Thuisland

We volgen Homeland. Een serie over de CIA en de conflicten in het Midden-Oosten. De beelden van de oorlog, de verwoesting, de drukte zijn zo heftig dat het me soms te veel wordt.

Want het lijkt op de beelden die ik in het nieuws zie. Beelden van compleet verwoeste steden, huizen die in puin liggen, mensen die rennen voor hun leven. Rennen waar naar toe? Ik lees een bericht over Muhammad Najem. Een vijftienjarige jongen. Hij maakt video’s van de oorlog in Oost-Ghouta, een buitenwijk van de Syrische hoofdstad Damascus en plaatst ze op sociale media. De wijk is al jaren in handen van rebellen, maar de Syrische president Assad wil de wijk heroveren. Elke dag vallen er velen doden.

Hij plaatst dit bericht op Twitter. Als je dit leest kun j eigenlijk alleen maar zwijgen.

Thuisland

En dan loop ik over de keurig bestraatte straten, langs keurig aangelegde plantsoenen in een bijna keurige wijk. Stap uit een tram die mij praktisch voor de deur afzet. Ik zwaai naar de buurvrouw en lach om twee kinderen die in het gras spelen. We vragen ons af wat we gaan eten en waar we gaan eten. We vragen ons nooit af of we gaan eten.

Dankbaar en bang

En ik weet dat wij hier in dat Nederland van ons kunnen zeiken en zeuren als de besten. Overal hebben we een mening over. Maar bij het zien van mensonterende beelden, van haat, van geloofsfanaten, van totale ontreddering en wanhoop denk ik steeds vaker: hou toch eens je mond. We zijn niet beter dan anderen, we hebben alleen zoveel meer geluk. Zoveel geluk dat we het ons kunnen veroorloven om bij de Rijdende Rechter te zeiken over een overhangende boom.

Bubbel

We leven hier in een bubbel van welbehagen. En nee, ik zou niet willen ruilen. Ik ben te bang, te angstig voor wat ik zou kunnen verliezen. Maar stel je voor dat je in een wereld leeft waar studie, werk, toekomst er niet meer toe doen simpelweg omdat het er niet meer is. Dan blijft alleen nog maar de essentie van het leven over. Leven.

 

Het zwanenmeer zonder water

Vraag een zwaan nooit het zwanenmeer te dansen. Hij kan het niet. In water is hij heer en meester, van een ongelooflijke schoonheid en elegantie. Maar zonder water is hij verloren.

Zwanen ontroeren mij. Niet in de laatste plaats door hun keuze voor een vast partnerschap. Geen gedoe. Een zwaan doet mij geloven in een god. Alles is mooi: de ronde, gebogen vraagteken-nek zonder puntje eronder , de verenpracht, het imposante lijf. Maar het meest ontroert mij de zwaan die door het water glijdt. Met een souplesse en  vanzelfsprekendheid van een oogstrelende schoonheid. Het is bijna ‘waterschrijden’ wat ze doen. Je ziet niets aan beweging, je ziet alleen een constante vorm van vooruit glijden, zonder horten of stoten.

Eend

Een eend zwemt ook, dat weet ik wel. Maar zo dicht onder het wateroppervlak zie je de klunzige pootjes bijna watertrappelen. De zwaan heeft dat beeld niet. De bovenwereld is een totaal andere dan de onderwereld die ik als kijker niet kan aanschouwen. Doe er dan wat zonlicht bij, een lichte waterrimpeling en mijn adem wordt ontnomen. Maar gisteren niet.

Oversteken

Lopend onderweg naar huis zie ik een zwanenstel oversteken. Van de ene sloot naar de andere. Hij was haar al voorgegaan en wachtte in het groen. Geen verkeer dus geen reden om te haasten. Met een waggelende lijf op flinterdunne poten stak zij de weg over. Geen zwanenstijl. Maar log, onbeholpen en droevig lelijk. Ze bewoog haar zware lijf van links naar rechts terwijl ze toch echt naar voren moest. Gênant. Niets bleef er over van koninklijke schoonheid en klasse waar ze doorgaans weinig moeite voor hoeft te doen. Hij wachtte geduldig op de vrouw, opgelucht ademend omdat hij de overtocht al gedaan had. Zonder publiek.

Pas in het water viel alle ellende van ze af. Konden ze de zwaartekracht het werk laten doen en zich laten dragen door de lakeien van het water. Wetend dat slechts één persoon gezien had dat gratie ook een prijs heeft.

 

Opruimen (4)

Nog voordat we ons huis echt te koop zetten, hadden we ineens twee bezichtigingen op een en dezelfde dag. Fijn natuurlijk maar we moesten nog wel het een en ander doen. Voor het eerst van mijn leven heb ik een lege wasmand gezien.

Een groot huis is fijn, is vooral heel ruim, biedt dus ook veel ruimte aan spullen van ‘je weet maar nooit’. De bovenverdieping staat er vol mee. Kledingkasten hebben we eigenlijk niet nodig want een hele loze kamer boven vervult met plezier die functie. Maar dan moeten we toch ineens van die kamer de logeerkamer maken die we ooit bedacht hadden. Waarom staat er immers een slaapbank?

Werkkamer

Mijn werkkamer, waar ik toch dagelijks heel wat uren in doorbreng, puilde ook uit haar voegen. Alles van het aflopen jaar van ‘nog-te-doen-dingen’ lag keurig door elkaar, in stapels, in laatjes en op het bureau. Badkamer 2 stond ook al heel lang geen badkamer meer te zijn. De tuin. De tuin lag vol met wat bomen zoal los laten. De omgevallen stenen pot in scherven, de vlinder nog bungelend aan 1 vleugeltje aan de schutting.

Toilet

Toen wij het huis kochten was het benedentoilet precies zoals wij het nu hebben. Eerlijk? Aan het plafond hangen spiegelpanelen. Destijds keken we ernaar en dachten: oké, spiegelplafond op het toilet, moet kunnen. Maar na een jaar of wat kijk je er letterlijk niet meer van op. Dat ga je wel weer doen als je met nieuwe ogen naar een huis kijkt. Waarom hangen er spiegels boven de pot? Slaapkamerplafond met spiegels, oké, het kan een functie hebben voor liefhebbers maar ik kan me een leuker beeld voorstellen als ik omhoog kijk in een toilet. Maar van dat soort dingen kom je tegen in je eigen huis.

We zeiden tegen elkaar: ‘laten we het huis eens zien, zoals wildvreemden het huis zullen zien’. Een onmogelijke opgave. Boven vraagt een man: ‘hebben jullie lekkage gehad’. Vriendin kijkt iets omhoog en ziet daar een plek bruinigheid die niet te vermijden is. Voor vreemden dan. Wij hebben de plek geïntegreerd in het huis als totaal. Hoe hebben we dat kunnen missen? Wanneer en hoe dan? Achteraf is er niets ergs aan de hand, maar toch. Hoe kijk je als vreemde naar je eigen huis. Het is een onmogelijke opgave.

Schrijfmeisjes

Als gisteren ‘mijn’ schrijfmeisjes boven boeken kunnen uitzoeken is het een kirren van plezier. En heel af en toe houdt iemand een boek omhoog. ‘Echt?’, vraagt schrijfmeisje 2 ‘Echt’, knik ik moedig. Soms kan ik ineens nog een boek tegenhouden want herinneringen, oud, van toen. Maar de zelfhulpboeken zwaai ik met plezier uit. ‘Hoe vind ik mijn leven terug’, ‘Niet morgen maar nu (verdomme)’, ‘Vrouwenkracht’. En ik denk alleen maar heel tevreden.
‘Been there, done it’.

 

Jodelen bij het rodelen

Lezers weten het. Ik houd ervan. De winterspelen, de zomerspelen, de lente- en de herfstspelen. Maar het kijken naar dubbel rodelen: ik weet het niet, ik snap het niet, ik zie het niet, ik voel het niet.
Waarom?

De grote vraag die zich dan ook aandringt is de waarom-vraag. Waarom met z’n tweeën bovenop elkaar liggen? Ja, je zal harder rodelen maar dat doe je ook als je met z’n tienen bovenop elkaar gaat liggen. Kortom, dit is een sport die ik totaal niet begrijp. In je eentje op zo’n ding, begrijp ik nog. Met zo’n honderddertig kilometer per uur over zo’n baan glijden, respect. Maar waarom dubbelen mannen? Er is geen gemengd dubbel of vrouwendubbel: why? Wie heeft ooit bedacht dat als jij nou eens op mij komt liggen en dan kijken hoe snel we gaan. Of misschien moet jij onder en ik boven? Stukje naar links, stukje naar rechts. Houd jij de baan in de gaten? Kan ik in je oor fluisteren als we bezig zijn of word je dan afgeleid? Jij zou toch sturen?

Mag je ook face to face trouwens op zo’n rodel? Of met je hoofd op de voeten van een ander. Wat zijn de regels? Help!

En ik heb er echt op gegoogeld. Waarom dubbelrodelen bestaat, wie het heeft uitgevonden, maar niets. Het enige dat ik vond was dat de onderste man eigenlijk alleen maar bedoeld is om sneller te kunnen starten.

Dubbel langlaufen

Misschien iets voor de volgende Olympische spelen. Met z’n tweeën, drieën op vieren op 1 paar skies.
Of schansspringen voor duo’s, lijkt me ook spectaculair.

Kramer versus Kramer

Gisteren postte ik een tweet: Kramer versus Kramer met een knipoog naar Kramer vs Kramer, die fantastische film met Streep en Hofmann. Maar gisteren bestond Kramer versus Kramer slechts uit één man: Sven Kramer. De enige waar hij van kon verliezen.

En dat deed hij ook. Mijn hart huilde een beetje mee met hem. Zo’n groot sportman, zoveel bereikt, behalve die gouden plak van de 10 kilometer. Gisteren moest het gebeuren en het gebeurde niet. Met elke ronde zag je de trekken rondom zijn mond verharden. Het lijden werd in ruim twaalf minuten in beeld gebracht: hard en meedogenloos.

Alles of niets

En het werd niets. Want natuurlijk gaat Sven niet op een lagere plek staan dan dat hij wilde. Dan maar helemaal geen medaille. Ik begrijp dat. Als een volwassen vent stond hij daarna de pers te woord. Het zat er gewoon niet in, zei hij, ‘ik was niet goed genoeg’. En we zagen het allemaal. We zagen allemaal hoe hij niet danste over het ijs, hoe hij niet huppelend de bocht doordolde. Maar winnen of verliezen, er moet iets van hem afvallen. Want over vier jaar zal hij er niet meer bij zijn, toch?

Ik gun hem zo dat hij dat idee kan laten varen. Met trost en opgeheven hoofd. Want hij verloor niet van Bloemen of van die enge Bergsma (die Kramer beschuldigde van hem dwars zitten met het omkoopschandaal van zijn coach). Kramer verloor van zichzelf. Verloor van het idee, het verlangen dat zo groot werd dat het als een molensteen om zijn nek ging hangen. Dan kom je niet vooruit, dan zak je steeds verder door het ijs.

Verliezen

Na het verlies pakten wij, supporters, de draad weer op achter onze computer of achter welke werkplek dan ook. De ban van het Goud van Oranje was doorbroken op het meest ongunstige moment. De man die wij het allemaal gunden. En dat is knap. Want welke winnaar houdt het in Nederland zo lang vol dat wij het iemand blijven gunnen om te winnen. Hoe vaak zeggen ‘wij’ niet dat iemand maar eens een lesje nederigheid moet leren? Niet bij Kramer. Omdat hij echt, by far, de grootste sportman/mens is die we mochten bejubelen.

 

 

Hup Holland Hup, maar waarom eigenlijk?


De Olympische Winterspelen zijn in volle gang en dus zijn Vriendin en ik dat ook. Met kijken, met meebewegen op de bank, met een verhoogde hartslag in de bochten en ontroerd raken bij winst of verlies. Ik juich nog net niet hardop en die oranje pruik? Vergeet het. Maar mijn hart is oranje.

Als we met vrienden wandelen halen zij hun schouders op. Olympische Spelen? Is het al begonnen dan. Gisteren zegt een mannelijke collega ‘Oh, heeft hij gewonnen. Nou fijn voor hem’. Hij haalt zijn schouders op alsof het wel het minst belangrijke is wat er kan gebeuren op een doordeweekse dag. En ik denk ‘gek eigenlijk’.

Gek eigenlijk

Dat ik zo meeleef met Oranje. Oranje voetbal, tennis, zomerspelen, winterspelen, hockey, handbal, wielrennen. Waarom eigenlijk? Wüst is geen nichtje van mij, Kjeld geen buurjongen. Alleen maar omdat ze ook in mijn/ons landje wonen? Wat miezerig simpel eigenlijk ben ik dan. Nog even en ik loop met de nationale vlag door de straten van mijn stad hoewel ik heel zeker weet dat het zo ver niet gaat komen. In tijden van oorlog misschien? Breiden we onze familie naar believen uit? Wat is dat ‘wij-gevoel’ dat we wellicht allemaal wel kennen. Is het niet met Oranje, dan is het met collega’s of een clubje vrienden of met het songfestival. Homo’s onder elkaar dan, hè. Maar zelfs het trotse gevoel dat we ooit hadden over ons ‘innemende’ landje, het zachtaardige karakter van vrij zijn en vrij laten, in hoeverre was jij dat, was ik dat?

Oranje

In andere landen is het heel normaal om trots te zijn op je land. Om de straat op te gaan en te vechten voor waarden en normen van het land waar je vandaan komt. Dat doen wij weer niet. We halen onze schouders op over een leugentje hier en daar, over mensenrechten die geschonden worden. Trots zijn op je land, je roots, je geschiedenis, dat hebben we niet geleerd. Misschien hebben we het wel afgeleerd. Want alles wat maar even neigt naar nationalisme is verkeerd. Fout. Stop. Mag niet.
Sporten geeft ons de mogelijkheid om wel mee te gaan op de oranje golven van geluk en verdriet. Nationale rouw ook. Nationale feestdagen ook. Oranje is een kleur voor tussendoor bij ons. Van gek doen en onwijs.
En eerlijk gezegd, wil ik ook geen oorlog nodig hebben om te voelen wat mijn land voor mij betekent.

(Ik tik steeds sneller want over een minuut of wat gaat de dames schaatsen.)

 

Opruimen – 3

Ik schreef al veel eerder over de absolute noodzaak bij ons om te gaan ruimen. Nou, het is begonnen. De eerste vuilniszakken zijn onherroepelijk in de vuilcontainer verdwenen. Soms tot groot verdriet van Vriendin.

Enthousiast vertelt zij aan haar zus hoe ze allerlei brieven van vroeger terug heeft gevonden. Een brief geschreven door haar ouders, vol liefde en warmte. Ze loopt naar boven om de spullen te halen maar komt teleurgesteld terug. Niet te vinden. Heel langzaam komt het besef en de herinnering aan het weggooien van het schriftje dat ze achteraf toch niet nodig vond te bewaren. Dat ze daarin de brieven eventjes had gestopt was ze vergeten. De vuilniszak ligt inmiddels diep in de ondergrondse container want direct wegdoen was het devies.

Zakje

In de prullenbak op mijn kamer ligt een zakje met weggooi-dingen van Vriendin. Neen, niet die brieven helaas.
Ik zie vooral veel papier en foto’s en leeg het in de papierbak. Allerlei prullaria komt mee. Dichte zakjes met sieraden en leuke hebbedingen. Ik pak ze uit de bak en staar als een kind zo blij naar de nieuwe dingen. Daar kunnen we toch wel iemand nog blij mee maken? Aarzelend sta ik met de zakjes in mijn handen: weggooien of bewaren? Spijt heb ik van het zien van Vriendin’s weggooi-spullen. Het schiet natuurlijk niet op dat ik er weer allemaal dingen tussenuit ga halen die ik dan weer ga bewaren.

Fases

Maar één ding weet ik wel. Het ruimen zal in fases verlopen. Fase 1: direct weg. Fase 2: Bewaren en toch weg. Fase 3: nog een keer bewaren en dan weg.

De overdaad aan spullen is eigenlijk te triest voor woorden. Maar ook het feit dat je goede spullen bijna niet kwijtraakt. Boekenwinkels al De slegte hebben geen interesse in literatuur want worden er onder bedolven. Dan hebben we het over bijna nieuwe boeken, want 1 keer gelezen. Maar ook glazen, vazen, serviesgoed, pannen, beeldjes, mooie kannen met bijpassende koppen, mijn serie boedhabeelden. Een ding is zeker: na deze opruimacties ga ik beter nadenken over wat we echt willen hebben en wat we tijdelijk willen hebben. Die laatste categorie komt er niet meer in. En ja, daar betrek ik natuurlijk Vriendin in.

Ontspullen

Geen modewoord meer maar bittere noodzaak. Naast me staat een ladekastje met drie lades. Alle drie vol. Wat ik er vooral in doe is zoeken. Verder open ik de lades niet, dus blijkbaar heb ik de spullen die er in liggen niet nodig. Hoe fijn zou het zijn om de lades ongezien te legen. Heel fijn. Maar dat ga ik natuurlijk niet doen. Ik zal ze openen en verdwalen in paperassen en prullaria. En uiteindelijk zal fase 3 plaatsvonden. Hopelijk dit jaar nog.

 

 

 

 

Ontstemd door The Voice

Gisteravond was de halve finale van The Voice. Ik houd van het programma. Maar zodra alleen publiek gaat bepalen wie naar huis mag en wie mag blijven, gebeuren er schokkende dingen. Ik dacht altijd dat het bij The Voice om de beste stem ging maar het gaat gewoon om hele andere stemmen. Ontluisterend wat er dan gebeurt.

Er zijn twee toptalenten in deze serie: Jim en Kimberly. Ik ben fan van Haagse Samantha, maar ze hoeft van mij niet te winnen, gewoon omdat ze niet de beste is. Terwijl Kimberly al naar de top geschreeuwd is want zeer talentvol, zeer knap, zeer van alles, haalt Kimberly niet eens de tweede ronde van de halve finale. Ze mag naar huis. Het publiek heeft niet voor haar gekozen. Ik ben verbijsterd en gelukkig ik niet alleen. Anouk haalt uit naar het programma The Voice over het feit dat juryleden niet meer mee mogen stemmen. Anouk:

"Het is een idioot volk, they don't know. Dit is hetzelfde als je mensen het songfestivalliedje laat kiezen. Dat moet 
je aan mensen overlaten die er een beetje verstand van hebben. Ik vind het heel erg."
Stemmen

Ook jurylid Ali B is ontstemd. ‘Mensen moeten niet zeiken, als je wilt dat iemand blijft moet je stemmen, als je niet stemt, moet je gewoon je mond houden’. Klopt. Hij vergeet er bij te vermelden dat een stem bijna 1 euro kost. Dat is gewoon veel geld voor één stem. Als je zou willen dat een aantal mensen blijft, kost het je al snel een tientje. Zakkenvullerij voor RTL 4. Hoeveel stemmen worden er wel niet uitgebracht? Het hele concept van dit programma is gewoon corrupt. Een competitie die nergens meer over gaat. En ik weet heus wel dat ik niet bij de doelgroep hoor van The Voice maar in één keer heb ik er genoeg van.

Volk

Daarom ben ik tegen referenda, zelfgekozen burgemeesters en al die belangrijke dingen waar het volk mag kiezen. Het volk? De dwars(e) doorsnee van onze bevolking? De ontevreden medemens? Elk vakgebied heeft zijn of haar eigen meesters. Daarom kiezen we politici, die ons vertegenwoordigen. Daarom zijn er jury’s waar mensen uit het vak met kennis en kunde een prestatie naar waarde kunnen beoordelen.

Anouk

Wat een verademing dat Anouk gisteravond gewoon haar mond opendoet en een sneer uitdeelt aan het programma dat haar best redelijk betaalt. Zij kwam op voor talent. Een meisje die niet in haar team zit maar gewoon alle kwaliteiten bezit om het heel ver te schoppen. En natuurlijk zal het Kimberly ook zonder The Voice lukken. Maar nu gaat er iemand naar huis met een gevoel van falen dat qua impact groter is dan de euforie van winnen.
Gewoon omdat het niet eerlijk is.

 

Twee hele verschillende werelden

Brit Dekkers en Marco Kroon. Gisteren allebei in het nieuws en allebei bleven ze in mijn hoofd rondzoemen. Is er een grotere tegenstelling mogelijk? Waar je bij Brit denkt aan beschermen, denk je bij Marco aan heel hard wegrennen. Tenminste: ik dan.

Brit was gisteren opnieuw te gast bij DWDD. Omdat na de laatste keer er een social media hype ontstond voor ‘meer Brit’. Mensen lachen om haar omdat ze dom is? naief? niet van deze wereld? Dat laatste is zeker waar. Zoals ik schreef, de behoefte om haar te beschermen, te behoeden, te waarschuwen, overvalt me.

Puur

En gisteren zie je opnieuw mensen achter haar in de studio, lachen op een manier die uiterst pijnlijk is. Ze tikken elkaar nog net niet aan. Handen voor de mond. Het is niet lachen voor de leuk, het is uitlachen met een randje ‘ach gossie’. En het stoort mij. Want wat ik eigenlijk zie is een mens die nog zo puur is dat het ons pijnlijk confronteert met alle muurtjes en manieren die we zelf opgebouwd hebben. Daarom is zij zo’n verademing. Ze denkt niet na voordat ze iets zegt, ze verstopt zich niet maar laat zich helemaal zien. Ik vind het ontroerend. Neen, dan Marco Kroon.
Militair met de rang van majoor bij de Koninklijke Landmacht en de eerste militair sinds 1955 die is onderscheiden met de Militaire Willems-Orde.

Open boek

Gisteren deed hij een boekje open over iets dat tien jaar geleden gebeurde. …

“Het was op dat moment hij of ik”, verklaarde de onderscheiden militair Marco Kroon vanmorgen in het AD. Hij leegde naar eigen zeggen een magazijn kogels op een gewapende vijand in Afghanistan en hield dat geheim”…
De hele dag denk ik wat een raar verhaal is dat toch. Waarom nu? Waarom komt hij met dit verhaal? Misschien zie ik teveel series en Netflixvarianten op oorlogsverhalen, maar wat is zijn punt? Dat het niet mag? Dat het niet nodig was? Wie heeft gevraagd om dit verhaal? Kortom: wat is dit?
We zien beelden van Kroon waarin hij uitlegt dat hij het wel van de daken wil schreeuwen, de toedracht, het hoe en waarom maar dat het niet KAN. Staatsgeheim. Hij kijkt betekenisvol. Maar waarom die hele schietpartij niet verborgen houden dan, waarom vertel je een beetje en wat moeten wij er mee.

Het verschil tussen Dekkers en Kroon is dat zij een open boek is en hij een open boek speelt. Een open boek verborgen onder blinkende militaire onderscheidingen, een pantser van een kostuum en een verbetenheid die mij angst aanjaagt.

Gek of goed

Sommigen beweren dat hij de weg kwijt is. Anderen weer dat hij iets voor wil zijn door nu met een verhaal te komen. En waarom horen we geen collega’s van hem, hij was daar toch niet in zijn eentje? Die moeten het verhaal toch kennen?

Ik heb nog nooit een blog geschreven me zoveel vraagtekens. En ik weet dat niemand het in zijn hoofd haalt om Dekkers en Kroon in één verhaal te vermelden. Maar soms werkt dat hoofd van mij zo.

Waarom ik in het westen geboren ben

Gisteren liep ik mijn collega in een carnavalsfuik van Björn van der Doelen, de voetballer die in Den Haag zijn door duizenden ondertekende petitie kwam aanbieden aan het kabinet. Want ze willen ‘carnavalsvrij’. Bijna tikte ik carnavalsvrije dagen…maar dat is niet de bedoeling geloof ik.

En ik dacht twee dingen: 1) wat een volkomen misplaatst beeld om in Den Haag een stoet verklede mensen te zien en 2) wat ben ik blij dat ik niet verkleed hoef. De carnavalsoptocht loopt midden door het centrum van Den Haag waar ambtenaren van hoog tot laag hun bammetjes al lopende eten. Alsof ze een fata morgana aanschouwen. Zo ongeveer peil ik de blikken van ongeloof op de witte kantoorbekkies. Ook ik verbleek.

Pruiken

Maar echt uit de grond van mijn hart ben ik dankbaar voor het feit dat ik niet verkleed hoef. Geen pruik op mijn kop, want dat is het allerergste. Dat trauma kwam in mijn koorweekend weer even fijntjes omhoog. Tijdens het boodschappen doen kwamen we een bak tegen met carnavalskleding en pruiken. Voor een Liddle-prikkie. A. zet een pruik op haar kop en staat parmantig achter het winkelwagentje. Het staat haar leuk. Alles staat haar leuk. Ik weet het nog even van mij af te houden maar sta toch even later met een pruik van lang blond haar op mijn onwillige hoofd. De foto gaat richting koor en als ik zelf de foto bekijk, zie ik de ergste versie van Herman Brusselmans. Dus waarop hij op zijn lelijkst is. Nou dan weet je wel hoe erg ik er uit zie met pruik.

Vermannen

Ik verman mij. De foto bestaat en zal nooit meer verdwijnen. Maar besef weer dat het waar is. Het staat me niet: een pruik niet, een muts niet, geen pet. Zelfs een paraplu staat mij niet. Je hoort wel eens dat er voor iedereen een hoed is mits afgestemd op vorm hoofd en gezicht. Nou, ik daag ze uit. Eigenlijk pas ik alleen zoals ik ben, bij mezelf. Of ben ik zo gewend geraakt aan mijn aanblik dat ik er niets geks meer aan zie? In het donker waag ik me nog net aan een capuchon tegen de regen. Als ik ooit opnieuw geboren ben, wil ik heel mooi zijn, met een rond gezicht.

Mooi

Maar ook mooie mensen hebben het moeilijk. De knappe zangeres uit The Voice lijdt aan haar mooi-zijn. Omdat iedereen zegt dat alleen haar mooie koppie het werk voor haar doet. Dat ze echt ook vreselijk mooi kan zingen is dan bijzaak geworden. Geef mij zo’n bijzaak. Geef mij zo’n probleem.

Als het mij uitkomt geloof ik in de spirituele boodschap dat mensen zelf kiezen voor de plek waar ze geboren worden en bij wie ze geboren worden. Daarom heeft een almachtige bepaald dat ik in Den Haag ter wereld zou komen. Daar waar geen carnaval gevierd wordt. Waar geen pruiken in de winkels liggen. Waar geen worstjes op borstjes groeien.