Een stukje rijden (2)

Door het gadeslaan van alle op weg gaande vakantiegangers herinner ik me dat wij vroeger als gezin ‘een stukkie gingen rijden’. Dat was het. Dat was het uitje. En wij vonden het geweldig. Pa achter het stuur, ma ernaast en vier kinderen op de achterbank. VIER kinderen op de achterbank… Ik herinner me dat af en toe de arm van mijn vader naar achteren sloeg in de hoop er één te raken zodat het geklier achterin op zou houden. Als het raak was, dan hielp het ook wel. Een stukje rijden. Kom daar nu eens om. Er was geen ander doel dan rijden. Vaak wel langs de patatkraam. Niets vond ik heerlijker dan mijn zak patat helemaal fijn te knijpen zodat je een soort gebakken, geplette aardappels kreeg. Dat mocht natuurlijk niet maar ik werd een uitgekookte patattenknijper. Ik kon praten en knijpen tegelijk. Aan de bovenkant zagen mijn frieten er normaal uit maar onderin werd er gekneed.

Wat me bijstaat, mijn moeder zit naast mijn vader en moet geeuwen. Ze gilt: “Behhh, me mo ganiet di, Behh, toppp”.
Vertaald: Ben, mijn mond gaat niet meer dicht, Ben, stop!
Mijn moeder d’r mond bleef in geeuwstand staan en mijn vader moest stoppen en mijn moeder tegen haar kaken slaan. Klap. Dicht. Wij wisten niet of we moesten lachen of huilen. Papa had mama geslagen…
Het heeft lang geduurd voordat ik onbevangen kon geeuwen. Nu heb ik er helemaal geen last meer van…

Laat een reactie achter