Gelijkheidsbeginsel. Wie heeft gelijk?

Ik snap het niet.
Wilders riep in 2016 met zijn ‘minder, minder’-uitspraak een golf van verontwaardiging op. Door allerlei procedures aan te spannen, in hoger beroep te gaan, stond hij deze week pas weer in de rechtszaal.

En gebruikte de uitspraak van Pechtold over de Russen (“Ik moet de eerste Rus nog tegenkomen die zijn fouten zelf rechtzet”) om een ander gelijk te halen: het gelijkheidsbeginsel. Voor mij twee totaal andere zaken die los staan van elkaar. In 2016 had Pechtold zijn Russending nog niet gezegd.

'Het wrakingsverzoek van Geert Wilders is toegewezen. De rechters van het Haagse gerechsthof die volgens Wilders de schijn van partijdigheid hebben gewekt, worden van de zaak afgehaald. Dat heeft de wrakingskamer vrijdag bepaald.'
Pechtold versus Wilders

Ik ben geen fan van een van deze heren. Bij de één om wat hij openlijk zegt en ik dat slecht verdragen kan, bij de ander omdat hij openlijk niet open is. Maar ik vind de twee uitspraken niet te vergelijken met elkaar. Ik snap dat de uitspraken los staan van het verloop van de rechtszaak maar er wordt nu wel degelijk uitgegaan van vergelijkbare opmerkingen, van discriminatie van hele bevolkingsgroepen.

Wilders deed zijn ‘minder’-uitspraak als politicus in eigen land, over eigen inwoners die zich daardoor bedreigd en gediscrimineerd voelden. Een man waar veel en vaak op gestemd wordt (werd) en daardoor potentieel gevaarlijk zou kunnen zijn voor bepaalde inwoners van Nederland. Een uitspraak waarvan je vermoedt dat het consequenties heeft.

Ik zou ook bang en boos worden als het over mij zou gaan. Pechtold deed zijn stomme uitspraak in een verhit moment over een bevolkingsgroep in het algemeen die nu niet direct gevolgen heeft voor die bevolkingsgroep. Een uitspraak om vooral zijn eigen hachje te redden en een uitspraak waarmee hij zichzelf vooral belachelijk maakt.

Vrouwen

Als Pechtold zou zeggen dat hij de eerste vrouw nog moet tegenkomen die wel met geld om kan gaan, dan haal ik daar mijn schouders over op. Als hij zou zeggen ‘willen we meer of minder vrouwen in Nederland’ om dan luidkeels ‘minder, minder’ te scanderen, dan is het andere koek.

Blijft ook nog het punt of Wilders mag zeggen ‘minder, minder’ of niet. Dat hij het denkt, daar hebben we gelukkig geen invloed op. Dus mag hij het ook zeggen wat mij betreft. Liever open en bloot dan een heimelijke agenda.
Dan is het daarna aan de mensen die iets anders vinden om hun stem te laten horen.

Every time we say goodbye

Loslaten. Misschien wel een van de moeilijkste dingen in het leven. Tenminste, als je het bewust doet. En er zijn heel veel vormen van loslaten. De één omarm je met een knipoog, de ander duw je van je af.

Deze week heb ik het besluit genomen om te stoppen met het koor. Met ‘mijn’ koor dat natuurlijk helemaal niet mijn koor is, maar wel zo voelt. Vijftien jaar hebben we lief en leed gedeeld. Ik schreef de liedteksten waarin ik ons lief en leed kwijt kon. En het koor zong hun eigen lied, zo voelde dat.

Honderd keer heb ik gedacht aan stoppen om altijd weer door te gaan. Redenen om te stoppen waren net zo talrijk als de redenen om door te gaan. Maar één reden was de belangrijkste: het koor is een wezenlijk onderdeel van mijn leven geworden. Wezenlijk. Een mooi woord met een nog mooiere betekenis.

Waarachtig

Zo omschrijf ik ‘wezenlijk’ het liefst. Waarachtig. Dat iets zo bij je is gaan horen, dat je het bijna niet meer kan scheiden van elkaar. En toch ga ik het doen. En ik weet niet heel goed waarom, alleen dat het tijd is voor, wie zal  het zeggen.

Loyaal

Ik ben loyaal en trouw en hoe mooi dat ook klinkt, het is ook makkelijk. Liever blijf ik ergens inhangen en vind ik manieren om er mee om te gaan, dan dat ik knopen doorhak. Loyaal en bang is een betere omschrijving vrees ik. Twee jaar geleden nam ik afscheid van mijn werk, toch wel een dingetje. Vrijwillig nam ik afscheid van iets dat eigenlijk heel makkelijk ging: geld verdienen. Nog geen dag spijt heb ik al maak ik me wel eens zorgen om de toekomst maar het weegt niet op tegen het gevoel van vrijheid en kunnen kiezen. Met veel dank natuurlijk aan Vriendin die samen met mij deze stap zette.

Vriendschappen

Soms lijkt alles op hetzelfde moment te gebeuren. Zijn er ineens heel veel momenten van dag zeggen. Lijken vriendschappen minder natuurlijk te verlopen, zijn overtuigingen ineens iets minder overtuigend, zijn er standpunten die wijzigen, belangen anders. Ik kijk er vanaf een afstandje naar. Een beetje triest, een beetje blij, een beetje vol verwachting.

Ik ben nog niet weg bij het koor. We treden nog op: 3 juni in De Zoete Aarde in Zoetermeer en dan voor mij het laatste grote optreden in november.

Er is maar één lied dat ik altijd zachtjes mee neurie op dit soort momenten. En ik vond weer een nieuwe kippenveluitvoering.

Messing with my mind

Soms denk ik: dit kan gewoon niet. Kleine dingen, grote dingen. Of het lijkt klein maar uiteindelijk is het dan heel groot. Eng groot.

Ik vrees dat ik het toch nog even over het songfestival moet hebben. En wel het liedje van Engeland. Op het podium stond SuRie met het nummer Storm. Nooit eerder van gehoord. Een liedje waar ik niet warm of koud van werd. Maar toen.

Toen

Toen werd ik vanmorgen wakker met dat nummer in mijn hoofd. Het refrein. Achter elkaar gaat het door. En ik ken het liedje niet. Slechts 1 keer gehoord. Dus… wat hebben ‘ze’ gedaan in dat lied of met dat lied?

Mijn hoofd barst bijna uiteen van alle complottheorieën die je maar bedenken kunt en ik vrees dat ik er heel veel niet bedenken kan. Blijkt het straks helemaal niet meer om creativiteit te gaan maar om bedachte constructies waarop hersenen anticiperen. Worden we beïnvloed terwijl we dat niet willen en het lied in dit geval, het ook niet verdient. Vinden we iets leuk of mooi door manipulatie van hogerop. Zijn we niets meer dan een legertje volgers met de illusie van vrij denken.

Of…

Of, en dat vind ik een fijner idee, bestaan alle liedjes eigenlijk al. Ik heb eerder geschreven dat als ik een lied maak, ik het op het juiste moment uit de lucht moet plukken. Kwestie van timing en gevoel. Raak ik de melodie of tekst op de een of andere manier kwijt, dan weet ik zeker dat het ooit weer langs komt. Wanneer weet ik niet, kan een dag duren, een maand of jaren.
En misschien kunnen meerdere mensen tegelijk wel hetzelfde lied uit de lucht plukken. Dat je even op dezelfde golflengte zit. En moet ik blij zijn dat SuRie eerder was?

De verliezer is…

De verliezer van het Eurovisie songfestival is Waylon. Niet omdat hij achttiende is geworden. Maar om de manier waarop hij lijkt om te moeten gaan met kritiek.

Het is maar het songfestival natuurlijk. Door sommigen vervloekt, door anderen bejubeld als het festijn van het jaar. Vriendin en ik vinden het gewoon leuk om naar te kijken. Om toch de opwinding te voelen als ‘wij’ moeten. Om tegen wil en dank soms, de Nederlandse inzending hoog in te schatten. Niets chauvinistisch is ons vreemd hoewel ik ook wel weet dat het echt helemaal nergens op slaat.

Waylon

Ik vond Waylon altijd wel oké. Goede stem, knappe vent. Hij zou het goed doen daar in Portugal. Koos hij zelf het lied uit en later de act: allemaal goed. Dat is zijn recht. Normaal gesproken als Nederland aan de beurt is heb ik een soort van spanning, opwinding, gaat de televisie harder maar nu? Niets. Eigenlijk deed het me niets om Waylon daar te zien en te horen. Alsof het een deelnemer was van IJsland of Montenegro: het was me om het even.

Mens

Misschien ben ik de enige die dit zo voelde maar voor mij is hij als mens vooral door het ijs gezakt. Door te mekkeren en gekwetst te zijn, door arrogant de pers te woord te staan, door nergens zelf kwetsbaar te zijn. Uitspraken als ‘We verliezen van een vrouw met een baard en van een kip’, vind ik hem onwaardig. De ‘kip’ heeft heel knap gezongen. Haar lied was moeilijk, leuk en bleef hangen.

Waylon gedroeg zich als een kip zonder kop. Het haantje dat op zijn pikkie wordt getrapt. Dat is volgens mij toch niet waarom je meedoet aan een wedstrijd. Dat je als artiest en als mens de verliezer bent.

MOEDERDAG – DAG MOEDER

Op deze Moederdag ging ik op zoek naar een foto van mijn moeder. Om even dag te zeggen. Toen van de week een collega vroeg of mijn moeder nog leefde, antwoordde ik ‘nee’. Deze ‘nee’ is een antwoord dat tekort doet aan de vraag en aan mijn gedachten en gevoelens. Maar het antwoord blijft voor altijd ‘nee’.

Wat vond zij Moederdag belangrijk. En hoewel er jaren waren dat ik met tegenzin op die dag naar het ouderlijke huis ging, ik ging wel. En later, toen het niet meer kon, wenste ik dat ik nog een keer het huis binnen kon wandelen. Dat zij de koffie inschenkt en tegenover mij gaat zitten om te praten.

Praten

En als ik me nu bedenk waarover ik dan zou willen praten weet ik ineens dat dat het niet is. Ik wil niet praten. Ik wil bij haar huilen. Als een kind bij haar moeder die getroost wil worden om niets. Want er is niets, alleen af en toe dat te groot verdriet dat nooit meer een weg vindt naar buiten.

Kistje

Mijn zus maakte een kistje. Een herinneringskistje aan onze ouders. Jaarlijks gaat het kistje van de ene zus naar de andere zussen of broer. Een kistje met foto’s, rijbewijs, trouwkaarten, allerlei documenten, het haarlokje van de tweelingbroer van mijn moeder die als jonge peuter overleed. Het verhaal van het haarlokje dat mijn moeder altijd met groot verdriet deelde.

Soms als ik aan de beurt ben voor het kistje wil ik weigeren. Wat moet ik er mee? Ik stop het kistje in de kast en dat is het. Maar ik betrap me er op dat ik die twee keer dat ik het kistje had, toch minstens één keer het deksel open en dat het dan fijn is dat het er is.

De moederdagen zonder mijn moeder zijn betekenisvoller geworden. En het is ook goed dat ik fysiek niet meer langs kan gaan want ik ga toch wel langs. In mijn hoofd en hart. Zonder cadeautje, waar ze toch nooit echt blij van werd.
Ze wilde ons. Het was haar dag. En met terugwerkende kracht begrijp ik dat heel goed.
Het was alles wat ze had. Misschien kan ik haar nu troosten?

Bucketlist

Je hebt veel programma’s over de dood op televisie. Of er gaan gewoon mensen dood die niet dood hadden mogen gaan. Dan wordt er gesproken over een bucketlist. Om de reis van je leven te maken of andere fantastisch, adembenemende dingen te doen. Ik heb geen bucketlist.

In het programma De reis van je leven, maken mensen die ongeneeslijk ziek zijn, prachtige reizen met vrienden. Het is mooi om naar te kijken, hartverwarmend triest ook. Het meisje dat veel te jong is en dood zal gaan, kan veel dingen van haar lijstje strepen.
Renate Dorrestein, die deze week overleed, had geen bucketlist. ‘Ik heb altijd gedaan wat ik wilde’.

Onbereikbare doelen

Vriendin en ik spraken er over. Wat zou jij nog willen doen? En beiden wisten we het niet. Ik heb geen bucketlist van bereikbare doelen en ik ben van mening dat als er iets op je bucketlist staat, het in principe haalbaar moet zijn.

Mijn bucketlist bestaat wel maar er staan dingen op die niet zomaar te regelen zijn of te koop zijn.
Neem zoiets als echt heel mooi zijn en nog leuk ook. Gisteren bij Pauw zaten twee stralende meiden lesbisch te zijn. Ze hebben een eigen Youtube-kanaal ‘Ik vrouw van jou’. De hele tafel was onder de indruk. De meiden vonden het heel raar dat tegen hen gezegd wordt: ‘Jullie lesbisch? Dat had ik nou nooit verwacht’. De tafel knikt, want ja, zo zit de wereld in elkaar. Het trieste is dat het als een groot compliment bedoeld is. Als je niet verwacht dat iemand lesbisch is dan zeg je eigenlijk dat iemand te leuk, te mooi, te normaal is.

Het grootste compliment dat ik ooit kreeg was: ‘van jou weet ik het niet, het zou allebei kunnen’. Heel stiekem vind ik dat echt een compliment. Trouwens, ik heb geen kort haar omdat ik lesbisch ben. Ik heb kort haar omdat ik klote haar heb.
Dat zou zomaar nummer twee op mijn lijstje kunnen zijn: een weelderige haardos waar je van alles mee kan.
Nummer drie zou dan moeten zijn dat ik ook zo handig ben dat ik er van alles mee kan of 4) je helemaal niet handig hoeft te zijn omdat je haar altijd goed zit en goed staat.

Scoren

Mijn bucketlist staat vol met wat ik eigenlijk ‘scoren’ zou willen noemen. Scoren in de liefde (heb ik), scoren in rijkdom (heb ik), scoren in vriendschap (doe ik).
Maar ik heb nog wel wat wensen…
Zo zou ik graag geretweet worden omdat ik het meest grappige heb gezegd en dus gedacht, dat ooit verzonnen is.
En dan niet omdat ik dood ga.
Of dat mijn blog plotseling nog meer gelezen en gewaardeerd wordt.
Dat mijn moeder er weer is.
Dat ik een lied schrijf dat door iedereen gezongen wordt.
Dat ik had geweten of ik een goede moeder was geweest.
Dat de gedichten uit mijn pen stromen.

Maar het hoogst op mijn bucketlist staat dat ik het vermogen zou willen hebben om overal en altijd mezelf te zijn. Zonder bezwaren, zonder schuld. Tevreden en blij. Mijn top reis zou niet naar ergens buiten zijn maar naar ergens binnen.
En ik geloof dat ik dat nog enger vindt dan vliegen.

 

Honden en hitte: niet lopen maar zitten

Ami is een winterhond. Ook niet gek natuurlijk met die dikke vacht. Zij reageert op sneeuw zoals ik op de zon.

Het was warm de afgelopen dagen. En hoe slecht ze ook lijkt te gedijen in de hitte, ze zoekt het continu op. Gaat liggen daar waar de zon het felst is. Met de tong uit de bek, haar hartje dat zo wat de romp uitbarst, ze houdt vol. Een shiba zou slim zijn, ik kan het hier nog niet ontdekken.

Schaduw

Hoewel we toch er van uitgaan dat honden zelf wel de schaduw opzoeken, help ik haar toch een handje. Lok haar naar de schaduw of doe de gordijnen dicht als ze eenmaal binnen is. Een strookje zon kom nog binnen. Daar gaat ze liggen.

Uitgaan

Een blokje om is volgens Ami totaal niet aan de orde deze dagen. We roepen en ze gedraagt zich volledig Oost-Indisch doof of in haar geval Oost-Japans doof. Ze kijkt niet om of op. De kop de kant op waar wij niet zijn. Ons totaal negerend als waren wij lucht. Als wij uiteindelijk naar haar toe komen en de riem om haar nek doen, laat ze zich meeslepen als een lammetje naar de slachtbank. Ami is van nature lui maar dit soort lui had ik nog niet meegemaakt. Om de twee stappen staat ze stil. Wil niet links, niet rechts, niet naar voren of naar achteren. Gewoon niks wil ze. Om ons de zin te geven springt ze op een eigenaardige manier op een laag grasje om daar wat druppels plas te laten vallen en kijkt ons dan aan met een blik van: ‘ik ben klaar, gaan we weer terug’.

We gaan terug. Ze huppelt nog net niet voor ons uit. Binnen beweegt ze zich heupwiegend en uitdagend naar de tuin en ploft neer waar de zon ook is neergeploft. Ik plof naast haar neer.
Gek beest.

 

De eerste steen

We hadden de eerste officiële steenlegging van ons nieuwe appartement. Met een feestelijke bijeenkomst. Een Rijswijkse wethouder, wat bobo’s en de mogelijkheid om de nieuwe buren te ontmoeten. De zon scheen, de lucht was blauw en steigers blijven steigers.

We wandelen naar ‘ons’ gebouw en ontwaren iets wat ons terras zou kunnen worden. Zien dingen die andere mensen al lang op tekeningen hadden gezien en ik maak me zorgen. Het lijkt veel kleiner dan ik van te voren had gedacht. Bij wat onze balkondeur zal moeten worden zie ik een splinter zonneschijn. ‘Als we aan de deurpost hangen, pikken we nog wat zon mee’, zeg ik optimistisch tegen Vriendin.

Wethouder

De wethouder houdt een praatje en onthult een oude steen die in de nieuwe muur is gemetseld. Een oudere heer naast me bromt ‘eindelijk een ambtenaar die iets doet voor zijn geld’. Ik kijk de man aan. Zou zomaar de voorzitter van de VVE kunnen worden. Dat type. ‘Eén voordeel’, gaat de man verder, ‘zolang hij hier is, kan ‘ie geen foute beslissingen nemen’.
Ik hoop alleen maar dat deze mijnheer een andere sticker krijgt opgeplakt later. Aan de stickers zullen we elkaar herkennen is ons immers beloofd.

Oppepper

In de Rijswijkse Schouwburg vertelt de wethouder verder. Dat deze schitterende appartementen zijn bedoeld als oppepper voor de wijk. Hij kijkt rond en zegt blij te zijn met ‘de grote verscheidenheid aan bewoners’. Ik zie het niet. Vijfennegentig procent van de bewoners is blank en vijftig plus. Er is slechts één homostel te ontwaren: yes.

Buren

We ontmoeten onze buren. De blauwe stickertjes drijven ons in de armen van bouwnummers die grenzen aan de onze. Leuke buren, leuke gesprekken, nu al, we zijn blij. Een vrouw kijkt zorgelijk. Het huis wordt eerder opgeleverd dan ze gehoopt had. Ze is nog niet toe aan afscheid nemen van de oude woning. Wij delen onze zorgen en krijgen bijna medelijden met elkaar. Zielige mensen zijn we, die gedwongen werden hun heerlijke huis met tuin op het zuiden te verkopen, die van de hele dag zon naar een halve dag zon gaan, van drie etages naar slechts één.

Als ik hardop zeg dat we ons moeten schamen lachen we. We proosten op de toekomst, een nieuwe plek om te wonen en ik kan eerlijk zeggen, na een stuk of achttien keer verhuisd te zijn, dat het altijd goed zal komen. Het huis moet alleen nog gaan lijken op het plaatje van de verkoopbrochure.
En de rest is aan ons. Wij zijn het huis.

 

 

De trol ben je zelf

Er zijn veel omschrijvingen voor een ‘trol’. Voor ‘flames’. ‘De internettrol kent vele gedaanten, maar is er altijd op uit om verwarring te zaaien en niet in positieve zin. Volgens het Scandinavische volksgeloof zijn trollen afzichtelijke en boosaardige wezens. Ik denk dat beide omschrijvingen het wel zo ongeveer zeggen. Maar vraag me ook af of we onze eigen trol herkennen.

Vanmorgen lees ik een stuk in de Volkskrant over de ophef over de negatieve tweets over prinses Amalia. Dat er van de vele, vele positieve tweets een stuk of 30 waren die gingen over haar uiterlijk in negatieve zin. Dat die 30 tweets zowat drie dagen het nieuws waren op radio en in columns. Hoe we met z’n allen verontwaardigd en boos zijn op wat eigenlijk niet de moeite van het noemen waard is.

Dotan

Nog zo eentje. De wereld valt over Dotan. De man kan nergens meer verschijnen. En ook ik vind het dom en stom dat hij dit gedaan heeft. Maar de schande die er wordt gesproken, hoe er niets meer overblijft van iemand die zich maar het beste ergens (voor altijd) kan verstoppen. Het gaat mij allemaal te ver. Zijn gedrag zegt eigenlijk alleen maar hoe hij als mens blijkbaar ernstig in de war is (geweest) en zijn eigen talenten heeft onderschat.

Normaal

We kennen Bennie Jolink van Normaal. Zanger en frontman en even bekend om zijn drankgebruik en -misbruik dan om zijn oerendharde rock. In een interview geeft hij toe dat van te voren dikwijls de flesjes bier die zij dronken op het podium gevuld werden met energiedrankjes. ‘We verdienden er goed aan als de omzet van drank tijdens onze optredens flink opliep’. Trollengedrag waar iedereen maar al te graag in geloofde. Maar net zo nep als de fake-accounts van Dotan.

Mijn punt is dat we ons vaak zo laten meevoeren door kortzichtige emoties en verwijten. En ongetwijfeld doe ik dat ook soms. Het is ook veel eenvoudiger en makkelijker om zo maar iets aan te nemen, dan de moeite te nemen ergens stil bij te staan en zelf te onderzoeken. Maar onderhand maken we zelf meer kapot dan ons lief zou moeten zijn.

 

Volhouden tot je niet meer bang bent

Hans Pool / Human

Wat een prachtige serie is ‘In de Leeuwenhoek’. Hugo Borst en Adelheid Roosen verblijven een maand tussen de dementerende bewoners van het huis. Vooral Adelheid Roosen ontroert mij.

Ik houd sowieso van Adelheid Roosen. ‘Een tikkie vreemd maar wel lekker’. Dat denk ik altijd als ik haar zie. Ik heb die voorkeur voor mensen die een beetje anders zijn.

Wat mij ontroert is hoe zij zich met haar hele hebben en houwen in de wereld van dementie gooit. Hoe ze onderzoekt, bevraagt, verwondert en durft. Hoe ze haar armen spreidt voor de ouderen die de weg kwijt zijn.

Dansen

Zo danst ze prachtig samen met een oudere dame, die zich met een trage glimlach op de lippen laat meevoeren. Maar met hetzelfde gemak ligt ze in een hilarische deuk als ze drie gebitsprotheses vindt op een hoge plank in een kast. En dan maar passen, welke is van wie? Of haar gierend lachen als een bewoonster keer op keer de achterkant van de vork in haar mond steekt als ze wil eten. Adelheid lacht en het mag. Dat is vooral wat ik als boodschap zie. Maar er is een grotere boodschap.

Angst

Het gaat over angst. Niet de angst van de bewoners, hoewel ik me slechts een beetje kan voorstellen wat je doormaakt als je het niet meer weet. Maar het gaat om de angst van de mensen er om heen. Die niet weten wat ze er mee aan moeten, bang zijn, onhandig, onwetend en daarom niet meer komen. Ik herken die angst. Ik heb vaker meegemaakt dat ik tussen dementerende ouderen was en een lichte paniek voelde. Wat moest ik zeggen, doen, denken. Wat zeggen ze tegen mij.

Maskers

Het verblijven tussen mensen die dementeren is het verblijven tussen mensen zonder maskers en daardoor voel ik mijn eigen maskers des te meer. Want daar heb je geen maskers nodig maar ik weet niet waar ik ze moet laten.  Ben ik bang om gekwetst te worden. Maskers uit zelfbehoud. Ik wist het maar door dit programma weet ik het nog beter.

Wat overblijft bij dementerenden is het pure. Los van werk, huis, gezin. En om daar goed mee om te kunnen gaan moet je iets met je eigen puurheid. Een paar keer mocht ik ervaren wat er overblijft als je alles laat varen.
Dan word je stil, klein en vanzelf lief en zacht.