CategorieBlogs

Sportvrouw van het jaar: meer dan aardig kunnen voetballen

Het is weer zover. Er worden lijstjes gemaakt. Zo aan het eind van het jaar een traditie die hoort bij afsluiten en opnieuw beginnen. Eén zo’n lijstje gaat over de sportvrouw van het jaar. De drie genomineerden zijn bekend.

Marit Bouwmeester, Anna van der Breggen en Dafne Schippers maken kans op de titel Sportvrouw van het Jaar. Barbara Barend uitte haar ongenoegen. Waarom stond Lieke Martens van het Nederlands vrouwenelftal niet tussen de genomineerden? Martens had immers dit jaar alles al gewonnen wat er te winnen viel, zo was ze bekroond als voetbalster van de wereld en vielen haar meer prijzen ten deel.

Uhhhhh

Maar dat je voetbalster van de wereld bent, betekent toch niet automatisch dat je ook de grootste sportvrouw bent?
Ik houd van voetbal en ik vind het geweldig dat het vrouwenvoetbal eindelijk in opmars is. En dat er veel meer geïnvesteerd moet worden in deze tak van sport: Ja. En dat er nu gewerkt moet worden aan beter, sneller en attractiever: Ja. En ik juich als Martens handig een tegenstander voorbij voetbalt: het is allemaal geweldig. Stiekem ben ik ook jaloers, want in de tijd dat ik alles mee had (jong, krachtig en energiek) had ik ook zo’n voetballer kunnen en willen worden. Maar heel eerlijk? Soms is het ook niet om aan te zien en durf ik te beweren dat een herenvoetbalteam van enige allure met gemak de dames naar huis stuurt met een nederlaag die pijn zal doen.

Overdrijven

Benoem Martens tot ambassadeur van het vrouwenvoetbal. Benoem haar levenslang. Een titel die ze verdient. Een talentvolle voetbalster. Aardig, nuchter en bescheiden. Maar sportvrouw van het jaar? Laten we niet overdrijven in onze euforie. Ook de discussie dat zij net zoveel zouden moeten verdienen als de mannen vind ik een onterechte. Ja, ze moeten meer dan genoeg verdienen zodat ze er geen baantje bij nodig hebben en al hun tijd en energie kunnen steken in het beter worden. Maar er moet nog een lange weg afgelegd worden en dat ik logisch. Mannenvoetbal is een over de top gewaardeerde sport waarin belangen van landen en bedrijven veel groter zijn dan het kunstje dat geflikt wordt.
Je moet je al afvragen of we dat ook zouden willen voor het vrouwenvoetbal. Aan de andere kant: waarom moeten vrouwen beter zijn en beter doen? Geef vrouwenvoetbal de tijd om zich te ontwikkelen door het serieus te nemen maar ook niet te serieus.

 

 

Ken je haar of ben je haar misschien?

Het vrouwenkoor waar ik de teksten voor schrijf ‘Vrouw & Co’, is druk bezig om alle teksten uit het hoofd te leren. En dat is nogal wat. Dat en waar je moet staan, hoe je moet staan en wanneer dat moet gebeuren…. een hele klus met nog een paar weken te gaan voor het echte optreden.

Gisteren was het een drukte van belang met veertien vrouwen die zich omkleden, in panty’s door de ruimte lopen om een ander jurkje te proberen, een jasje in blauw, in groen of in paars? Veertien vrouwen, lachen, pratend, kletsend, grappen makend.

Vrouwenkoor

Een vrouwenkoor heeft een groot voordeel. Als er wordt afgesproken dat iedereen iets meeneemt voor het eten, dan gebeurt dat ook. Een cateringbedrijf is er niets bij. Voor bij de koffie of gewoon voor de lekkere trek is er een appelcake, een dadeltaart en nog een romige, volle cake. Voor het avondmaal is er de befaamde vierkazenpizza van Ans, een bietensalade met noten, pittige gehaktballetjes, zelfgemaakte soep, een groene salade met geitenkaas, een groentetaart, zelfgemaakte smeersels voor op stokbrood, verse fruitspiesjes, franse kazen en dan vergeet ik vast nog iets. Kortom, we komen niets te kort. En dan moet er nog hard gewerkt worden ook.

Vrouwen van zekere leeftijd

Of het aan die leeftijd ligt is nog maar de vraag maar als je een film zou maken van alle momenten dat vrouwen niet precies weten waar ze moeten staan bij welk nummer en dan gepast en ongepast van positie wisselen… het is een slapstick van hoog niveau. Maar ga er maar eens aan staan. Twintig lange liedteksten uit je hoofd leren, een stukje voorlezen, op het podium en van het podium en wanneer dan precies, een tweede stem, een derde stem, een ‘hummetje’ links en rechts, lachen naar het publiek, stoelen mee op het podium, stoelen weer weg van het podium.
En we zijn maar amateurs met z’n allen maar wel met hart en ziel.

Komt dat zien

Dus komt dat zien in het echt straks op 9 december in Theater CulturA in Nootdorp. ‘Ken je haar’ van Vrouw & Co gaat in première en vraag jezelf af: Ken je haar of ben je haar?
Hier kun je de kaartjes bestellen

 

 

 

Oepsmomentje

Vriendin en ik hebben samen aardig wat oeps-momentjes gehad. Ze gebeuren spontaan bij ons, zonder voorbedachten rade. We hebben allebei hetzelfde onnozel-gen. Niet handig om dat samen te hebben, maar wel grappig.

Bij Bregje, een restaurant in Zoetermeer halen we herinneringen op aan een gigantisch oef-momentje van jaren geleden. Toen wij een groep van zo’n twintig man hadden uitgenodigd voor een etentje. Waarschijnlijk ter gelegenheid van de hulp bij mijn zoveelste verhuizing. In Leidschenhage staan aan het water een aantal restaurants naast elkaar. Door het glas heen kan je bij de buren naar binnen gluren.

Reservering

Als wij met broer en schoonzus bij het restaurant aankomen zijn we lichtelijk verbaasd als blijkt dat onze reservering niet goed is doorgekomen. Maar de ober wrijft zich in de handen, alles komt goed, zegt hij. Met man en macht gaan ze aan de gang, slepen met tafels en dekken ze voor twintig man. Ondertussen zitten wij aan de rosé, genietend van de ondergaande zon.

Daar komt het oeps-moment

Mijn blik dwaalt af naar het restaurant naast ons en door de ruiten van dat restaurant naar het volgende. Daar valt op dat er druk gezwaaid wordt naar ons. Ik herken iemand, ik herken nog iemand. De verbijstering kleurt zich langzaam rood vanaf mijn enkels tot mijn kruintje. ‘Jongens’, kreun ik en sla alleen maar jammerkreten uit. Zij volgen mijn blik en bij iedereen valt op het zelfde maar te late moment het kwartje. We zitten in het verkeerde restaurant.

Op mijn knieën ben ik naar de ober gekropen, heb zijn schoenen gelikt en mijn fout aan hem bekend. Hij kon er om lachen. Wij al lang niet meer. We zijn het restaurant uit gevlucht en zijn rennend binnen gelopen bij het restaurant waar we de reservering wel hadden gemaakt. Inmiddels zat daar iedereen al onder de tafel van het lachen.

‘Echt weer iets voor jullie’

Het werd gezegd en is daarna nog vaak gezegd. We hebben een naam hoog te houden. Maar beseffen we bij Bregje: Dat kost ons nu eens geen enkele moeite.

 

 

Soms is het goed dat we het niet meer weten

Een gezellige avond. We praten, we eten, we lachen. We zijn dicht bij elkaar. Zo maar een avond eigenlijk als vele. Wat een geluk en rijkdom is het dat soort avonden met anderen te beleven. Toch eindigen we in mineur. Omdat we zoveel te verliezen hebben.

C. werkt zich uit de naad in de ouderenzorg. Zo goed en zo kwaad als ze kan verzorgt ze samen met collega’s een groep van dertig dementerenden. Mensen die echt al ver weg zijn van mooie  herinneringen. Mensen van het hier en nu zonder ook maar enig besef van het hier en nu.

Als zij de omstandigheden schetst waarin zij moet werken en erger nog, de omstandigheden waarin mensen moeten leven, dan vraag je je af wat de zin nog is van ouder worden en de zorg die daarmee gepaard gaat. Ik vraag of ze dan niets merkt van extra geld naar de ouderenzorg. Zij zegt dat het nog nooit zo slecht geweest is als nu.

Ontluisterend

De verhalen zijn pijnlijk. Twee keer per dag verschonen. Want hoe moet je dat tussendoor doen als je maar met twee mensen bent op een groep die niet alleen gelaten kan worden. Mensen die ook niet zomaar even tussendoor verschoond kunnen worden maar die met speciale apparatuur op het bed moeten worden getakeld. Onhaalbaar.

Mensen die gedachteloos lijntjes tekenen op een onzichtbaar kleed van leed. Roepen om een zus die er niet meer is, een kind dat niet meer komt. ‘Zuster’, ‘Zuster’. Een lied zonder melodie dat de hele dag klinkt zonder weerklank te vinden. De zuster is moe. Doodmoe. En teleurgesteld en hopeloos machteloos.

Ziel en zaligheid

Niet alleen is het voor de oudere een vreselijk eind aan een leven dat hopelijk vele malen mooier was dan het ontluisterende einde maar ook voor de verpleegkundige die met ziel en zaligheid wilde werken. Er wilde zijn voor hen die het het hardst nodig hebben. Verzorgers waarvan het lichaam kraakt en de geest langzaam gebroken is. Wat als zij zelf niet meer geloven in een stap voorwaarts?

‘Oud worden is vreselijk’. ‘Wat als we elkaar verliezen? Als er niemand meer over is die voor jou het aller, allerbeste wil?’ We vragen het ons hardop af en zien in elkaars ogen het antwoord dat we niet willen horen. Toekomst was toch een beetje als toekomstmuziek, iets moois in het verschiet, iets om naar uit te kijken?

De toekomst is leuk voor hen die er nog niet zijn. Die nog onderweg zijn in het leven. Dus blijf altijd onderweg is het devies, kom niet op je eindbestemming want dan is er geen redding meer aan.

Pluk de dag

Dat is maar wat we moeten doen. De dagen plukken en er aan ruiken en de lucht opsnuiven van geluk en liefde en samenzijn. De toekomst komt steeds dichterbij.

 

 

Huiswerk of memoires?

Begin dit jaar begon ik aan de opleiding voor Docent Creatief Schrijven. En ik kreeg ook weer sinds lange tijd ‘huiswerk’.

Gisteren op het werk vraagt een hele jonge, lieve collega mij naar mijn plannen voor de komende dagen. Ik som wat op en eindig heel onbenullig met ‘huiswerk maken’. Zij kijkt me met grote ogen aan en zegt: ‘dat klinkt echt heel raar’. In mijn hoofd hoor ik haar erachter aan zeggen ‘heel raar voor iemand van jouw leeftijd’. Of misschien zei ze het ook wel.

Ik lach want herken het. In het begin vond ik het ook heel vreemd om ‘huiswerk’ te maken. Kunnen we het niet mooier maken dan het is? Bijvoorbeeld zeggen ‘Ik moet mijn schrijverskwaliteiten ontwikkelen en integreren in mijn docentschap’. Of ‘ik moet een prozaïsch gedicht schrijven, of een poëtisch verhaal’. Geef toe, dat klinkt direct heel wat competenter dan ‘huiswerk maken’.

Huiswerk of thuiswerk

We praten er over. Zij studeert maar gebruikt niet de woorden ‘huiswerk maken’ meer. Dat hoort bij een heel ander categorie ‘jongeren’.
Misschien moeten we als volwassenen zeggen dat we ‘thuiswerk’ maken. Dat klinkt volgens mij ook volwassener. Al zijn er natuurlijk ook vrouwen die thuis werken en dan hele andere dingen doen waar je geen punten voor krijgt.

Memoires

Maar er komt een tijd in het leven van ons, vrouw of man, dat het ineens weer leuk wordt om te zeggen dat je huiswerk hebt of moet maken. Het maakt je weer even leerling en lerend. Je bijt nog net niet op het puntje van je tong maar je wilt wel scoren. Het goed doen. De beste zijn of worden. Of weer verdwijnen in het kind dat je was: je kont tegen de kribbe gooiend en je tong volwassen uitsteken tegen opdrachten die je te idioot vind.

Het is dat of aan je memoires beginnen.
Geef mij maar heel veel huiswerk. Of werken aan een pensum Schrijven. (dat is geen pensioen by the way).

Een onman

Filmproducent Weinstein kon er lang mee wegkomen. En nu vrouwen hun mond opendoen komen er te veel verhalen naar buiten over seks en onderdrukking. Teveel om het een incident te noemen. Maar dat wisten we toch wel?

Deze week was bij Pauw een jonge vrouw aanwezig die als jong, veelbelovend zwemmer door haar trainer werd misbruikt en gestalkt. De angst dat hij zijn dreigingen waar zou maken en zij uit het zwemteam gezet zou worden, belette haar te praten. Een meisje van elf jaar. Hoe durf je. Hoe ziek ben je en hoe zielig ben je. De vrouw vertelde ook dat zij eigenlijk ook hem beschermde want buiten haar, had hij niemand.
Net zoals deze ‘zielige’ man is de verdachte van de moord op Anne Faber ook een man met een psychische ziekte. En hoe vreselijk ook, de zieke mens moet behandeld worden en desnoods nooit meer vrij komen.

Maar Weinstein en al die andere mannen die menen ergens recht op te hebben, hebben niet het etiket van ‘ziekte’ aan zich kleven. En dat is een vergissing, want geen ziekte, geen behandeling. Terwijl ik denk dat het het enige is dat moet gebeuren.

Brainwash

Mannen die last hebben van hoogmoed en superioriteitsgevoelens moeten terug naar af. Naar een lege schijf in de bovenkamer die dan langzaam en adequaat gevuld worden met de juiste boodschappen.
Bijvoorbeeld:
man en vrouw zijn gelijkwaardig aan elkaar.
Baas in eigen buik, borst en bil.
Je lul loopt jou achterna en niet andersom.
Om maar eens iets te noemen. Want zolang er mannen en vrouwen applaudisseren voor het apengedrag van soortgenoten redden we het niet met een vermanend vingertje.

Mannen sta op

Pauw suggereerde in een latere uitzending dat hij misschien nog een keer een uitzending moet maken over dit onderwerp maar dan alleen met mannen. Ik juich dat toe. En dan niet alleen mannen die toch wel oké zijn maar juist ook die mannen die denken dat een kneep in een linkerborstje niet onaardig bedoeld is. Zolang zo’n jongen niet ongevraagd in zijn rechter bal geknepen wordt, weet hij niet waar ‘ie het over heeft.

Wie zou verwachten dat we anno nu nog het woord ‘onderdrukking’ noemen als het gaat over vrouwen en mannen? In een tijd waarin het toch eens klaar moet zijn met angst hebben voor het ‘sterkere’ geslacht.
Wat is er sterk aan domme kracht?

Mogen mannen nog mannen zijn

Och, arme. Mannen mogen geen mannen meer zijn en waar moeten zij heen met al dat testosteron? En daarom worden er mannenkampen georganiseerd waar ze met knuppels op handen en voeten door het bos mogen rennen en berenhuiden om hun behaarde borst dragen. Weten die mannen niet dat echt alles anders is nu? Dat er achter het hek van die mannenbossen vrouwen staan te gieren van de lach bij het zien van de verongelijkte oerman?

Er is geen ‘oer’ meer. Geen oervrouw, geen oerman. Oermens misschien, maar zeker niet genderneutraal. Want mannen en vrouwen zijn niet gelijk en dat is ook goed. In het verschil kunnen we iets betekenen voor elkaar en elkaar aanvullen.

Dat is heel wat anders dan mannen die vrouwen uithollen en ontleden om de doodsimpele reden dat het kan en zij het kunnen.
Dan ben je geen man. Dan ben je een onman. Man is een titel die je moet verdienen.

 

Dieet wel, dieet niet

Precies twee maanden ben ik nu aan werken aan mijn gewicht, het wegwerken van mijn overgewicht dus. De vraag Dieet wel of Dieet niet kan ik beantwoorden met: die eet niet.

Ik snap ineens wat ze bedoelen met ‘de knop moet om’. De knop is om. Zo erg dat ik me bijna schaam wanneer ik bijna een roepend chocoladetaartje van de Bijenkorf (Chocolade mousse en biscuitdeeg gevuld met koffierumsaus en feuilletine, overgoten met pure chocoladegelei en gegarneerd met een krul van pure chocolade en chocoladegalletjes.) aanneem.

Zwak moment

Eigenlijk heb ik nog niet echt een zwak moment gehad en de kilo’s vliegen er vrij makkelijk af. Maar gisteren zat ik heel dichtbij een groot moment van zwakte. Wat was er gisteren dan?
Gisteren was het lente in de herfst.
Gisteren liepen mannen in korte broek onder een regen van neerdwarrelende bladeren.
Gisteren zaten de terrasjes overvol en liepen kinderen met ijsjes in de handen.
Gisteren zat ik, na een dag weinig eten en veel doen, op een terras met een knagend hongergevoel naar lekkers.

Bitterballeninvasie

Links en rechts werd ik gepasseerd door bitterballen. Bitterballen besteld door het tafeltje naast ons en het tafeltje waar ik net op uitkeek. Toen kwamen er schaaltjes tacochips met gesmolten kaas voorbij. Ik pak opnieuw de menukaart op zoek naar iets dat net zo lekker maar toch verantwoord is. Dat is er niet. Vriendin heeft haar sterke ‘nee’ moment dus bij haar kan ik ook niet halen. Dan komt er een bord langs met een doodgewone tosti maar die tosti ziet er helemaal niet doodgewoon uit. Het ziet er uit om je tanden in te zetten, weer gesmolten kaas, en lekker dik belegd met een heerlijk sausje om het geheel in onder te dompelen.
Een geur komt voorzichtig langs. Gefrituurde verse uienringen met yoghurt-knoflookdip. Ik doe net alsof ik niets ruik. Als ik dan ook nog wordt begroet door zes gefrituurde Japanse kipstukjes, heb ik gehad. We gaan.

Bram de Ladage

Met ferme stap lopen we richting parkeergarage, daar zit Bram Ladage en dat rijmt. Bram heeft een groot terras waar hele gezinnen zich te goed doen aan vers geschilde aardappelfrieten. Met mayo. Of pindasaus. Maar we lopen door. Trap naar beneden. Auto in. Deuren en ramen dicht. Rijden.
‘Wil je een snoeptomaatje’, vraag Vriendin.

Vraag niet ‘waarom niet’

Vrijdagavond waren we bij een show van Sanne Wallis de Vries: ‘gut’. Een aanrader. Grappig, snel, ontroerend, cynisch, hilarisch. Haar eerste lied: ‘vraag niet waarom niet’ bleef bij mij hangen.

Zij doelde op vragen waar een ontkenning in zit. Vraag me bijvoorbeeld waarom wel, maar niet waarom niet. Voor ‘wel’ zijn er argumenten, voor ‘niet’ vaak niet.

Telefoontje

Mijn telefoon gaat. ‘Anoniem’ staat er. Ik ken geen anoniem dus heel vaak besluit ik dat niet op te nemen. Maar soms schuilt er achter ‘anoniem’ een echt mens die echt iets van mij wil, dus heel, heel, heel soms neem ik dan op. DOM.

‘Met mij’
‘Goedemorgen, middag, avond mevrouw, heeft u een momentje?’
‘Uh, waar gaat het over?’
‘Over energie. Over windmolens. Over een telefoonabonnement. Over waterverontreiniging. Over een rattenplaag. Over een lidmaatschap van ‘alles voor niets’, over kurkentrekkers voor flessen zonder kurk’.
‘Uh’ nee, ik heb geen interesse’.
‘Maar mevrouw, ik heb een geweldige aanbieding. U hoeft niets te doen. Het levert u, dat niets doen, als snel een besparing op van 50 procent. Dat wilt u niet?
‘Nee, echt geen interesse’.
‘Mag ik u vragen, mevrouw, waarom niet?’
‘Uh, tja, uh…., gewoon, geen interesse, ik heb al, ik ben al geweest, het interesseert me niet’.
‘Waarom niet?’

Dan ga ik hakkelen.
Het kan natuurlijk anders. Ik kan gewoon zeggen ‘omdat het je geen donder aangaat waarom ik iets niet wil, domme koe’. Maar ook door anonieme telefoongluurders wil ik blijkbaar aardig gevonden worden.
Welke slimme marketingstrateeg heeft dit bedacht? Deze ‘waarom niet’ vraag.

Stel

Stel nu dat iemand vraagt, zomaar iemand: ‘Waarom ben je niet verliefd op mij’.
‘Waarom heb je geen drie konijnen?’
Ik heb zelfs geen één konijn, dus tja, waarom geen drie?

Wat willen ze bereiken met dit soort vragen? Simpel. Ze willen gewoon dat je zelf ook gaat denken dat jouw antwoord echt nergens op slaat. Maar op sommige ‘waarom-niet-vragen’ is geen antwoord te geven is. En dan ga ik, ga jij, gaan wij hakkelen. ‘Uh, tja, uh, ik wil het gewoon niet’. Dat klinkt als een niet overwogen antwoord op een toch legitieme vraag.
‘Waarom ben je niet verliefd op mij?’
‘Omdat’.
‘Dat is toch geen reden, kun je niet met iets beter voor de dag komen? Dat verdient deze vraag toch tenminste wel. Een oprecht antwoord op een oprechte vraag’.

En dan gebeurt het

Je bent zelf ook niet tevreden met het antwoord. Je verwacht van jezelf ook argumenten die hout snijden. Dus ga je hakkelen, stuntelen, uhuhen. En is het allerergste geval besluit je dan toch ‘ja’ te zeggen op iets wat jou inderdaad niets kost, behalve het voeren van dat uitermate vervelend telefoongesprek, waar je vanaf wil.

Je zegt ‘ja, doe dan maar’. De mevrouw vraagt niet ‘waarom wel’. Ze kijkt wel uit.
‘Mevrouw, ik ga ons volgende gesprekje opnemen zodat we zeker weten dat we u voorgoed als klant bij ons vervelende bedrijf kunnen registreren, heeft u daar bezwaar tegen?’
‘Nee’.
‘Mag ik u vragen, waarom niet?’

…. maar dat vragen ze natuurlijk net niet.

 

Ze kwam (niet), ze zag en overwon

Als we gaan wandelen, Ami en ik, dan hebben we steeds een heel ander beeld van ‘wandelen’. Als we naar Monster gaan verheug ik me al op zo’n tienduizend stappen, Ami verheugt zich op poepen en plassen. Dat is een andere insteek.

Een paar dagen terug gingen Vriendin en ik ook met haar naar Monster. Ergens halverwege vind Ami het genoeg. Ze staat stil. Staart omhoog, kop omhoog, een standvastig type. Maar dan ken je ons nog niet. Omdat we de enige zijn op de dijk, wagen we het er op om door te lopen en even niet achterom te kijken. Dat werkt inderdaad maar even. Als ik me omdraai zie ik heel ver weg het blonde arrogante koppie van onze hond. Nog geen centimeter verplaatst.

Hek

Ik stel voor om door te lopen en naar het hek te gaan, alsof we weggaan. En dan gebeurt het. Ami ziet ons langzaam aan verdwijnen en als een afgeschoten raket slingert ze zich een weg door grassen en heuvels. Hijgend staat ze voor ons. Wij kwispelen.

Het werk

Een beproefd concept zou je denken. Maar gisteren faalde het toch. Ze bleef waar ze was. Niet ongelukkig, dat was ik, niet uit het veld geslagen, zoals ik. Ze had gewoon geen zin in mijn wandeling. Met de figuurlijke staart tussen mijn benen wandel ik terug naar haar. Weinig andere opties had ik. Mezelf nog meer voor gek zetten door haar naam te roepen terwijl mensen kijken ‘ik weet niet wie ze roept, maar helemaal lekker is ze niet, die vrouw, daar alleen in de duinen’. Ami wacht af tot ik bij haar ben en begint op haar gemak aan de terugwandeling. Af en toe roep ik ‘wacht’, bijna het enige commando waar ze wel naar luistert. Ik geef toe, meer voor mijn ego dan voor het hare. Dan zet ze het op een lopen. Bij het gesloten hek ‘naar huis’ wacht ze hoopvol op me. Glimlacht bijna. De wandeling is voorbij.

Eén dans, één dans met sproeiende ogen

Zaterdag wordt voortaan mijn gedichtendag. Vandaag een prachtig gedicht dat ik tegenkwam van M. Vasalis.

Oud

Eén dans, één dans met sproeiende ogen,
gloeiende wangen, losse handen.
En dan opzij gaan staan. De bleke glimlach voelen,
die als een nevel op een avondwei
omhoog stijgt. Langzaamaan verkoelen
en merken dat de nevel sneeuw geworden is.
Dan wijze dingen denken, lachen, liegen,
winst maken uit het wezenlijk gemis?
Of plotseling weer het feest inspringen,
op stijve benen en met koude handen
dansen en vallen, overdekt met schande?
Het helpt niet. Houding is het leven niet,
onthouding evenmin. Zwijg en ga heen
en loop alleen zoals een oude wolf
en lik de laatste druppels uit de droge plassen.
Proef goed, het is uw heil en de grimassen
die gij moet trekken zijn vol herinnering
aan vroeger lachen. Met nog één druppel
loodzwaar bestaan, dat toekomst heet:
de laatste terug van onverdund en helend leed.

uit: ‘Vergezichten en gezichten’, 1954.