Nixflix

Netflix is het toch wel helemaal. Op elk gewenst moment een serie of film bekijken, niet gestoord door commercials voor wat dan ook en vooral niet een hele week wachten voor de volgende aflevering.

Maar de laatste weken betrap ik ons op ‘nixflixen’. Je kent het wel, alles gezien wat je gezien moet hebben en zoekend naar een volgende knaller. Tips krijgen van iedereen en dan elke avond een aflevering of twee bekijken, want soms moet je doorzetten, om daarna te constateren dat het ‘nix’ is.

Klederdrachten

‘Game of Thrones’ hebben we zelfs twee keer geprobeerd. Iedereen is zo enthousiast dat we vast niet goed gekeken hebben. Maar ik betrap me alleen maar op de gedachte van enorme verkleedpartijen als ik naar de serie kijk. Nergens word ik meegezogen in het verhaal omdat ik alleen maar grote mensen zie die zich verkleed hebben. Aan mij hebben ze dus niets.
Cocaïne-snuivende Mexicanen kan ik ook niet meer zien. Van humor houd ik niet. Dat klinkt natuurlijk heel raar want wie houd er niet van humor maar een ‘leuke’ film vind ik zonde van mijn tijd. Hmm, voer voor de psychiater?

Verveling

Netflix heeft ons verwend gemaakt. Gewone televisie verliest terrein en dat is voor een echte televisiekijker als ik zelf ben, wel een dingetje. Ik mis documentaires en ‘praat’programma’s. Maar blijkbaar wil ik me laten meevoeren in het niemand-en-niets-land van Netflix. Netflixen is een werkwoord geworden en dat is best wel ernstig.
Zeker als het nixflixen wordt.



Paperassen

Zo zou het kunnen en moeten zijn en zo was het ook wel een beetje bij ons. Maar om dat ‘beetje’ gaat het nu net. Want  post vermeerdert zich vanzelf als je er niets mee doet. Dus al dagen wezen we zwijgend naar boven. Naar die werkkamer waar inderdaad van die keurige mappen staan maar waar ook de stapels ongeordende post zich bevond.

We hielpen elkaar de trap op en uren later lag de vloer bezaaid met doorgescheurde bankafschrijvingen, aanstellingsbrieven, pensioenoverzichten, hypotheekakten van weleer, banken die niet meer bestaan, regelingen die niet meer gelden, belastingaanslagen die betaald waren, ongeopende blauwe enveloppen omdat alles ook digitaal binnenkomt, verlopen postzegels, bijspijkerpensioenen, ziektekostenverzekeringen, kopieën van kopieën, gebruiksaanwijzingen , cijferlijsten… Kortom: ons papieren leven.

Een vuilniszak vol. Maar wat doe je er mee? In mijn hoofd speelt zich een film af waar enge mannen nachten lang bezig zijn om de puzzel van ons verscheurde leven weer aan elkaar te plakken om zo controle te krijgen over ons. We besluiten om een dezer dagen de open haard nog één keer te gebruiken.

Herinneringen

Herinneringen komen voorbij. De eerste loonstrook, de aanstellingsbrief, de brief waarin ik als waarnemend coördinator Printservice een toelage krijg. Ik waarnemend coördinator Printservice? Ondertekend door de burgemeester, dus het zal wel. Maar ook verslagen van Bedrijfsmaatschappelijk Werk waarin staat dat het na een heftige periode met veel leed, weer een stuk beter gaat met ‘mevrouw’.

Een assessment waarin naar voren komt dat de persoon in kwestie talent heeft voor woorden en taal.  ‘Zij is uitstekend gemotiveerd en werkt met voldoende nauwkeurigheid’. Zomaar een regel uit een functioneringsgesprek die ook zomaar elk jaar herhaald zou worden.

Mapje

Wat we over houden is één mapje. Met nog heel veel lege vakjes er in. Voor wat nog komen gaat. Ik word er blij van. Die avond zeulen we ook tassen met fotoalbums naar de afvalcontainer. Vergeelde foto’s van Eiffeltorens, boeken vol met plaatjes die het net niet zijn maar die wel een leven lang mee verhuisden. Nu niet meer. Het is genoeg.

Ik voel me opgeruimd.

 

Mag het ietsie pietsie minder gezellig

Sinterklaas heeft zijn mijter nog niet de in de koffer gelegd of de kerst doet zijn intrede. En zoals altijd met alles erop en eraan. Ligt het aan mij of is het nu wel heel veel ‘alles erop en eraan’?  Zoveel gezelligheid. Ik word er een beetje treurig van.

De Jumbo pakt opnieuw uit met een reclamefilm waar je gewoon even voor moet gaan zitten. Met een liedje en muziekje dat je terugbrengt in de jaren zestig, toen alles nog gewoon was. Met een zingende pappa en mamma, met een oma en natuurlijk ontbreken de bekende Nederlanders niet. Zelfs Max Verstappen zit aan tafel. En stiekem houd ik er van. Alleen het is te veel.

Want daarna zien we alle gezellige RTL-mensen. Die vast elkaars bloed wel kunnen drinken maar nu klinken met zoetsappige glimlachjes en heel veel van alles dat blijkbaar bij kerst hoort.

Tafelmanieren

We zien vol gedekte tafels, rood en groen, glazen, wijn, happy people overal, cadeautjes, liefde, warmte, knussigheid. De reclamefolders van supermarkten zijn glimmend en glanzend en bijna proef je de gerechten door er alleen maar naar te kijken.

Treurig

Ik word er treurig van. Niet omdat ik het niet heb. Ik heb het ook gezellig met mensen die van elkaar houden, met eten dat gewoon goed zal smaken en met wijn die weer rijkelijk zal vloeien. Maar hoe pijnlijk moet het zijn voor mensen die dit niet hebben? Elk moment dat je de radio, televisie aanzet of de reclamefolders bekijkt, zijn zij zich nog meer bewust van het feit dat ze iemand of iets niet hebben. Van de persoon die ontbreekt, van een ziekte die zich geopenbaard heeft, van een baan die verdween, van een huis dat geen huis meer is, van kinderen die ze niet meer zien, van een oorlog die gevoerd wordt, van armoede, van kinderen die vragen maar overgeslagen worden.

Verhalen vertellen

Verhalen vertellen is in. Reclamebureau’s maken complete films waarin een arme, alleenstaande man of vrouw, hartelijk verwelkomd wordt bij iemand aan tafel. Engelen zingen vanaf hemelse hoogte. Het is een en al liefde. Verhalen vertellen klinkt bijna als leugens vertellen. Een goed gevoel verkopen is het thema van december. Maar praatjes vullen geen gaatjes.

Mag het wat minder mooi, mag het wat oprechter?

 

 

 

Het pure van nieuw en onbevangen zijn

Ami ging al heel snel mee met de super hondenuitlaatdienst van Gino. Deze foto kregen we toen opgestuurd. Nu zag ik de foto terug op Facebook als herinnering aan drie jaar geleden.

Zo klein en pril en ontvankelijk voor alles. Zich nog van geen kwaad bewust, niet van eigen ‘kwaad’ of die van anderen. Zo was het ook met ons, mensenkinderen, in den beginne.

Die ogen

Wat gebleven is bij Ami zijn die ogen, die kwetsbaarheid van ruiken en ervaren. De nieuwsgierigheid is er ook nog altijd. Elk geluidje, elke deur die open gaat, elke beweging die zich ergens vermoedt. Het vertrouwen in ons is gegroeid. Geen betere plaats dan thuis. Het vertrouwen in de boze buitenwereld is kleiner geworden helaas. Een afgeschoten vuurpijl een paar weken geleden vlak bij haar maakte haar zo bang dat ze zich zo wat ophing om maar zo snel mogelijk naar huis te kunnen om daar onder de bank te gaan liggen. En nu, als het donker wordt, wil ze niet naar buiten. Het lijkt alsof ik een zeehond met me meezeul over straat.

Onbevangenheid

Om altijd onbevangen te blijven is een illusie natuurlijk. De wereld is er niet voor gemaakt en je moet leren om soms te rennen of te schuilen. Al die reflexen zijn belangrijk maar verspilde energie als het niet nodig is te vluchten en te schuilen.

Het vertrouwen van Ami is ons is gelukkig zo groot dat ze ons gedoogt als iets wat bij het huis behoort. Een willekeurige bezoeker krijgt meer aandacht dan wij als we na een paar uur thuiskomen. Ze opent haar ogen en ziet door haar trillende ooghaartjes heen dat het goed volk is. Ze zucht om lekker verder te slapen. Zij begroet ons niet, wij begroeten haar dan maar. (“Dat hoort niet”, zeggen hondenopvoedingsboeken, maar we doen het lekker toch, we hebben ook recht op een knuffel en als ‘ie niet spontaan komt dan dwingen we hem af. Zo.).

Babyspul

Al het babyspul, de mensenbaby maar ook de surrogaat, verdienen het om zo lang mogelijk dat onbeschreven blad te blijven. Zo lang het kan en veilig is. Om te snuffelen en te vertrouwen, om op onderzoek te gaan zonder al te gehavend uit de strijd te komen, om te groeien en te leren maar vooral om een thuis te hebben.

Thuis. Zo’n gewoon woord. Maar wat een weelde draagt het met zich mee.

 

Single sok memory

Als je (kleding)kastjes hebt met heel veel lades en het kastje gaat weg, dan heb je alleen nog de inhoud van de lades over. Wat doen we er mee? Vriendin en ik besloten om met de ‘single-sok’ te beginnen.

We gooiden alle single-ladies op het bed. Ze kwamen werkelijk overal vandaan. Als we ze aan elkaar hadden genaaid hadden we een bedsprei van 2 bij 2 meter gehad. Minstens. Maar we houden niet van naaien. En het doel was om de single sokken te koppelen aan een voormalige partner.

We maakten er een spelletje van. Om beurten mochten we een sok pakken en ongeveer wijzen waar we de ander vermoedde. Een soort van memory maar nu met het de kaarten open en bloot. In het begin ging het vlot. De gewonnen sokken balden we weer samen in elkaar en legden we een keurig in het mandje van ‘paren’.

Streepjes en bolletjes

Maar toen kwamen de lastige portretten. Streepje zwart met streepje grijs, smaller streepje zwart met streepje grijs, de streepjes om en om maar dan net anders. Minstens tien losse sokken met een gelijkend patroon lagen er voor ons. Vriendin huppelde naar de inloopkastkamer om terug te komen met handen vol aan andere sokken. ‘Deze hebben we ook nog’ juichte ze. Dat hielp een beetje. Links en rechts vond elkaar.

Zwart

Zwarte sokken zijn een probleem op zich. Als we denken dat alle Chinezen op elkaar lijken dan zijn zwarte sokken de overtreffende trap. Diepzwart, lichter zwart, roetveegzwart, zwart met een naadje, zonder naadje, oud, nieuw, lang, kort, merkje, merkloos.

Toch waren we tevreden met de hervonden stelletjes. Daar konden we voorlopig weer vele winters mee vooruit.
Er was geen winnaar. Te veel trieste eenlingen om er echt een feestje van te maken.

Geneuzel op de neuzelbeurs

Ik ben niet van de rommelmarkt. Ik zie alleen maar wat de titel zegt: rommel. Nu heb ik zelf ook rommel en met de verhuizing in het vooruitzicht en een overmaat aan plots nutteloze dingen waagde zus en ik de stap. We huurden een tafel.

Dan moet je er heel vroeg zijn, dus om 07.00 uur scherp stonden wij met onze rolcontainer in de rij om naar binnen te mogen. Het is dan een hele kunst om andere rolcontainers te ontwijken want de markt is er mee bezaaid. Om acht uur hadden we acht van de zestien verhuisdozen op tafel uitgestald en gingen we zitten. Twee uur zitten. Want het begon pas om 10.00 uur.

Deuren open

Precies om tien uur werden we opgeschikt door de deuren die opengingen en drommen mensen, als koeien die voor het eerst de wei op mogen, binnen kwamen springen. Ze stoven alle kanten op alsof ze wisten waar het ging gebeuren en toen werd het al met al een hele leuke dag. Wat een mensen, wat een volk, wat een tassen vol rommel. Wat een verschillende mensen. Armoedzaaiers met afzakkende joggingsbroeken, kruiskrabbers met kauwende monden, buitenlandse mensen met drommen kinderen, keurig sjaaldragende heren met neusjes voor iets? Een oude dame die voor de gelegenheid haar gezicht wit geschminkt had. In combinatie met haar pikzwarte ogen en haren leek het even of de Adamsfamiliy een openbare repetitie hield.

Aasgieren

Aardige mensen, vriendelijk, zacht en eerlijk, opdringerige mensen, mopperend over de prijs, en mannen die met ogen als aasgieren, handen op de rug de markt rondstruinen. Ze zien niet wie er staat, ze zijn gefixeerd op sneakers en oude telefoons. Op onze aanbieding van een schattig bonbonschaaltje gingen ze niet in.

Rolstoel

Met verbazing keek ik naar een dame in rolstoel, nou het was eigenlijk een rolauto. Ik denk dat ze blij was dat ze kon zitten want lopend had ze al die tassen nooit kunnen vervoeren. De rolstoel werd er mee in evenwicht gehouden. De rolstoel was padbreed en ze manoeuvreerde met een handigheid die ervaring verklapte. Een toeter zat er op. Ze toeterde zich een weg door de menigte. Ik probeerde me voor te stellen hoe ze later die dag met haar hele hebben en houwen over de weg haar huis zou bereiken. De druk bepakte Sinterklaas was er niets bij.

Buren

En je hebt buren natuurlijk. Onze buren, een moeder en een dochter, waren ook ervaren. Toen ik hun mededeelde dat wij er maar 1 dag zouden staan en de spullen en tafel achterbleven gaf de naar rechts loensende moeder me een hand. ‘Deal, die nemen wij wel’. De hele dag liepen ze opgewonden rond met het vooruitzicht van nog een dag met extra tafel en spullen. Bij elk artikel dat wij nog verkochten voelde ik de ogen in mijn rug. Rond een uur of drie lispelde de dochter: ‘Zo, zakken jullie in? Lang heh, zo’n dag, waarom gaan jullie net lekker naar huis?’ De gespeelde bezorgdheid om ons kwam binnen.
Maar dan kennen ze mijn zusje niet. Met ons wordt niet gespeeld. Arrogant staat ze op en zegt: ‘een vrouw, een vrouw, de dag duurt tot 17.00 uur, wij blijven tot 17.00 uur’.

Totaal doosloos gaan we naar huis. Doosloos. Wat een prachtig woord. De kosten van de tafel hebben we er dik uit. En ‘s avonds eten we bij de Griek wat over was gezamenlijk op. De Griek vraagt of we wat overblijft bij het eten mee willen nemen in een doosje. We schudden ons hoofd.

Er komt geen doos het huis meer in. (maar wat zou ik graag stiekem willen kijken naar onze buren….).

 

Domme Goo Goo

Eigenlijk verwacht ik tegenwoordig alles van Google. Kan ik het niet vinden: Google wel. Een vraag… Google. Maar soms laat Google mij in de steek. Of ligt het aan de vraag die ik stel?
Jeuk

Ik heb al tijden jeuk. Geen psoriasis-achtige verschijnselen, eigenlijk helemaal geen verschijnsel, behalve jeuk. Ter grootte van een speldenprik op de rug, op een plek waar ik net bij kan. Wat is er fijner bij jeuk dan krabben of licht wrijven? Niets. Maar beweeg ik mijn hand naar het plekje dan voel ik nergens de plek die het moet zijn. Geen verlossing, geen herkenning, niets.

Ik ga googelen op:
jeuk waar het niet is.
Krabben helpt niet.
Jeuk op een heel klein plekje dat geen plekje blijkt te zijn.
Iemand prikt mij in mijn rug maar er is niemand.
Ik kan er wel bij maar kan er niet bij.
Geen verlossing met de hand.
De jeuk zit in mijn hoofd maar wel altijd op hetzelfde plekje.
Help mijn rug jeukt ergens maar kan het niet vinden.

Je wil niet weten hoeveel antwoorden ik vind die steeds schunniger worden. Ik begrijp dat wel maar het helpt me geen steek verder. Domme Goo Goo, denk ik dan. Net zoals deze dame.

Een verhuisdoos vol grrrrrrrrrrrrr

We hadden gisteravond een langverwachte VVE-bijeenkomst. De vereniging  van eigenaren, en eigenaren, dat zijn we bijna van ons nieuwe appartement, had iets mee te delen.

Vriendin verheugde zich op deze avond. Ik probeerde het nog in goede banen te leiden. Eerder behaalde resultaten bieden helaas soms wel resultaten voor de toekomst. We vertrokken ruim op tijd naar het Jaagpad. De navigator vertelde ons dat we er bijna waren. Dat klopte. Aan de overkant van het water zagen we de herberg. Aan de overkant. We hebben er bijna een uur over gedaan om die overkant te bereiken.

Volle zaal

We glippen de volle zaal in waarbij Vriendin uit pure frustratie de hele menigte vertelt wat ons is overkomen. We worden gemaand stil te zijn. We luisteren naar allerlei issues rondom oplevering. Problemen, stremmingen, procedures, rechtszaken, regeltjes, gemeente, asbest, riolering, gas. De oplevering die uitgesteld wordt…

In de zaal komt het gemompel op gang. Oplevering uitgesteld. Hoe dan? Zonder koffie proberen Vriendin en ik het nieuws te verwerken. De technische commissie heeft in het donker foto’s genomen en bijna krijgen we alle zeshonderd foto’s te zien waarop dingen te zien zijn die niet horen of mogen of anders hadden gemoeten. Honderden uren heeft de commissie er in zitten en ik neem echt mijn petje er voor af maar ik weet ook dat wij, mensen, soms kunnen doorslaan in ons enthousiasme.

Stemmen

We moeten stemmen voor een aantal zaken en gelukkig zie ik geen tegensputterende handjes de lucht in gaan. We horen goedbedoelde adviezen uit alle richtingen aan die door net zo veel mensen weer worden tegengesproken.
We mogen naar huis. Waren we de laatste die binnenkwamen, we zijn de eersten die vertrekken. De oplevering uitgesteld houdt wel wat in. En de positieve nieuwsbrief van de aannemer een paar weken geleden blijkt gebakken lucht. Er wordt niet gehaald wat beloofd is. Maar officieel weten we nog niets. Het is maar een paar weken, maar toch…

Een moment van tevredenheid

We praten er niet over maar in ons hoofd spelen zich films af van hoe het verder zou kunnen gaan. Het genre van de film is onbekend. Ergens voelen we ook iets van opluchting, tevredenheid bijna. Soms zijn er dingen waar je zelf gewoon helemaal niets aan kan doen. Al ga je harder lopen, hoger vliegen, stiller zwijgen, het verandert niets aan de uitkomst.

En dat is best een fijn gevoel. Je kan niet anders dan het loslaten en je overgeven.
We gaan dozen vullen met spullen die we eventjes niet meer gaan zien.

Koudwatervrees bij boeren

Och, och, och. Die boeren toch. En dan vooral Marnix met zijn Janneke en boer Jaap en Marian. Wat een gepieker en gestuntel. Komen er plotseling achter dat het geen spel is, niet zomaar voor de leuk. Dat er misschien een leven komt na de laatste uitzending. En willen ze dat wel, een leven samen?

Stel, ik ben Janneke. Een vrolijke, goedlachse, positieve vrouw met pit. En ik val op de ondeugende ogen van Marnix. Maar kom er dan achter dat zijn gesprekken alleen maar gevuld zijn met slechte clichés en metaforen waar de honden en boeren geen brood van lusten…

Marnix en Janneke

“de vraag is, ga je stroomopwaarts of stroomafwaarts”
“kies je ervoor om te zwemmen of te watertrappelen”
“Poeh hé, zou Bobbie zeggen”

Stel ik ben Janneke en vergeet die ogen eventjes, dan zie ik een boer die geen man wil worden. Die zichzelf opsluit in de slachtofferrol van geofferd lam. Dan zou ik echt niet gaan knuffelen met het lam en hem schouderklapjes geven, dat het beter is zo, dan maar vrienden… Ik zou stoer weglopen, handen in mijn zakken en even nonchalant, zonder me om te draaien mijn hand en vinger opheffen. Dag Marnix, nix.

Jaap en Marian

Verliefd zijn ze, Jaap en Marian. Kusje hier, kusje daar. Kopen dezelfde truien in maatje xxl. Een relatie moet groeien natuurlijk. Zij is leuk, hij is ook wel leuk. En na al het geklef en gekleef deelt hij haar mee dat ze niet te snel van stapel moeten lopen. Achter haar rug om zegt hij tegen de camera dat ze niet ineens volgende week met haar koffer bij hem voor de deur moet staan…’stel je voor’, hakkelt hij.

Zegt de man die in het begin heel duidelijk maakte dat dat precies was wat hij wilde. Geen gelat, geen gemaar maar kiezen voor elkaar. Ze zitten naast elkaar en terwijl zij zich bijna verslikt in de wijn pakt hij haar liefdevol bij de kin en zegt (vier keer): “Ik twijfel helemaal niet hoor, maar we moeten wel met beide voeten op de grond blijven. Hier is alles heel mooi en romantisch maar thuis…, maar ik twijfel niet aan jou hoor”.

Van het potje en dekseltje

Dat op elk potje een dekseltje past bewijzen Steffi en Roel. Die zitten van de ochtend tot de nacht op het stenen muurtje, hun benen bengelen in harmonie. Zij zegt “ik vind jou leuk” en hij zegt “ik jou ook”. Geen spannende televisie maar de eerlijke eenvoud van liefde spat van het scherm.
Over Wim en Marit ben ik niet zeker. Een leuk stel om te zien. Maar Wim veinst diepgang waar die niet is, vrees ik. En daar komt zij natuurlijk achter. Want hij houdt niet van hiken, van bergbeklimmen, van reizen naar het onbekende. En als zij uitgehiked is op hem, wat dan?

Oh en dan Michelle en Maarten. Zij lacht net iets te veel haar pijn weg. Bitched hem alle kanten van de kwekerij op en eist op een meisjesachtige manier zijn aandacht op. Een dame die met haar op d’r tanden een bedrijf leidt maar in de liefde hopeloos klein is gebleven. Over Maarten maak ik me geen zorgen. Die weet precies tot hoever hij zich gek laat maken en dat is, vermoed ik zomaar, niet zo heel ver.

Volgende week zien we wat er overgebleven is van alle liefdes. Of was het toch allemaal boerenbedrog?

 

 

 

Grof afscheid

Dit is niet mijn grof afval maar het had gekund. Een andere stijl maar net zoals deze meubels nog herkenbaar als zodanig. Deze week hadden we ook een grofvuilafspraak. Hout en ijzer gescheiden. Jawel mijnheer, doen we.

Na maanden geleur met spullen is het grof vuil het laatste station. Tegen die tijd heb je al afscheid genomen van spullen waar jij nog alle schoonheid van inzag. Met een man of wat zetten we de spullen op straat. Zo klaar gezet dat elke willekeurige voorbijganger precies kan pakken wat nodig is. Alleen de gebruiksaanwijzing ontbreekt.

De buren komen kijken en slepen veel van wat wij neerzetten bij hun naar binnen. De buurman kijkt zorgelijk als zijn vrouw overal wel plekjes voor weet en ik denk: waarom heb ik niet eerder aangebeld bij de buren?

Overschot

Er blijft nog voldoende over om niet alsnog het grofvuil af te bellen. De volgende dag hoor ik heel vroeg de vuilniswagen stoppen. Ik werp vanaf boven een blik op de spullen en zie hoe complete kasten, een leren fauteuil, de hondenmand van onze Bas en ander spul de vrachtwagen ingaat. Het is geen hele grote wagen maar in de auto zit het grofvuilmonster verstopt. Hij hapt en slokt alles naar binnen, vermaalt tussen krachtige kaken spullen die onverwoestbaar leken. Maalt herinneringen tot gruis, hakt een relaxstoel terug naar de oorspronkelijke staat van toen het nog niets was, een teer roze zwembadje voor onze waterreus Ami breekt in duizenden stukjes plastic (sorry), de houten kerstboom met liefde door zwager in elkaar gezet, worden weer treurige plankjes zonder doel en nut.

Vijf minuten duur het hooguit. De mannen vegen de handen schoon aan hun overall en rijden weg. Het monster in de auto likt de lippen nog af en boert een ongezonde lucht van restafval. De straat is leeg. Spullen weg. Ik zucht. Wetend dat ik ze nog een keer ga bellen. Maar eerst de buren vragen natuurlijk. Als de buurman even niet thuis is.