Verdraagzaamheid

Ik heb behoefte aan vrede, aan verdraagzaamheid, aan zacht, aan liefde, aan aardig, aan attent, aan weemoed en deernis.

Ik hoorde deze week ‘Stille nacht’ en ik voelde een zo groot verlangen om in een kerk te zijn. Om naar mooie verhalen te luisteren, om niets te zeggen alleen maar te voelen. Een vreemd gevoel want ik ben al jaren niet in een kerk geweest.

De zwartepietendiscussie is een hevige.

Ik zie beelden van mannen, volwassen mannen, vaders, die eieren gooien naar de protesterende antipietmensen.

Ze highfiven elkaar. ‘Dat was lachen zeg, goed gedaan gozer’. En ik kan er niet bij. Want dit soort mannen en vrouwen zijn niet tegen of voor piet, ze zijn voor geweld. Ze zijn voor machtsvertoon, voor vernedering. Ik zie ook de antipietenmensen dingen doen die provocerend werken. De vrouw die zelf met een mobieltje filmt hoe ze zich vrijwillig omgeeft door blanke boze mannen en dan roept ‘ik word ingesloten’…

Eigenlijk heb ik er geen woorden voor.

Sylvana Simons

Sylvana Simons stond op de omslag van de VARA-gids. Abonnees hebben opgezegd. Mensen hebben de cover verwijderd omdat ze het niet aan konden zien. Die vrouw die iets vertelt waar niemand naar wil luisteren.

Ik heb ook lang naar de foto gekeken omdat het iets uitstraalt van onaantastbaarheid, sterkte, ‘jij, blanke vrouw of man, krijgt mij er niet onder’. Dat had anders gekund maar niet gemoeten. Want zij confronteert ons met iets wat we niet willen voelen.

Het is een treurige start van een tijd dat altijd dat feestelijke in zich had. Van verlangen, van thuis zijn, samen. Maar ‘samen’ wordt steeds beperkter. Samen is geen samen maar is samen zonder jou.
De enige manier om echt weer samen te komen is toenadering zoeken. Langzaam de afstand overbruggen om elkaar tenslotte een hand te kunnen geven. Voorlopig zie ik vooral mensen die van elkaar weglopen, de rug toekeren en dan is er bijna geen weg terug.

Hoe een feest verloren gaat

Er was geen leuker feest te bedenken dan het sinterklaasfeest. Als kind en als volwassene heb ik het jaarlijks gevierd. Het sprookje dat niemand gelooft behalve op 5 december zelf. Dan bestaan Sinterklaas en Zwarte Piet echt.

Gisteren kwam ‘hij’ aan in Zaanstad. Het journaal bericht er over maar verder gaat het vooral over de rellen die ontstonden in andere steden waar ‘Piet-moet-blijven-mensen’ hun handjes niet bij zich konden houden.
Blijkbaar ook traditie. Het is een treurige vertoning. Ook de ‘Piet-moet-weg-mensen’ staan een beetje voor joker achter het hek langs de route. ‘Rascisme moet je niet afbouwen maar stoppen’, staat er op de borden. En natuurlijk ben ik het daarmee eens, maar moet het op die plek, op die dag?

Op het sinterklaasfeest maken grote mensen zich belachelijk door zich als mensen zonder verstand te gedragen. Zij maken een kleurrijk feest bijna tot een feest van ondergronds gevierd moet worden. Een feest met een donker randje.

Polderen

Nederland stond ooit bekend als het polderland bij uitstek. Beetje erbij, beetje eraf. Dat werkt alleen maar als er partijen meedoen die niet alles kunnen krijgen wat ze willen en dat weten.

Ik kan met de hand op mijn hart zeggen dat Zwarte Piet bij mij nooit symbool stond voor dom, voor minder, voor ‘slaaf’. Zwarte Piet was net zo belangrijk als witte Sint. Een sprookje van geluk, van geven, van verrassingen, van liedjes en van spanning. Ik weet dat het voor heel veel mensen zo is.
Maar ik vind ook dat je moet luisteren naar mensen die dit heel anders ervaren. Die verdriet hebben, woede omdat zij een geschiedenis met zich mee dragen die ik me, als blanke vrouw, niet eens kan voorstellen.

Maar nu hebben we al jaren last van tegenpolen die geen stap dichterbij komen. In tegendeel. Ze roepen en slaan steeds harder. Het feest dreigt zinkend onder te gaan omdat volwassen mensen het niet op kunnen brengen om te luisteren en te horen wat de ander zegt.

Luisteren, voelen en handelen

Sinterklaas moet worden gered. Het mag niet meer gaan over politie, over vechtpartijen, over domheid. Er zijn zo’n tien maanden per jaar om te praten met elkaar. Vanaf januari tot en met oktober kunnen mensen van alles doen te zorgen dat Sinterklaas gevierd kan worden zoals het bedoeld is. Dat betekent water bij de wijn doen. Met alleen maar schreeuwen ‘dat is onze traditie’ kom je er niet. Dat is geen argument, dat is dom.
Met alleen maar eisen dat Zwarte piet van het toneel verdwijnt en iedereen verantwoordelijk maken voor het slavenverleden/heden kom je er ook niet.

November en december moeten weer de maanden worden van verlangen, van de maan, van de winterwarmte, van samen.  En kan je het in tien maanden niet regelen samen, dan wordt het hoog tijd dat je bij jezelf te rade gaat.
Naar jezelf kijken levert dikwijls meer op dan naar een ander wijzen, het doet wel een beetje pijn misschien maar jij bent de enige die daar iets aan kan doen.

Ik zou wel willen lachen, maar ik kan het niet meer

Rimpels. Een simpele rimpel tot daar aan toe. Maar deze jongen kan het op zijn buik schrijven. Aan deze hoeveel rimpels is niet heel veel te doen.

Ik zag van de week de aankondiging van de nieuwe cd van Barbra Streisand. Ze staat op de foto en ik kijk en en denk: ‘waar is Barbra’ gebleven? Het is een pop geworden, een standbeeld, een plastic omhulsel.

Ik vind het jammer. Ook ik trek wel eens mijn overtollige nekvelletje naar achteren of trek met twee handen mijn gezicht weer in een oude vorm. Twee handen is niet genoeg om het in één keer voor elkaar te krijgen.

Maar deze totale verbouwing? Dat je je overal opnieuw moet voorstellen. En wat zit er onder de jurk. Of laat je de hele boel stuken?

Mummie

Van de week zat modeontwerpster Sheila de Vries bij Pauw aan tafel. Als een mummie bewogen alleen haar ogen heen en weer. Dus ze leefde nog wel. Maar ook zo’n onnatuurlijk gezicht. Toen ze probeerde een oppervlakkig glimlach te produceren lukte dat amper. Aan een rimpel in haar neus was te zien dat ze lachte. En die rimpel herkende ik. Van Monique van de Ven. Die heeft ook zo’n schattige, dikke rimpel in haar neus als ze lacht. Deze oorspronkelijke, prachtige vrouw heeft ook het een en ander laten doen. Het zal nodig zijn in het vak, maar ik vind het zonde. Alle eigenheid verdwijnt. Ik heb er helemaal geen moeite mee dat vrouwen en mannen rimpeltjes wegspuiten of het een en ander glad trekken. Maar het origineel mag wel zichtbaar blijven.

 

Rode kaart

We waren gisteravond in Theater de Veste, de voorstelling van Sara Kroos. Een aanrader trouwens. Zoals in de recensies te lezen, de meest persoonlijke voorstelling van Kroos. Het ging immers ook over de depressies en andere heftige zaken.

Ze is grappig, grof, brutaal maar ook kwetsbaar en breekbaar. Van mij mag ze de hele avond zingen. Haar stem is zo sterk en mooi. Haar liedjes vond ik eigenlijk het meest breekbaar.

Ze haalt er van alles bij, onzin en zin. Weet een pijnlijke gebeurtenis net weer even anders te benaderen. Een mier blijkt meer dan een mier.

Hoog pottengehalte

En natuurlijk veel grappen over potten en haar overeenkomsten met ‘de man’. Maar waarom dan toch die rode kaart? Niet voor Sara natuurlijk maar voor een dame uit het publiek. Die op het meest breekbare punt in de voorstelling, het moment dat Sara Kroos gaat zitten en ons vertelt over het diepste dal ooit, waar zij in heeft gezeten. Op dat moment besluit een dame op te staan en met flits en al een foto te maken.

Stil

De zaal valt stil en Sara Kroos valt stil. Haar monoloog naar de klote. Ze is maar heel even stil. Ze staat en zegt: ‘Jij dacht juist op dit moment, kom laat ik een foto maken. Die anderhalf uur hiervoor waarop ik stampend en dansend over het podium beweeg waren blijkbaar niet geschikt…

Het mooiste moment is weg. Ook voor de dame in kwestie. Want Kroos komt er nog een paar keer op terug, Grappend en dealend met de situatie. En de dame, ik heb me niet omgedraaid omdat ik niet eens wil weten wie er zo dom is. Maar als zij later thuis naar de foto kijkt, zal ze veel meer zien dan een ontroerende Sara Kroos. Ze zal rood worden, hakkelen en stamelen, alsnog door de grond willen zakken van schaamte.

Dat hoop ik tenminste. Of zal ze lachend haar vriendinnen bellen? ‘Wat ik nu toch weer had vanavond’, ‘gekke ikke’.

 

Grote ‘oeps’

Je hebt grote oepsen en kleintjes. Klein is bijvoorbeeld een boodschap vergeten, groot is een afspraak vergeten. Je hebt ‘oepsen’ die anderen raken, dat is ook vervelender dan dat het een eigen ‘oeps’ betreft.

We hadden die zondag heerlijk gegeten bij Casa Del Sol. Op de terugweg babbelen we na en vlak bij huis grijp ik in mijn tas op zoek naar mijn telefoon. Mijn vingers voelen van alles maar niet dat ding. Nogmaals proberen. Lichtje aan in de auto. De eerste grom. Schudden met de tas, nog een keer kijken, voelen. Grote grom.

Heel langzaam zie ik beelden terug van hoe ik aan anderen een foto laat zien. Hoe mijn telefoon wordt doorgegeven aan een ander. Dat zij het ook mooi vinden.

Mijn telefoon en ik

En ik heb het niet over een verslaving aan mijn mobiel. Hoewel het dat ook is, is mijn mobiel gewoon mijn hele leven. Mijn wekker, mijn agenda, mijn herinneringslijstje, mijn to do lijstje, mijn afspraken, mijn vrienden, mijn familie, mijn werk, mijn gedachtespinsels, mijn krant, mijn tijdschrift, mijn boek, mijn pauzeermomentje, mijn lach- en huilmomentje, mijn zaklamp, mijn kompas, mijn routekaart, mijn kookboek en niet te vergeten: mijn telefoon.

Gelukkig had ik een dag later mijn leven weer in handen. En ik denk nu maar één ding: back up. Nu.

Vrouwenbubbel

Het zit er weer op. Het optreden van Vrouw & Co. Het samen toewerken naar een optreden is een hectisch gebeuren. Het is net als heel lang in de keuken staan om een heerlijke diner voor te bereiden en dat je gasten het na vijftien minuten verorberd hebben. ‘Het was lekker’.

Wat ik bedoel te zeggen: het werkelijke optreden vliegt altijd voorbij.
Ik zat deze keer in de zaal bij de techniek. Nieuw om niet tussen de coulissen te staan, mijn duim op te steken of heftig te gebaren als er iemand het podium afgaat die er helemaal niet af hoort te gaan.

Gisteren zag ik het vanaf ver gebeuren. Er stonden te weinig vrouwen op het podium. Het duurde niet lang. In het donker zag ik A weer terugkeren naar de groep. Alsof het er bij hoorde.

Trillen

Lang stil staan, voordat iedereen zit…

Bij een optreden is mijn rol grotendeels uitgespeeld. De teksten zijn klaar, het programma is klaar. Het enige dat ik hoef te doen is af en toe op een knopje drukken zodat er een juist achtergrondplaatje bij een lied verschijnt. Maar mijn hart klopt in mijn keel. Mijn hand trilt zo erg dat ik bang ben dat ik als een soort trillende malloot alle foto’s in 1 keer laat zien. Het gebeurt natuurlijk niet. Het gaat goed.
Niets is fijner als ‘artiest’, of je nou prof of amateur bent, om de eerste lach te horen uit de zaal. De klik, de chemie, gaat het werken?

Bijzonder

Na afloop is de sfeer altijd heel bijzonder. Je wilt samen zijn maar je wilt ook naar je publiek. Je wilt elkaar doodknuffelen en alleen maar stil lachend versmelten in het gevoel van… samen. Van samen iets maken, creëren. Die sfeer is zo bijzonder dat ik alleen daarom al iedereen zou willen aanraden om ‘samen’ iets te maken.
Onze groep is een groep van uitersten, van karakters die elkaar ook wel eens niet goed verdragen, met alle rollen die in groepen zo herkenbaar zijn. Maar op het podium is er nog maar één karakter. Het karakter van Vrouw & Co. Dat bereiken is mooi. Is iets om stil van te worden en te koesteren in de spotlight van het hart.

Zorgen om de zorg

Hand met pulsesignaal

Maak een vuist, ook als je niet in de zorg werkt

Ik ken enkele mensen die in de zorg werken. En stuk voor stuk zijn het lieve, betrokken, sterke mensen. Die doorgaan tot ze er zelf bijna bij neervallen. Eén van hen stuurde mij een tekst. Zomaar uit het losse handje geschreven. ‘Doe er maar iets mee’, zei ze’. Doe er maar iets mee? Oké.

Er hoefde geen lied van gemaakt te worden, het was het al. Ik hoefde maar weinig te sleutelen aan de tekst, want het was goed. Maar belangrijker, het is geschreven vanuit het hart. De tekst hoefde alleen maar afgedrukt te worden.

Deel dit. Zorg dat iedereen dit leest. De tekst is van Anja Roerade, verpleegkundig specialist maar vooral specialist in ‘zorg’.

Zorgen om de zorg

De kranten staan er vol van, ziekenhuizen vallen om
De zorg is onbetaalbaar en niemand weet waarom
Komt het door de vergrijzing, kiest niemand voor de zorg
Politici weten het beter maar zij staan niet meer borg

Bij campagnes weten zij het zo goed
Dat de zorg, vooral voor ouderen beter moet
Onze premies blijven stijgen, en niemand maakt kabaal
Het management, bestuurders, ze geven geen verhaal

Refrein
Zorgen om de zorg, ik heb zorgen om de zorg
Mijn mooie vak uitgehold, niemand staat er borg
De mensen die er werken lopen zwijgzaam door de gang
zij willen zo graag anders en willen dat al lang

BN-ers zorgen voor extra miljoenen, voor extra handen aan het bed
Anderen kozen voor ander werk, met beleid aan de zijlijn gezet
Ook jongeren kiezen voor een vak met meer salaris en gemak
Maar ik blijf steeds zeggen, de zorg is een prachtig vak.

Van geboorte tot de dood en alles er tussen in
Vele specialisaties, opleidingsniveaus ik zit er middenin
Waarom gaat het van kwaad tot erger de 40 jaar die ik er werk
Weer de barricades op, worden we dan pas sterk?

Refrein
Zorgen om de zorg, ik heb zorgen om de zorg
Mijn mooie vak uitgehold, niemand staat er borg
De mensen die er werken lopen zwijgzaam door de gang
zij willen zo graag anders en willen dat al lang

rollators, scootmobiel, alles kon je krijgen
maar nu, als je niet lopen kan, moet je vooral zwijgen
Lieve mensen doe eens mee en kijk niet langer toe
De mensen in de zorg staan alleen, je weet niet half hoe

Refrein
Zorgen om de zorg, ik heb zorgen om de zorg
Mijn mooie vak uitgehold, niemand staat er borg
De mensen die er werken lopen zwijgzaam door de gang
zij willen zo graag anders en willen dat al lang

 

Rutte ‘in the house’

Gisteravond was minister-president Mark Rutte te gast in Bibliotheek Schilderswijk. Ik schrijf het zo formeel, met zijn functie erbij, omdat ik me nog meer realiseer hoe bijzonder het is. Dat een minister-president te gast is in een bibliotheek.

Kort daarvoor had ik de organisator gevraagd of hij trots was dat hij dit voor elkaar had gekregen. Zijn antwoord was mooi. ‘Trots? Ik ben trots dat dit kan in Nederland. In sommige landen is dit ondenkbaar. Daar ben ik trots op.’

Vitaliteit

Het is druk in de bibliotheek. Vooral Schilderwijkers zijn gevraagd te komen om in gesprek te gaan met Rutte. Er zijn ook veel jongeren aanwezig en heel veel pers. Vriendin en ik hadden ons afgevraagd hoe het zou zijn met de beveiliging. Mochten we zomaar naar binnen, moest je jezelf identificeren? Gek genoeg verliep dat proces ook best eenvoudig.
Een mengeling van mensen met verschillende culturen en achtergronden, waar ik blij van word. Dan komt Rutte gewoon binnengewandeld en het eerste dat ik zie is een brede, warme lach. Hij begroet en omhelst links en rechts mensen en valt vooral op door zijn hartelijkheid en vitaliteit. Hij is niet van mijn partij maar wat een positiviteit straalt hij uit. Oprecht en hartverwarmend.

Respect

Ik krijg steeds meer respect voor hem. Want hoe goed je zo’n avond ook voorbereid, er komen vragen naar voren die er niet thuis horen. ‘Wat vindt u er van dat de Hoefkade wordt afgesloten’, ‘Kan ik kwijtschelding krijgen van mijn lening’ en ‘mijn zoon heeft geen huis’.

Maar ook vragen als – ‘Waarom zijn de lagere scholen in onze wijk niet veel meer gemengd’, ‘hoe kunnen we zorgen dan onze jongeren blijven geloven in een mooie toekomst’ en ‘hoe houdt u de balans in dit drukke leven?’

Een Hindoestaanse mijnheer vraagt het woord. ‘Weet u dat het vandaag een bijzondere Hindoestaanse feestdag is? Hindoestanen hadden ook graag hier willen zijn maar niemand van de organisatie heeft er over nagedacht, dat dit geen goede dag is voor zo’n bijeenkomst. Wij voelen ons gediscrimineerd.’

Het valt even stil. Je organiseert ook niet op eerste kerstdag een bijeenkomst. Punt gemaakt. Maar met 150 nationaliteiten is er altijd wel een feestdag, grapt Rutte. Hij belooft om speciaal voor deze groep een nieuwe afspraak te maken en spreekt de hoop uit dat niet alle nationaliteiten nu aan zijn deur gaan kloppen. Mooi opgelost.

Schilderswijk

Wat opvalt deze avond is de manier waarop er gesproken wordt over de Schilderswijk. Met zoveel liefde en betrokkenheid dat het ontroerend is. Dat je denkt, ik wil ook in zo’n wijk wonen met mensen die om elkaar geven, die echt samen iets doen. Die trots zijn en helemaal niet weg willen uit ‘hun’ wijk.

Niet alleen Rutte heeft indruk gemaakt. Ook de vele vriendelijke mensen die in deze wijk wonen, werken en leven.

Nooit meer

Naarmate de jaren verstrijken, en wij dus ook, veranderen er dingen die onomkeerbaar lijken. De natuur houdt huis en niet te zuinig. En hoewel we heel hard blijven schreeuwen dat we er best nog mogen zijn, schreeuwt een stem van binnen: ‘help’.

Zo is het lichamelijk verval. Zo is er het geestelijk verval. We verliezen echt onze wilde haren, we worden trager, zijn eerder moe en er zijn weinig nieuwe ervaringen. En zijn er al nieuwe ervaringen, dan zijn het dikwijls niet de leukste en kondigen ze een periode aan van herhaling.

Nieuwe ervaring

Zo’n ervaring had ik laatst. Meer een bewustwording eigenlijk. Ik kon me namelijk niet meer herinneren dat ik een zak chips onbekommerd openrukte en gewoon ging eten. Ik herinner me wel zo’n zak en een emmer schuldgevoel.
Gewoon een patatje eten? Na het stappen? de shoarmatent in? Nemen we bitterballen? bij de borrel?

Elk chipje vormt plotseling 100 gram vet rond de buik. Je kan gewoon voor de spiegel staan en je ziet jezelf van vorm veranderen. Vroeger kon je me wakker maken voor een moorkop, iets wat trouwens nog nooit iemand heeft gedaan. Nu moet ik zelfs moorkoppen links laten liggen. Meer dan het stukje ananas wat er bovenop ligt, zit er niet in.

Oliebollen

Deze week liepen Vriendin en ik langs een oliebollenkraam. Waar mensen in de rij staan om zakken te vullen. We ruiken lekkere luchten maar ik heb zelfs opgegeven om hardop tegen Vriendin te zeggen: ‘zullen we’. Want Vriendin is sterker dan ik. Ik ken het antwoord. We lopen in stilte voorbij en mijn hoofd hangt treurig naar beneden.

Ik vrees dat het zo gaat blijven. De tijd van graaien en snaaien is voorgoed voorbij.

 

Dichter bij de dood – Jean Louis Pisuisse

Foto’s van Jean Louis Pisuisse: het begin, het midden, het einde. Voor de viering van Dichter bij de dood, Allerzielen, op begraafplaats Oud Eik en Duinen, mochten de dichters een bekende overleden kunstenaar ‘adopteren’. Ik koos direct voor Jean Louis Pisuisse. De naam zelf is al een plaatje.

Een dame van tachtig die bij mij komt luisteren zegt: ‘Pisuisse, daar ben ik mee opgegroeid. Mijn ouders hadden het altijd over hem’.
Ik ben jonger maar de naam Pisuisse was mij ook zeer bekend. Als kind voelde ik me al bijzonder aangetrokken tot theater en cabaret. Zo verzamelde ik langspeelplaten met liedjes van lang geleden. Die liefde voor cabaret heb ik ongetwijfeld meegekregen van mijn moeder. Door haar leerde ik Toon Hermans, Wim Sonneveld, Wim Kan, Fons Jansen en Henk Elsink kennen. Zet bij ons een lied in van één van hen uit die tijd en wij, zussen, zingen het woordelijk mee.

Jean Louis Pisuisse

Tijdens Dichter bij de dood, vertelden de dichters over de artiest, lieten iets uit het werk horen en lazen tenslotte een eigen gedicht voor over de dood. ‘Mensch, durf te leven’ is zo’n bekend lied, vertolkt door Pisuisse. Hoe hij aan zijn einde is gekomen wist ik niet maar is het vertellen meer dan waard. Hij trouwde een meisje uit het cabaretgezelschap en scheidde daarom van Fie Carelse, een groot actrice in die tijd. Jenny, zijn nieuwe liefde, had natuurlijk eerdere liefdes gekend. Haar minnaar Tjakko Kuiper, was ook lid van het theatergezelschap. Tjakko kon het niet verkroppen dat zijn Jenny de relatie verbrak. Op 26 november 1927 schoot hij op het Rembrandtplein in Amsterdam zowel het echtpaar Pisuisse als zichzelf neer. Allen overleden.
Hoe theatraal wil je het hebben?

Grafrechten

Fie Carelsen, de tweede vrouw van Pisuisse, is oud geworden. Zij overleed in 1975, 48 jaar later dan Pisuisse. Hoe groot haar liefde voor hem was blijkt uit het feit dat zij in 1970 het eigendomsrecht verwierf van het graf van Jean-Louis Pisuisse en in haar testament liet opnemen dat ze in zijn graf wenste te worden bijgezet. Dat gebeurde ook na haar overlijden in 1975. Op Oud Eik en Duinen liggen dus naast elkaar Jenny en Jean Louis. In het graf van Jean Louis ligt ook Fie Carelsen. Een zoete wraak, zo’n vijftig jaar na dato.

Life is a cabaret.