artiesten als Bowie, Cohen en Prince. Mensen die iets te geven hadden aan de wereld.

Dicht bij huis zijn er ook mensen overleden. Mensen die ik direct ken en mensen die ik via vrienden ken. Gisteren een bericht van een vriendin. ‘M. is overleden’. Ik ken M een beetje. Een krachtige vrouw. Overleden. Ik ben stil en denk aan haar. Wat een verlies weer van een mooi mens.

En dan de mensen om ons heen die ziek zijn. Of beter zijn en elke dag weer moeten geloven dat ze beter zijn. Een gevecht met jezelf en het vertrouwen in je eigen lijf en vertrouwen op je intuïtie. P. die meldt dat ze borstkanker heeft. Het slaat in als een bom, weer eentje. Want het is een bericht dat we helaas allemaal wel kennen van iemand uit je omgeving.

Gisteren mompelde ik ‘Tjezus, kap nou even. Het is wel genoeg nu. Het is december. De maand van geloof, hoop en liefde’. En ik neem me voor om deze maand heel veel lichtjes te branden. Voor hen. Een lichtje voor elk verdriet van iemand in mijn omgeving. Om dichtbij te zijn. Zonder iets te zeggen. Het is te stil in mij.

Kom in mijn hart maar kom niet in mijn huis

pigeon-148038_640Gisteravond hadden we het gezellig. Bij elkaar met een praatje, een lach. Laat op de avond bespreken we de problemen van de wereld. Die grote wereld waar we ineens zo veel deel van uit maken. Ik trek me terug uit het gesprek, uit angst trek ik me terug, geen voeding wil ik geven aan de angst, omdat het niet helpt. Ik zou willen dat ik groter was.

We branden een kaarsje en denken nobele gedachten
we drinken wijn en toosten op ons leven
we schenken geld en onderbroeken
en bidden om rust en vrede
Kom in mijn hart maar kom niet in mijn huis.

we lezen de verhalen en zuchten om de pijn
ik pak jouw hand maar ook jij kent vandaag geen woorden
die troosten, echt troosten waar het moet
waar zijn de grote geesten?
Kom in mijn hart maar kom niet in mijn huis.

De vier muren van het huis trek ik dichter naar me toe
de gordijnen dicht, de zon is moe
en komt niet verder dan de huid.
Wat valt er nog te schijnen.
Kom in mijn hart maar kom niet in mijn huis.

Zoveel te genieten voelt bijna als verraad
je mag wel binnenkomen maar alleen als je mij laat
kom niet aan geloof, aan de liefde, aan ons samen
ik zou willen schijnen, ik smeek je
kom in mijn hart maar kom niet in mijn huis.

Plotseling

Plotseling draaide iemand de knop naar links
licht werd donker, dag werd nacht
fluistert de zomer nog zacht een afscheidsgroet
en schijnt de zon wat het kan schijnen

Plotseling werd de lichtheid van een bestaan
weer teruggeworpen in de schoot
werden bloemen weer in knop tot in de dood
hield de boom gebukt zijn takken op

Plotseling werd de ochtend het bekende ritueel
van in het donker onderweg
het einde van de straat niet zien
waar de wereld aan onze voeten ligt

Herfst in mei

We zijn er net aan gewend dat het altijd mooi weer is hier, krijgen we dit! Kou, storm, regen. Ik las een quote in Cruijfstijl:

ieder voorjaar heb zijn najaar, da’s logisch.

Dat is ook logisch maar ik had er niet meer op gerekend. Er is een gedicht dat heet Herfst in juli, maar Herfst in mei is er nog niet.

Herst in mei

de rozen staan mooi te staan in al hun rood
ontluikende knoppen beloven nog meer kleur
en geur van zoete verlangens veel vroeger
dit jaar, dat wij verlangen mochten

maar nu, teveel weelde wordt niet verdragen
op moedeloze, neerhang-dagen
topzwaar hangen de rozen, kopjes naar beneden
moe gestreden van de vroeggeboorte

zullen ze het redden, couveusekindjes in de knop
stort er maar weer water op, hang niet zo
er komen dagen aan om weer recht op te staan
want roos, de zomer duurt nog wel een poos

Mijn dichtbundel is ‘ready to go’

Deze wens had ik al heel lang maar ja, wie geeft er een dichtbundel uit? Vijf jaar later dan bedoeld en ‘with a little help from my friends’ kan ik eindelijk mijn eigen dichtbundel vasthouden. Gedrukt en wel staan de dozen klaar. Dozen? Wel ja, als je het doet, doe je het goed. Volgende week is de presentatie en kan mijn bundel echt naar buiten. Spannend en heel leuk.

uitnodigingescampbundel

Er na.

alle tijd was er voor passen op de plaats
kopjes koffie zonder zoet en tellen
hoeveel dagen

nu hangt alleen de zure lucht nog aan een haakje
bij het bed het grijze vest
de ochtendjas

iemand rammelt aan de voordeur
je lacht een scheurtje in je wang
de slome tong doet zeer

als je woorden oefent die naar buiten mogen
er wordt tot tien geteld ‘ik kom’
je laat je makkelijk vinden

 

 

Anders

Ik draai me om
Zucht een keer en
Niets is zoals het was

Ik draai en draai
Maar telkens weer
Is het anders dan het was

De veiligheid
De warme schoot
Gevoel van welbehagen

Het leven
Dat voorafgaat aan de dood
Duurt steeds nog minder dagen

Ik tel opnieuw
Maar maak geen fout
We zijn al zoveel kwijt

Ik tel niet meer
Want bezig zijn daarmee
Is zonde van de tijd