Als je mekaar niet meer vertrouwen kan…

Vertrouwen vind ik misschien wel het hoogste goed op aarde. Ik vertrouw tegen de klippen op. In de mens, in de goedheid, in de waarheid. Dit klinkt allemaal hoogdravend maar vertrouwen zit ook in het hele kleine. In ‘een afspraak is afspraak’, een buur, een bedrijf, een vriend.

Wij hadden voor ons huis de behanger van ver gehaald. In het kader van ‘wat van ver komt is lekker, kwamen onze behangers en schilders uit Almelo. Het gaat te ver om hier uit te leggen waarom maar de heren hadden er een rit van 2,5 uur opzitten voordat ze bij ons aan de klus begonnen. Aardige mannen. Vader en zoon. Grappend en grollend. ‘Alles komt goed mevrouw’.

Een dag later zien we het resultaat. Het ziet er goed uit. ‘Het moet nog drogen’ zegt de vader, ‘dat komt helemaal goed’. We geven de mannen een flinke tip die de zoon eerst nog bezwaard wegwuift. Hoe lief, denken wij.

Twee dagen later

Als we twee dagen later het resultaat bekijken valt het tegen. Vlekken, slordig, druppels, niet afgekit, kleur is niet dekkend genoeg. Als ik aan bekenden vertel dat ik de forse rekening al direct betaald heb krijg ik meewarige blikken. ‘Nu kan je het wel vergeten’. ‘Zie nu maar eens je recht te halen’. Ik schrik. Denk, dat heb ik weer, stomme kip. En elke keer zien de muren er nog erger uit dan eerst. Ik mail. Ik bel. Er is haast geboden want de vloer wordt gelegd.

Geen gezeik

De behanger belt. ‘Natuurlijk komen wij het in orde maken. De vloer wordt toch gelegd, dan komen wij nog voor die tijd’. Ze maken weer die rit uit Almelo en stellen ons gerust. Ik wijs met de woorden ‘misschien wel gezeik’ op een klein dingetje. ‘Niets gezeik’, zegt hij. ‘U heeft gelijk’.
Als wij in de middag terug komen ziet het er absoluut beter uit. Een paar kleine dingetjes maar ach… Ik stuur hem een appje. Bedank en vraag advies om een paar kleine dingetjes zelf op te lossen. ‘Niets ervan’, zegt hij. ‘We komen terug om het op te lossen’.

Ik ben misschien nog wel blijer met het het feit dat ik vertrouwen mag hebben dan met de geverfde muren.

Gezond verstand: ‘aan’

In het huis van Broer regeert Google. Tenminste, laat ik Google regeren. Was ik eerst niet enthousiast nu denk ik soms ‘verdomd handig’.
Als het werkt.

Ik stond vanmorgen nog vroeger op dan anders om tijd voor mijn blog te hebben. In het pikkedonker en met een stem die liever niet wil spreken op het vroege uur zeg ik: ‘Hé Google, woonkamerverlichting aan’. Meestal zet mevrouw Google dan drie lampen aan en glimlach ik mijn dankbare lach. Vanmorgen zei ze dat ze mij niet begreep. Dat kan de beste overkomen. Ik geef het commando ‘woonkamerverlichting aan’ in alle toonhoogten maar ze blijft mij niet begrijpen.

Honderd procent

Dan zeg ik ‘Hé Google, verlichting aan’. Dat begrijpt ze verkeerd. Ze zet alle lampen aan. Ook daar waar Vriendin nog heerlijk ligt te slapen. Gelukkig zet mevrouw Google ze ook weer snel uit. Dan vraag ik of ze drie lampen aan wil doen. Dat wordt niet begrepen. Ze dimt de lampen op 3 procent. Dat is niet echt licht. Dus zeg ik nogal gepikeerd: ‘Hé Google, honderd procent’. 

Dan gebeurt het. Ze zet alles op honderd procent. Ook haar volume. Door de hele wijk schalt nu ‘dat is goed, ik zet mijn geluid op honderd procent’. En ze zegt nog meer zinnen terwijl ik nu eigenlijk wil dat ze stil is om de buren niet wakker te maken. ‘Hé Google, alles uit’. Dat doet ze. In het pikkedonker staar ik naar het apparaat. Die maar blijft zeggen dat ze het niet begrijpt. Dat ze nog niet heeft geleerd mijn commando op te volgen. Gelukkig geeft mijn telefoon ook licht en als ik naar de gang schuifel zie ik aan de muur zo’n ouderwetse knop. Je weet wel, waar we vroeger de lampen mee aan en uit konden zetten. Ik druk op de knop en plots brandt er een verhelderend lichtje in de woonkamer.

Eureka.

IKEA – IK En Anderen

Je lijkt er bijna niet omheen te kunnen zodra je een nieuw huis gaat betrekken: een bezoek brengen aan IKEA. Op het moment dat dit voor ons speelt lijkt heel Nederland een nieuw huis te betrekken of er één te creëren.

In de afgelopen tien jaar hebben we misschien vier keer een bezoek gebracht aan dit Zweedse balletjesbakgehaktbedrijf. Dit geeft aan dat we niet echt warm lopen voor het enorme aanbod. Maar eerlijk is eerlijk, ze hebben van die handige hebbedingetjes die het vooral in kasten en keukens goed doen. De afgelopen week hebben we ons record verbroken. We waren er vier keer.

Want hoe gaat dat?

De eerste keer ga je kijken en zeg je tegen elkaar ‘nou, dat komt nog wel’. De tweede keer pak je zo’n potloodje en briefje mee en noteer je wat je wilt kopen. Als je dan uiteindelijk bij de kassa komt ben je moe en zeg je tegen elkaar ‘ik heb nu geen zin meer, we gaan morgen nog wel een keer, als het rustiger is’.

Die ‘morgen’ bestellen we kasten en dingen die zij mooi voor ons in elkaar kunnen zetten. ‘U kunt aan de kassa betalen maar ook bij mij’, zegt het aardige meisje die weet hoe het er op zondag aan toe gaat. We kiezen voor het juiste blijkt later. We betalen bij haar. Als we naar de uitgang kopen, er is een handige uitgang voor hen die zonder spullen de winkel willen verlaten, zien we mega lange rijen mensen staan met karren vol dingen. Rijen vol happy IKEA-families die thuis gaan klussen. Zo’n happy family zijn wij niet.

Zelfbedieningsmagazijn

Maar we waren nog niet klaar. Een dag later staan we bij het zelfbedieningsmagazijn en kies je rij 22, vak 29 even, blok 33 en zoek je het maar uit. Na de wachttijd bij de kassa zegt het meisje: ‘u mist een deel, kijk maar, hier staat ‘1’. Als dat er staat dan weet je dat er ook een ‘2’ moet zijn. We kijken naar de rij achter ons en tellen tot tien. Het meisje denkt mee en rekent alvast af zodat we met kar terug de winkel in mogen om alsnog deel 2 te halen.

Vooruitziende blik

En ik weet hoe het verder zal gaan. Eerst slepen we de dozen, altijd veel meer dan je zou willen, het nieuwe huis binnen. Op het etiket staat: geen gereedschap nodig. Maar dan ken je ons nog niet. We stapelen de dozen in de lege kamer op elkaar en kijken er naar. Op dat moment lijkt het ons nog een wonder dat daar op een moment iets uit kan ontstaan wat we werkelijk gaan gebruiken. ‘Morgen’ zeggen we en sluiten de deur achter ons.

Vandaag is het morgen.

De bloemenkiosk

In de buurt van ons huis staat een bloemenkiosk. Zo’n eenvoudig houten stalletje waar de deuren van op slot kunnen. Elke dag staan er bloemen buiten. Binnen staat de aardige bloemenkoopman te kletsen met buurtbewoners die bij hem een bakkie komen doen. Ik kom er graag.

Als we daar weer een keer stoppen om bloemen te kopen, zijn de deuren dicht. Op het raam hangt een handgeschreven briefje. ‘Wegens ziekte tijdelijk gesloten’. Een simpele mededeling. Ik staar naar de letters. Griep of erger?
Een paar weken later is het stalletje nog steeds gesloten. De dichte deuren en de leegte waar altijd de emmers met bloemen stonden, doen koud aan.

Er staan bloemen

Als we weken later vanaf de andere kant aan komen rijden zeg ik tegen Vriendin ‘ik ben benieuwd of het stalletje open is’. Om vijf seconden later blij uit te roepen ‘ja, ik zie bloemen staan’. Als we zachtjes langs rijden valt het hard of ons dak. Heel veel bloemen inderdaad, maar ze staan niet, ze liggen. Voor het bloemenstalletje is de grond bezaaid met rouwboeketten. Hoe rauw is rouw? Ik ken de man niet goed. Ik kwam er niet heel veel. Maar mijn hart krimpt wat ineen.

De mevrouw

Er is een e-sigarettenwinkel in Wateringen waarvan iedereen denkt dat het een dure juwelierszaak is. Zo’n uitstraling heeft de winkel, zo’n uitstraling heeft de eigenaresse van de winkel. Ze is op een norse manier vriendelijk en zeer hulpvaardig. Een dame om te zien. Goed gekapt en mooi in de make-up en ze heeft veel kennis van zaken. Ik kom er niet vaak. Ik ken de vrouw niet goed.

Op de site van de winkel heeft de dochter iets geschreven. Dat haar moeder onverwacht is overleden. Dat ze kapot zijn. De moeder, in de kracht van haar leven. De dochter die haar verdriet maar net onder woorden kan brengen. Ze hebben besloten om de winkel toch voort te zetten. Om wat moeder heeft opgebouwd te eren.

En ik zie soms zo maar de vrouw voor me. Haar blonde kort geknipte haar. Ik zie haar voor me alsof ik haar dagelijks zag.
De bloemenmijnheer zie ik voor me alsof het een oude bekende is. Zijn ietwat vale gezicht, de rimpels, de sjofele broek.

Er zijn al wat weken voorbij, maanden misschien zelfs. Maar soms, als het stil is zoals nu, komen ze langs. De mensen die een gezicht geven aan een wijk. Mensen die mij raken omdat ze (er) gewoon waren.


Hé Google, zing iets liefs

Broer en ik hebben iets gemeen. Wij houden van gadgets, dingetjes voor de leuk op technisch gebied. Ben ik wat ingesukkeld op dat gebied, broer niet. In zijn huis maakt Google de dienst uit.

Broer laat zien en horen hoe je contact maakt met Google. De juiste formulering is belangrijk. Mijn broer heeft een luide stem. Als hij Google aanroept, roept hij de wereld aan. Probeer dan maar eens te weigeren. Ik kwam er gisteren achter dat de Google speaker ook reageert op gefluister. Hoera. Zal Broer dat weten?

Doe de lichten aan

Vanmorgen, net wakker, loop ik nog halfslapend de woonkamer binnen. Ik ben geen ochtendprater. Ik doe zwijgend mijn ding. En natuurlijk kan ik ook gewoon een knopje indrukken maar alleen maar omdat het kan roep ik Google aan met een chagrijnige stem. Het maakt hem of haar niet uit. De lichten gaan aan. Op mijn verzoek om koffie, kwam niets. Maar het is wel fantastisch wat er allemaal kan. Zin en onzin maar beiden leuk. Wil je iets weten, vraag het aan Google. Zou je het ding ook een eigen naam kunnen geven… ‘Moppie, doe de lichten aan’, ‘hé klootzak, zet alles uit’.

Vanmorgen knipperden de lichten. Spooky. Broer houdt op duizenden kilometers afstand de controle. Met een appje, internet, stem, commando’s. Wat een mogelijkheden biedt dat.

Net gevraagd of Google de hond uitlaat. Er werd heel hard gelachen.

What’s it gonna be, girl? Yes or no?…

Ik heb gisteren een dag doorgebracht in totale besluiteloosheid.
Vandaag gaat ons koor Vrouw & CO op ‘werk’weekend. Het zijn de leukste weekendjes denkbaar. Vrouwen, zorg, eten, zingen, spelen, shoppen, drinken, lachen, dansen, delen. Alles had ik het werk gesteld om toch mee te kunnen.

In onze verhuismarathon had ik het precies uit gerekend. Als we het zus en zo zouden doen dan kon ik mee en konden we daarna gelijk naar het huis van Broer waar we nog een paar weken kunnen verblijven. Vriendin stak haar duim omhoog, ‘ja, lastig maar lekker doen, goed voor je’.

Dat er nog een berg stof moeten worden weggezogen voordat de behanger maandag begint was wel een dingetje. Dat ik niet alleen verkouden was maar me met de minuut beroerder voelde: vervelend maar hé, dit weekend gaat boven alles.

Regelen

Meestal zorg ik voor de muziek op het weekend maar het kabeltje dat ik nodig heb ligt in de opslag. Zwager heeft er eentje te leen.
Blijk ik toch een ander kabeltje nodig te hebben: Broer heeft er een te leen. Papieren die ik niet kan printen, want printer in de opslag, snel bij een ander printen.

Nog even kopen want we zijn beiden op ons zelf dit weekend: deodorant, tandpasta, zakdoeken, bodylotion, gezichtscrème, neusdruppels en aspirine.
Gisteren snel naar Broer de eerste dozen en tassen overgebracht zodat zondag het laatste mee kan.
Tas. Geen weekendtas. In de opslag. Tas geleend bij zus. Mooie tas met wieltjes. Tas klaar gemaakt voor weekend, tas klaar gemaakt voor verhuizing naar broer. Tassen staan klaar. Kwestie van inladen.

Focus kwijt

Maar waar ik ook zoek, ik blijf mijn focus kwijt. De focus is onderverdeeld in honderdduizend dingen en als ik denk aan wat we in het weekend gaan doen en wat ik moet doen, zakt de moed me in de schoenen. Ben ik er nu klaar voor?
Wat ik eigenlijk wil vertellen is hoe moeilijk ik het soms vind om een keuze te maken. Voor mezelf. Advies helpt niet want ergens zit dat besluit dat goed voelt maar ik vind het maar niet. Meegaan of niet meegaan. Iets heel leuks en speciaals laten schieten, iets dat misschien wel de laatste keer is want Vrouw & CO gaat stoppen.
Maar kan ik er echt zijn als ik daar ben?
Ik tik alvast een bericht aan de meiden dat ik niet mee ga maar verstuur het nog niet. Want wie weet kom ik er nog op terug. Hoe erg ben ik? Hoe besluiteloos. Omdat ik gek word van mezelf en Vriendin van mij, druk ik op de verzendknop. Om er achter te komen dat het goed voelt. Rust geeft. Blijkbaar was dit een goede keuze. Er valt iets van mij af, een heel weekend krijg ik er voor terug. Waar we de dingen doen die we moeten doen.

Maar tjonge, jonge, wat moet ik nog veel leren.

Bouwstof en neusvocht

Een nieuwbouwhuis heeft vooral veel bouwvocht en bouwstof. Een ochtend rondwandelen door de woonkamer maakt zwarte schoenen grijs en Ami, onze dikbevachte hond ziet eruit alsof haar bontje met droogshampoo is behandeld.

Gisteren gingen we bewapend met stofzuiger naar ons appartement. De nutteloze wachttijd op allerlei werkmijnheren konden we goed gebruiken. Ik ben snipverkouden. Vriendin heeft liefdevol het virus op mij overgedragen. Maar op de een of andere manier werkt een verkoudheid niet fijn met fijnstof. Ik weet niet of er in het Guinness World Records het maximaal aantal niesen staat dat een mens binnen vijf minuten kan produceren… ik had gewonnen.

Meetmijnheer

De opmeetmijnheer is er. Mijn niesbuien maken het onmogelijk om met hem te communiceren zodat ik op alles ‘ja’ knik. Doe maar gewoon. Geen idee hoe het straks gaat worden. Even daarvoor is onze stofzuiger ontploft. Als we de zak verwijderen komt alle stof met dezelfde vaart weer terug de kamer en stofzuiger in. Waar hebben we ook weer die extra stofzuigerzakken? O ja, opslag. Vriendin koopt nieuwe waarna we met frisse tegenzin verdergaan.

4000 liter vocht en nog wat

Wist je dat een nieuwbouwhuis zo’n 4000 liter bouwvocht bevat wat er uit moet? Met mijn onophoudelijke niesbuien erbij schat ik het al snel op een duizend liter meer. De kriebels houden niet op. Water stroomt uit neus en ogen. Ik heb er genoeg van. ‘We gaan’ deel ik verbaasde Vriendin mee. Dit kan niet gezond zijn, denk ik als ik door het raam naar de werklui kijk die dagen achtereen in die lucht moeten werken. Ik google op ‘bouwstofzuigers’ en ja, die kan je gewoon huren.

Opstookprotocol

De opmeetmijnheer heeft mij ook nog het opstookprotocol meegegeven voor de vloerverwarming. ‘Lees het een paar keer, dan snap je het wel’. Ik lees het een paar keer en snap er niets van. We moeten iets doen met allerlei dingen, graadje erbij, graadje eraf, watertemperatuur hoger en lager, afkoelen en opwarmen en dat twee keer. Het opstookprotocol werkt vooral goed voor mijn slechte humeur.
Een dag later is het niesen nog niet opgehouden. Het bouwstof heb ik met mijn eigen fysieke stofzuiger opgesnoven en daar was die niet voor bedoeld. Geen idee hoeveel niesen afdoende blijken te zijn.

Een gewone mevrouw

En volstrekt niet feministisch en natuurlijk ook niet waar, maar soms denk ik was ik maar een gewone mevrouw geweest, getrouwd met een gewone mijnheer die handig is en technisch, die boilers begrijpt, leidinkjes verlegt, die geen instructies hoeft te lezen omdat hij het weet. Die pompiedompiedom, zelf een bouwstofzuiger bezit en zegt ‘schat, ga jij maar een jurkje kopen of zoiets’.
Hier moet ik zelfs om lachen.

Groepshug

Ik zag deze week Hollands got talent. Ik ben fan van al die vreselijke talentprogramma’s omdat ik geniet van talent. Deze keer waren er twee groepen met een bijzonder verhaal.

Er was een vrouwenkoor met een mannelijke dirigent. Een stille, afstandelijke man. Later bleek in het publiek nog een groter deel van het koor te zitten zodat het een bijzonder optreden werd. In het gesprek met de man vertelt hij dat kort geleden zijn vrouw is overleden aan kanker. Het koor zingt ook alleen maar ter ondersteuning van al die mensen die lijden aan kanker. Na afloop huilen er vrouwen en mannen en je ziet de warmte die hen bindt.

Dansen

Dan komt er een breakdancegroep. De leider en zijn vier pupillen, drie jongens en een meisje. Ze zijn echt goed. De leider vertelt over zijn verbondenheid met de jongeren. Hoe hij hen bij alles steunt. De jongeren vertellen over de band die ze onderling hebben en hoe de groep hen in leven houdt.

Ik word altijd zo blij van dit soort verhalen. Groepen zijn ook een essentieel onderdeel van mijn leven. Ergens bij horen maar vooral je ergens bij horen voelen, is een groot cadeau. Ook je familie is zo’n groep, je collega’s, je sportclub. Elke groep waarin je iets deelt met elkaar waardoor de verschillen wegvallen is een anker in je leven.

Leren van de verschillen

Wat het mij heeft geleerd en gegeven is vooral te leren houden van de verschillen maar dat daaronder iets verborgen ligt wat sterker en groter is. De overeenkomsten. De behoefte om gezien te worden en geliefd te zijn. In mijn geval was de grootste les dat ik ook mag geven. Dat wat ik geef de moeite waard is. En zo werd ik een ‘groupie’.

Uitgeteld

Verhuizen is een ding. Ook voor een hond. Ami doet het geweldig maar gisteren merkten wij dat ook zij een beetje aan haar taks zit.

Begon het met ontwaken in Scheveningen. Daar voelt ze zich al helemaal vertrouwd. Maar toen naar het nieuwe huis, dat lege huis waar alleen een kussentje ligt voor haar. Ze rollebolt wat over de cementen vloer en showt haar ‘grey look’. Ze loopt mee door de Gamma, door Praxis en door het winkelcentrum. Dan nog even naar Zoetermeer bij de zus van vrouwtje en daarna nog even naar het nichtje van vrouwtje.

Schootmoment

Daar lopen katten rond die zich een hoedje schrikken van ons monster. Maar Ami ook van hen. De kattenbrokjes lonken en de kattenluchten geven haar die alerte blik waardoor ze weer een puppy lijkt. Vriendin gaat onder het kappersmes en Ami volgt het allemaal niet meer. Plotseling voel ik haar snuit die ze tussen mijn knieën druk. En dan gebeurt het onmogelijke. Ze kruipt op schoot. In drie jaar tijd is dat nog nooit gebeurd dus ik roep iedereen er bij als getuige. Ze ligt er bij alsof het de normaalste zaak van de wereld is terwijl ik daar alleen maar compleet gelukkig zit te zitten.

Ze knort genoegzame geluidjes en sluit haar ogen. Ze is moe. Later, ‘thuis’ in Scheveningen springt ze tussen mij en Vriendin in en zucht. Zo dichtbij kwam ze niet eerder. Zo dichtbij heeft ze dus even nodig.