Altijd aan, altijd open

Ik realiseerde me vannacht, onrustig woelend in mijn bed, dat er een groot verschil is tussen het normale werkende leven in verhouding tot het zzp’er-schap. Als zzp’er ben ik altijd aan en open.

Neem nu mijn blog. In het ‘leven met een baas’ schreef ik bijna dagelijks mijn blog voordat ik het naar het werk ging. Meestal al voor zeven uur in de ochtend. Fris en fruitig tikken, nog niet gehinderd door de lasten en lusten van de dag die komen zou.
Als ik nu ga zitten achter mijn computer denk ik eigenlijk gelijk aan ‘werk’. Zijn er wel onderwerpen die ‘s nachts mijn revue passeerden maar ben ik ze kwijt en gun ik mezelf de tijd niet om ze weer op te roepen.

Gehackt

Deze week was er tot mijn grote schrik een site gehackt. Zomaar, van de een op de andere dag. In het ‘leven met een baas’ belde ik dan de technische dienst en riep ‘hellup’. Dat kon ook rustig want ik was daar niet van. Dat stond in mijn functieomschrijving.
Tegenwoordig ben ik overal van ook als ik er helemaal niet van wil zijn. Mijn gewoel ‘s nachts betreft vooral zaken waar ik niet van ben maar waar ik ook geen hulpdienst voor kan inschakelen. Het moet opgelost worden en wel door mij.

Silence is golden

Het zou fijn zijn om even te kunnen zeggen ‘nu even niet’. Maar mijn leven lijkt gehackt en ik vind nergens de foute code, ‘the silence is golden-php zin’ waar ik een uur of twee op gegoogled heb.

Schrijven maakt mij gelukkig. Gelezen worden maakt mij gelukkig. Dus het is tijd om voor mezelf openingstijden in te schakelen. Zodat ik als vanouds weer voor het werk kan bloggen. Misschien moet ik de fiets pakken en een rondje om het huis doen zodat ik voel dat ik op het werk ben aangekomen en dan in de stille lift heel hard ‘goedemorgen’ roepen.

Het zilveren doosje

Soms zijn er voorwerpen in je bezit die je niet of nauwelijks nog bekijkt maar die je ook nooit zult wegdoen. In dit geval is het dit zilveren doosje. Ongeveer vier bij drie centimeter groot. In het doosje zit een verhaal en dat verhaal is eigenlijk te groot voor het doosje.

Het doosje is ook niet van mij dus is het al helemaal niet aan mij of het wel of niet weg te doen. Het doosje komt uit onze ‘ouderdoos’. Een doos met herinneringen aan onze overleden ouders. Regelmatig gaat de doos van de ene zus naar de andere en van die zus weer naar de broer. Ik zou liegen als ik zeg dat ik de doos regelmatig bekijk. De doos staat in de kast en dat is het wel zo’n beetje.

Spullen en hechten

Met vriendinnen spraken we over het bewaren van spullen of juist het ruimen van al overbodige rommel in huis. Wat mag weg, wat mag nooit weg? Zo kwam ik op het piepkleine, zilveren doosje van mijn moeder. Uit eerbied voor mijn moeder en respect voor het trieste verhaal mag dit doosje eigenlijk nooit de familie verlaten. Het verhaal mag best aangedikt worden, een sprookje zijn met een trieste afloop. Als de kern maar blijft bestaan.

Tweeling

In het doosje zit een haarlok van de tweelingbroer van mijn moeder. Het jongetje overleed volgens mij rond hun eerste verjaardag. Nu pas vraag ik me af waarom ik nooit gevraagd heb waaraan hij is overleden.

Als ik het doosje open, gaat dat altijd met lichte tegenzin. Je verwacht iets akeligs te zien, immers een haarlok van een overleden kind. Maar niets is minder waar. Het is nog steeds een klein blond plukje haar, dat tedere gevoelens oproept aan baby’ s en schoonheid. Het haar is niet ouder geworden. Mijn moeder vertelde ooit dat zij het doosje van haar vader kreeg met de opdracht hier zuinig op te zijn. Het verdriet over de overleden zoon was groot. Zo groot dat hij haar toefluisterde ‘jij had beter kunnen overlijden’.

Dat verhaal heeft zo’n impact gehad op mij. Dat een vader zo’n boodschap meegeeft aan zijn kind en dat zo’n kind op haar beurt weer een leven lang bezig is om de moeite waard te zijn. En het jongetje waar de haarpluk van is, weet nergens van. Was misschien wel het liefste broertje ooit geweest voor haar.
Ik geloof dat hij dat was want tweeling-zijn is een recht. Een voorrecht.

Om wat verloren is

In een soort van marathon bijna alle afleveringen bekeken van Break Free. De documentaire die gemaakt is over vijf jongeren die in de MH17 vlogen op die fatale dag.

Elke aflevering laat het leven zien van een jongere, op het punt een verre reis te maken. Voor ontspanning, ontsnapping, ontlading. Je ziet ze nog één keer vrolijk zwaaiend. Na die laatste foto worden ze nooit meer gezien. Nergens meer. Weg.
Vrienden en familieleden maken samen de reis, die zo abrupt werd afgebroken, af.

Elk leven is de moeite waard maar op de een of andere manier zien we vijf jongeren die lijken te leven alsof ze wisten er alles uit te moeten halen. Wat een verhalen? Wat een levenslustige mensen.

Intens

De beelden komen binnen, intens en ontzettend verdrietig. De ouders, de broers en zussen, de vrienden, de achterblijvers. De verslagenheid is er nog steeds. Als buitenstaander kan je je alleen maar een voorstelling maken van het leed dat op die dag in vele gezinnen naar binnen is geslagen. Van daarvoor naar daarna. De ouders van een docent die omkwam geven aan twee vrienden de rugzak van hun zoon mee. De rugzak is het enige dat teruggevonden is van zijn leven. Voor de twee vrienden voelt de rugzak als ballast. Te zwaar van het verdriet van de ouders dat zij met zich meezeulen. Ze nemen twee grote keien mee terug in de rugzak. En later, in Nederland, gaan ze met de ouders naar het strand om de rugzak te legen, te ontdoen van de zwaarte. Vader gooit met een ferme zwaai een kei terug de zee in. Een ontroerend beeld. De vader zegt dat hij zich nu pas realiseert dat zijn zoon een geweldig leven heeft gehad. Hoe waardevol is het om dat te kunnen zeggen?

‘Voor een Shiba is ze heel lief’

Ami loopt al drie weken een beetje mank. Uitgesloofd met een wandeling die we maakten. Haar achterpootje trekt ze op en op drie pootjes hinkt ze van de bank naar de keuken. Toch maar naar de dierenarts deze week.

Als we binnenkomen mag ze eerst op de weegschaal. Ami is te zwaar. Elk jaar een kilo is voor mens maar vooral hond(je) te veel van het goede.

We kijken zwijgend naar de uitslag en kijken dan elkaar fronsend aan. Maar de vrouw bij de receptie roept juichend dat ze gelukkig niet is aangekomen. Ook niet afgevallen dus. Ondanks de boontjes en de langere wandelingen.

Wandelingen

Het valt ook niet mee om met Ami lange wandelingen te maken. Het liefst zou ze een uurtje of twee snuffelen en niets anders dan snuffelen om uiteindelijk te kunnen snaaien. Dat is haar reden tot bestaan. We sleuren een onwillig hondje met ons mee wat andere mensen erg grappig vinden. ‘Ze heeft er echt zin in, heh?’
De bal die ik wegtrap kan ik zelf halen. De stok die ik weggooi, idem. Als Ami niet meer verder wil, wil ze niet meer verder. Mevrouw gaat zitten. En al lopen wij bij haar weg, de hoek om, gespannen kijkend tussen de takken van de boom of ze ons achterna komt rennen…. neen. Mevrouw zit nog steeds te zitten. Reuze interessant wat er om haar heen gebeurt. Als we uiteindelijk teruglopen, we moeten toch een keer naar huis, staat ze pas op als we bij haar zijn. ‘Terug’, zegt ze tevreden.

Dierenarts

De dierenarts en de assistente benadrukken een paar keer dat ze voor een Shiba heel handelbaar is. Terwijl Vriendin haar koppie vasthoudt, knijpt de man in pezen en gewrichtjes. Kermend en mopperend laat Ami weten dat ze niet in haar sas is. De dierenarts kan gelukkig niets vinden. We krijgen tabletjes mee om het een weekje aan te kijken. ‘Ik zou haar niet laten rennen’, zegt de dierenarts.

Oei, dat wordt moeilijk.


Vergane glorie

In het programma Five Days Inside bezoekt Beau van Erven Dorens het Rosa Spier Huis in Laren. Dit is een bejaardenhuis waar kunstenaars en wetenschappers hun laatste jaren doorbrengen.

Een prachtig huis. De kunst straalt je tegemoet. In de hal hangen schilderijen en grote zwart-wit foto’s. Kunst van de bewoners. En hoe mooi het ook is dat in dit huis min of meer dezelfde zielen kunnen verblijven, het is ook triest om te zien dat de ziel aan het verdwijnen is.

Een van de bewoners is Caroline Kaart. Ze is operazangeres, actrice, presentatrice en zanglerares. Ik herinner me haar met het grappige Schotse accent. De vitaliteit die zij uitstraalde. De grote stem, het grote lichaam. De stem is klein en iel als ze probeert mee te zingen met de live muzikanten. Je ziet hoe pijnlijk het voor haar is. Ze is onthutst als een buurman haar niet eens kent.

Herinneringen aan de muur

De kamers van de bewoners vertellen hun levensverhaal. Muren vol met posters en aandenkens, kasten vol met plakboeken. Stapels kunst als houvast in het heden. Hoe moeilijk moet die stap zijn als je groots geleefd hebt? Er is een dame van zeventig met een guitig koppie. Zij heeft zich de nacht toegeëigend omdat ze, zoals ze zelf zegt, er nog niet echt thuis hoort. Daarom doet ze haar eigen ding als de andere mensen slapen. In haar atelier staan prachtige bewijzen van haar talent.

Het is zoals de natuur

Vergankelijkheid is een pijnlijk thema maar hoeft het niet te zijn. Een van de bewoonsters zit op haar bankje buiten en geniet van de vergankelijkheid van de natuur. Op de vraag of zij niet verdrietig wordt van het wachten op het einde zegt ze wijze dingen. Ze kijkt graag naar hoe het in de natuur gaat. De bloei, de groei, de aftakeling en het vergaan en dan opnieuw de bloei. Zo is het met haar leven ook en het is goed zo, zegt ze.

Waarom vind ik het zo pijnlijk om grote mensen klein te zien worden, kwetsbaar? Het doet me denken aan de keurige, gedistingeerde man in het verzorgingshuis waar mijn schoonmoeder verbleef. De man in zijn prachtige op maat gemaakte kostuum. Een man waaraan je zag dat hij iemand was geweest maar die eindigde met zijn vinger prikkend in een bakje pudding.

Het geeft mij een triest gevoel. Tegelijk gun ik heel veel mensen zo’n prachtig huis waar creativiteit en eigenheid de belangrijkste waarden zijn. Tot het eind.

Adem van de geest

Vrijdag trad Vrouw & Co op in de bibliotheek in Leidschenveen ter afsluiting van de boekenweek met het thema De moeder De vrouw. Veel publiek, er werd gelachen, er werd (soms) gehuild.

De meeste liedjes zijn door mij geschreven en ik heb al eerder gezegd dat het natuurlijk een cadeau is dat er dit mooie koor mijn liedjes zingt. Deze avond las ik zelf mijn geschreven ‘vers’ voor over een toegangspasje. Er werd gelachen en na afloop complimenteert men mij met de tekst. Ook de koorleden knikken enthousiast over het nummer en ik sta er wat afwezig bij. Want ik weet dat het van mij is (toch?), dat ik het geschreven heb toen ik in de flow zat maar het voelt niet van mij. Wat is dat toch?

Ik heb het er met M. over. Dat als ik de tekst lees ik nergens het idee heb dat het mijn eigen tekst is, het voelt alsof het van een ander is en ik beleef daar plezier aan. Hetzelfde geldt voor de liedjes. Ik kan ontroerd raken door sommige nummers en me verbazen dat deze woorden ooit uit mijn pen zijn gekomen.

‘Valse bescheidenheid’

Het heeft niets te maken met bescheidenheid, al dan niet ‘vals’. Ik heb een vage herinnering aan de ‘flow’ maar niet aan de woorden. Ik zou het ook geen tweede keer op dezelfde manier kunnen doen. Dan wordt het gewoon een ander lied met een andere laag. Zo was ik deze week plotseling en ongewild een ‘blog’ kwijt door technisch haperen van dat computerding. Opnieuw schrijven is geen optie want ik heb het dan niet meer. De flow is weggevloeid. Maar heel soms bezoekt de flow mij voor de tweede keer. Met dezelfde woorden, hetzelfde gevoel, alsof de tekst of het lied er al is, er altijd al geweest is. Ik mocht het gewoon uit de lucht plukken.

En natuurlijk ben ik blij met alle complimenten en lieve woorden maar het voelt soms onterecht. Omdat het geen moeite heeft gekost. Ik er niet voor gewerkt heb, niet gezwoegd. Ik heb ontvangen.

Adem van de geest

Die heb ik niet zelf bedacht. ‘Adem van de geest’, uit Inspiratie. Maar dat is het wel, het is adem van de geest. Als ik al een talent bezit dan is het niet speciaal ‘schrijftalent’ maar talent om te ontvangen en het dan heel snel op te schrijven voordat het weer vervlogen is. En wie ook de gever is, ik ben er dankbaar voor. Omdat het mijn leven zin geeft.

Kwestie van gelukkige pech

Een Iphone, een Ipad, hoe lang heb ik die dingen al? Mijn hele leven ongeveer. Verzekering afsluiten tegen schade: nee, nog nooit schade gehad ook. Maar in 1 week tijd brak ik van beide apparaten de beeldschermen.

Vlak voor de verhuizing werden we gebeld door onze inboedelverzekeraar. Of we niet even wilden praten, kijken of we nog goed verzekerd waren. ‘Neen’, zeiden wij, geen interesse met in ons achterhoofd de gedachte ‘dat gaat alleen maar geld kosten’. Maar zo makkelijk kwamen we niet van ‘hem’ af. Als wij niet wilden praten dan wilden zij wel praten, verplicht bij een verhuizing, zoiets…

De afspraak kon ook telefonisch en ook nu gelijk eventueel. Met tegenzin geven we toe. Waar we nu wonen? Rijswijk. ‘Oh’, zegt de man, dan komt u in een ander risicoprofiel’. Het is even stil maar dan vertelt hij dat onze nieuwe woonplaats een gunstig risicoprofiel heeft. Het scheelt ons tientjes. ‘Doe maar’, zeggen we zachtjes.

Beetje er bij, beetje er af

‘Ik heb een interessant aanbod’, zegt de man. ‘U bent nu goedkoper uit, waarom niet een betere verzekering nemen, eentje waardoor u ook verzekerd bent als u zelf iets laat vallen in huis, of iets kapot stoot, dan bent u nog steeds voordeliger uit?’
Wij zijn niet van die handige dames en ons vertrouwen dat dat nog gaat veranderen is niet groot. Dus we tekenen mondeling bij het kruisje. Afgehandeld.

Alsof de duvel….

Tijdens de verhuizing doe ik mijn kostbare dingen in een tasje. Die neem ik zelf wel mee, ha. Mijn telefoon, mijn ipad, mijn e-reader. Binnen glijdt het plastic tasje uit mijn handen om uren later te constateren dat mijn ipad dat niet heeft overleefd. Kwestie van schaden melden?
Ja, zo simpel was het. Bonnetje van de reparatie opgestuurd en binnen een dag heb ik het geld terug. We zijn blij verbijsterd.

Ik koop een handig ding voor aan het stuur van mijn fiets. Zodat ik op de fiets ook nog eens ergens kom waar ik moet zijn. Zo handig, zegt de brochure, muurvast, kan tegen een stootje. Na een haf uur etteren glijdt de telefoon met superstevigonverwoestbaarhoesje precies op de verkeerde kant op de betonnen vloer. Was mijn Ipad erg, mijn Iphone, dat ben ik. Mijn ziel en hart gekrast. ‘Verzekering’, zegt Vriendin. Ik schud mijn hoofd. Dat gaan ze nooit geloven. Toch een poging gedaan. Niets bonnetje opsturen. Ik krijg een vriendelijke mail dat ze het geld gaan overmaken.

Ik noem dat nu een kwestie van dom geluk. Toch?

Klein moment van geluk: nu even niet

Ik schreef zojuist een heel mooi blog. Misschien wel de mooiste ooit. Over geluk. Niet over ‘hartjes-geluk’ of ‘baby-geluk’ maar over ‘zijns-geluk’. Mooi was het. Tevreden sla ik de pagina op. Er verschijnt een melding: niet opgeslagen’ zegt het systeem. ‘Dat zal wel’, dacht ik maar toch voor de zekerheid mijn tekst even gekopieerd en uit de pagina geklikt.

Inderdaad. Niet opgeslagen. Maar geen punt want deze dame had de tekst gekopieerd. Ik moet opnieuw inloggen. Ze willen een wachtwoord. Ik zoek het wachtwoord op (paradise moet je weten) en plak het wachtwoord in het vakje. Het mag. Ik mag naar binnen. Maar een nieuwe pagina aan en tik de titel: Klein moment van geluk. Plak dan de tekst van mijn blog in het tekstvlak. ‘Paradise’ staat er.

Ik ben er klaar mee.

Non toccare il mio mento

Een paar jaar geleden waren wij met zwager en zus in Italië voor een heerlijke vakantie. Er blijven altijd verhalen hangen die zich, ongewenst, blijken te herhalen. Zo blijkt mijn zwager’s kin in trek te zijn bij de Italiaanse man.

In een restaurant in Italië werden we overdreven hartelijk ontvangen door de eigenaar. Hij is handtastelijk, maakt grappen die hij zelf erg leuk vindt en pakt veelvuldig de hand van zwager vast. Het toppunt van de avond was de vriendelijke kriebel onder de kin van Zwager. De onthutste blik van Zwager was het aanzien meer dan waard.

Rijswijk heeft er ook één

Zwager rilt als hij er over praat terwijl bij ons de tranen over de wangen rollen. De Italiaan had ook geen betere ‘echte’ man kunnen uitzoeken voor zijn handtastelijkheden.

We gaan opnieuw Italiaans eten maar dan in Rijswijk. We kennen het restaurant niet maar wagen het er op. Als we binnenkomen staat de eigenaar overdreven Italiaans te doen. Zijn lange haren wapperen frivool langs zijn gerimpelde hoofd, zijn snor krult enthousiast om de mond. Het strenge meisje speelt serveerster die blijkbaar op zijn commando de tafels bedient. De eigenaar maakt zijn opwachting bij de verschillende tafels met moeilijk verstaanbare praatjes.

We laten ons verrassen door het verrassingsmenu dat verrassend veel tijd in beslag neemt. Af en toe komt de snor langs om vooral zwager veelvuldig aan te kijken. Hij maakt ondeugende grapjes die eigenlijk vooral smerig zijn.

Doet ‘ie het of doet ‘ie het niet

Door de manier van doen komen de herinneringen aan het kinmoment ter sprake. Het zou ons niet verwonderen als dat hier ook gaat gebeuren, alles wijst er namelijk op. Zwager zucht en doet wat stoere uitspraken: ‘hij moet het niet proberen, dan…’ Wij lachen.
Maar het gebeurt wel. Op een onverwacht moment duikt de man op naast ons tafeltje, buigt zich over zwager heen en wij zien hoe zijn vingers verdacht langzaam maar zeker dichterbij het gezicht van zwager komen. Gierend roepen wij ‘ohhhhhh’. De man schrikt en komt omhoog. ‘Wat, wat?’, vraagt hij. Hij ziet aan de blik van Zwager precies wat er aan de hand is en trekt gekwetst zijn handen van hem af. Hij negeert ons verder de hele avond maar er zijn mensen genoeg die hij kan vermaken.

Als we vertrekken draait hij zijn rug naar ons toe en giet wat limoncello tussen de borsten van een vrouw die het allemaal wel kan waarderen.

Na Thierry’s monoloog

Forum voor Democratie is de grootst partij geworden (op provinciaal niveau, goddank) van Nederland. Hoe vaak zal Thierry Baudet in de spiegel hebben gekeken? Met zijn armen gespreid was hij te groot voor de spiegel.

Nog nooit had ik zoveel tegenzin om te gaan stemmen. Het stemmetje in mij ‘dan ga je toch niet’ werd luider en luider om uiteindelijk rond 19.00 uur gisteravond tot zwijgen te worden gebracht. Zelfs op de waterschappen heb ik gestemd. Vrouw. Meer weet ik eerlijk gezegd niet. Voor het eerst in mijn leven ook op een andere partij gestemd, een kleine partij die niet schreeuwt maar vertrouwen wekt. Iets met dieren.

De uil van Minerva

Thierry Baudet heeft ook iets met dieren, met uilen om precies te zijn. Ik weet niet hoeveel mensen zijn speech hebben gehoord maar meer nog vraag ik me hoeveel mensen zijn speech hebben begrepen. Het was een monoloog, gerepeteerd voor dezelfde spiegel die toen nog kleiner was. Geschreven onder de bedwelming van lavendelvelden uit een zakje. De mede-kompanen in de zaal vonden het allemaal prachtig. Hiddema viel bijna flauw van alle emoties die hij plotseling gewaar werd en mevrouw Nanninga kon het bijna niet geloven.

De man

Ik heb zojuist de site bekeken van Forum van Democratie en die ziet er gelikt uit zeg ik zonder sarcasme. Net zo gelikt als de man zelf. En zoals de man bij mij vooral ergernis oproept doet hij bij anderen precies het tegenovergestelde. Is het niet wat hij zegt waardoor mensen bij hem willen horen maar de manier waarop hij dingen zegt. De bravoure, de arrogantie, de minachting voor collega’s, voor wetenschap. En hij heeft zich de kunst van vertellen eigen gemaakt.
Wat is mis zijn menselijke eigenschappen als warmte en empathie, maar ach, wat betekent dat nu helemaal?

Hoe het nu verder moet? Wie zal het zeggen. Er is genoeg redelijkheid over, denk ik toch optimistisch. Forum van Democratie zal zich moeten bewijzen in zijn eigen kartel. En Baudet? Hij staaroogt als een uil in de zon.