CategoriePolitiek

Krijsende kat zonder hoofddoekje

Mijn ochtendritueel is helder. Koffie en nieuws lezen op de Iphone, beetje Twitter, beetje Facebook. Klaar.

Vanmorgen word ik verrast door een column van Ebru Umar in de Metro. Ze haalt flink uit naar Sarah Izat, de politieagente die deze week een zaak bij de rechter won. Zij mag met hoofddoek om, binnen het bureau, haar werkzaamheden uitvoeren.

Hoofddoek maakt je geen agent, geen hoofddoek ook niet

Ik vond het eigenlijk wel een goede uitspraak. Eerlijk gezegd lijkt het mij fijn dat ondanks hoofddoeken, kruisjes, tatoeages en andere niet te verbergen uitingen van overtuigingen, de agent gewoon agent blijft. Dat ik weet dat mijn recht gewoon gehandhaafd wordt ondanks alles wat er onder het uniform gedragen wordt.

Ebru Umar denkt daar anders over. En dat uit ze in niet mis te verstane woorden.
‘Maar jij wint dit Sarah. Ik haat jou en jouw soort met alles wat ik in mij heb. Maar ik weet: wij doen dit zelf. Dank je wel, mannen en vrouwen in Den Haag. Dank je wel, mannen en vrouwen op het stadhuis.’

Heftig

Je zal Sarah zijn en dit lezen. Een zuster zou ze kunnen zijn. Ze wordt de les gelezen op een respectloze manier en ik houd er niet van. Ebru Umar durft veel en heeft dat ook wel bewezen. Daar heb ik respect voor maar niet voor deze manier van iemand neersabelen. Ebru Umar ziet de Islam bij Sarah als een cafetariamodel: quote ‘Ik vind dat als jij een kopvod op wilt hebben, je ook maar moet houden aan die andere eisen die jouw islam aan je stelt: thuiszitten, niet naar school, trouwen, onderdanig zijn, kinderen baren en al die dingen die jouw vrouw zijn definiëren volgens jouw islam’.

Woede

Je leest aan alles dat deze column in woede is geschreven. Oprechte woede, dat zal best. Ik ken Ebru niet persoonlijk, weet niet wat haar zo enorm drijft maar soms moet je even bedaren. Misschien ben ik naïef, ik kan me niet voorstellen dat deze Sarah Izat haar eigen kleine Islam-oorlog aan het voeren is als voorbereiding op een totale overname van het Nederland dat wij zo graag omarmen. Maar ik bid zonder hoofddoek dat het geen naïviteit is. Dat mijn oprechte geloof in medemensen waar blijkt te zijn.

 

Een bloem voor Dijsselbloem

Jeroen Dijsselbloem breekt zijn belofte. Hij gaat niet terug de Tweede Kamer in. De media lust hem rauw. Ik denk alleen maar: logisch. Daar hoor je ook niet.

En het zal allemaal waar zijn. Dat hij ‘not amused’ was over zijn vijfde plek op de verkiezingslijst en er voor heeft gezorgd dat hij de nummer drie werd. En dat hij ferme woorden sprak. Over de terugkeer naar de Kamer en het werk dat verzet moest worden. Maar hij kan het niet opbrengen.

Minister

Ik ken Jeroen Dijsselbloem niet echt. Hij maakt een integere indruk en misschien laat ik me daardoor misleiden. Maar als ik ooit van iemand heb gedacht ‘man, hoe houd je het vol’, dan was dat wel bij hem. Net zoals Rutte lijkt hij te beschikken over veel meer energie dan menig ‘normaal’ mens. De normale mens waar Rutte III zo goed voor gaat zorgen, zeggen ze. Die normale mens ben ik en ik maak een diepe buiging voor mensen zoals Dijsselbloem en Rutte die zich niet voor het dikke salaris kapot werken.

Macht, liefde, passie

Er is dus meer dan geld. Misschien is het de macht, de liefde voor de macht, de passie om de macht, het maakt me niet zo uit. Het is in ieder geval niet in centen uit te drukken waarom sommige mensen zich te pletter werken voor volk en vaderland. En als je er dan achterkomt, te laat achterkomt, dat je het niet kan of wil volhouden, dan moet dat kunnen. Zeker als je je steentje wel hebt bijgedragen.

Ik zie Rutte weer zo de Kamer in verdwijnen. Een plek waar hij thuis lijkt te horen. Maar Dijsselbloem? In die krappe bankjes en met dat politieke geneuzel? Die hoort op een ander toneel te staan. En dat gun ik hem ook.

Een man een man, een woord een woord.
Maar als je je woorden niet waar kunt maken moet je soms andere zinnen uitspreken.

Als we alle gekken nu eens binnenhouden?

In verband met de verdwijning van Anne Faber is een 27-jarige man aangehouden. Een psychiatrische patiënt die vastzit voor een aantal gewelddadige activiteiten. Waaronder verkrachting. De man zat midden in zijn detentiefasering.
‘Detentiefasering is het op een zinvolle manier organiseren van de detentie per individuele ingeslotene. Bij detentiefasering gaat het erom de ingeslotene, zodra dit uit een veiligheidsoogpunt verantwoord is, te plaatsen in een regime met minder strikte beveiliging en meer ontplooiingsmogelijkheden.’

Ik vond het persoonlijk altijd wel een mooie gedachte. Mensen voorbereiden op een terugkomst in de maatschappij. De maatschappij, dat zijn wij. Samen. En als je ooit een fout hebt gemaakt dan zijn wij zo rot nog niet. Je krijgt een nieuwe kans. Iedereen verdient een tweede kans. Iedereen?

Kans verkeken

Maar nu denk ik dat het tijd is om te zeggen dat voor sommigen de kansen zijn verkeken. Dan moet je het wel bont hebben gemaakt. Je moet bijvoorbeeld al eerder met grof geweld (tiener)meisjes verkracht hebben. Je moet daar tot op de dag van vandaag trots op zijn. Je moet eigenlijk geen tekenen tonen dat je aan de betere hand bent of dat zou willen, je moet weigeren mee te werken aan een onderzoek in het Pieter Baan Centrum (anders krijg je misschien wel TBS opgelegd) en jouw omgeving is er niet gerust op dat een eerder delict niet opnieuw wordt uitgevoerd.

Zoiets.

Verdachte

De man in kwestie is nog verdachte, geen dader. Maar alles wijst er op dat Anne dacht te kunnen schuilen en op die beschutte plek en een vreselijke griezel tegenkwam. En is het deze man niet dan is het andere achterlijke idioot die vast had moeten zitten. Hoeveel vrijheid en kansen gunnen we mensen die gewoon in en in slecht zijn? Aangeboren of niet, ziekte of geen ziekte, hoe ver gaan we?

Gevangenenhotel

Voor mijn part maken we een super de luxe all inclusive verblijf waar je als gezonde vrouw of man ook wel een tijdje zou willen verblijven. Zo mooi mag het zijn, zo veel mag het kosten wat mij betreft. Een plek waar alle reddelozen samen verblijven en een potje dammen of zo. Of kickboksen en freefighten. Waar ze rond kunnen lopen, zwemmen desnoods. Waar ze daglicht hebben en een donzen dekbed. Maar waar aan het eind altijd een sleutel in het slot zit. Tot hier en niet verder, beste man.

Alles om er voor te zorgen dat jij met je groezelige denkbeelden, je verknipte hersenspinsels, je grootheidswaanzin en vunzige gekte met je poten van anderen afblijft.

Dat je onschuldige meisjes en jongens met rust laat. Ze gewoon laat fietsen, al is het in de regen.
Ze wilde schuilen.
Wij moeten kunnen schuilen.

 

 

 

“Milieu? Ach man, ik kom uit een voortreffelijk milieu!”

Tijdens een etentje fantaseren wij over de prijs die je kon winnen bij de Staatsloterij. Maandelijks een bedrag van tienduizend euro, dertig jaar lang. Dat lijkt ons de beste prijs ever.

Je moet ook niet teveel geld hebben, vinden wij. Gewoon zoveel dat je normaal kunt leven, wat kan uitdelen en dan doorgaan met werken maar vanuit een heel ander perspectief. We praten verder over het werk wat we doen. Twee van ons zijn voor zichzelf begonnen en behoorlijk gelukkig met die keuze. De andere twee doen ook leuk werk maar het zou ook iets anders kunnen zijn. Waar ze iets minder moe van worden bijvoorbeeld en iets minder stress ervaren.

Chirurg

Waarom is niemand van ons chirurg geworden? Of psychiater om maar eens iets te noemen. We realiseren ons dat het in ons ‘milieu’ niet eens ter sprake kwam. Binnen de leefwereld van onze ouders en zij weer van hun ouders was er al een soort van haalbaarheid bepaald. Dat wij ons binnen een bepaalde range zouden bewegen, van doktersassistent tot kleuterjuf, om maar eens iets te noemen. Het ging niet eens over capaciteiten of mogelijkheden. Dat waren alleen nog maar moeilijke woorden.

Doe maar normaal dan doe je gek genoeg

Die tegeltjeswijsheid zit er bij ons goed in. En toch zijn wij, die daar aan een tafeltje zitten, goed terecht gekomen. Gelukkig zijn er mogelijkheden om je later op eigen kracht te ontwikkelen. Tegelijk besef ik dat er ook heel veel capaciteit en bevlogenheid verloren gaat omdat je toevallig niet in het juiste milieu bent grootgebracht. Dat je niet wist dat er naast jouw kleine wereld nog heel veel andere werelden bestonden.

Onderwijs

Wat zou het mooi zijn als het onderwijs zich eens gaat bezighouden met wat een kind in zich heeft. Talenten ontdekken en tot bloei laten komen. Zodat vanzelf de pianist of predikant naar boven komt, de wetenschapper met de potentie om de wereld te veranderen of de hele behendige voetbalspeler. Dat zou betekenen dat ieder kind in principe een zelfde aanbod moet krijgen van onderwijs. Van kunst vooral: muziek, schilderkunst of poëzie. Van filosofie en psychologie. Van statistiek tot logistiek. Van met je handen werken tot met je hoofd verzinnen.

Ieder een talent. Zo zou het moeten zijn. Want iedereen heeft een talent en recht op dat talent. Daar hoef je je dan ook niet voor op de borst te slaan. Omdat het dan bij iedereen zal komen aanwaaien.

Anne en Eberhard

Soms heb je gewoon verdriet. Om wat er dicht om je heen gebeurt. Soms ook omdat iets dichtbij komt. Zonder persoonlijke betrokkenheid want ik ken Anne niet. Ik ken Eberhard niet. Maar toch is er dat trieste gevoel, die sluier van beneveld zijn.

Anne ging fietsen. Ze maakt nog een grappig selfie. Verregend ziet ze eruit met iets van een glimlach in haar ogen. Dan verdwijnt ze spoorloos. Anne is weg. Haar spullen worden gevonden. En je weet, je voelt: dat belooft niet veel goeds. Er gebeuren vaker vreselijk dingen dus waarom maakt deze verdwijning zoveel los?
Gewoon omdat Anne iedereen kan zijn die ik ken. Een buurmeisje, een nichtje, een vriendin, een zus, een moeder. Zij is iedere Hollandse meid die even gaat fietsen en er wordt wat afgefietst in ons landje.

Pas op

Het maakt dat ik tegen iedereen wil zeggen: ‘Doe je voorzichtig?’. ‘Laat je iets van je horen?’ en ‘Ga niet alleen in het donker’. Vriendin laat ‘s avonds laat Ami uit in het parkje. Dat wil ik niet meer. Er zijn heel veel Anne’s maar er zijn ook heel veel gekken. Mannen vaak helaas die ‘in het donker wel doen wat overdag niet kan’. Wat wens ik dat Anne gewoon met de noorderzon is vertrokken. Een waas aan sporen heeft achtergelaten en is verdwenen omdat ze daar reden voor had. Wat wens ik dat.

Burgervader

En dan overlijdt Eberhard van der Laan, niet mijn burgemeester maar wat ik hem graag gehad als ‘burgervader’, zoals hij nu liefkozend wordt genoemd. We wisten dat hij zou overlijden maar de werkelijkheid is anders dan een verwachting. In programma’s wordt hij respectvol herdacht en ik kan en mag daar niets aan toevoegen. Soms heb je geen recht om iets te zeggen. Maar voelen is vrij en dat mag ik volop. Vorige week schreef ik over een zoete pijn. En de zoetheid heeft te maken met de warmte die Van der Laan uitstraalde. Hoe gewoon hij was. Hoe normaal. Hoe vreselijk normaal voor een politicus.

Normaal

Ik las net een column van Bas Heijne. Hij schrijft dat Van der Laan eigenlijk die burgemeester en politicus was die iedereen zou moeten zijn.
Dat wij dat zo bijzonder vinden is eigenlijk heel treurig. Dat er maar zo weinig voorbeelden zijn van dit soort grote mannen of mevrouwen, dat we ‘normaal’ verheffen tot bovenmenselijk. Dat warmte en nabijheid, eerlijk en oprecht slechts voorbehouden zijn aan de enkeling die het kan dragen. Die niets te verliezen heeft.
Maar er is wel verloren. Een gezin verloor een man en vader. Een stad verloor hun verbinder. Een land verloor een ongewone man.

Winst

Maar er is ook gewonnen. Als we straks een burgemeester mogen kiezen, waar ik eigenlijk op tegen ben maar als het dan toch moet, dan kiezen we natuurlijk voor iemand als Van der Laan. Voor een burgemeester waar je hart even van open gaat. Iemand die jou in de ogen kijkt en jou groet als je bijvoorbeeld in dezelfde lift staat. Als ex-ambtenaar van Den Haag ken ik dat soort ongemakkelijke momenten.
Door Van der laan weten we nu allemaal veel beter wat we wel en vooral wat we niet willen.

Als ik naar buiten kijk zie ik de troosteloze grijsheid van een gewone zaterdag en besef hoe gewone mensen kleur kunnen geven aan het leven. Anne en Eberhard. Ze leefden nog lang en gelukkig.

 

 

 

De Trump-orkaan komt er aan

Verontrustende woorden van Trump tiijdens zijn toespraak dinsdag bij de Verenigde Naties. Hij dreigt Noord-Korea ‘volledig te vernietigen’.

En terwijl de ene na de andere orkaan landen bedreigen doet hij er een Trumpiaans schepje bovenop. Het weer is het weer. Gisteren hoorde ik hoe een orkaan ontstaat. Hoe na een orkaan het warme zeewater zich mengt met kouder water waardoor de druk even van de ketel is. Maar Trump denkt daar vast anders over.

Witte tornado

Je kan stoere taal bezigen maar ik ben bang dat er geen plan achter zit. En dat er geen wijze mannen en vrouwen rond deze witte tornado zijn om hem te bedwingen. Hoe wil deze gek de geschiedenis ingaan en wie neemt hij met zich mee? En hoe gek is de Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un? Wat weten wij over die breedlachende man als hij zijn nieuwe wapens toont. De mensen om hem heen lijken net zulke marionetten als zij van de Amerikaanse versie en buigen voor hun grote leider.

Man, man, man

Een orkaan overkomt je, je weet dat het er aan gaat komen en dat de gevolgen vreselijk zullen zijn. Hoe vreselijk, dat moet dan nog blijken. De Amerikaanse president overkomt ons ook maar het grote verschil is dat deze man gekozen is. Door het volk. Door mensen die iets anders wilde. Nou, dat kunnen ze krijgen. Ze kozen een orkaan met een boos en onverschillig oog. En wie stopt deze man en al die mannen die de ballen hoog houden in de wereld?

De voorspellingen liegen er niet om. En volkomen weerloos en machteloos moeten wij toezien hoe enge mannen spotten met iets waarmee niet te spotten valt. Wie redt ons van deze orkanen?

 

Pardon, maar nog even over het kinderpardon…

Zo ongeveer zouden kinderen er in elk deel van de wereld uit moeten zien. Genieten, lachen, vermaakt, gezond, blij. Maar weet je het nog? Begin deze week? Armina Hambartsjumian, de moeder van Howick (12 jaar) en Lily (11 jaar),  uitgezet naar Armenië zonder haar kinderen.

Maar er is veel gebeurd deze week. Ik hoorde dat ‘de politiek’ soms ineens iets anders het land insmijt om een andere kwestie te doen vergeten. Bijvoorbeeld de kwestie dat een moeder zonder haar kinderen, het land wordt uitgezet. De politiek heeft een statement willen maken. Jammer voor Howick en Lily, maar eigen schuld dikke bult voor de moeder.

Staatssecretaris Klaas Dijkhoff (die ik eigenlijk een hele leuke man vindt) was spoorloos deze week. De  vreselijke terreurdaad in Barcelona, joeg dit ‘kleine’ nieuws uit alle kranten. Maar in mijn hoofd bleef het zitten.

De kinderen vallen niet onder het kinderpardon, omdat het gezin in een eerder stadium nooit heeft meegewerkt aan een eventueel vertrek en dat is wel een voorwaarde.

Meewerken aan uitzetting is voorwaarde om eventueel te mogen blijven?? Ik begrijp het niet meer. Dat een moeder slim gebruik maakt van de mogelijkheden om via allerlei rechtsprocedures niet uitgezet te kunnen worden, kun je dat die moeder verwijten? Dat zij haar kinderen een blij en vrij land gunt, is dat verwijtbaar?

Als je als land op je strepen wilt staan, zet dan eerst de goede strepen. Als een gezin niet voldoet aan de eisen gesteld aan asielaanvragen, zorg dan dat het gezin direct terug gaat naar het land van herkomst. Verander wetten en regelgeving zodat het niet meer mogelijk is om negen jaar, soms langer, te verblijven in een land en je toekomst daar op te bouwen.

Het mag gewoon niet kunnen

Als kinderen zo lang in een land verblijven, naar school gaan, de taal spreken, vrienden hebben en van hun eigen land geen weet hebben, dan mag het gewoon niet gebeuren dat je teruggestuurd wordt naar een land waar ze vreemdelingen zijn. Het is gewoon niet menselijk, niet sociaal, niet eerlijk.

Als je als land je zaakjes niet op orde hebt regel dat dan eerst. Zeik niet:  ‘ze wisten het, ze wisten tien jaar geleden al dat ze niet mochten blijven, dan is dit de consequentie’.

Elk kind verdient een pardon. Wij, geluksvogels, kregen al zoveel pardon mee bij het geboren worden: de juiste plaats, het juiste land, de juiste mensen. Daar hebben wij niets voor gedaan of gelaten. Dat kun je niet zeggen van mensen die huis en haard verlaten op zoek naar iets meer geluk. Van mij mogen ze.

We gaan ‘to slow’ (Nina Simone)

Ik schrijf al een paar dagen over rassendiscriminatie in de wereld. Door de rellen in Charlottesville, door de woede van Nina Simone. Gisteren zag ik de documentaire over haar leven en het zien van die beelden maakte mij stil. Stil uit onmacht en woede.

Het is zo makkelijk om als blanke vrouw, uit een land waar alles kan en mag, te roepen hoe lelijk de wereld is. Om je zelf er buiten te zetten en te wijzen naar anderen. Maar ik besef heel goed dat het ook bij mij begint. Hoe breed is mijn wereld en mijn leefomgeving?

Gesprek

Nog niet zo lang geleden sprak ik een Marokkaanse vrouw. Zij luisterde met twinkelende oogjes naar het liefdesverhaal van Vriendin en van mij. Onze ontmoeting, onze heilige overtuiging dat het zo had moeten zijn. Ze was zo blij voor ons en met een ondeugende blik in haar ogen stelde zij vragen die velen hadden willen stellen. Ik was verrast door haar reactie want eerlijk gezegd had ik deze open houding over ‘andere’ relaties, niet verwacht. Gebaseerd op niets eigenlijk maar wel een aanname die heel fout was. Een pijnlijke constatering om mijzelf ineens te zien in het licht van ‘iedereen is van de wereld en de wereld is van iedereen’.

Leren

Als je zelf iets niet kent is het moeilijk om een ander echt te zien. Je kunt niet verplaatsen in een moeder die haar kind verliest, als je zelf geen kind verloren hebt. Ik kan me niet verplaatsen in een man of vrouw die omwille van een huidskleur gedegradeerd wordt tot tweedehandsburger. Het is niet alleen het niet kunnen: ik mag me niet verplaatsen want dat recht heb ik niet. Die pijn ken ik niet, die vernedering heb ik nooit gevoeld.

Ik kan me ook niet verplaatsen in die witte mannen en vrouwen die schreeuwen dat alleen zij er toe doen. Ik kan er met mijn boerenverstand niet bij dat de kleur van je huid bepalend is voor welvaart en geluk. Dat we nu met z’n allen weer kijken naar beelden van haat en waanzin, beelden die we jaren geleden ook zagen en veroordeelden. Wat geeft jou het recht om jezelf groter te maken dan je bent?

Kleine man

Het doet me denken aan een kleine man die altijd op zijn tenen liep. Om groter te lijken. Om niet te voelen hoe klein hij werkelijk is. Al die arrogante blanke koppen van jonge mannen die schreeuwen dat de wereld van hen is. Zaadjes van haat die geplant zijn in de ontvankelijke hoofdjes van baby’s overal in de wereld.

Daar begint het en daar moet het ophouden.

Nina Simone spuwt bijna haar woede en haat uit naar haar publiek. Ze zingt een lied en zegt: ‘dit lied is alleen voor de 300 donkere mensen in deze zaal’. Maar als je haar verhaal hoort dan begrijp je dat zij alle recht had om ‘ons’ uit te sluiten.

Luister naar ‘Missisippie god dam.

 

 

Hanina Ajarai: had gewoon een dagboek bijgehouden

Hanina Ajarai schrijft wekelijks een column in het AD over wat haar zo bezighoudt. Dit keer was de titel: Nouri vs. MH17. Zelf verwachtte ze al geen vrienden te maken met deze column. Ik vond het vooral een slechte column.

Ze schrijft over het feit dat de ene ramp haar niets doet en de ander haar bij de keel grijpt. Ze is nieuwsgierig naar de redenen daarvan. Ze vraagt zich af of het met haar achtergrond te maken heeft. ‘Waarom rouw ik wel om Nouri (voetballer)? Omdat Nouri moslim is?’

Ik kan haar een beetje volgen. Een ramp dichtbij het figuurlijke huis komt bij mij ook meer binnen dan een ramp in een land dat ik niet ken en waar ik de mensen niet ‘ken’. Dat is niet goed en eerlijk maar het is een soort natuurlijke bescherming. Alle aandacht die de media heeft voor een ramp van nationaal belang zorgt er vanzelf voor dat we meer betrokken raken. We zien beelden, we zien mensen, we zien verdriet en pijn en voelen het daardoor ook.

Wilde je dat zeggen?

Maar ze zegt over de ramp van de MH 17: ‘…Niet boeiend. Begrijp me niet verkeerd: ik vind het zielig voor de nabestaanden en ik had gewild dat de ramp niet was gebeurd maar het raakt bij mij geen snaar…’ en ‘…Ik moet bekennen: op emotioneel niveau doet het mij niets. Helemaal niets. Ik heb geen seconde getreurd om de slachtoffers…’.

Bij deze woorden haper ik. Wat staat er nu? Hoe kan zo iets vreselijks je niets doen? En hoe hard kun je iets onder woorden brengen. Lef tonen over de ruggen van anderen is makkelijk.

Boos

En natuurlijk bleven de reacties niet uit en ontplofte social media. Gisteravond was ze te gast bij Summernight op RTL4. Wat er zich werkelijk onder de ‘sluier’ afspeelt zien we niet. Wel twee ogen waarin weinig emotie te lezen is. Vandaag biedt ze in het AD haar excuus aan. ‘…Mijn woorden zijn nooit bedoeld als trap na richting nabestaanden…’.

Haar excuus vind ik bijna nog moeilijker te verteren. Het excuus rammelt aan alle kanten van de idiote veronderstellingen. Alsof haar column een discussie bij nabestaanden zou opleveren? Sowieso een discussie oproept? Niet haar overpeinzingen roepen een discussie op maar het schrijven van de column. Dat je je woorden zo slecht kiest waardoor wat je vindt nog honderd keer harder binnenkomt. Daar is geen excuus voor nodig want dat was een weloverwogen keuze.

Geen seconde getreurd om slachtoffers

Dat je dit ervaart en opschrijft. Het is jouw waarheid. En als dat zo is, dan is dat zo.
Maar waarom mensen lastig vallen met je overpeinzingen zonder antwoord? Waarom je iets afvragen en daar een hele column over schrijven zonder oplossing, zonder inzicht, zonder wijsheid?

Dat is betreurenswaardig. Dat zijn gewoon koude woorden op papier zonder doel en inhoud. Leeg. Daar zijn dagboeken voor bedoeld. Daar schrijf je misschien ook op wat ons daglicht niet kan verdragen. Maar Hanina noemt welbewust een ramp die deze week herdacht wordt. Dat zijn geen overpeinzingen. Dat is smakeloos.

Ferwerda in Madurodamland


Je hebt van die mensen die de lach altijd aan hebben. Zo’n man is bijvoorbeeld Jaïr Ferwerda. Politiek verslaggever. Dus vertel mij maar waar die humor vandaan komt?

Hij is in staat om, elke politicus die hij interviewt, te ontdooien met een jongensachtige glimlach. Met pretlichtjes in zijn ogen. Hij vraagt onderhand wel alles, zegt alles maar met een onbevangenheid die je iemand nooit kwalijk kan nemen. En dat doen ze ook niet.

Ook al gebeurt er niets, dan gebeurt er van alles

Dat doet Jaïr. In deze lange, saaie dagen waarop de heren praten om een nieuw kabinet te kunnen vormen, is er niets te melden (omdat niemand dat doet). Rutte, Buma, Segers en Pechtold lijken allemaal one-liners te hebben bedacht die ze op elke vraag de lucht in smijten zonder op de vraag in te gaan. Onbeduidende, flauwe grappen om vooral maar niets te zeggen. Waarschijnlijk zit daar dan nog een heel communicatieteam achter ook …
Daar sta je dan als politiek verslaggever.

Foto: Roel Wijnants

Foto: Roel Wijnants

Maar Jaïr loopt vrolijk mee met de heren langs de Hofvijver. Met zijn Jort Kelderbroeken en de iets te grote stap. Hij vraagt dingen die er ook niet toe doen maar die wel leuk zijn. Het is net of ik kijk naar Gert-Jan Dröge van Glamourland. Maar nu is het Ferwerda in Madurodamland. Waar grote politici als kleine kaboutertjes figureren in een namaak wereld.
En Jaïr maakt mij aan het lachen. En dat is een kunst op zich.