Transformatie: onze hondenkat

Het is laat op zaterdagavond. Zeg zo rond de klok van twaalf. We spelen een kaartspel aan tafel, onze schuifdeur staat op een kier.
Ik kijk op richting keuken en zie Bas…onze hond. Fout. Ik zie een rode kater. Op z’n dooie gemak wandelt hij wat heen en weer. Een rode kat?
We zoeken onze hond. Bas houdt niet van katten en hoewel hij inmiddels de leeftijd heeft bereikt dat je denkt: maak je niet zo druk man, Bas houdt niet van katten.

De rode kat weet dat niet en loopt nietsvermoedend de trap op naar het slaapvertrek van de heer des huizes. Vriendin er achteraan.
Als eerste komt Bas naar beneden gestormd. Naar buiten, snuffend en briesend zoals klein mannen dat kunnen doen. Vriendin is inmiddels liefdevol bezig de rode kater naar beneden te lokken. Het is een lieverd. Al kopjesgevend zoekt hij de weg naar buiten. Via de voordeur wel te verstaan, zodat de ontmoeting tussen de beesten voorkomen wordt.

Alles is weer rustig. De schuifdeur op een kier waar geen kat meer door kan. We horen zielig gemauw. Een poot die zich naar binnen werkt. Ik aai hem door de kleine opening heen. En maak wat foto’s. Hij ziet er uit als een monster waardoor iedereen begrijpt dat wij de deuren gesloten houden. Maar dit zijn hele foute momentopnames. Die heb je zelf ook wel eens, dat je denkt: dat ben ik niet. Dat denkt onze rode lieverd ook, dus excuus.

Laat een reactie achter