Swish swish bish…Wattuh?


Mijn (achter)neefje vierde gisteren zijn verjaardag. Wij hebben veel neefjes en nichtjes van achteren. Daar genieten we van. Zo blijf je toch beetje bij in de wereld van kinderen. Maar, het is maar een heel klein beetje.

Hoe weinig het is, ontdekken we elke keer weer als Vriendin en ik moedig op pad gaan om een cadeautje te kopen. Om dan altijd te constateren dat dit soort activiteiten ons meer tijd kosten dan bijvoorbeeld het kiezen van een nieuwe vloer. Want we weten niet genoeg over het (achter)kind. Ik vraag de moeder van N of lezen leuk vindt. Vriendin, van origine een bibliothecaris en ikzelf (in vroege dromen een schrijver) blijven het liefst dicht bij onze liefde.

Lezen is goed

Moeder M zegt dat hij niet van lezen houdt maar de juf heeft wel aangeraden om dat wel te blijven aanbieden dus ‘doe maar’, zegt ze, ‘een boek’. Dat scheelt al heel veel gedoe in ons hoofd. Eenmaal in de boekhandel voor de plank van zijn leeftijd, worden we toch overvallen door honderden vragen want waar houdt hij van? Spanning, dieren, dinosaurussen, spoken? We weten het niet echt. We kiezen voor korte griezelverhalen van schrijvers die Vriendin verantwoord acht.

Verlangen

Als we aanbellen staat de jarige al bij de deur. Hij kijkt met een schuin, verlangend oog naar het cadeautje dat ik in mijn handen heb. Iets zegt me dat hij het al weet. Maar hij pakt het gretig aan, voelt aan de buitenkant en doet nog steeds of zijn neus bloedt. Het papier gaat er af, het boek komt tevoorschijn en hij wrijft met zijn vingers over een plaatje, alsof het echte cadeautje daar alsnog onder vandaan kan komen. Maar het is en blijft een boek. Ik roep nog quasi enthousiast ‘lekker griezelen’ maar hij kijkt mij met een teleurstellende blik aan. Het zal allemaal wel. Een boek? Wie verzint dat? Hij mompelt ‘dank je wel’ en rent naar buiten.

Dansen

Hoe weinig wij op de hoogte zijn van het leven van kinderen van nu blijkt als de hele tuin enthousiast over een dansje praat. Iets met links, rechts en achter en voor. Aan een paar kinderen wordt gevraagd of zij het voor willen doen. Ze kijken ons aan met een blik van ‘wat dacht je nou zelf’ en ik begrijp het heel goed. Honden die op verzoek pootjes geven vind ik ook zielig.

Youtube

Als overijverige oudtante ga ik op Internet op zoek naar ‘dansjes van nu’. En kom het tegen. De jongen die swish, swish heeft bedacht. Ik blijf hangen en zie er de moeilijkheid niet echt van in. In gedachten ben ik al zover dat ik een volleerd  swisher ben. Dat ik zijn volgende verjaardag de hele tuin op stelten zet met mijn moves. Me realiserend dat die hype tegen die tijd alweer vervlogen in.
Maar misschien houdt hij tegen die tijd wel van lezen?

Voor alle oudtantes en -ooms. Leer dit eerst als je naar een kinderpartijtje gaat. Het zal je reputatie goed doen.

Zwoele zomeravonden

Het blijkt dat we in 1976 ook zo’n zomer hebben gehad. Zoals nu. Ik weet er niets meer van. Zomers vervagen in herinneringen van lopen zonder jas en glaasjes rosé op een terras. Maar deze zomer, ga ik niet vergeten.

In april waren Vriendin en ik op Kreta om alvast een voorproefje te nemen van wat warmte op huid en hart. In Nederland bleek het warmer dan op Kreta en we gunnen iedereen altijd alles maar niet als wij op vakantie zijn. Toch bleek er gelukkig nog zon over toen wij terugkwamen en nu, drie maanden verder, staat ‘ie nog steeds te branden alsof het de gewoonste zaak van de wereld is. Maar dat is het niet.

Hittegolf en boeren

Het nieuws dat er misschien wel een ongekende hittegolf op komst is, houdt de gemoederen bezig. Nog warmer, nog langer de zon in de zee zien zakken maar nu met de zekerheid dat ‘ie er morgen weer is, onze zon. Moeten we blij zijn of ons zorgen maken? De droogte zorgt nu al voor veel problemen, de boeren hebben het zwaar. IJssalons daarentegen halen dit jaar omzetten waar ze nog jaren op kunnen teren, terrassen zitten bomvol met korte broeken en luchtige jurkjes.

Cultuur

Ik merk nu al dat mijn tempo van wandelen niet meer lijkt op dat van mijn wintertempo. En zo hoort het ook. We horen te slenteren, het liefst met een liefje aan de hand, op blote voeten. Dag- en nachtritme zijn niet meer strikt gescheiden maar lopen grenzeloos over in elkaar. We begrijpen steeds beter waarom er landen zijn waar siesta’s worden gehouden, waar het buitenleven belangrijker is dan het cocoonen in prachtig ingerichte huizen. De rust van een zon die er altijd is, maakt dat we niet meer in de zon MOETEN. Het doet er niet meer toe wat we aantrekken als het maar luchtig en licht is.

Zwoel

Zwoel is misschien wel een van de mooiste woorden die ik ken. Het woord zelf is zwoel. Letterlijk betekent het vochtig en warm weer. Maar het woord heeft iets sensueels, iets van verwachting, broeierig maar niet vervelend. Wie had ooit gedacht dat ‘zwoel’ bij Nederland zou kunnen horen. Maar je ruikt het, je proeft het bijna. En dan muziek. Natuurlijk muziek waarin de zon aan het woord is, vrolijk, optimistisch, zwoel.
Wat is jullie mooiste, zwoelste zomernummer ever?

Voor mij is dat dit nummer:

Zeggen of denken

Minister Stef Blok waande zich onbespied tijdens een besloten bijeenkomst en zei daar dingen die hij nu eenmaal denkt. Nederland staat op zijn kop. Links en rechts buitelen weer over elkaar heen. Er worden excuses geëist. En daar snap ik nu weer niets van.

Dat hij geen voorbeelden kent van een multi-etnische of multiculturele samenleving, waar de oorspronkelijke bevolking nog woont en waar een vreedzaam samenlevingsverband is, is zijn tekort aan kennis. Dat je het niet kent, wil niet zeggen dat het niet bestaat. Hooguit dat je beter moet kijken en moet willen zien.

Sorry seems to be the hardest word

Maar goed. Hij vindt dat en dat mag. Van mij mag iedereen vinden wat hij of zij wil. Zeggen ook. Maar biedt dan niet je excuses aan. “Sorry seems to be the hardest word?”, ik geloof er helemaal niets van. Hoe kun je je excuses aanbieden als je hardop uitspreekt wat je zachtjes denkt. Hoe kunnen we excuses aanvaarden als die excuses totaal geen waarde hebben want bedoel je het dan opeens niet meer?

Herkansing

Blok verdient na zijn gemaakte fouten een herkansing, vinden enkele deskundigen. “Blok heeft snel excuses aangeboden, en mensen kunnen beter worden na hun fouten.” Over welke fout hebben we het hier? Mensen kunnen leren van hun fouten, daar ben ik het mee eens. Maar als mensen alleen maar leren dat ze voortaan iets niet meer hardop moeten zeggen omdat het ten koste kan gaan van hun reputatie, de reputatie van Nederland, de politiek, het buitenland dan mogen die excuses van mij met een scheut bleekwater door de plee worden gespoeld. Fake news? Fake sorry!

Kan je dan nooit spijt hebben van iets wat je gezegd hebt? Ja natuurlijk. Je kunt andere inzichten krijgen, andere argumenten horen, je kunt zelfs iets zeggen wat je helemaal niet meent maar zegt omdat je op dat moment pissig bent. Dan zijn excuses op zijn plaats. Maar Stef Blok sprak niet uit de losse pols vermoed ik.

Geert Wilders en kornuiten

Blok’s uitspraken worden bejubeld door Wilders, Thierry Baudet en gelijkgestemden. Belangrijk verschil is dat deze mensen ook zeggen wat ze denken en dat wij, kiezers, dit weten. Daarom weten we ook op wie en waarop we stemmen.
Een minister van Buitenlandse Zaken die zegt dat hij zijn woorden beter had moeten kiezen…
Daar ging en gaat het niet om Stef Blok. En dat weet jij natuurlijk best. Dat vind ik pas erg.

 

Ik wil geen grenzen meer verleggen. Maar ja.

Om je te ontwikkelen en te groeien moet je grenzen verleggen. Dat verleggen begint al jong in je leven. De eerste keer dat je figuurlijk je moeders rokken loslaat… de eerste stapjes zet in wat een eigen leven heet. We hebben ze allemaal gezet. Soms, ben ik het een beetje moe. Dan vind ik dat ik recht heb op de grenzen die er zijn.

Mijn leven als zzp’er is best oké. Heel soms, al fietsend en mijmerend, vraag ik me in verbijstering af wat ik heb gedaan. Hoeveel ik verdiende toen ik nog een baas had, hoeveel vrije dagen ik gewoon kreeg zonder inkomsten te verliezen, hoe gestructureerd het leven was. Maar nee, geen spijt. Ik zou de keuze elke dag opnieuw doen.

Onbekend

Het leuke en tegelijk toch ook het enge van kiezen voor je eigen koers, is het onbekende. Wist ik met de baan die ik had wat mijn taken waren, hoe laat ik mocht komen en gaan, wie mijn collega’s waren, als zzp’er moet je plotseling weer zelf initiatief nemen. Keuzes maken. Maar vooral moet je elke keer grenzen verleggen. De comfortzone bestaat niet meer. Soms zijn het muizenstapjes over grenzen heen, soms, voor je gevoel, heb je een paspoort nodig om de comfortzone te kunnen verlaten.

Werknemer of werkgever

Als werknemer volg je de baas. De directie bepaalt de weg die zij op willen gaan en samen wandel je er al dan niet mopperend, achteraan. Je kunt je schouders ophalen als je de keuzes weer eens niet begrijpt, denken ‘het zal mijn tijd wel duren’ of er weer vol enthousiasme voor gaan. Als je jezelf werk moet geven (grappig, ik bedacht bij het kopje ‘werknemer of werkgever’, dat ik ‘werkgever’ zelf als woord bedacht had – goed bezig dus :-)) ben je zelf de keuze. En dat elke dag opnieuw. Voor iemand met een tamelijk autistische inslag, het liefst blijf ik mijn eigen donkere hol, zijn dat megastappen.

Grenzeloos moe

Deze week voelde ik een grenzeloze moeheid opkomen. Als holbewoner vind ik het zzp’er zijn prima. Me, myself, I, in mijn kamer, achter mijn computer, mijn taal en tekens. Maar soms moet je ook freelancen in de grote wereld. Hoor je jezelf stomme vragen stellen: ‘hoe gaat deze computer aan?’, ‘kan ik direct naar buiten bellen?’, ‘wil er iemand koffie’. Nieuwe dingen leren, nieuwe dingen doen. Grenzen verleggen. En ik weet dat over een week of wat, deze grenzen opgeheven zijn en niet meer bestaan, tot de volgende grenzen opdoemen.

Ik mis niet de zekerheid van inkomen. Maar soms mis ik de geruststelling van ergens komen en weten wat de regels zijn. Er zijn mensen die van nature ‘outgoing’ zijn. Dat openene, die ontwapende lach, die teksten die vanzelf uit hun monden lijken te stromen. Dan wil ik ook zo’n mond.

Vandaag bedacht ik om aan het woord  zzp’er een andere betekenis te geven.
Zij Zet Punten. Letterlijk en figuurlijk mijn eigen grenzen aangeven. Ik kom er niet onderuit. Weer wat geleerd.

Als we door de mand vallen


Ik houd van groepen. Om onderdeel te zijn van een clubje mensen die iets delen met elkaar. Een groep is een fascinerend fenomeen. Daarom kijk ik ook nu weer naar Utopia II. Een groep laat zien wie je bent. En dat valt dikwijls een beetje tegen.

Nu is het niet zo dat je mij gewoon in een groep kan zetten en ik gelukkig ben. Verre van dat. Ik snuffel en trek me terug. Maar er komt een moment dat er een ander aan jou snuffelt, dat het goed voelt. Dan is er een opening gevonden om naar binnen te gaan. Binnen in de groep.

Welke groep

Het maakt nogal uit in welke groep je terecht komt. Je hebt de vrije groep, de groep die jij kiest om bij te horen. En je hebt de onvrijwillige groep: collega’s, mede-studenten, (schoon)familie. De onvrijwillige groep is interessant. Want hoe voeg je je naar iets als het gemeenschappelijk doel niet bepaald is door hartstocht en emotie?

Utopia II

In het nieuwe Utopia zou het helemaal anders worden dan de eerste keer. Echt een weg vinden naar een nieuwe samenleving. Na een week of wat kunnen we concluderen dat het ook dit keer niet gaat lukken. Want: er doen mensen mee. Het programma toont haarfijn onze valkuilen en mankementen. Onze kleinheid, onze ego’s, onze zoektocht naar  macht. Dat is interessant om te zien. Hoe iemand die sympathiek oogt, later een kleine dictator lijkt te zijn. Hoe iemand die eerst een vreemde eend lijkt, nog steeds vreemd blijft maar wel je hart af en toe raakt.

Interesant

Utopia zou gaan over een ideale samenleving maar hoe krijgen we die als niemand gevraagd wordt naar zichzelf te kijken? Je zelf terug te horen of anderen te laten horen wat je werkelijk ergens van vindt? Als je een dagdeel aan groepstherapie zou besteden wordt het plotseling heel boeiende televisie. Niet alleen om mensen door de mand te zien vallen maar ook weer uit de mand te zien kruipen.

Utopia zou wat mij betreft veel meer mogen gaan over groepsprocessen. Over een weg vinden samen. Over accepteren en snappen waarom we soms dingen doen die niet zo fraai zijn. En daar van leren.

Dat is volgens mij waarom wij als mensen op deze wereld zijn gekomen. Om te leren en te groeien. En noem me naïef, maar dat is mijn utopia.

 

Arrogante ettertjes

Dit is een beeld van, drie keer raden… Ronaldo. De ballen moesten er op, dat is wel duidelijk. Het drie meter hoge standbeeld van Cristiano Ronaldo staat op zijn geboorte-eiland Madeira. Het beeld schijnt niet echt te lijken maar niemand kijkt naar het gezicht. Een voetballer als ‘erected statue’.
WK Voetbal

Ik heb met veel plezier gekeken naar het WK voetbal. Halverwege de finale gisteren verging mijn plezier een beetje want Frankrijk won. Maar enfin… wat maak ik me verder druk? Waar ik echt druk over maak is de arrogantie van sommige superhelden. Dit beeld is er maar een klein voorbeeld van. Waarom worden sommige topspeler van die arrogante eikels? Neem nu Kylian Mbappé. Je ziet aan alles dat hij een grote is en nog groter zal worden. Hij is pas 19. Hij maakt stappen die niemand maken kan, heeft een souplesse waar menig balletdanser met afgunst naar zal kijken. Een knappe kop op een prachtig lijf.

Talent

De opvolger van Pele wordt hij genoemd. Voetbaltechnisch dan want verder onderscheidt Mbappé zich nu al door onuitstaanbaar gedrag op het veld. Gaan liggen en zeiken en zeuren als het niet nodig is. Waarom ga je je zo gedragen als je al een groot talent hebt meegekregen waarvoor je eigenlijk alleen maar nederig dankbaar zou moeten zijn? Waarom moeten vooral voetballers zichzelf nog groter maken dan ze al zijn.

Voorbeeld

Deze jongens worden op handen gedragen omdat ze iets heel goed kunnen. Ze geven ook veel aan anderen want we genieten er met miljoenen van. Maar hun idiote gedrag wordt te makkelijk geaccepteerd. Zij zouden een voorbeeld kunnen zijn van hoe je omgaat met een groot talent. Maar ze laten alleen maar zien hoe klein ze diep van binnen gebleven zijn. Een bijtende Suárez, een pruilende Ronaldo, een intimiderende Pogba, een rollende Neymar. Grote voetballers, kleine mannen.

Standbeeld met ballen

Stel je voor. Je bent Ronaldo. Je krijgt een drie meter hoog bronzen beeld. Je kijkt en zegt: ‘ik wil meer ballen in het broekje’. En dat er dan een groot kunstenaar opstaat en zegt: ‘Ik laat alleen de waarheid zien. Zorg dat je ballen krijgt, dan maak ik ze’.

 

Wachten

Wij wachten al geruime tijd op een appartement dat gebouwd wordt. Lange maanden (jaren bijna) van beslissingen maken, twijfelen, hopen, maar vooral van wachten. Om ons heen wordt ondertussen al druk verhuisd. Familieleden die nog geen week geleden een huis kochten staan al te trappelen met verhuisdozen opgestapeld in de gang. Ik wil dat ook.

Wat is wachten eigenlijk een aparte bezigheid. Ik zocht een foto voor bij dit blog en kwam prachtige plaatjes tegen. Foto’s van mensen die ongeduldig of gelaten maar vrijwel allemaal ernstig zijn. Wachten is een serieuze bezigheid. En er zijn zoveel vormen van wachten. Wachten op een trein is heel anders dan wachten op de komst van je geliefde. Wachten op God vraagt ook weer andere overtuigingen. Soms kun je wachten totdat je een ons weegt.

Verwachten

Verwachten is iets dat zekerheid biedt. Je verwacht een brief of een loonsverhoging. Verwachten is wachten met verlangen. Dat verzin ik niet zelf hoor maar ik vind het wel mooi. Afwachten is weer heel anders. ‘Wacht nu maar af’, hoe vaak hebben jij en ik dat niet gehoord. Afwachten kan lang duren, tenminste zo lang totdat de persoon komt of er iets gebeurt. Afwachten vraagt geduld, verwachten geeft zekerheid.

Ik ben niet goed in wachten. Ga drentelen. Kan niet rustig afwachten en mijn ding doen. Wachten ziet er uit als niets doen maar het tegendeel is waar. De passiviteit van wachten staat haaks op het ongeduld ergens van binnen. Soms wil ik gewoon beginnen om een eind te maken aan het wachten.

Verhuisdozen

Er staan verhuisdozen. Wat zou ik wachten?

 

Blubblub

Op de Hondendijk in Monster was het gisteren weer gezellig druk. Honden en baasjes slenteren op ieders eigen wijze over het veld. Meestal is alle aandacht voor de hond. Het soort, de maat, het karakter. Gisteren was het anders.

‘Blub, blub’. ‘Blubblub’. Een vrouw roept blijkbaar haar hondje. Een witte dondersteen die ook Ami probeert te overtuigen dat spelen en rennen leuk is. Maar om dat bij Ami voor elkaar te krijgen moet je nu eenmaal veel meer in huis hebben. Ami trekt haar sierlijke bovenlipje op en bijt de witte toe: ‘opzouten’.

Slim

Honden zijn slim. Voelen feilloos aan wanneer ze wel door moeten gaan met uitdagen of beter inderdaad kunnen opzouten. De Witte zout op. Rent over het veld op zoek naar andere vriendjes. En, ze vindt ze. Haar vrouwtje, een hondenmens in fel gekleurde kleding, roept haar terug. ‘Blubblub’. Ik luister nog een keer. Maar echt. ‘blubblub, roept ze. Niet één keer maar minstens een keer of dertig achter elkaar. Andere baasjes kijken elkaar aan. De enige die niet reageert is Blubblub zelf. Dat is niet raar. Het witte hondje is minstens een paar honderd meter verwijderd van haar baasje en rent zich de longen uit het lijf. Had ik zo’n naam dan was ik het ook snel vergeten.

Fuut fuut

Haar vrouwtje haast zich niet. Andere honden snuffelen aan haar want het roepen houdt aan afgewisseld met twee korte fluitjes, hoog en laag. ‘Fuut, fuut, BlubBlub’, klinkt het over de hondendijk. Na het zo’n honderd keer gehoord te hebben zing ik haar in stilte toe:
10 Kleine visjes
Die zwommen naar de zee
Moeder zei
Maar ik ga niet mee
Ik blijf lekker in die oude boeren sloot
Want in de zee zwemmen haaien
En die bijten je
Blub, blub, blub, blub,blub
Blub, blub, blub, blub, blub
Blub, blub, blub, blub, blub

Luisteren

De vrouw loopt naast mij. Of ik een wit Foxje heb gezien… Haar hondje luistert niet, zegt ze, heeft te veel energie. Ik wijs voor me waar in de verte een paar honden aan het dollen zijn. Ook Blubblub. Ze versnelt niet maar blijft zonder enige overtuiging in haar stem en fluit, de mantra herhalen. Heel even denk ik gemeen dat ik ook kan zeggen dat Blubblub net in de sloot beland is maar ik laat het. De tien honden die achter haar aan lopen vermoeden vast dat blubblub een lekkernij is want ze lopen kwispelend de hondenfluisteraar achterna.

Uiteindelijk naderen we Blubblub die het keihard naar haar zin heeft. En ik begrijp Blubblub. Soms, wil je vrij zijn, moeten de remmen en riemen los. Heb je behoefte om in een kleine groep de frustratie van je af te rennen.
Als we passeren hoor ik haar tegen Ami zeggen: ‘Zo’n wijvennaam als die van jou is ook niet alles maar Blubblub???’

 

Even bellen…

Dit is mijn telefoon. Wat ik er mee doe? Nieuws volgen, twitter en facebook bekijken, agenda bijhouden, appen. Waar het ding in eerste instantie voor bedoeld is, vermijd ik meestal. Ik haat bellen.

Op de een of andere manier boezemt iemand bellen mij angst in. Geen ‘wegrenangst’ maar ‘uitstelangst’. De ‘vibe’ moet goed zijn en dat houdt in mijn geval nogal wat in.
Het liefst regel ik alles via andere kanalen. Mailen, appen, ik draai er mijn hand niet voor om. Geen van mijn vrienden zal ooit zeggen: ‘Je belt me teveel’, zoveel is zeker. Maar nu.

Even bellen

Nu is alles anders. Bij de krant is mijn werk vanaf deze week veranderd. Van teksten maken uit andere teksten word ik nu geacht iemand te bellen en wat vragen te stellen. Voor iedereen een fluitje van een cent.  Voor mij een bijna onneembare horde waar eerst alles perfect voor geregeld moet zijn: juiste afstand, timing, buitenstem.

Buitenstem

Mijn buitenstem moet ik zoeken. De stem die contact maakt, die beleefd is en de juiste woorden weet te vinden. Mijn binnenstem is een hele andere. Die begrijp ik heel goed maar anderen minder vrees ik. En niet alleen moet ik praten door zo’n ding, maar ook onthouden wat een ander zegt en dat naar waarheid weergeven. Niets leuke dingen toevoegen, grappig zijn of iemand willen doorgronden of bekritiseren. Neutraal. Correct. Kritisch. Waar ik normaal een telefoongesprek zo snel mogelijk beëindig moet ik nu zeker weten dat ik genoeg weet. Om niet naderhand terug te moeten bellen met ‘met wie heb ik eigenlijk gesproken?’.

Toen ik gistermiddag thuiskwam vroeg Vriendin hoe mijn dag was geweest.
‘Zwaar’, zei ik. ‘Ik moest iemand bellen’.

 

 

Vrouw & Co is een cadeau

Toen ik bekend maakte te gaan stoppen bij Vrouw & Co was de verrassing compleet. Niet het minst bij de mij meest dierbaren. ‘Weg bij je kindje?’ en ‘dit betekent zoveel voor je’. En het is allemaal waar. En de titel ‘Vrouw en Co is een cadeau’ meen ik ook uit de grond van mijn hart. Maar eigenlijk moet er staan: een groep waar je je thuis voelt is een cadeau.

Dit is een foto van een buitenoptreden van een paar weken terug. Gisteravond hadden we onze laatste repetitie voor de zomervakantie en traditiegetrouw wordt dat gevierd met heel veel hapjes en drankjes. De avond daarvoor had ik een etentje met mijn schrijfgroep als afsluiting voor de zomer. Mij net zo dierbaar.

Zo lang al…

Maar het koor gisteravond. Bij een van ons thuis in een heerlijke tuin. En met twee vrouwen erbij die door ziekte al enige tijd niet konden komen. En ik kijk vanaf de bank naar ze en geniet en ben ontroerd. Zoveel maken we samen mee. Lief en leed. Die ene die altijd teveel beweeg, beweeg nog steeds teveel. Die ander die vol passie en overgave wil zorgen dat het werkt, is de passie niet verloren. Kwetsbaar staat ze tussen het koor, op zoek  naar haar stem, want hoe klinkt het ook weer, wat is dat ook weer: zingen?

Ouder

En ik zie hoe we met elkaar ouder zijn geworden. Sommigen denken al over pensioen en stoppen met werken. Maken plannen voor ‘later’. Hoge stemmen worden lager. Maar wat gebleven is, is de lach. Het lachen om niets en daar van genieten.

Eigenlijk maakt het niet zoveel uit wat je doet met elkaar maar vindt een gemeenschappelijk doel en doe het samen. Het verrijkt je leven op zoveel manieren. Ik blijf het bijzonder vinden dan vrouwen, zo verschillend van karakter, een groep vormen waar voor iedereen plek is. En het gaat nooit vanzelf, dat weet ik wel maar juist dat maakt een groep boeiend.

Eén ding weet ik zeker. Ik blijf ‘groepen’.