Olympische spelen: respect

Je zal je vier jaar in het zweet getraind hebben voor dat ene moment.
Vier jaar lang had je maar één focus. Olympische Spelen. En dan is dat moment er.
Zaterdag zie ik hoe Epke Zonderland een diepe zucht slaakt voordat hij opspringt om de rekstok vast te grijpen. Wat een enorme spanning moet dat zijn. Te weten dat je niet één fout mag of kan maken. Dat alles afhangt van de perfecte 1,5 minuut.

Marianne Vos, die de hele wedstrijd praktisch aan kop fietst, rijdt alsof ze achtervolgt wordt door demonen. Het zijn haar eigen demonen. Later zegt ze: ‘Ik dacht alleen maar, als eerste over de streep, als eerste over de streep’. En ze doet het.

De golden ladies op de vierhonderd meter estafette zwemmen. Net niet. Wat een teleurstelling op de gezichten. Hoe stap je daar weer over heen?

Een judoka, in 1,5 minuut uitgeschakeld. Voorbij Olympische spelen.
Hockeyster Willemijn Bos die een paar minuten voor het einde van een oefenwedstrijd ernstig geblesseerd raakt en naar huis moet.

Dan heb ik het nu alleen maar over de Nederlandse sporters en atleten. Maar iedereen die meedoet verdient meer dan respect. Dat zijn de ware sporters.
Dan vergelijk ik ze toch maar even met onze voetballers… Ik mag het misschien niet doen want die wereld is een andere, maar zodra het gemoeid gaat met heel veel geld verdienen worden ego’s ook groter.

Ik geniet van elke minuut Olympische Spelen en we hebben nog even te gaan gelukkig.

Als je ooit op zo’n niveau gesport hebt. Hebt gewonnen en verloren, dan ben je na zo’n sportcarrière een enorme aanwinst voor de maatschappij. Je weet zo goed wie je bent en wat je kan. Dat heeft Nederland nodig.

Laat een reactie achter