Net niet

Een vakantieappartementje op een van de Griekse eilanden is het altijd net niet. Dat vinden wij ook de charme van een vakantie daar. Waarom zou je binnen alles hebben als er buiten alles is?

In zo’n huisje staat vaak een keuken met lades en kastjes die over het algemeen leeg zijn. In de bestekla vind je een halve vork, twee lepels en een mes. Met de buren samen beschik je misschien net over genoeg pannen om iets op tafel te kunnen toveren. Moeten de buren wel voor in zijn natuurlijk.
Maar dit alles geeft ons een geldig excuus om dagelijks een andere taverne te zoeken.

Nu niet

Dit keer is alles anders. Is de werkelijkheid beter dan de povere foto’s op internet. We hebben niet alleen een balkon maar ook een gigantische plaats achter het huis met ligbedden, stoelen, tafels en een barbecue. De meesten hebben ook een eigen zwembad, daar hadden wij niet voor gekozen.
De keuken is completer dan de onze thuis. Een broodrooster, een oven, een magnetron. Er hangen theedoeken, er is afwasmiddel en er is een wasmachine. Een koffiezetapparaat en een waterkoker. En heel veel pannen. In de koelkast en grote vriezer is genoeg plek voor onze boodschappen. Veel gekker moet het niet worden.

We besluiten om net te doen alsof. Alsof we nog steeds niet kunnen koken. We zijn niet gek. Niemand neemt ons het genoegen af om dagelijks aan een andere tafel aan te schuiven. We zijn immers in Griekenland.

Bijna perfect

Onze reis naar Sitia verliep perfect. Nergens wachten, geen lange incheckbalie. Zelfs onze koffer komt als eerste van de bagageband, waardoor we ook als eerste onze auto kunnen afhalen.

De routebeschrijving naar ons huis was qua tekst zo kort dat ik er in mijn hoofd ook een korte reis van had gemaakt. Ik weet nu dat ‘alsmaar rechtdoor’ ook lang kan duren. Maar het maakt niet uit, zeggen we in goede harmonie tegen elkaar. Dan zien we ook heel veel van Kreta. Dat klopt.

250 meter ervoor

Dat is gek. Dat in een routebeschrijving staat dat je zoveel meter vóór iets, een flauwe bocht naar links moet maken. Om te weten waar dat ‘iets’ is, zul je er toch eerst langs moeten om dan alles in tegenovergestelden richting over te doen. Maakt niet uit: we hebben vakantie.
Google maps biedt uitkomst en zo komen we uiteindelijk bij onze bestemming? Toch? Wat denk jij? Er hangt geen bord. Er loopt geen mens. Op goed geluk pakken we één van de zeven ingangen. De weg loop naar beneden, steil naar beneden. Onze huurauto kan makkelijk naar beneden, maar kan ‘ie ook omhoog?

Neen. Dat kan ‘ie niet met dat lullige motortje er in. We komen Maria tegen die geen Engels spreekt. We moeten terug, zij loopt voorop.
Vriendin drukt het gaspedaal wat verder in en we strompelen omhoog. De motor valt drie keer uit. Maria wacht glimlachend op ons. Vriendin en auto bereiken het kookpunt. Vriendins kookpunt ken ik weinig.

Ons huis is ‘C’. Ons parkeerplekje is ook alleen maar te bereiken door eerst naar beneden en dan vol gas naar boven te stormen om dan op een onmogelijke parkeerplaats uit te komen. Maria zegt dat het moet.

Op de helling vallen we drie keer stil. De auto stinkt, heel Sitia stinkt door de aangebrande lucht van een motor met een kort lontje. Maria wacht en zegt dat het goed is.

Het doorgaans zeer opgewekte karakter van Vriendin verdwijnt als sneeuw voor de zon. Van de spanning schiet ik in de lacht. Dan zegt ze ijzig kalm: ‘oké, je bedoelt dat jij het beter kunt? Dat jij voortaan het autogedeelte voor je rekening neemt?’
Alles in me schreeuwt ‘nee’, want dat kan en wil ik niet. Maar Vriendin kijkt onverstoorbaar vastberaden. Ze stapt uit.

Later, veel later op een Grieks terras, lachen we ons de tranen uit de ogen. Vanaf nu hebben we een ‘toon’ en hebben we de woorden om een nieuwe herrinnering te maken. Natuurlijk laat ze mij niet rijden. We zouden allebei wel gek zijn.

Dotan is de Sjaak

Er was nieuws. Dotan heeft een trollenleger ingezet om zichzelf groter te verklaren dan hij is. Iedereen duikelt over elkaar heen om hem nog meer naar beneden te halen. Het is nu wel genoeg, vind ik.

Hoe meer kun je kruipend door het slik je excuses aanbieden? Dat is best lastig als grootheden van RTL Boulevard op je rug stampen. De schijnheiligheid, die van Dotan maar zeker ook van hen die veroordelen, heeft gewonnen.

Praatjes maken geen plaatjes

Jammer dat Dotan daar pas later achter kwam. En de mooie verhalen van hem als mens, als weldoener, jammer. Jammer dat je denkt daarmee iemand te worden die je niet bent. Maar Dotan zal niet de eerste en zeker niet de laatste zijn. Ik ben geen fan van zijn muziek maar was het wel van hem. Puntje er af. Maar niet meer dan een puntje. We maken fouten, doen domme dingen. Had ik maar, was ik maar… Hij heeft geen moord gepleegd, niemand verkracht, geen bom gegooid. Tenminste niet bij anderen. De bom ligt onder zijn eigen carrière, de moord is op zichzelf en de verkrachting net zo.

Hij leegt al zijn social-media-accounts en al zijn herinneringen waarvan hij waarschijnlijk zelf niet eens meer weet welke waar zijn en welke verzonnen. Dat is triest genoeg.
Ik baal veel meer van de hypocrisie.

En Dotan is de Sjaak.

Dat zou ik doen. Mijn naam veranderen in Sjaak. En dan vooral nieuwe muziek gaan maken en je engelengezicht met dat diepe litteken er op als nieuwe profielfoto gebruiken.

Hei- en Boeicop

Voor de krant tikte ik een stukje. Niets bijzonders. Een dame uit Hei- en Boeicop kwam ergens een lezing geven. Over punniken, over ganzen, ik weet het niet meer. Maar ik bleef hangen bij Hei- en Boeicop. Nooit van gehoord. Maar wat leuk moet het zijn om te zeggen. Daar woon ik. In Hei- en Boeicop.

Ik google op het dorp en lees: Hei- en Boeicop is een klein dorp en voormalige gemeente in de gemeente Zederik, in de Nederlandse provincie Zuid-Holland. Het dorp heeft 935 inwoners en heeft 401 woningen. 

Zuid-Holland? Daar woon ik. Waarom heb ik nog nooit van dat dorpje gehoord. En 401 woningen… dat zijn ongeveer net zoveel woningen als in mijn straat. En 935 inwoners. Die ken je dan allemaal persoonlijk lijkt me. Dan heb je echt geen Facebook meer nodig.

Heicoppers

Ik lees een interview met Hannie en Corrie; echte Heicoppers. “Voor een dorp met 1.000 inwoners zijn de voorzieningen in Hei- en Boeicop uitstekend. Er staat een nieuwe basisschool en er zijn tal van actieve verenigingen, zoals de voetbal, het kinderkoor en de Oranjevereniging. Ook is er een sporthal waar je kunt gymmen, volleyballen of bijvoorbeeld zumbaën. Hoeveel Heicoppers doen er aan zumba?

Nog meer feitjes

Ik raak niet uitgelezen. Van de 960 inwoners zijn er 155 ouder dan 65 en zijn er 35 allochtonen. Dat lijkt me heel overzichtelijk. Op 9 april reed er een ambulance naar de Akkerstraat en een week later naar de Pleinstraat. De luchtvochtigheid is er vandaag 93%. Ik bedoel maar.

Ik ga er een keer naar toe. Dat weet ik zeker. De foto’s die ik zie zijn prachtig. Water, landerijen, landelijk. Een een begraafplaats met 216 graven. En toevallig dan weer kom ik op een overzicht met alle begraafplaatsen in Nederland. Waar je gewoon een naam ik kan tikken en kan zoeken naar mensen van weleer. Ook hier kom ik een keer terug.

 

 

 

Toen er nog geen oorlog kwam

Als kind al realiseerde ik me wat een bofkont ik was. Om te leven in een wereld zonder oorlog. Mijn wereld was nog klein: het was mijn vader en moeder, mijn zusjes en broertje. Later werd de wereld de stad waar ik woonde, het land waar ik leefde. Wat een geluk dacht ik toen, dat wij nooit, nooit oorlog zouden hebben.

Gisterochtend word ik wakker en zoals altijd bekijk ik direct het nieuws. ‘Amerika vuurt kruisraketten af in Syrië’. Mijn hart slaat even over. Wat gaat er gebeuren, wat staat er te gebeuren? Ik scroll door naar ander nieuws, beter nieuws alsjeblieft. Gelukkig iets over Dotan met zijn nep-accounts.

In je slaap

Ik bedenk dat als er in onze nacht, toen we veilig sliepen, er ergens raketten zijn afgevuurd. En dat ik dat niet wist. Dat ik het dus misschien ook niet bewust zal meemaken als die raketten hier een keertje vallen. Dat het zomaar, van de een op de andere dag, voorbij kan zijn met deze ‘verrukkelijke’ wereld. Verrukkelijk natuurlijk tussen aanhalingstekens want zo verrukkelijk is het niet en is het waarschijnlijk ook nooit geweest.

Maar mijn en jouw wereld is eigenlijk toch verdomd verrukkelijk geweest. In ons landje met zijn petieterige gezeik over non-dingen. Het belangrijkste nieuws is altijd nog het weerbericht.

Kinderen

En ik denk aan de kinderen die nu opgroeien. Net zo onbevangen als ik destijds. Met belletje blazen en kiekeboe spelen. Hoe ik destijds dacht aan mijn ouders die wel de nasleep van de oorlog  als kind meemaakten. Aan de generatie voor hen die er midden in zaten.
En toen wij, gelukkige wij. In een wereld zonder oorlog. En ‘onze’ kinderen kennen dat geluk ook. Niet bewust en dat is goed. Zo zou het voor alle kinderen moeten zijn. Maar we weten allemaal hoeveel kinderen er opgroeien in een wereld die om hen heen afbrokkelt. Die rennen voor hun leven om in de rustige tussentijd die er soms is, een potje te voetballen.

En ik merk hoe bij mij een bericht over kruisraketten, over bomaanslagen, over IS, nu al minder heftig binnenkomen dan toen ooit het eerste bericht. Toen mijn kinderlijke blik op de wereld plotseling instortte. Hoe de dood mijn wereld binnenkwam.

Geef mij een sprookje om in te geloven. Geef iedereen een sprookje om in te geloven.
(Vrij vertaald naar Vasalis: ik zoek een misverstand om te geloven).

 

Ami V/M

Ami is een meisje. Tenminste, zo hebben we haar gekocht. Toch is haar gedrag niet echt damesachtig te noemen. Tegenwoordig plast ze staand.

In het begin denk je nog: wat grappig. Het roept ook herinneringen op aan Bas, onze super mannelijke kleine man die we voor Ami hadden. Die kon tijdens een korte wandeling minstens honderd keer zijn poot optillen om iedereen te laten weten dat hij er was.

Ami is me er ook een. Ze snuffelt, ruikt, snuffelt nog eens en springt dan parmantig damesachtig op de plek die ze de hare wil maken. Dan tilt ze één poot op en doet haar ding. Half dan want ze verliest haar evenwicht. En het telt ook niet echt als plassen, hebben we geleerd.

Dat hoort niet

En natuurlijk hebben we haar verteld dat het not-done is bij ons. In deze maatschappij. Dat je of jongen bent of meisje en dat je je ook dusdanig moet gedragen. Maar het heeft geen effect. Ze tilt haar poot op en kijkt ons aan met een blik van ‘zeg er eens wat van’.

En ik houd er van. Want dit is  natuurlijk allemaal onzin. Wie zou met z’n hond naar de psychiater gaan of geslachtsverandering overwegen omdat ‘ie zich anders gedraagt dan normaal? Wie zou er een probleem maken van iets dat geen probleem is zodra het honden betreft. Niemand toch.

Hokjes

Het hokjes-denken valt ons niet eens zwaar. We zijn het gewend. Iemand die anders is behandelen we ook anders. Zelf was ik als kind een jongensachtig meisje. Dat dat niet kon, heb ik geleerd op de harde manier. Ik heb niet eens de woorden paraat om te vertellen hoeveel pijn het heeft gedaan. Waarom laten we iemand niet gewoon zijn wie zij of hij is? Hoe fijn zou het zijn als we het daar niet eens meer over zouden hebben.

Van de week zag ik een programma dat over dokters gaat. Mensen moeten raden waar iemand aan lijdt. Ik weet het… wie verzint zoiets. Er was een vrouw met een kwaal. De vrouw was eigenlijk een man maar dat was de kwaal niet. En ik werd er blij van. Het was geen onderwerp, geen item, niet het probleem.

Cadeau

Gewoon zijn wie je bent. Dat zou voor heel veel jongens en meisjes een groot cadeau zijn. Je hoeft niet te worden wat men wil van je. Je bent niet jaren van je leven kwijt aan het accepteren wie je bent maar je kunt je focussen op waar het over zou moeten gaan. Aan het ontwikkelen van al die talenten die je hebt.

Ami plast staand. Ze kan allebei. Ze is van alle markten thuis. Hoera.

 

Facebook-pixel-plug-in? PLUG OUT

Wie op de site van zijn zorgverzekeraar kijkt of een bepaalde behandeling wordt vergoed, of waar hij terecht moet voor die behandeling, verwacht niet dat Facebook meekijkt. Maar dat gebeurt bij meerdere zorgverzekeraars wel, blijkt uit onderzoek van de NOS.

Ik kan werkelijk veel hebben. Kan me zowat van alles voorstellen maar bij dit soort berichten val ik zelfs stil. Is het de schuld van Facebook of van onze zorghebbende zorgverzekeraars? Misschien moeten we het wel een nieuwe ziekte noemen: ‘dokter, ik heb een facebook-pixel-plugin, een sluipmoordenaar. Kunt u het outpluggen en wat zijn de kosten daarvan?’

Stel

Stel ik zoek naar een vergoeding van genitale wratten, colitis, zwemmerseczeem, rosacea, tonsel stones, aambeien of gewoon een lopende neus. Of een depressie van formaat, een vraag over euthanasie, urineverlies? Grote kans dat ik straks allerlei oplossingen voorbij zie komen. Van smeerseltjes, pilletjes tot verwijzing naar de Levenseindekliniek. Als ik google op Griekenland of Eiersnijder, komen er allerlei advertenties voorbij waar ik zelfs verwezen zou kunnen worden naar een winkel in Athene waar ze eiersnijders verkopen. Ik ben dat echt wel zat. Niet Facebook of Twitter maar al die marketing-mijnheren en -mevrouwen die met hun grijpgrage handen binnendringen in onze levens.

Waarom

De grote vraag is waarom zorgverzekeraars en andere instellingen dit willen. Uit het nieuwsbericht van de NOS lees ik:
Menzis heeft naar aanleiding van deze berichtgeving besloten om zo snel mogelijk te stoppen met het gebruik van de pixels. De verzekeraar gebruikte de tracking-pixels voor marketingdoeleinden.
Maar ook op  de sites van de VVD en Forum voor Democratie tracking-pixels te vinden. Ook verschillende media hebben trackers, waaronder NU.nl, De Volkskrant en NRC. En Lubach, eat your heart out: een aantal publieke omroepen gebruikt tracking-pixels, waaronder de VPRO.

Kappuh

In goed Haags zou ik wellen zeggen: kappuh hiermee. Ik wil geen tracking pixel in mijn lijf, in mijn hoofd, op mijn computer. Al die ophef over Facebook en onze privacy is niet voor niets. De beerput gaat open en moet open. Al die gore gezwellen, etterende puisten en inpluggende verleidingstechnieken. KAPPUH.

 

Privacy is een grap. Een slechte grap

Ik heb lang nagedacht over een goede kop boven dit stukje. Dat heb je soms. Dat je je opeens afvraagt: wat wil ik eigenlijk zeggen’. Een goede kop had ook geweest: Bye Bye Lubach. Aan het eind van mijn blog zal ik waarschijnlijk pas zelf weten wat de kop had moeten zijn.

Want vandaag is de dag dat Arjen Lubach van Facebook gaat. En met hem zijn volgers. En vele anderen die vinden dat er eind moet komen aan het doorverkopen van jouw en mijn gegevens. En gek genoeg maak ik me drukker om de oproep van Lubach dan om het gedoe met Facebook. Ik verdwijn dus niet van Facebook. Waarom niet? Ben ik verslaafd, kan ik niet zonder. Misschien. Wellicht.

Ergernis

Ik weet niet wat het is met Lubach en mijn persoontje (die hij niet kent). Ik kan zelfs niet zeggen dat ik niets met hem heb want ik maak me druk over hem. Is het dat pedante? Dat ‘ik weet hoe het zit’? Dat ‘ik zal het jullie eens uitleggen?’
Ook. Maar vooral het feit dat ik niet weet wie die Arjen Lubach nu eigenlijk is. Dat zijn masker altijd over zijn gezicht lijkt te hangen. Dat hij een oproep doet en dat daarom duizenden volgen. Wat als hij oproept om op een partij te stemmen, of juist niet?

Privacy

Maar genoeg over Arjen Lubach. Laten we het over privacy hebben. Het is niet zo dat het me niet interesseert. Ik heb gisteren gekeken hoeveel apps van mijn facebook-account gebruikmaken en oeps: 94 stuks. Ook apps die ik helemaal niet ken of waarvan ik weet dat ik ze gebruik. Minstens 90 heb ik er verwijderd. Ik kijk ook beter uit wat ik wel of niet op Facebook zet of twitter. Maar ik maak me geen illusie over mijn privacy. Welke privacy? Als ik bij de AH bloemkool koop, krijg ik een aanbieding van bloemkoolsoep. Als ik iets zoek over koffie, krijg ik reclame van van koffieapparaten.
Ik krijg zelfs een melding dat sommige bedrijven niet blij zijn dat ik een adblocker heb geplaatst. Omdat ze dan niet meer kunnen doen wat ze eigenlijk wilden doen. Mij inlijven.
En wat te denken van mijn geregistreerde ov-chipkaart? Mijn bankpas? Mijn goed bewaarde wachtwoorden…

Mark Zuckerberg

Facebookbaas Mark Zuckerberg ligt onder vuur. De man wordt terecht of niet op de pijnbank gelegd en moet door het stof. Het is goed dat er zoveel ophef is over onze privacy, over bedrijven die er misbruik van maken, over hoe we met z’n allen gemanipuleerd worden. Hopelijk gaat er nu iets gebeuren waardoor we ons weer iets veiliger wanen. Maar  social media zal nooit meer verdwijnen. Na Facebook komt er iets anders dat beweert ‘veilig’ te zijn. Maar ook dan zijn er weer slimmere trucs om ons te misleiden.

Het is niet Facebook, Twitter, Instagram of noem maar op. Het is de wereld. Het zijn ‘wij’ die er een puinhoop van maken. Zonder Twitter zijn er nog steeds eikels die van alles vinden. We worden continu beïnvloed. Door de kranten die we lezen, de programma’s die we zien, de informatie die wij betrouwbaar achten. Door de mensen met wie we omgaan of juist niet omgaan.

En door onze manier van leven. De behoefte om te hebben die groter is dan dan de behoefte om te zijn.

 

 

Ontspullen

Spullen. Hoeveel spullen hebben we wel niet die we nooit of hooguit eens per jaar gebruiken? Ik denk dat ik een aardige stapel kan maken. We nemen ons voor ons te ontdoen van de onnuttige spullen. Deal.

‘Ik wil een eiersnijder’, zeg ik tegen Vriendin die plotseling op haar strepen gaat staan. ‘Een eiersnijder?’, ze lacht me nog net niet uit. ‘Wat een onzin’, besluit ze.

En welk argument ik ook aanhaal
– mooie plakjes,
– gelijke plakjes
– veel plakjes
– gemak
– klein en handzaam
– goedkoop

Ze blijft er bij. ‘Onzin’.

Mijn moeder had een eiersnijder. Misschien uit zuinigheid geboren want probeer met een mesje maar eens een halfzacht ei netjes in schijfjes te snijden. Dat gaat niet lukken. En er zijn nog genoeg soorten en maten te vinden van het ding dat het ergens toch gerechtvaardigd is te vermoeden dat ‘de eiersnijder’ nog volop verkocht en dus gekocht wordt.

Onderhandelen

Terwijl Vriendin denkt dat ‘eiersnijder’ een gepasseerd station is ben ik serieus bezig argumenten te verzamelen om te onderhandelen. En dan op een moment dat zij er totaal niet op bedacht is. Ik kan natuurlijk iets opgeven om ruimte te geven in een keukenla of kastje. Wat te denken van de keukenmachine die al ruim een jaar ongebruikt ergens? staat te staan. Maar ook de keukenmachine was ooit één van mijn ideeën en deze opofferen betekent toch gezichtsverlies. Ik kan ook grootmoedig de nog nieuwe keukenmesjes in verpakking aanbieden. Of die handige ananassnijder, de Tajine, de broodbakmachine, de chocolade fontein, de mosselpan? De appelpartjesmaker of de slacentrifuge?

Stiekem

Ik kan ook gewoon stiekem een eiersnijder kopen. En het alleen voor mezelf gebruiken. Maar om zoiets nu te doen in een relatie die toch ook gebaseerd is op eerlijkheid… Zet ik dat op het spel voor zo’n ding?

Wie van jullie heeft een eiersnijder? Misschien helpt dat.
Haar of mij.

 

Een zwak voor Frans Bauer

Foto: AVROTROS

We willen Studio Sport kijken en pikken daarom Frans Bauer in Amerika mee, dat daarvoor wordt uitgezonden. Niet een programma dat we zouden kiezen maar toch blijven we hangen. Ik sluit niet uit dat we de volgende keer bewust kiezen voor dit programma.

Eigenlijk doen de Bauers alles wat we zelf ook zouden doen als we voor het eerst in New York zijn. Zeggen we hetzelfde, stellen domme vragen of juist hele slimme. Nemen we een selfie met die prachtige skyline van New York als imponerende achtergrond.

Al die lichies

Als zij ‘s avonds over de Times Square wandelen, mompelt zij ‘al die lichies’. Frans zucht ook en herhaalt vele keren hoe bijzonder het allemaal is. Als zij een dag later voor Tiffany staan op New York 5th Avenue, trekt Frans zijn Mariska zachtjes mee. ‘Dat heb je toch niet nodig’, vraagt hij grappend zorgelijk en zij glimlacht terug.

Gewoon gebleven

Je hoort vaak zeggen over ‘beroemdheden’ dat ze zo lekker ‘gewoon zijn gebleven’. Vaak is het een dooddoener eerste klas want hoe gewoon kan je blijven met miljoenen op een bank en mensen die allemaal iets van je willen. Toch zijn de Bauers het voorbeeld van ‘gewoon gebleven’. Ik krijg steeds meer respect voor deze man juist omdat hij zich nergens beter voordoet dan hij is en juist daarom beter is dan vele anderen, mezelf incluis. Zijn blije, kinderlijke enthousiasme heeft hij weten te behouden en hoe heerlijk moet dat zijn.

Als ze op een boks-gala zijn uitgenodigd en zij te midden van grootheden aan tafel aan mogen schuiven, zie je het kleine jongetje in hem. Zijn ogen schitteren, haar ogen schitteren om hem en eigenlijk kan het niet anders dat je als kijker mee schittert.

Niet heel lang geleden vroeg Matthijs van Nieuwkerk hem welke muziek hij thuis draait. ‘Eerlijk’, vroeg Frans en zuchtte. ‘Ik luister naar mezelf, ik vind dat eerlijk gewoon de mooiste muziek die er bestaat’.

En je denkt: dat kan niet, dat mag niet, dat doe je niet. Maar het kan wel en hij doet het. Nergens veinst hij een betere man te zijn. Hij lacht om zijn eigen, soms flauwe, grappen, geeft eerlijk toe als hij iets niet weet of begrijpt en gooit er nog een reclame tegen aan over Chinees eten.

Zoveel beter te verdragen dan de Briljant reclame van die ene Froger, the Frog.