Burgemeester van der Laan en daarom Amsterdammer willen zijn

Gisteravond was Eberhard van der Laan, burgemeester van Amsterdam, zomergast bij het gelijknamige programma van de VPRO. Een tijd geleden maakte hij bekend ernstig ziek te zijn, longkanker, en dat er geen herstel mogelijk was.

Hij stopte niet met werken. Het is juist zijn wens om zo lang als dat verantwoord was, burgemeester van Amsterdam te blijven.

Zijn ‘zomeravond’ gisteren, werd mijn zomeravond. En niet van mij alleen. Twitter ontplofte een keer niet door woede en afschuwelijke oneliners die het daglicht niet verdragen kunnen. Nee, Twitter ontplofte van respect en warmte. Voor hem en voor Janine Abbring, die het programma fantastisch presenteert.

Ziek zijn

In hoeverre ziek-zijn te maken heeft met het succes… natuurlijk. We zien allemaal een kwetsbare, breekbare man. Maar een man die ook zonder zijn ziekte, kwetsbaar en breekbaar leek. Ik weet nog dat hij burgemeester werd en ik echt aan hem moest wennen. Een man met weeïge wangen, wat slapjes om te zien, een vrouwelijk gezicht bijna. Maar hij kreeg steeds meer het gezicht van de burgemeester van de grootste en belangrijkste stad in het land. Door zijn uitstraling, zijn woorden en daden, door zijn sympathieke benaderbaarheid. Kom daar maar eens om in Den Haag, om maar eens een stad te noemen. Misschien krijgt elke stad ook wel de burgemeester die hij verdient?

Amsterdam van ons allemaal

Wat mij raakte in het interview was zijn visie op de hoofdstad en het belang voor het land. ‘Je moet als inwoner van Nederland, Amsterdam iets gunnen. Ik vond dat een hele mooie gedachte: Amsterdam gunnen om Amsterdam te zijn. Ik ben als geboren Hagenees trots op onze hoofdstad. Een stad met internationale allure. Een stad waar ik ook graag naar toe ga. En dat Amsterdammers soms hoog van de toren blazen, ik haal mijn schouders dan maar op.

Door Eberhard van der Laan is Amsterdam van ons allemaal geworden. Sterker nog, gisteren wenste ik dat hij burgemeester van alle steden in het land zou zijn. Premier noem je dat geloof ik.

Gisteren werden er beelden getoond van het Prinsengrachtconcert in Amsterdam. Het kijken naar de beelden riep bij mij dezelfde ontroering op als het kijken en luisteren naar Eberhard van der Laan.
Ik wilde er bij zijn, ik wilde mee wiegen op de tonen van geluk, huilen met tranen van goud en alleen maar ‘dank je wel’ zeggen.

Laat een reactie achter