Nep-vrouwtje: de hond aan het woord

Ik heb een vrouwtje. Eigenlijk heb ik er twee. Eén is mijn echte vrouwtje, die andere is er bij gekomen, een nep-vrouwtje eigenlijk. In het begin was het wennen, ik  mocht altijd bij het echte vrouwtje slapen, op haar bed. Toen die andere kwam was het afgelopen. Ik werd naar een  kussen gedirigeerd omdat zij zo nodig samen in het grote bed wilden. Het nieuwe vrouwtje is niet erg standvastig, dat had ik al snel door. Als ik kijk op een bepaalde manier dan is ze makkelijk over te halen. Dus binnen de kortste keren lag ik weer op bed.

Ik weet wat dit pseudovrouwtje van mij denkt. Ik laat het maar want zij is blij te denken dat ik van haar ben maar wat ik al eerder zei, er is maar 1 vrouwtje. Ik ben ook blij als de nieuwe er is maar nog veel blijer als mijn echte vrouwtje binnenkomt. Dat kan ze niet hebben. Ik kan er niets aan doen, een man behoort slechts aan één vrouw. Tegenwoordig betrek ik haar wel in het balspel. Ik ben gek op ballen. En het nieuwe vrouwtje doet het wel aardig, beter misschien wel dan die ander. Ze geeft ook snoepjes. Eerst was het één keer per dag, tegenwoordig hebben we zeker vier of vijf momenten. Ik ken ze uit mijn hoofd. Na het uitlaten, als vrouwtje de deur uit gaat, als vrouwtje thuiskomt, na het diner, dan noemen ze het ineens een toetje en ook nog als ik rond half negen s’avonds naar beneden ga. Niet gek toch.

Die nieuwe wandelt niet zo graag als mijn echte. Daar baal ik wel van. Normaal gesproken  bepaal ik de route. Wat maakt het hun eigenlijk uit, als ik maar poep en pies. Maar die ene, die heeft daar niet zoveel zin in. Ik houd mijn kop stijf. Ik ga gewoon niet mee en als ik het heel lang volhoud dan  gaat ze met mij mee. Moet ze zelfs lachen. Zo leuk ben ik dan.

Er is nog één ding dat aandacht vraagt. Een werkpunt, zeg maar. Als zij ‘s nachts gaan slapen dan lig ik vaak al op 1 oor op het bed. Dan springt ze naast me, gaat me kriebelen en zegt allemaal van die stomme lieve woordjes. Maar ik ben niet gek, ik weet heus wel dat het eindigt met:”Kom bas, naar je plaats.”

‘Naar je plaats!’. Ik zal ze leren wat mijn plaats is. Ik weet nog niet hoe maar op een dag kan ik gewoon blijven liggen en ligt die ene op het kussen.

3 reacties

Marijke 2 juni 2012 at 10:47

Ik zie het helemaal voor me! Zo treffend geschreven. Het is een charmeur die kerel van jullie.

Reply
hannita 31 mei 2012 at 12:35

Wat leuk geschreven! Ik vraag me weleens af: “wat gaat er in dat koppie om?” nu weet ik het dus…

Reply
Pam 31 mei 2012 at 11:53

Wat een heerlijke hond is het toch!
Doet me denken aan Flush, a biography van Virginia Woolf. Heb ik ooit voor school moeten lezen. Ik ga het herlezen, kijken of mijn herinnering klopt.

Reply

Laat een reactie achter