All you need is love (fuck the cliché)

Afgelopen kerstavond keken meer dan drie miljoen Nederlanders naar All you need is love. Ik kom er voor uit, ik heb gekeken. Sinds vorig jaar mag ik weer gewoon genieten van liefde en andere kleffe uitingen van genegenheid.

Het programma is na al die jaren voorspelbaar. Iedereen vindt en krijgt elkaar. Een slecht boek zou het zijn zonder conflict en dreiging. Iedereen zou na drie pagina’s het boek wegdoen want er moet wel iets gebeuren dan alleen maar mensen die elkaar huilend in de armen vallen. Maar dit boek doen we niet dicht. We blijven kijken, we worden zelfs ontroerd en geraakt. We pinken een traantje weg. We slikken die brok in de keel voorzichtig door. Hoeveel dichter bij het kerstgevoel willen we komen? Tezamen?

En als drie miljoen mensen zich vergapen aan de liefde dan is dit land nog niet zo ver afgegleden. Dan weten we nog wel hoe mooi het eigenlijk kan zijn. Dan gunnen we elkaar die hand en die arm, dat gevoel van er bij horen. Misschien een nieuwe politieke partij? Naast de partij Artikel 1 (wat een goede naam bij een ongeloofwaardige lijsttrekker) komt er een partij van de Liefde. En die partij gaat zorgen dat er voor iedereen iemand is om van te houden. Want dat heb je wel nodig, dat mensen niet alleen zijn of zich alleen voelen. Want er moet wel iemand zijn naar wie je toe kunt rennen, die de armen spreidt en zegt: kom maar, spring maar, ik houd je vast.

Nog één dag te gaan. Fijne kerst allemaal.

Laat een reactie achter