De nachtmerrie die Dreamschool laat zien

Ieder kind, elk afhankelijk wezen, zou op deze manier gedragen moeten worden. Omringd door warmte, vertrouwen en veiligheid. Maar ja.

Het tweede seizoen van Dreamschool is minder mooi dan het eerste. Minder succes, meer frustratie, meer eenzaamheid en meer wanhoop. Dat is niet mooi om te zien, het is hartverscheurend lelijk.

Schuld

Het is de hartverscheurende leegte van het niet kunnen bereiken van jonge mensen. Bij een enkele wordt een snaar geraakt, de ziel betast maar er is te weinig liefde voor iedereen. Ergens heel vroeg is het fout gegaan. Bij de ouders of juiste bij geen ouders? Bij het karakter zelf van het kind? Onmacht en onkunde. Of doordat mensen zelf nooit hebben geleerd hoe het is om echt vastgehouden te worden.
Wat mag je als kind dankbaar zijn als er ouders of andere mensen om je heen zijn die de staat van volwassenheid bereikt hebben. Die zichzelf kennen, hun driften, hun valkuilen, hun eigen frustraties en verlangens.

Beloning

Ouderschap zou een beloning moeten zijn. Niet van ‘af-zijn’ maar klaar zijn om te ontvangen en te geven. Niet een beloning van perfectie maar de beloning van je best doen, van vallen en opstaan. Van klein kunnen zijn en nederig, van groots kunnen zijn en liefdevol. Van op je bek durven gaan.

Lucia Rijker en rector Eric van ‘t Zelfde proberen het met alles wat ze in zich hebben. Het is bijna pijnlijk om naar hun frustratie te kijken. Je zou hen ook willen troosten in het ontroostbare. De werkelijkheid is soms moeilijk te aanvaarden.

Hele generaties jongeren gaan naar de klote en maar een enkeling zal de hand kunnen pakken die nodig is om ergens uit te kruipen. En al die jongeren beginnen straks weer hun eigen gezinnen. Met de beste bedoelingen.

Dreamschool 3

Ik twijfel of er nog een Dreamschool 3 gaat komen en als het wel zo is weet ik niet of ik ga kijken. Er is meer dan een televisieprogramma nodig om echt iets te kunnen betekenen voor gebroken harten. Ik kan het slecht aanzien. In gedachten hoor ik Lucia Rijker zeggen: ‘Oh, en geef je het dan maar op?’

Een echtpaar na de vakantie

Het vliegtuig is niet helemaal vol zodat alle stellen per twee naast elkaar kunnen zitten zonder lastige pottenkijkers er naast. Zo ook het echtpaar achter mij.

Zij is veelvuldig aan het woord. Hij antwoordt soms met ‘hmm’ en ‘ja’ of ‘nee’. Dan zegt zij: ‘Ik heb eens zitten denken, je verjaardag, die moet je nu wel vieren, we zijn gewoon thuis, dus tja…’
De man zegt niets.
Zij: ‘Ik dacht als we nu Hennie en Ton, Marja en Henk en Ina en Leo. Gewoon klein. Doen we gelijk Marleen en Maria, zijn we daar ook weer voor een tijd vanaf. Ik maak pasta, gewoon simpel, klein, wat denk je?’
De man zucht. ‘Kan dat niet later, als we thuis zijn’.
De vrouw heeft nog veel meer argumenten. Ik val in slaap.
Even later word ik wakker.
De vrouw zegt zachtjes: ‘Ik vind het heel vervelend dat je zo bot doet. Je kan toch ook gewoon lief reageren, ik doe het voor jou!’
De man: ‘Ik zit met mijn hoofd nog op Kreta, jij bent met mijn verjaardag bezig, dat is over twee maanden, kan toch nog wel even wachten?’

De vrouw vindt van niet. Je kan het maar beter gepland hebben. En het is toch leuk, je verjaardag een keertje vieren?
De man vindt van niet. Hij houdt er niet van. Dat weet ze toch.

De vakantie is voorbij.

 

Huppelen en bellen blazen

We hebben in Sitia ‘ons’ restaurantje ontdekt. Goed eten en een vriendelijk eigenaar. Uitzicht op zee en op iedereen die voorbij komt.

Waar we zitten kijken we uit op een breed stuk boulevard, een pleintje bijna. Kinderen spelen en fietsen daar. Ondeugende bekkies, liefdevolle armpjes die een ander kind troosten en inventief verzonnen spelletjes worden er gespeeld. Er worden bellen geblazen en gevangen. En er wordt gehuppeld.

Hup

Huppelen is een manier van voortbewegen met kleine sprongen. Het ziet er leuk uit en als ik me goed herinner is het fijn om te doen. Kinderen huppelen en wij vragen ons af wanneer we gestopt zijn met huppelen? Was er een dag dat het niet meer mocht? Dat je weet: nu is het afgelopen met dat gespring, we lopen voortaan in een rechte lijn?

Kijk, dat je niet meer met poppen speelt, oké, er komen echte mensen voor in de plaats. Met auto’s spelen hoeft ook niet meer, je hebt een echte auto. Maar wat kwam er in plaats van huppelen? Stel je voor dat volwassenen ineens huppelend door het leven zouden gaan als ze zich huppelend voelen. Vanzelf gaan dan de stijfgesloten lippen van elkaar en als je heel goed luistert hoor je iets van een lach, plezier, blijheid.

Vrij zijn

Wat is er gebeurt met ons spelen, met ons vrij zijn? Dat we plots niet meer weten hoe we moeten dansen, leven, zijn?
Die kinderen hier maar eigenlijk in elk ander land hebben het nog. Niets is leuker dan kijken naar spelende kinderen. Het herinnert mij vaag aan hoe ik ooit ook was. Helaas hebben we therapieën nodig om het terug te halen. En dan nog besef ik dat ik de vrijheid zou willen omarmen maar ‘k weet niet hoe.
Misschien gewoon maar beginnen met huppelen of bellen blazen straks op de boulevard.

Zeven vette jaren

Als twee blije mutsen zitten we deze dagen gelukzalig naast elkaar. We mompelen ‘wat is het fijn’ en lachen bijna verlegen om alle harmonie. We praten, we lachen, we zijn stil.

Alle gaat vanzelf en als de zon schijnt lijkt het nog makkelijker te gaan.
Zoals ooit onze eerste ontmoeting. Vanzelf. Ons besluit om samen te gaan en te blijven. Vanzelf. We zijn waarschijnlijk al honderd jaar samen.
Het is een geruststellend samenzijn. We vieren belachelijk vaak elk klein moment van geluk.

Geluk

Vriendin zegt dat we volgende maand zeven jaar getrouwd zijn. Zeven jaar. Ze zijn voorbij gevlogen, hand in hand met veel mooie momenten en hier en daar wat zeer.
‘Ik hoop niet dat dit de vette jaren waren’, fluistert zij.
Ik antwoord: ‘wat als dit de magere jaren waren’?
Daar moeten we zelf heel hard om lachen want vetter dan dit kan eigenlijk niet. Veel meer geluk kunnen we niet aan.

Net niet

Een vakantieappartementje op een van de Griekse eilanden is het altijd net niet. Dat vinden wij ook de charme van een vakantie daar. Waarom zou je binnen alles hebben als er buiten alles is?

In zo’n huisje staat vaak een keuken met lades en kastjes die over het algemeen leeg zijn. In de bestekla vind je een halve vork, twee lepels en een mes. Met de buren samen beschik je misschien net over genoeg pannen om iets op tafel te kunnen toveren. Moeten de buren wel voor in zijn natuurlijk.
Maar dit alles geeft ons een geldig excuus om dagelijks een andere taverne te zoeken.

Nu niet

Dit keer is alles anders. Is de werkelijkheid beter dan de povere foto’s op internet. We hebben niet alleen een balkon maar ook een gigantische plaats achter het huis met ligbedden, stoelen, tafels en een barbecue. De meesten hebben ook een eigen zwembad, daar hadden wij niet voor gekozen.
De keuken is completer dan de onze thuis. Een broodrooster, een oven, een magnetron. Er hangen theedoeken, er is afwasmiddel en er is een wasmachine. Een koffiezetapparaat en een waterkoker. En heel veel pannen. In de koelkast en grote vriezer is genoeg plek voor onze boodschappen. Veel gekker moet het niet worden.

We besluiten om net te doen alsof. Alsof we nog steeds niet kunnen koken. We zijn niet gek. Niemand neemt ons het genoegen af om dagelijks aan een andere tafel aan te schuiven. We zijn immers in Griekenland.

Bijna perfect

Onze reis naar Sitia verliep perfect. Nergens wachten, geen lange incheckbalie. Zelfs onze koffer komt als eerste van de bagageband, waardoor we ook als eerste onze auto kunnen afhalen.

De routebeschrijving naar ons huis was qua tekst zo kort dat ik er in mijn hoofd ook een korte reis van had gemaakt. Ik weet nu dat ‘alsmaar rechtdoor’ ook lang kan duren. Maar het maakt niet uit, zeggen we in goede harmonie tegen elkaar. Dan zien we ook heel veel van Kreta. Dat klopt.

250 meter ervoor

Dat is gek. Dat in een routebeschrijving staat dat je zoveel meter vóór iets, een flauwe bocht naar links moet maken. Om te weten waar dat ‘iets’ is, zul je er toch eerst langs moeten om dan alles in tegenovergestelden richting over te doen. Maakt niet uit: we hebben vakantie.
Google maps biedt uitkomst en zo komen we uiteindelijk bij onze bestemming? Toch? Wat denk jij? Er hangt geen bord. Er loopt geen mens. Op goed geluk pakken we één van de zeven ingangen. De weg loop naar beneden, steil naar beneden. Onze huurauto kan makkelijk naar beneden, maar kan ‘ie ook omhoog?

Neen. Dat kan ‘ie niet met dat lullige motortje er in. We komen Maria tegen die geen Engels spreekt. We moeten terug, zij loopt voorop.
Vriendin drukt het gaspedaal wat verder in en we strompelen omhoog. De motor valt drie keer uit. Maria wacht glimlachend op ons. Vriendin en auto bereiken het kookpunt. Vriendins kookpunt ken ik weinig.

Ons huis is ‘C’. Ons parkeerplekje is ook alleen maar te bereiken door eerst naar beneden en dan vol gas naar boven te stormen om dan op een onmogelijke parkeerplaats uit te komen. Maria zegt dat het moet.

Op de helling vallen we drie keer stil. De auto stinkt, heel Sitia stinkt door de aangebrande lucht van een motor met een kort lontje. Maria wacht en zegt dat het goed is.

Het doorgaans zeer opgewekte karakter van Vriendin verdwijnt als sneeuw voor de zon. Van de spanning schiet ik in de lacht. Dan zegt ze ijzig kalm: ‘oké, je bedoelt dat jij het beter kunt? Dat jij voortaan het autogedeelte voor je rekening neemt?’
Alles in me schreeuwt ‘nee’, want dat kan en wil ik niet. Maar Vriendin kijkt onverstoorbaar vastberaden. Ze stapt uit.

Later, veel later op een Grieks terras, lachen we ons de tranen uit de ogen. Vanaf nu hebben we een ‘toon’ en hebben we de woorden om een nieuwe herrinnering te maken. Natuurlijk laat ze mij niet rijden. We zouden allebei wel gek zijn.

Dotan is de Sjaak

Er was nieuws. Dotan heeft een trollenleger ingezet om zichzelf groter te verklaren dan hij is. Iedereen duikelt over elkaar heen om hem nog meer naar beneden te halen. Het is nu wel genoeg, vind ik.

Hoe meer kun je kruipend door het slik je excuses aanbieden? Dat is best lastig als grootheden van RTL Boulevard op je rug stampen. De schijnheiligheid, die van Dotan maar zeker ook van hen die veroordelen, heeft gewonnen.

Praatjes maken geen plaatjes

Jammer dat Dotan daar pas later achter kwam. En de mooie verhalen van hem als mens, als weldoener, jammer. Jammer dat je denkt daarmee iemand te worden die je niet bent. Maar Dotan zal niet de eerste en zeker niet de laatste zijn. Ik ben geen fan van zijn muziek maar was het wel van hem. Puntje er af. Maar niet meer dan een puntje. We maken fouten, doen domme dingen. Had ik maar, was ik maar… Hij heeft geen moord gepleegd, niemand verkracht, geen bom gegooid. Tenminste niet bij anderen. De bom ligt onder zijn eigen carrière, de moord is op zichzelf en de verkrachting net zo.

Hij leegt al zijn social-media-accounts en al zijn herinneringen waarvan hij waarschijnlijk zelf niet eens meer weet welke waar zijn en welke verzonnen. Dat is triest genoeg.
Ik baal veel meer van de hypocrisie.

En Dotan is de Sjaak.

Dat zou ik doen. Mijn naam veranderen in Sjaak. En dan vooral nieuwe muziek gaan maken en je engelengezicht met dat diepe litteken er op als nieuwe profielfoto gebruiken.

Hei- en Boeicop

Voor de krant tikte ik een stukje. Niets bijzonders. Een dame uit Hei- en Boeicop kwam ergens een lezing geven. Over punniken, over ganzen, ik weet het niet meer. Maar ik bleef hangen bij Hei- en Boeicop. Nooit van gehoord. Maar wat leuk moet het zijn om te zeggen. Daar woon ik. In Hei- en Boeicop.

Ik google op het dorp en lees: Hei- en Boeicop is een klein dorp en voormalige gemeente in de gemeente Zederik, in de Nederlandse provincie Zuid-Holland. Het dorp heeft 935 inwoners en heeft 401 woningen. 

Zuid-Holland? Daar woon ik. Waarom heb ik nog nooit van dat dorpje gehoord. En 401 woningen… dat zijn ongeveer net zoveel woningen als in mijn straat. En 935 inwoners. Die ken je dan allemaal persoonlijk lijkt me. Dan heb je echt geen Facebook meer nodig.

Heicoppers

Ik lees een interview met Hannie en Corrie; echte Heicoppers. “Voor een dorp met 1.000 inwoners zijn de voorzieningen in Hei- en Boeicop uitstekend. Er staat een nieuwe basisschool en er zijn tal van actieve verenigingen, zoals de voetbal, het kinderkoor en de Oranjevereniging. Ook is er een sporthal waar je kunt gymmen, volleyballen of bijvoorbeeld zumbaën. Hoeveel Heicoppers doen er aan zumba?

Nog meer feitjes

Ik raak niet uitgelezen. Van de 960 inwoners zijn er 155 ouder dan 65 en zijn er 35 allochtonen. Dat lijkt me heel overzichtelijk. Op 9 april reed er een ambulance naar de Akkerstraat en een week later naar de Pleinstraat. De luchtvochtigheid is er vandaag 93%. Ik bedoel maar.

Ik ga er een keer naar toe. Dat weet ik zeker. De foto’s die ik zie zijn prachtig. Water, landerijen, landelijk. Een een begraafplaats met 216 graven. En toevallig dan weer kom ik op een overzicht met alle begraafplaatsen in Nederland. Waar je gewoon een naam ik kan tikken en kan zoeken naar mensen van weleer. Ook hier kom ik een keer terug.

 

 

 

Toen er nog geen oorlog kwam

Als kind al realiseerde ik me wat een bofkont ik was. Om te leven in een wereld zonder oorlog. Mijn wereld was nog klein: het was mijn vader en moeder, mijn zusjes en broertje. Later werd de wereld de stad waar ik woonde, het land waar ik leefde. Wat een geluk dacht ik toen, dat wij nooit, nooit oorlog zouden hebben.

Gisterochtend word ik wakker en zoals altijd bekijk ik direct het nieuws. ‘Amerika vuurt kruisraketten af in Syrië’. Mijn hart slaat even over. Wat gaat er gebeuren, wat staat er te gebeuren? Ik scroll door naar ander nieuws, beter nieuws alsjeblieft. Gelukkig iets over Dotan met zijn nep-accounts.

In je slaap

Ik bedenk dat als er in onze nacht, toen we veilig sliepen, er ergens raketten zijn afgevuurd. En dat ik dat niet wist. Dat ik het dus misschien ook niet bewust zal meemaken als die raketten hier een keertje vallen. Dat het zomaar, van de een op de andere dag, voorbij kan zijn met deze ‘verrukkelijke’ wereld. Verrukkelijk natuurlijk tussen aanhalingstekens want zo verrukkelijk is het niet en is het waarschijnlijk ook nooit geweest.

Maar mijn en jouw wereld is eigenlijk toch verdomd verrukkelijk geweest. In ons landje met zijn petieterige gezeik over non-dingen. Het belangrijkste nieuws is altijd nog het weerbericht.

Kinderen

En ik denk aan de kinderen die nu opgroeien. Net zo onbevangen als ik destijds. Met belletje blazen en kiekeboe spelen. Hoe ik destijds dacht aan mijn ouders die wel de nasleep van de oorlog  als kind meemaakten. Aan de generatie voor hen die er midden in zaten.
En toen wij, gelukkige wij. In een wereld zonder oorlog. En ‘onze’ kinderen kennen dat geluk ook. Niet bewust en dat is goed. Zo zou het voor alle kinderen moeten zijn. Maar we weten allemaal hoeveel kinderen er opgroeien in een wereld die om hen heen afbrokkelt. Die rennen voor hun leven om in de rustige tussentijd die er soms is, een potje te voetballen.

En ik merk hoe bij mij een bericht over kruisraketten, over bomaanslagen, over IS, nu al minder heftig binnenkomen dan toen ooit het eerste bericht. Toen mijn kinderlijke blik op de wereld plotseling instortte. Hoe de dood mijn wereld binnenkwam.

Geef mij een sprookje om in te geloven. Geef iedereen een sprookje om in te geloven.
(Vrij vertaald naar Vasalis: ik zoek een misverstand om te geloven).

 

Ami V/M

Ami is een meisje. Tenminste, zo hebben we haar gekocht. Toch is haar gedrag niet echt damesachtig te noemen. Tegenwoordig plast ze staand.

In het begin denk je nog: wat grappig. Het roept ook herinneringen op aan Bas, onze super mannelijke kleine man die we voor Ami hadden. Die kon tijdens een korte wandeling minstens honderd keer zijn poot optillen om iedereen te laten weten dat hij er was.

Ami is me er ook een. Ze snuffelt, ruikt, snuffelt nog eens en springt dan parmantig damesachtig op de plek die ze de hare wil maken. Dan tilt ze één poot op en doet haar ding. Half dan want ze verliest haar evenwicht. En het telt ook niet echt als plassen, hebben we geleerd.

Dat hoort niet

En natuurlijk hebben we haar verteld dat het not-done is bij ons. In deze maatschappij. Dat je of jongen bent of meisje en dat je je ook dusdanig moet gedragen. Maar het heeft geen effect. Ze tilt haar poot op en kijkt ons aan met een blik van ‘zeg er eens wat van’.

En ik houd er van. Want dit is  natuurlijk allemaal onzin. Wie zou met z’n hond naar de psychiater gaan of geslachtsverandering overwegen omdat ‘ie zich anders gedraagt dan normaal? Wie zou er een probleem maken van iets dat geen probleem is zodra het honden betreft. Niemand toch.

Hokjes

Het hokjes-denken valt ons niet eens zwaar. We zijn het gewend. Iemand die anders is behandelen we ook anders. Zelf was ik als kind een jongensachtig meisje. Dat dat niet kon, heb ik geleerd op de harde manier. Ik heb niet eens de woorden paraat om te vertellen hoeveel pijn het heeft gedaan. Waarom laten we iemand niet gewoon zijn wie zij of hij is? Hoe fijn zou het zijn als we het daar niet eens meer over zouden hebben.

Van de week zag ik een programma dat over dokters gaat. Mensen moeten raden waar iemand aan lijdt. Ik weet het… wie verzint zoiets. Er was een vrouw met een kwaal. De vrouw was eigenlijk een man maar dat was de kwaal niet. En ik werd er blij van. Het was geen onderwerp, geen item, niet het probleem.

Cadeau

Gewoon zijn wie je bent. Dat zou voor heel veel jongens en meisjes een groot cadeau zijn. Je hoeft niet te worden wat men wil van je. Je bent niet jaren van je leven kwijt aan het accepteren wie je bent maar je kunt je focussen op waar het over zou moeten gaan. Aan het ontwikkelen van al die talenten die je hebt.

Ami plast staand. Ze kan allebei. Ze is van alle markten thuis. Hoera.