Zingen

In het verzorgingstehuis is een nieuwe bewoonster. Dat horen wij van verre. Ze zingt de hele dag. We zien er nog geen gezicht bij, we horen alleen een hele hoge stem ‘zingen’.
Een bewoonster loopt langs en mompelt: ‘die zingt de hele dag, mijn god.”
In de kamer kijk ik voorzichtig om een hoekje om de zangeres te aanschouwen. Een grijze dame, pittige ogen, kijkt mij aan en zwaait. Een verzorgster komt binnen en zet de radio uit en loopt naar haar toe.
“Mag ik niet zingen?”, vraagt de vrouw.
“Natuurlijk wel, gezellig juist”, zegt het meisje.
“Iedereen loopt weg als ik zing”,
Ik loop de kamer binnen.
“Kijk, zegt ze, daar heb je er zo een, die wegloopt”.
“Nee hoor”, zeg ik, “ik vind het mooi”. En ze heft aan alsof ze de voorzanger is van de operettevereniging. Ik herken wijsjes, van opera tot ‘ach Margrietje, de rozen zullen bloeien’.
En dat hoop ik zo voor haar.

Maar hoe mooi en ontroerend ik het ook vind. Ik mag weg als ik dat wil.

Laat een reactie achter