Kopje koffie?

Wij hebben zo ons zaterdagochtendritueel. Schoonmaken. Vriendin boven, ik beneden. De keuken is beneden. Het ziet er weer lekker opgeruimd uit. De koffiemachine knippert al weken met een vervelend rood lampje en wil me iets vertellen. Ontkalken roept ‘ie. Ik versta geen koffie.

Vriendin vindt een half uur wachten op een kopje koffie te lang duren. In plaats van twee forse stralen, druppelt er nu slechts door één gaatje nog wat koffie in het kopje. Ontkalken is geen vraag meer maar een opdracht.

Handleiding

Handleiding moeten we hebben. Niet gevonden. Googelen dus. Maar alleen ‘philips’ werkt niet. Nummer, model… staat niet op het apparaat. Na laatje vier te hebben geleegd komt dan toch gelukkig de handleiding te voorschijn. Na een half uurtje is het klaar te zijn maar het straaltje blijft even miezerig. Misschien moet ik de zetgroep eens onder handen nemen? Zetgroep: druk op ‘push’ en trek de zetgroep eruit. Het werkt. Wow, wat een koffieprut, aangekoekt aan iets wat olie lijkt. Een blik in het interne gedeelte geeft ook geen opgeruimd gevoel. Inmiddels is mijn opgeruimde keuken bezaaid met koffiebonen en prut.

Met een routineachtig gebaar als was ik een koffiemachinemonteur, schuif ik de zetgroep weer terug op zijn plaats. Stekker er in en afwachten. Het blijft verdacht lang stil. Totdat er een oorverdovend geluid uit het apparaat komt. Snel de stekker eruit en ‘push en trek’ opnieuw. Maar er is geen beweging meer in te krijgen. De zetgroep zit muurvast. Mijn voorzichtig getrek bereik ik niets. Ik voel aan alles in mijn lijf dat we nog maar een paar tellen af zijn van de hardhandige methode, en in mijn geval, levert dat nooit iets goed op. Eerst maar even zitten dus. Zonder koffie.

Wondertje

Als door een wonder werkt het ‘push en trek voorzichtig-gedeelte’ nu ineens wel. Opnieuw volg ik de instructies. Ik heb een wit dingetje nodig die bij het apparaat geleverd werd. Een wit dingetje… in het waterreservoir. In la vijf ligt het witte dingetje. En we hebben de officiele ontkalker nodig van het apparaat. Dat hebben we niet. Vriendin trekt er op uit.

Om een langer, vettig, prutterig verhaal kort te houden. Aan het eind van de middag hadden we koffie en is de keuken weer aan kant.

Als we ‘s avonds aan vrienden vragen wat ze willen: koffie, cappuccino, espresso, latte, lungo klinkt dat alsof het de gewoonste zaak van de wereld is. Maar wij weten beter.

Flash back, back, back, back. back

Mijn paspoort moet verlengd. Ik moet nog ‘ergens’ een pasfoto hebben omdat mijn rijbewijs ook kort geleden verlengd moest worden. Die pasfoto was ik al een keer tegengekomen. Maar waar.

Nergens natuurlijk. Niet in tassen, niet in laatjes, in doosjes, in kastjes, in mandjes, op plankjes, in boeken, in jassen. Maar op mijn speurtocht kwam ik wel heel veel ander fotomateriaal tegen. In een rieten mandje in mijn boekenkast vind ik een willekeur aan foto’s. Dat mandje staat er al een jaar of wat, die foto’s liggen daar dus ook al een jaar of wat te vergelen.

Willekeur

De foto’s zijn een willekeur lijkt het, uit mijn leven. Wat doen ze samen in dat mandje? Overgebleven uit een eerdere opruimwoede? Was ik toen nog niet toe aan het verwijderen van deze plaatjes? Waarschijnlijk. Het zijn vooral foto’s van mij in een groep. Een zanggroep, een therapiegroep, een cabaretgroep, een andere therapiegroep, een lesbisch volleybalclub (die spelen heel anders volleybal, wist je dat?), een Lena de Graafgroep. Ik en groepen. Ik kan niet zonder. Terwijl er ook geen grotere individualist is dan ik zelf ben. Een leven in het donker is mij totaal niet vreemd.

Namen en herinneringen

Van sommigen weet ik de naam niet meer en herinner ik me ook echt niet dat ik ooit samen met ze in tentjes ergens kampeerden. Maar hé, er zijn foto’s van. Ik zie B. en weet dat zij er niet meer is. Ik zie J en weet dat zij er al veel langer niet meer is. Ik zie een andere J, die ik nog regelmatig zie. George, de Amerikaanse therapeut die later zijn zoon zou verliezen. En we lachen allemaal, op de foto. Wat is er waar van zo’n fotomoment?

Foto’s en muziek

Als ik naar een foto kijk van een bepaalde periode, dan vertelt die foto een verhaal. Maar geen eerlijk verhaal kan ik nu constateren. Want ik zie wat ik toen wilde laten zien. Het zijn momentopnames van een ‘smile’, ‘klik’, ‘klaar’.

Hoe anders is dat met muziek. Gisteravond luister ik naar oude nummers van Rita Coolidge en een gevoel van nostalgie overvalt me. Triest en blij. Ik ruik geuren van toen, voel armen van toen, voel de pijn en het alleen zijn, de liefde, de verwondering. Er komen herinneringen naar boven die mij bijna doen huilen. Dat doet muziek met mij. Foto’s zijn papier, muziek is het hart.

Mijn pasfoto heb ik nog niet gevonden en ik weet eigenlijk zeker dat ik dat pas zal doen als ik nieuwe heb laten maken. Een foto die alleen maar dient ter identificatie van mijn buitenkant. En dat is waarschijnlijk maar goed ook.

Walking football (voor vrouwen)

Bij het AD hoorde ik het al. Een nieuw fenomeen doet zijn intrede: Walking football. Voor ouderen. Ik luisterde met een lachje op het mijn gezicht. Hoe zou dat er uit zien? En ziet het er wel uit? Maar toen: wat maakt het eigenlijk uit?

Ik zie ineens weer toekomstperspectief voor verloren dromen. Hoe vaak heb ik niet gedacht: was ik veertig jaar later geboren, dan speelde ik vast ook in een dames 1 team ergens. Enige bescheidenheid over dromen is mij vreemd.

Voetbalmeisje

Ik was zo’n voetbalmeisje in de straat dat door de jongens werd opgehaald. ‘Voetballen op het pleintje, ga je mee?’ Natuurlijk ging ik mee. Het grote-vrouwen-voetbal liet nog even op zich wachten maar nu ze er zijn, heb ik heimwee naar die tijd. Wat had ik dat graag gewild. En nu kan het.. walking football voor 60+, oké, ik moet nog even wachten maar ik kan wel alvast voetbalschoenen aanschaffen toch?

Ik bekijk wat foto’s. Oude (echt oude) mannen die naar een voetbal staren met dezelfde gretigheid als ware ze twintig en de bal een mooie schone. De scheidsrechter wordt ook omhoog gehouden door twee supporters, maar het mag de pret niet drukken. Maar het doet het wel een beetje.

Vrouwenwalkingfootball

Googelen op vrouwenwalkingfootball. Dat ziet er al een stuk aardiger uit. Misschien moeten we teams gaan maken van 60-65, 65-70 en de rest. Of is dat niet aardig. Er zijn zelfs EK-toernooien voor walking football. Ik zou het allemaal nog kunnen bereiken. De Olympische Spelen? Een wereldtitel. Ik droom verder.

In afwachting tot wat gaat komen bereid ik me voor. Rek en strek de biceps. Maak een schijnbeweging naar de hond en schop met een duizelingwekkend effect mijn pantoffel rechtsboven door het raam. Goal. Het publiek juicht. Mijn armen gestrekt, ik spring een gat in de lucht en kom op mijn verkeerde been terecht. Die van die knie. Twee hoogbejaarde vrouwen komen met een brancard het veld op gestrompeld. Ik kijk ze even aan en zeg: ‘laat maar, ik loop wel’. Want ik ben keihard, als het erop aankomt.

 

Oud van dagen

Wij hoorden deze week iemand zeggen ‘oude van dagen’. ‘Goh’, zei Vriendin, ‘wat een ouderwets woord’. En inderdaad we horen het niet vaak. Maar hoe langer ik de woorden over mijn lippen liet rollen, hoe mooier ze werden Als je ‘oude van dagen’ vervangt door ‘oud van dagen’ krijgt het voor mij een prachtige betekenis.

Iemand die oud van dagen is, heeft geleefd en als we gaan tellen in dagen dan zijn dat er heel veel. Oud van dagen, dwingt respect af terwijl ‘oude van dagen’ er niet meer toe doen.

Leeftijdneurose

In onze westerse cultuur is er sprake van leeftijdneurose. Toen een collega bij het AD me vroeg hoe oud ik was, voelde ik me bijna beschaamd om het getal hardop te zeggen. Alsof je een bepaalde leeftijd moet hebben om er nog toe te doen. En eigenlijk is dat precies wat er aan de hand is.

Deze week keken Vriendin en ik naar Fauda. Een netflix serie over het conflict tussen Israël en Palestina. Hoewel totaal niet het thema van de serie is het ontroerend om te zien hoe bij beide volkeren de ouderen gerespecteerd worden. Hoe er een bepaalde status wordt toegekend aan het ouder zijn, het geleefd hebben. Dankbaarheid en genegenheid. Dan heb je geen pakhuizen nodig voor oudjes.

Andersom

Bij ons is het precies andersom. De jongeren lijken de wereld te ‘ownen’. Een wereld waar zij en wij (mijn generatie) niets voor hebben gedaan. Niet gevochten, niet geleden, niet gestreden, niets. De wereld lag aan onze voeten. Misschien ligt daar wel de basis van de arrogantie van iets hebben wat je nergens mee verdiend hebt.

Wortels

Ik sta soms met bewondering stil bij een boom die de ouderdom laat zien in al zijn glorie. Waar de wortels zichtbaar sterk zijn en verdwijnen in de diepte van de aarde, onze grond, onze basis. Hoe diep onder de aarde die wortels verstrengeld zijn in die van andere bomen en zo een onderlaag creëren die ons bijeen houdt.

Ik zou graag zeggen dat ‘oud van dagen’ ook ‘oud van wijsheid’ betekent. Ik zou het willen maar het is helaas niet zo. Want die ‘oude van dagen’ zijn ook grootgebracht in de wereld die wij nu zijn. Een blijkbare maakbare wereld met wortels als los zand.

Wortelen

Ik zoek met mijn wortels naar verbinding. Boven de grond of daaronder. Grijp elke wortel vast als houvast, als ader van het leven. En hoe ouder ik word, hoe meer wortels en zijtakken ik verzamel. Om meer grip te krijgen en om vast te houden. Samen dragen we de wereld.

Wat zijn WE goed!

Niet alleen hadden of hebben we een fantastische zomer dit jaar maar ook worden we nu al een maand of wat overspoeld door sport en nog een sport. En wat zijn we goed. We, Nederland en We, vrouwen. Ik ben misplaatst trots want veel meer dan nagelbijtend toekijken doe ik niet.

Het begon met de WK voetbal waar wij godzijdank niet bij waren. Genieten van voetbal zonder het zure van verliezen en oranje straten zien vergaan in een soort van troosteloze mismoedigheid. Niets is zo pijnlijk dan een oranje slinger te zien die nutteloos om een lantaarnpaal wappert.

Ik vergeet vast wat maar we hadden tennis met een super prestatie van Kiki Bertens. Er was volleybal succes tijdens het EK Beachvolleybal waar twee vrouwen de titel wonnen. Wielrennen met wederom topprestaties van vrouwen. ‘We’ werden derde als klein landje in het EK turnen voor landenwedstrijden. We wonnen de 5 km en 10 km open water zwemmen. We werden met de vrouwen hockeykampioen. En er waren weer mooie prestaties bij het EK zwemmen.

Samen

Vroeger sportte ik veel. Ik handbalde en volleybalde en was super fanatiek en (best wel) goed. Niet kon mij blijer maken dan een toernooi in een weekend, mijn trainingspak aan trekken, mijn voeten in sportschoenen snoeren en de yell aan het begin van een wedstrijd uitschreeuwen van trots en plezier. Het ‘samen’ speelde zo’n grote rol. Het napraten, het voorpraten, de lol tijdens trainingen.

Sportmeisje

In mijn hoofd ben ik nog steeds een sportmeisje hoewel ik pijnlijk moet constateren dat het alleen maar in het hoofd zit. Het lijf doet al heel lang niet meer mee. Door echte blessures en knietjes die niet meer werken maar ook door luiheid en een slappe instelling. Ik heb pogingen gedaan om te fitnessen en aan apparaten te hangen. Maar daar is weinig teamsport aan. En er was ook maar weinig voor nodig om niet te gaan.

Van sportmeisje ben ik gedegradeerd tot vrouw op leeftijd op de bank die sport kijkt. Een vrouw die alle spelregels kent maar zelf niet meer speelt.

Heel soms, als ik mijn witte sneakers aantrek onder mijn zwarte joggingsbroek, komt dat vreugdegevoel omhoog. Voel ik mijn voeten op de grond, de lichte vering in mijn benen en een drang om te springen en een bal over het net te slaan. In mijn hoofd kan ik alles nog. Maar ja, dat is in het hoofd.

Teamsport voor OSM

Is er nog een teamsport over voor Ons Soort Mensen? Die wel willen maar niet meer durven. Die nog één keer in  korte broek en kniekousjes over een veld willen rennen, achter een bal, naast een bal, voor een bal? Ik neem me voor om me voor te gaan nemen om weer iets te doen. Straks. Als de tijd er rijp voor is. Ik ben er rijp genoeg voor.

 

Een stap te veel en te ver

Gisteren las ik geschokt het bericht van het overlijden van het Haagse Kamerlid Willie Dille. Ik kende haar niet maar een dag eerder zag ik haar filmpje en was verward.

Verkracht en ontvoerd door moslims. Een jaar eerder.
Na het filmpje zeggen we tegen elkaar: ‘wat een vreemd verhaal’. Maar het gevoel van verwardheid bleef bij mij hangen.

Waar of niet waar

En een dag later is het waarheidsgehalte van wat ze zegt niet belangrijk meer. En zullen we het waarschijnlijk ook nooit weten. Wel waar was de verwarde hopeloosheid van deze vrouw die er een dag later gewoon niet meer is. Een stap te veel en een stap te ver nam ze. Wat een onomkeerbaar besluit.

Zo veel

Er zijn te veel mensen, mannen en vrouwen, die ooit zo’n stap namen. We kennen soms van heel dichtbij de verhalen. De pijn die het doet bij achterblijvers en het enorme gevoel van leegte en van het niets meer kunnen doen. Vragen hebben die altijd onbeantwoord zullen blijven.

Het zien van het filmpje van Dille geeft deze zelfmoord een extra lading. En natuurlijk interpreteer ik wat ik zie zonder enige kennis van feiten. Wat ze vertelt is weerzinwekkend. Als de ontvoering en verkrachting werkelijk gebeurd zijn, dan is dat te afschuwelijk voor woorden. Als het niet gebeurd is is het net zo afschuwelijk, want wat brengt een mens zo ver om dit verhaal te vertellen. Het is de moedeloosheid die mij raakte in het filmpje. Mensen zo moedeloos te zien en zonder veerkracht is pijnlijk. Op is op.

Wat als?

Dat zijn de vragen die achterblijven. Wat als jij dit, wat als ik dat, wat als zij zus. En ‘wat als’ heeft geen zin. De dood heeft geen zin. De schreeuwende leegte die iemand achterlaat.
Ik geloof in de kracht van liefde. En er is zoveel van, ongebruikt, onaangetast, onopgemerkt zelfs. Wat als er iemand op zou staan die ons leert hoe we dat kunnen doen? Hoe we in plaats van haat, de liefde kunnen bundelen.
En dat als zaadjes planten in onze kinderen zodat zij straks niet beter weten.

Misschien hebben we echt een Mens nodig.

 

 

 

 

 

 

Leader of the gang

Ze zijn nu zo’n dag of vijf samen, Ami en de twee buurhondjes. Ze verschillen in alles maar vooral in temperament. Lola en Puk zijn van het vlugge en snelle, Ami is de bedachtzame en van het ‘eerst even rekken en strekken’.

Ami maakt zich nooit zo druk, nu ook niet. ‘Oh, wil je op mijn plekje op de bank, dat is goed hoor, ik zoek wel wat anders’. ‘Oh, vind je mijn mand fijner. Is niet erg hoor, ik ga wel in de gang liggen’. ‘Oh, wil je uit mijn bak eten, kom er maar bij hoor’.

Grenzen

Maar er zijn blijkbaar wel grenzen. Ami houdt niet van gedoe en aanstellerij. Puk daarentegen houdt er wel van. Ze piept en jankt nog voordat er iets gebeurt en zo hard dat je als onwetende hondenoppas het ergste vreest. Na een paar dagen weet je het. Als Lola als een bezetene naar de stofzuiger blaft is het genoeg. Ami komt de tuin uit rennen en plaatst zich letterlijk en figuurlijk boven het tweetal. Ze gromt een diepe, lage grom en zegt: ‘kappuh’, in goed Haags. Ze luisteren. Ami staat ineens hoger op haar poten. Als koning, keizer, admiraal sommeert ze het kleine spul naar buiten. Zelf gaat ze voor de deur liggen. Als een hoeder. En Puk en Lola wagen het niet langs haar te glippen. Pas als vrouwtje klaar is met stofzuigen staat ze op en maakt de weg vrij.

Beschermer

Ami’s gebrom is dieper en lager geworden. Als ze op het hondenveld in Monster loslopen en één van de hondjes wordt lastig gevallen rent ze er op af en bromt een vervaarlijk geluid. Ze beschermt haar adoptiezusjes als de beste.
Ook het spelen van de twee buurhondjes werkt aanstekelijk. Heel soms zie ik in Ami de pup omhoog komen. De ondeugende blik, de uitdagende houding. Ze bijt speels in één van de vier oortjes en wacht af. Ze kan wachten tot ze een ons weegt. Ami wordt geen speelkameraadje, dat is duidelijk. Thuisgekomen ploft ze naast Lola op de bank en sluit loddig haar ogen. Weer een dag voorbij en alles is goed gegaan. Ze bromt heel zachtjes van genot.

 

Het zomert nog niet bij Zomergasten

Zomergasten 2018 is weer gestart. Twee afleveringen tot nu toe. En ik verheug me er altijd op. Nieuwsgierig naar fragmenten die mensen laten zien, iets nieuws te leren, ontroerd te worden. Maar tot nu toe heb ik vrij onbewogen naar het scherm zitten staren. Wel tot het eind, want je weet maar nooit.

De eerste gast was Romana Vrede, theatermaker. Ik kende haar ‘vaag’ maar ze intrigeerde me wel. In Zomergasten was de interesse snel over. Ingewikkeld gedoe over hoe echt kan ik zijn, ogen die ter hemel worden geslagen, stiltes die vallen waardoor je een uitspraak verwacht die er toe doet. Maar het kwam maar niet. Romana Vrede’s rol kwam niet goed uit de verf.

Louis van Gaal

De tweede gast was Louis van Gaal. Het enige dat er mis was deze avond, was het format van Zomergasten. Interviewer en gast. Zoiets. Maar Louis vond de vragen maar lastig. Janine Abbring, de interviewer, vond het ook lastig. Er was helemaal niets tussen de twee. Mannetje Louis en mannetje Abbring. Twee apen op de rots. Zij die een mooi programma wil maken, hij die zijn programma wil maken, regisseren en controleren.

Wedstrijd

Louis speelde een wedstrijd. Luisteren, bek houden en opletten. Natuurlijk waren er momenten dat ik iemand zag die ik nog niet kende. Als hij over zijn overleden vrouw praat maar ook over de liefde die hij voor zijn huidige vrouw heeft. Hij komt er manmoedig voor uit. Misschien heb ik hem drie keer zien glimlachen. Een bij de zin: ‘Ik heb een zwak voor brunettes zoals jij’. Ik heb die zwakte niet gevoeld.

Interview

Wat maakt een interview eigenlijk goed? Twee oprechte mensen die niet bang zijn om te zeggen wat ze denken. Ze hoeven elkaar niet aardig te vinden, juist niet. Maar laat vooral het niet-aardig zijn, zien. Ik kan me voorstellen dat Abbring ‘s avonds met kussens heeft staan smijten. In de tang zat ze met een welbespraakte Louis. En dan ‘welbespraakt’ in de zin van nooit klaar zijn, nooit genoeg gezegd hebben.

Louis van Gaal had het interview voorbereid als een voetbalwedstrijd. Maar zonder spelers geen wedstrijd.

Op naar Zomergasten nummer 3. Laat het stormen en waaien.

‘D’r zit een (honden)kop op’

Het zullen deze week veel hondenblogjes worden vrees ik. De twee logeetjes in huis maken het een bijzondere belevenis die ons als Ami-baasjes regelmatig aan het denken zet. ‘D’r zit een kop op’, zeggen we vaak over Ami. Maar die twee kleintjes hebben er ook één.

Lola en Puk zijn twee kleine, stevige honden. Dat is grappig. Ze zijn klein maar stoer, solide, ze hebben een body en met die stoere lijven weten ze behoorlijk kracht te zetten. In je eentje drie honden uitlaten is geen optie omdat alle drie de honden hun richting willen bepalen. Vriendin en ik bonden behoorlijk deze dagen omdat elke wandeling gezamenlijk gebeurt. De riemen en onze armen haken voortdurend over en onder elkaar door.

Baas

Ami is de baas omdat ze groter is en de vrouw des huizes. Daar doet ze overigens niets mee. Als een wijze dame staart ze naar het hondenvolk en haalt regelmatig haar schouders op. ‘Wat een drukte en gedoe’. Lola en Puk zijn heel wat jaartjes ouder dan Ami maar ik vermoed zomaar dat niemand dat zou raden. Ami heeft een aura van een geleefd leven om haar heen hangen. Volgens ons is ze oud geboren en dat geeft niet want ik herken dat. Bij mij werd overigens voorspeld dat naarmate de jaren zullen vorderen, de jeugdigheid de intrede zal doen. Er is dus hoop voor ons beiden.

Roedel

Lola, de zwarte, zou heel graag baas willen zijn. Als een echte madam houdt ze de boel in de gaten. Ze weet precies waar Ami is en wacht zo nodig op Puk. Pas dan is alles goed. Regelmatig rollebolt ze met haar zusje door de modder om dan een verfrissende duik in een slootje te nemen. Heel soms lijkt Ami mee te willen spelen. Staat ze voor haar doen enthousiast te kwispelen en doet een poging om zich in het spel te voegen. Maar ze begrijpen haar niet. Ze spreekt geen LolaPukkentaal.

Nieuwsgierig

Lola en Puk zijn nieuwsgierig. In de auto kijken ze graag uit het raam. Ami ploft direct neer op haar kussen en sluit de ogen. Als de glazenwasser plotseling in de tuin staat, nou, dan staat de glazenwasser plotseling in de tuin. Ami wordt er niet warm of koud van. Lola en Puk blaffen en drentelen voor het raam heen en weer.

Boven

Ami weet niet dat we een ‘boven’ hebben. Ze ziet ons verdwijnen en weet dat we ooit weer zullen verschijnen. Nog nooit heeft ze een poot op een traptrede gezet. Als Vriendin en ik boven in de badkamer staan horen we getrippel. Lola is  op onderzoek uit. Ze neemt met twee treden tegelijk de volgende trap naar boven, loopt rond en ziet dat het goed is. Puk jankt beneden aan de trap want dat is voor haar een trede te veel. Ami ligt ondertussen op haar favoriete plekje: de grens tussen buiten en binnen.

Dat is trouwens ook mijn favoriete plekje.

 

 

Queen Shiba en het gepeupel

We hebben sinds gisteren twee logeetjes. Lola en Puk, de buurhondjes zijn een weekje bij ons. Ami wist van niks.

De honden vinden elkaar aardig. Als ze elkaar zien op straat wordt er druk gekwispeld, zelfs door Ami en dat mag een klein wonder heten. Niet dat Ami nooit blij is maar ze is een kei in negeren en d’r kop omdraaien.

Als de hondjes binnenstormen, nog totaal onwetend van het feit dat ze moeten blijven, rennen ze op de lege etensbak van Ami af. Dat is Ami teveel. Ze geeft een snauw en je weet, de kaarten zijn gedeeld.

Vijf vrouwen in ‘the house’

Hoe zal dit gaan? Vijf vrouwen in het huis? Elk een eigen mandje (tenminste: drie van hen). De mandjes staan zusterlijk naast elkaar en Lola en Puk maken graag gebruik van alle mandjes. Ami ligt op gepaste afstand en speelt de ongenaakbare. Zelfs als de hondjes op haar plek op de bank liggen, lijkt ze haar schouders op te halen. Eigenlijk is Ami niet anders dan anders. Ze wiebelt nog steeds arrogant met haar kont en lijkt een stuk groter met het kleine spul om haar heen. Als een koningin heerst ze over de landerijen. Ze aanschouwt en beschouwt.

Ontwaken

De eerste nacht was het toch even afwachten maar we hebben niets gehoord aan geblaf, gejank, getut. Als ik vanochtend de kamer binnenkom kijken Lola en Puk mij aan. Op mijn ‘goedemorgen schatjes’ kwispelen de staartjes heen en weer. Wat een begroeting. Ami doet niet eens haar ogen open als we de kamer binnen komen dus dit is een leuke verrassing. Zo kan het dus ook gaan met honden en baas.

Inmiddels hebben Lola en Puk elk plekje van de bank verkend. Heeft Puk een kontje nodig om er op te komen en weet dat ook duidelijk te maken. Heeft Lola geaccepteerd dat haar baasjes er even niet zijn en lijkt zich te schikken in de rol van logé.

Nu het hondenspul in de auto en Monster onveilig maken.