Aan de knoppen draaien

We kijken een serie op Netflix: Designated Survivor. Tijdens de State of the Union wordt één persoon van het kabinet op een geheime locatie ondergebracht voor het geval er iets zal gebeuren. Omdat dit zo’n uitzonderlijke situatie is, wordt hiervoor een onbeduidende minister aangewezen. Laat nu in deze serie het hele kabinet en congres opgeblazen worden. Ineens ben je dan als designated survivor de nieuwe president van Amerika.

Angst
Wat de serie vooral met mij doet is dat het me angstig maakt. De macht die plotseling één man kan hebben die feitelijk nergens echt verstand van heeft.
Nu is deze president in de serie een man die het goed wil doen, maar hoe zit het met de ‘echte’ president van Amerika. Ik weet dat ‘echt’ niet tussen haakjes hoeft want hij is echt. Maar voor mij is hij de blonde versie van een mislukte superman. Iemand die denkt dat hij superman is, is gevaarlijker dan superman zelf.

Gekonkel
Je hoort vaak over politiek gekonkel. Dat je soms dingen moet slikken omdat je anders iets niet voor elkaar krijgt. Ook onze politici konkelen zich een slag in de rondte. Het hoort erbij, maar wat als je gaat konkelen met echte principes, met jouw idealen, met jouw normen en waarden?
Of als jouw ego te groot is om netjes te konkelen, dat je wilt winnen om andere redenen dan de juiste? Om er zelf vooral beter van te worden. In de serie maakt het gadeslaan van gekonkel mij moedeloos. Misschien wel omdat het niet anders lijkt te kunnen.

Een echte president
Bestaat zo iemand eigenlijk wel? En als we dichter bij huis kijken, hoe correct zijn we zelf? Of jouw baas of leidinggevende. Misschien ben je zelf wel die baas. Kun je jezelf in de spiegel aankijken elke dag opnieuw. Ik weet niet meer precies wat het was maar ik heb mezelf wel eens betrapt op een leugentje dat bijna vanzelf mijn mond uitrolde. Dat je, terwijl je iets zegt, denkt: waarom? Waarom doe ik dit of zeg ik dit? En het was niet groot of heel belangrijk maar juist daarom des te interessanter. Waarom dan toch?

Macht
Zou jij zoveel macht aankunnen? Ik niet. Ik moet er niet aan denken. De verleiding elke dag weerstaan om niet voor jezelf te kiezen maar voor ‘het volk’. Hoe rechtschapen moet je zijn en kun je zijn. Hoe eerlijk moet je zijn om jezelf te zien in alle schoonheid en lelijkheid die we als mens nu eenmaal met ons meedragen.

Trump
Eén ding moeten we Trump nageven. Hij veinst niet. Nergens. Hij is de klootzak die hij is. Hij is het enorme ego dat zo groot is dat er geen plaats is voor een geloofwaardige schil van sympathie. Hij liegt en hij weet het. Misschien is dat uiteindelijk minder gevaarlijk dat al die ‘goede’ presidenten die er waren.
Niets is zo pijnlijk dan iemand vertrouwen die niet te vertrouwen is.

 

‘Vroeger was je anders’

Een heel smal straatje in centrum Den Haag. Een uur of elf ‘s avonds. Lallen, lichten en lefgozers. Den Haag heeft het ook.

Na een etentje belanden we in ‘Vroeger was het anders’. De naam van het kleine, gezellige café. Vaste klanten worden met een zoen begroet, onvaste klanten vallen lallend neer op het bankje tegenover de ingang van het café. De witte wijn wordt in een longdrinkglas geserveerd met heel veel ijs. Dat begrijpen we later wel. De wijn ziet er niet uit als wijn en smaakt niet als wijn. Maar het maakt allemaal niet uit.

Je moet hier beginnen
De vrienden met wie we zijn zeggen dat het meer een café is om te beginnen. Als je nog geen betere wijn hebt geproefd. Dan valt het namelijk heel erg mee.

Ik trek de jongen die er werkt aan zijn arm. Waarom heeft dit café die bijzondere naam: ‘Vroeger was je anders’.
‘Nah’, zegt hij, en kijkt me aan, ‘zeg jij het maar, vroeger was je toch anders?’.

Wie kan er tegen zoveel waarheid? Vroeger was ik in ieder geval jonger. Is dat ook ‘anders’? Hij buigt naar me toe. ‘Dat heeft mijn broer bedacht.’ Hij wijst naar de man die achter de bar staat. ‘We willen juist als vroeger zijn. Gewoon. Voor iedereen. Ministers, hoeren, travestieten, flikkers: iedereen is welkom. Hoe mooi is het als je hoort zeggen “we gaan naar vroegah“.’

Studentes
Een horde studentes komt zingend aan. Eén meisje draagt een sluier. Vroeger is voor haar bijna voorbij. Ook zij worden joviaal begroet. De oer-Hollandse muziek doet me meedeinen. Ik houd ervan. Geen smartlap is mij teveel. Zelfs de wijn smaakt steeds meer naar wijn.

Dronken
Tegenover mij zit een stel dat, met nog een biertje in de hand, hun behoorlijk alcoholische staat nog wat probeert te verhogen. De man, niet heel jong meer, met een hanenkam en camouflagekleding aan, probeert zijn blonde vrouw te kussen. Dat gaat mis, hij kan amper zijn ogen nog openhouden. Zij lacht en valt ook bijna voorover van het bankje af.

Als wij naar huis gaan, lopen ze voor ons. Van links naar rechts. Hand in hand. In mezelf hoor ik een smartlap ontstaan.

Vroeger was je anders
maar nu ben je oké
Vroeger was je anders
nu ga ik met je mee

We kopen een bad en bouwen daar een huis omheen

We hebben (geloven wij) een appartement gekocht. Tenminste, we hebben in woord en schrift gezegd: ‘ja, we willen’. Maar er moet nog veel gebeuren voordat de eerste paal de grond ingaat. Zo kan de buurt zich er nog mee bemoeien en zijn er nog wat ‘kleine’ dingetjes die de boel kunnen vertragen of tegenhouden.

Dus in afwachting van iets dat pas over twee jaar een feit is, verblijven wij nietsvermoedend, zonnend in de achtertuin. Dan belt een dame van het sanitair. Of we met gezwinde spoed hun kant op willen komen. Je lacht eerst nog maar ze is bloedserieus. Oké, we komen er aan.

Sanitair en andere ongemakken
En zo liepen we dus gisteren rond in een grote showroom met douches, toiletten die vanzelf open en dicht gaan, spiegels die pas licht geven als je er zacht met je hand langs beweegt en badkuipen waarin je met een compleet volleybalteam kunt badderen.
Maar zo groot als dat bad, wordt onze badkamer.

Keuzes
Ik ben niet van keuzes. Ik heb er moeite mee. Omdat het me vaak niet interesseert. Kies jij maar voor mij. Eerlijk gezegd zal het mij een worst zijn of de wasbak een smal subtiel randje heeft of ouderwets porselein gietwerk is. Een voeg van een millimeter of anderhalve… Een ronde ophangbeugel of een rechte…, een stortdouche met veertig gaatjes of honderd, links- of rechtsdraaiende deurtjes, constante stroom of niet, een kraan van chroom of een ander soort chroom. Laat het mij niet zien want dan ga ik er over nadenken. En dat is zonde van de tijd omdat ik het niet weet.

Doe maar
We zeggen nee tegen dingen, ja tegen dingen, we doen wat weg, we voegen toe aan ons badkamerwinkelmandje en zitten uren later bij de mijnheer aan tafel. Hij gaat rekenen en ingewikkelde ordernummers intikken. Wij kijken elkaar aan en als  hij koffie haalt, fluisteren we tegen elkaar wat wij denken dat de prijs onder de streep zal zijn. Een virtuele streep van een virtuele kamer in een virtueel huis dat we nog gaan kopen.

Virtuele prijs
We schrikken niet eens van de prijs. Zoiets hadden we ook gefluisterd tegen elkaar. Met een dikke enveloppe lopen we naar buiten. De zon schijnt, er ligt een leuk terras aan de overzijde waar we aan een tafeltje de middag laten passeren. Nee, we hebben nog geen ‘ja’ gezegd maar de enveloppe laat zien dat we een eind op weg zijn. We bestellen een wit wijntje want hebben we nu iets te vieren of niet?

Wie ons kent weet dat wij altijd iets te vieren hebben. Maar nog nooit hadden we zoveel moeite om het onder woorden te brengen.

 

Soms wou ik wel een hondje zijn

  • Dat je gewoon zo midden in de kamer lekker op je rug draait, op de houten vloer en slaapt.
  • Dat er dan een foto van je wordt genomen omdat je zo schattig bent.
  • Dat je alleen maar naar de deur hoeft te kijken en dat er dan vrouwen opspringen om met je te gaan lopen.
  • En als je dan niet plast, de ander met je gaat lopen.
  • Dat als je te dik lijkt je vanzelf ietsiepietsie minder krijgt. Dat je niet zelf die keuze hoef te maken.
  • Dat anderen voor jou kiezen.
  • Dat je twee bedden hebt omdat het ene vrouwtje denkt dat je het rode kussen toch lekkerder vindt.
  • Dat je, als je op een bepaalde manier kijkt, een bot krijgt.
  • Dat anderen jou moeten begrijpen en niet andersom.
  • Dat ze denken dat dat nu eenmaal jouw karakter is.
  • Dat je daarom ook niet hoeft te veranderen.
  • Dat er zomaar van je gehouden wordt.
  • Dat ze denken dat je niet kan denken.
  • Dat anderen bepalen wat goed voor je is.
  • Dat ze trots zijn op je, zomaar, omdat je er goed uitziet.
  • Daarom.

Bed & Breakfast: c’est le ton qui fait la musique

Excuus voor deze tweetalige titel. Maar het programma heet zo en het spreekwoord is gewoon mooier in het Frans en dan maakt letterlijk de toon de muziek.

Maar het gaat dus over Bed & Breakfast. Een leuk programma van omroep Max waarbij drie eigenaren van hun Bed & Breakfast bij elkaar op bezoek gaan en elkaar beoordelen.

Gisteren bleef ik hangen, het is een leuk en vlot programma en vaak zie je echt hele leuke verblijven voorbij komen.

Beoordeling
Ze geven elkaar op het laatst een beoordeling en eventueel wat tips. Maar tussendoor zie je ook wat de echtparen tegen elkaar zeggen en dat komt er vaak minder subtiel uit dan als het voor het ‘echie’ moet. Als je iets wilt weten van Nederlanders, dan moet je dit programma kijken.

Zo zijn er twee vrouwen die een Bed & Breakfast runnen. Ze hebben twee leuke vakantiewoningen op hun terrein staan en alles is echt super geregeld. Zo zijn er ook geen vaste ontbijttijden maar wordt het ontbijt de avond ervoor al gebracht, zodat gasten zelf kunnen bepalen hoe laat ze hun broodje willen eten. Vers, zelfgebakken brood en nog drie varianten brood, allerlei zelfgemaakte jams, eitjes en nog veel meer.

De man van een echtpaar wil niet zeuren maar ‘een croissantje, had ik toch wel heel plezierig gevonden’. Zijn vrouw vindt hem wel zeuren. Maar heeft zelf ook wat noten op haar zang. ‘Het is heel jaren tachtig’, zegt ze. ‘Alsof ze het toen gebouwd hebben en er nooit meer iets aan hebben gedaan.’

Contact
Als het waar is, is het waar maar dat is het niet. Het is gewoon anders dan bij hen. De vrouw: ‘En ik wil juist wel contact met de bewoners. Gesprekken voeren van “o ja, vertel” en “hoe was het gisteren bij het etentje”, dat wil ik maar deze vrouwen willen geen contact.’ Ze trekt er gezichten bij die tonen hoe zo’n gesprek van volledige leegheid dan verlopen.

Haar man heeft naast het bed een tafeltje om zijn bril of kunstgebit op te leggen maar de vrouw heeft naast het bed een boekenkastje, leeg, zodat zij de plank kan gebruiken. ‘Heel onhandig, vannacht stootte ik mijn hand tegen de kast omdat je een tafeltje verwacht’. ‘Maar verder, echt super hoor’.

Ik weet wel waar ik nooit ga overnachten.

Hondengedrag

Als Ami bezoek krijgt van soortgenoten, dan reageert ze op allemaal anders. De meeste honden tolereert en negeert ze. Ze zijn er niet. Ze loopt met een boog om hen heen en weet haar plaats. Eerlijkheidshalve moet gezegd worden dat het vaak grote honden zijn. Die zou ik ook tolereren.

Als Kiki komt is het anders. Kiki is weliswaar ook een grote hond maar niet opgewassen tegen de uitgekookte slimmigheid van de Shiba. Queen Shiba weet van meet af aan: dit wordt lachen. Want Kiki heeft een grote pluizige staart, daar kan Ami in hangen. Ze kan van alles met die staart. En Kiki draait wat maar laat niet echt weten dat ze het niet leuk vindt, dus….

In de tuin maar ook onder de bank, vrees ik, liggen nog wat botten van weleer. Waar Ami haar neusje voor ophaalt maar niet als Kiki langskomt. Kiki rent naar de tuin en pakt daar het mooiste bot dat er ligt. Dat neemt ze mee naar binnen. Dan wil Ami ook. Dat bot natuurlijk. Ze wacht op een zwak moment, een moment van onoplettendheid van Kiek en hoppa, ze loopt er mee heen.

Verbeten
Met een ongekende verbetenheid gaat Ami het bot te lijf. Een schuin oog op Kiki, want je moet alles in de gaten houden. Kiki wacht op haar beurt weer af en wanneer Ami verveeld de andere kant opkijkt begint het spel van voor af aan.

Ze gunnen elkaar die kleine triomfen want ze weten: mijn tijd komt nog wel. Dus terwijl Kiki kauwt, ligt Ami tegenover haar en slaat het gade. Andersom ook. Ze grommen niet, ze wachten geduldig.

Ami hangt dan nog, uit pure verveling en pesterij, wat in de oren van Kiki, gaat zelfs van gekkigheid op haar rug liggen om haar grote vriend te laten zien, hoe leuk ze wel niet is en lenig bovendien. Maar Kiki laat zich niet gek maken. Te warm.

 

Jan Smit heeft een mening en waarom ik het niet serieus kan nemen en dat het daarom zo’n lange titel is

Gisteren tijdens Jinek was staatssecretaris Jetta Klijnsma aanwezig. Zij tekende een contract over een experiment met betrekking tot de bijstandsuitkering. In dit experiment zijn er vier groepen die zich gedurende dat experiment aan verschillende regels moet houden.

Er wordt een filmpje getoond van een jonge vrouw die tassen maakt. Zij mag met behoud van uitkering twee jaar lang proberen om haar onderneming succesvol te maken. Wat zij verdient betaalt ze terug aan de gemeente.

Jinek valt van haar stoel
Jinek kan zich maar met moeite bedwingen. Haar Amerikaanse roots: werken voor de kost, speelt haar parten. Waanzin vindt zij het dat een jonge vrouw zo geholpen wordt. ‘Werken zal ze, pech als het niet is waar je voor geleerd hebt.’

Dan ben ik al lichtelijk verbijsterd. Maar Jan Smit zit ook aan tafel en vindt er het zijne van. Hij vindt het ook van de gekke. ‘Stel je voor dat ik die keuze had gehad, dan had ik ook elke dag wat leuke melodietjes op mijn gitaar gepingeld in de hoop dat daar iets uit zou komen’.

Jantje Smit: dat heb je toch gedaan?

Natuurlijk, hij heeft hard gewerkt, hij heeft iets gedaan met zijn talent, er was een markt die voor hem op de knieën ging maar al met al heeft hij zijn zakken zo vol gezongen dat hij de rest van zijn leven lullige melodietjes op zijn gitaar kan verzinnen. Zit hij op Ibiza met de Beste Zangers als een jonge man, oud en ‘wijs’ te zijn. Levert hij commentaar bij het songfestival omdat hij, omdat… ja om wat eigenlijk?

‘Stel je voor dat ik die keuze had gehad, dan had ik ook elke dag wat leuke melodietjes op mijn gitaar gepingeld in de hoop dat daar iets uit zou komen’.

Boos
Waarom maakt het mij zo boos? Jinek begrijp ik nog wel, maar Jan Smit. De jongen met genen vol geluk, met heus wel leuke liedjes maar geen liedjes met noodzaak, met heus wel een mening maar niet van nationaal belang toch?
Ga jij nu vertellen dat een jonge vrouw moet werken voor de kost? Dat zij niet iets mag doen wat haar gelukkig maakt, in ieder geval mag proberen om haar geluk vorm te geven?

Experiment
Zie ik het verkeerd als ik dit een prachtig experiment vind. Dat het eens tijd wordt dat we anders omgaan met uitkeringen en de regeltjes waar iedereen mesjogge van wordt? Dat ik het heel veel mensen gun om iets te doen met hun passie en dromen? En het kost ons, de gemeenschap, geen cent extra. De jonge vrouw in kwestie krijgt niet meer geld, zij krijgt geen tegemoetkoming in kosten of huisvesting. Zij heeft een bijstandsuitkering, kan de huur betalen en eten en werken, Jan.

Dat wil iedereen wel
Jan Smit zegt: ‘Nou ja, zeg, dat wil iedereen wel’. Ik weet zeker dat niet iedereen dat wil. Er zijn maar weinig mensen met passie of een droom. Weinig mensen die niet rijk willen worden maar gelukkig.

Een tafel vol zure pruimen gisteren wat dit onderwerp betreft. Dat had ik niet verwacht. Bij Jinek.

Voor alle meisjes van zestig

Mijn zus werd zestig. Ik mag het hier eigenlijk niet schrijven want ze wil er niet aan. Ze is en blijft voor de rest van haar leven: ergens eind vijftig.
Mijn vriendin I. werd zestig. Haar feestje werd versie 6.0 genoemd.
Ik heb makkelijk praten want ik ben het (nog) niet en de klap van ‘vijftig’ kwam harder aan dat ik ooit voor mogelijk had gehouden (dus ik sta niet in voor mijn reacties als het zo ver is).

Vroeger als kind of jong volwassene, dacht ik vaak ‘oh, ik ben nog niet eens op de helft’. Een opbeurende gedachte ondanks dat je ook wel wist dat er allemaal vreselijke dingen konden gebeuren die geen rekening houden met leeftijd. Maar de gedachte dat er nog tijd genoeg is, is een prettige. Fouten kun je herstellen, je kunt opnieuw beginnen, nieuwe mensen ontmoeten, talenten ontwikkelen. Maar dan opeens, ben je echt over de betere helft. Want hoe positief we het ook benaderen, we komen krakend uit bed en gaan er al lang niet meer kakelvers in.
Een avond doorzakken doet je de dag daarna verzuchten: ‘we moeten dat niet meer doen’.

Maar het is vooral het fysieke verval wat het ouder worden een beetje ondraaglijk maakt. Want verder, laten we eerlijk zijn, kunnen we nog heel veel.

Daarom, voor alle meisjes van zestig, dit lied. En vooral voor I. (omdat het niet in het boekje zat en speciaal voor haar geschreven is).

 

melodie: meisjes van dertien – Paul van Vliet

Meisjes van zestig

Kijken soms wat fronsend naar beneden
kijken naar de armen, naar verval
Kijken achterom, niet naar het heden
niet, naar wat de toekomst brengen zal
zien veel ongeschoten, grote beren op de weg
bang voor wat er komen gaat, en raken van de leg
zien de mooie meiden vol van energie, elan
kijken dan wat peinzend naar hun eigen, lieve man

refrein

Meisjes van zestig, kom niet zo nukkig
Meisjes van zestig, het is niet voorbij
genoeg nog te lachen, genoeg nog te leven
genoeg te ontvangen of om weg te geven
want ergens nog meisje
in je hoofd zing je liedjes
en diep in je hart
zijn er van die verdrietjes
Meisjes van zestig, het is niet gedaan
meisje van zestig, trek je glimlach weer aan

hebben van die dromerige blikken
denken aan de dingen van weleer
raken in paniek van al die ‘ikken’
willen heus niet alles, maar wel meer!
willen nog gaan stappen, weer eens dansen op het strand
vragen zich vol twijfel af waar zij in zijn beland
bang om te vergeten, bang voor geestelijk malheur
staan te vaak te bonzen op hun eigen dichte deur

Meisjes van zestig, kom niet zo nukkig
Meisjes van zestig, het is niet voorbij
genoeg nog te lachen, genoeg nog te leven
genoeg te ontvangen of om weg te geven
want ergens nog meisje
in je hoofd zing je liedjes
en diep in je hart
zijn er van die verdrietjes
Meisjes van zestig, het is niet gedaan
meisje van zestig, trek je glimlach weer aan

© Anja Verhaar

 

 

ING – U vraagt, wij draaien (niet)

Wij zitten midden in alle financiële verwikkelingen die spelen als je een ander huis wilt kopen. Zo had ik van de ING enkele jaaropgaven nodig. Omdat we geen betaalrekening meer hebben bij hen, kunnen we ook geen gebruik meer maken van de handige online-tool. Bellen dus.

Ik krijg een stille jongen aan de lijn. Is hij wat chagrijnig of nieuw in het vak en daardoor onzeker? Ik vraag wat ik wil. Hij zegt dat we ook bij hen een nieuwe hypotheek kunnen afsluiten. Dat weet ik, dat wil ik niet, ik wil gewoon twee jaaropgaven ontvangen.

Middelen
Hij stelt voor dat we ook nog kunnen middelen in de rente omdat bij één hypotheekdeel de rente best wel hoog is. Dat is zo. Dat weten we. Daar hebben we twee jaar geleden al eens over gepraat. Of middelen mogelijk was. Nee. Niet mogelijk.

Hij doet een rekensommetje voor waar ik enthousiast over ben. Doe maar, zeg ik. ‘Oeps’ zegt hij. ‘Ik zie dat u geen betaalrekening meer heeft bij ons, dat weet ik niet zeker of….’

Hij krabbelt terug en belooft mij het uit te zoeken en mij later die dag terug te bellen. Intussen heb ik mijn twee documenten per mail ontvangen. Die dag word ik niet teruggebeld.

Post
Gisteren ontvang ik drie dikke enveloppen van de ING. Twee brieven over iets waar ik niet om gevraagd heb maar wat wel handig is.
Eén brief waarin de middeling van rente geregeld is. Ondertekend en wel. Klaar voor de start. Voor de toch nog wel lange periode dat we hier nog wonen, levert dat een aardig voordeeltje op. Ik ben dus blij maar ook heel verbaasd.

Misschien staat in de kleine lettertjes bij de ING wel ergens: ‘wie vraagt, wordt overgeslagen’.

Banken: ik snap er steeds minder van.

 

Weg met de robot. De mijnwerkers komen terug

Gisteravond keek ik naar het programma Hollandse Zaken. Een discussieprogramma bij omroep Max, gepresenteerd door Cees Grimbergen. Het thema dit keer was de (verborgen) werkloosheid van vijftigplussers. 

De laatste tijd lijkt de economie aan te trekken, zijn er weer banen maar verdwijnen er ook veel banen. Ik vraag me steeds vaker af of we het belang van werken met z’n allen niet wat overdrijven. Onze calvinistische inslag doet elke dag opnieuw een beroep op waarden zoals ‘werk loont’. Maar is dat nog wel zo? Loont werk?

De mijnwerkers komen terug
Om maar eens een voorbeeld te noemen. Trump zegt: “We gaan banen scheppen. De mijnwerkers komen weer terug.”
We gaan dus terug in de tijd omdat er banen moeten komen. Er komen geen banen omdat het iets oplevert wat we nodig hebben. Nee, we verzinnen lullige of erger nog, desastreuze producten omdat we nu eenmaal moeten werken.

De robot: vriend of vijand?
Hoogleraar Ton Wilthagen stelt de vraag: krijgen we een minister van Technologie en Digitale Samenleving? Naar schatting zullen twee tot drie miljoen banen in Nederland verdwijnen als gevolg van automatisering. En dat gaat voor grote ongelijkheid zorgen, waarschuwt Wilthagen.
De robot zal in eerste instantie werk van laag opgeleiden overnemen, maar ook administratieve functies binnen HR of de financiële markt, komen aan bod. Gaan we dat tegenhouden omdat we nu eenmaal met z’n allen moeten werken?

Wat overblijft aan banen is mensenwerk. Onderwijs en zorg.
Nou ja zeg, laten dat nu net de twee zaken zijn waar te weinig geld voor is.

Werk is niet heilig
We kunnen toch niet met z’n allen blijven doen alsof er niets gaat veranderen. Maar ‘nut’ en ‘werk’ zit in onze genen. We moeten gerehersenspoeld worden op normen en waarden. Dat is geen makkelijke taak.
Ik ken zoveel mensen die diep ongelukkig zijn omdat ze geen werk hebben. Mensen ook die niet geleerd hebben hoe ze hun leven invulling kunnen geven door iets anders dan ‘werk’ en materiële welvaart. Dat vind ik pas ernstig. In het programma gisteren wordt over twee mensen gesproken die zelfmoord pleegden na het verliezen van hun baan. Zij verloren hun bestaansrecht. Hun zin van leven.

Onderwijs
Een schone taak voor de onderwijswereld die ook hoognodig een andere koers zal moeten varen. Laten we ruimte inbouwen om ‘geluk’ te onderwijzen. Om te ontdekken waar je goed in bent, wat je talenten zijn, welke kwaliteiten jij als mens hebt en wat je kunt toevoegen aan het geluk van anderen?

Basisloon
Stel dat we iedereen een basisloon geven.

Oh, maar dat kan niet want als we geen uitkeringen meer verstrekken kost dat ook weer duizenden banen. Reïntegratieprojecten, -bureau’s, coaches, opleidingen, ambtenaren… Hoeveel procent van betaald werk wordt besteed aan hen die geen werk hebben? Hoeveel subsidies gaan er naar projecten om mensen aan het werk te krijgen, projecten die niets opleveren?

Zo houden we in stand wat blijkbaar in stand moet worden gehouden.

Liefde
Er zijn een paar dingen die een robot van mij nooit mag overnemen.
Dat is de aai over jouw bol of over de mijne.
Dat zijn de woorden ‘ik houd van je’. Dat is vriendschap, verbondenheid.
Dat is de liefde voor je kinderen, voor je ouders, voor je naasten, de liefde voor de mens.
Dat is de echte warmte van een hand die de jouwe pakt. Eventjes.