CategoriePersoonlijk

Vraag niet ‘waarom niet’

Vrijdagavond waren we bij een show van Sanne Wallis de Vries: ‘gut’. Een aanrader. Grappig, snel, ontroerend, cynisch, hilarisch. Haar eerste lied: ‘vraag niet waarom niet’ bleef bij mij hangen.

Zij doelde op vragen waar een ontkenning in zit. Vraag me bijvoorbeeld waarom wel, maar niet waarom niet. Voor ‘wel’ zijn er argumenten, voor ‘niet’ vaak niet.

Telefoontje

Mijn telefoon gaat. ‘Anoniem’ staat er. Ik ken geen anoniem dus heel vaak besluit ik dat niet op te nemen. Maar soms schuilt er achter ‘anoniem’ een echt mens die echt iets van mij wil, dus heel, heel, heel soms neem ik dan op. DOM.

‘Met mij’
‘Goedemorgen, middag, avond mevrouw, heeft u een momentje?’
‘Uh, waar gaat het over?’
‘Over energie. Over windmolens. Over een telefoonabonnement. Over waterverontreiniging. Over een rattenplaag. Over een lidmaatschap van ‘alles voor niets’, over kurkentrekkers voor flessen zonder kurk’.
‘Uh’ nee, ik heb geen interesse’.
‘Maar mevrouw, ik heb een geweldige aanbieding. U hoeft niets te doen. Het levert u, dat niets doen, als snel een besparing op van 50 procent. Dat wilt u niet?
‘Nee, echt geen interesse’.
‘Mag ik u vragen, mevrouw, waarom niet?’
‘Uh, tja, uh…., gewoon, geen interesse, ik heb al, ik ben al geweest, het interesseert me niet’.
‘Waarom niet?’

Dan ga ik hakkelen.
Het kan natuurlijk anders. Ik kan gewoon zeggen ‘omdat het je geen donder aangaat waarom ik iets niet wil, domme koe’. Maar ook door anonieme telefoongluurders wil ik blijkbaar aardig gevonden worden.
Welke slimme marketingstrateeg heeft dit bedacht? Deze ‘waarom niet’ vraag.

Stel

Stel nu dat iemand vraagt, zomaar iemand: ‘Waarom ben je niet verliefd op mij’.
‘Waarom heb je geen drie konijnen?’
Ik heb zelfs geen één konijn, dus tja, waarom geen drie?

Wat willen ze bereiken met dit soort vragen? Simpel. Ze willen gewoon dat je zelf ook gaat denken dat jouw antwoord echt nergens op slaat. Maar op sommige ‘waarom-niet-vragen’ is geen antwoord te geven is. En dan ga ik, ga jij, gaan wij hakkelen. ‘Uh, tja, uh, ik wil het gewoon niet’. Dat klinkt als een niet overwogen antwoord op een toch legitieme vraag.
‘Waarom ben je niet verliefd op mij?’
‘Omdat’.
‘Dat is toch geen reden, kun je niet met iets beter voor de dag komen? Dat verdient deze vraag toch tenminste wel. Een oprecht antwoord op een oprechte vraag’.

En dan gebeurt het

Je bent zelf ook niet tevreden met het antwoord. Je verwacht van jezelf ook argumenten die hout snijden. Dus ga je hakkelen, stuntelen, uhuhen. En is het allerergste geval besluit je dan toch ‘ja’ te zeggen op iets wat jou inderdaad niets kost, behalve het voeren van dat uitermate vervelend telefoongesprek, waar je vanaf wil.

Je zegt ‘ja, doe dan maar’. De mevrouw vraagt niet ‘waarom wel’. Ze kijkt wel uit.
‘Mevrouw, ik ga ons volgende gesprekje opnemen zodat we zeker weten dat we u voorgoed als klant bij ons vervelende bedrijf kunnen registreren, heeft u daar bezwaar tegen?’
‘Nee’.
‘Mag ik u vragen, waarom niet?’

…. maar dat vragen ze natuurlijk net niet.

 

Gender-neutrale emancipatie?

Nu zelfs in het regeerakkoord wordt meegedaan aan de hype van gender-neutraliteit, rijst bij mij de vraag in hoeverre nog over emancipatie gesproken mag worden. Gemeenten, provincies en het rijk mogen niet zomaar meer vragen naar iemands geslacht als dat niet nodig is. Gaan we straks solliciteren zonder kenbaar te maken of je man of vrouw bent? Dus geen voornamen voluit, maar alleen de initialen, geslachtsaanduiding kan je overslaan. Dit betekent overigens ook een eind aan de positieve discriminatie van de vrouw op de arbeidsmarkt.

Ik juich de verschillen tussen man en vrouw toe. Daarnaast wordt onze maatschappij verrijkt met mensen die zich niet voor 100% man of vrouw voelen. Het is echter de vraag of het scheppen van een gender-neutrale wereld voor iedereen het gewenste geluk brengt. Als ik hierover doordenk vrees ik dat het M-woord of V-woord straks een taboe wordt. Een aantal gevoelige punten zal ik in de toekomst waarschijnlijk niet meer aan de orde kunnen stellen. Zo wekt het bij mij irritatie op dat de woordvoerders voor de lerarenstaking in het basisonderwijs twee mannen zijn, terwijl 90% van de leraren in het basisonderwijs vrouw is. Mag dat straks nog besproken worden? Geslacht noemen is immers taboe. Mijn teleurstelling over het falen van Jeanine Hennis-Plasschaert als vrouwelijke minister van Defensie, mijn trots op Neelie Smit-Kroes als een van de machtigste vrouwen. Onbespreekbaar in de toekomst? Het is in de gender-neutrale wereld niet relevant of je man of vrouw bent.

Een gender-neutrale wereld komt te vroeg. De emancipatie is nog volop in ontwikkeling. Het gaat de goede kant op, maar we zijn er nog niet. Vrouwen worden nu op hoge posities getolereerd zolang zij zich als man gedragen, terwijl zij juist door de inbreng van vrouwelijke kwaliteiten zo belangrijk zijn. Seksueel actieve vrouwen krijgen het stempel “slet”, waar de man om dezelfde reden bewonderd wordt. Het uiterlijk van de vrouw staat altijd ter discussie, terwijl dit bij mannen zelden besproken wordt.
Ik vrees dat de maatregelen van de overheid en diverse winkelketens, hoe goed bedoeld ook, niet het gewenste resultaat zullen opleveren. Als er in de basis niets verandert in de vooroordelen naar iedereen die “anders” is dan blijven de problemen bestaan. In de opvoeding, op scholen, in de pers en bedrijfsculturen zullen stappen gezet moeten worden naar gelijkwaardigheid voor iedereen ongeacht geslacht, huidskleur of afkomst. Goed voorbeeld doet goed volgen. Een gender-neutrale wereld en emancipatie zullen dan woorden uit het verleden zijn.
Of is dat een utopie?

Anne

jij liet fietsend jouw
blonde lokken wapperen
liet de regen maar stromen
tegen dromen helpt niets
was je los van de wereld
waar het noodweer jou vond

het noodweer verkleed
als een man, als een dier
heb je hem gegroet?
zoals een aardig mens dat doet
en merkte je te laat
het kwaad dat binnen zat?

hoe alleen wil ik niet weten
hoe de lach verdween
de twinkeling in je ogen
bedrogen door bedrog
van een jongen toch, die
je broer had kunnen zijn

in de regen willen springen
niets bedwingen, het leven lacht
het laatst voor jou
die ene keer dat jij schuilde
en huilde omdat er niemand
was behalve dan de

dood werd je gevonden
en herkend als jonge vrouw
huilen wij de luchten grauw
en niemand huilt zo hard
als een vader als een moeder
die jou ooit zo leerde fietsen

Van liplikkers tot grasgarnalen

Dit mag je toch wel een liplikker noemen. Liplikker is één van de woorden op de lijst van ‘verzinwoorden van Roald Dahl.

Gisteren deelde ik tijdens de laatste creatieve schrijfles alweer, de lijst uit aan de cursisten. Met het verzoek om twee woorden uit te kiezen en daar een verhaal over te schrijven.

Een ‘akkiebakkie’ kreeg zowaar meerdere betekenissen. Een kind zegt tegen zijn vriendje: ‘als mijn moeder dit weet krijg ik op mijn akkiebakkie’. Nou dan weet je het wel.

Verzinwoorden

Het leuke van verzinwoorden is dat ze niet bestaan maar makkelijk hadden kunnen bestaan. Ik ken schrijvers die woorden verzinnen waar je bij staat en waar je niet eens je wenkbrauwen bij fronst. Omdat het woord klopt. Of past in de context van een verhaal. Zo hadden wij bij de gemeente Den Haag als communicatieafdeling reuze lol over de ‘nal’.
‘NAL stands for ZENworks Suite Network Delivered Application Shortcut’, vrij vertaald de lijst van applicaties die je op je scherm te zien krijgt.

Nal

Nal klinkt viezig. Al snel vlogen bij ons de nallen over het bureau. ‘Krijg wat je aan je nal’. ‘Krijg zelf wat aan je nal’. Iedereen begreep dat een mens niet blij wordt als ‘ie iets aan zijn nal’ krijgt.
Hoe mooi zou het zijn als jij de bedenker van een ‘nalwoord’ bent dat heel het land het gaat gebruiken. Met jouw copyright-teken er bij?

De cursisten gisteravond maakten prachtige verhalen met onbegrijpelijke woorden. Een kolossalige droomblazer: wie kent het niet?

Verzin een woord

Wie doet er mee? Verzin een woord en stuur het naar mij toe. Dan maken we onze eigen lijst met ‘nalwoorden’. Gisteravond werd al ‘schuinschrijver’ geopperd. In hoeverre dat met het regeerakkoord te maken heeft…. Maar ik zou geen schuinschrijver genoemd willen worden.
Op schijtebreier. Of waterprutter.

Dit heet spelen met taal. Dat doe ik ook tijdens de cursus. Dan moet je soms van de gebaande wegen af, anders denken en anders durven denken. In november start mijn nieuwe beginnerscursus Creatief Schrijven. Wie doet er mee? Alle rapschransers verzamelen.

Als we alle gekken nu eens binnenhouden?

In verband met de verdwijning van Anne Faber is een 27-jarige man aangehouden. Een psychiatrische patiënt die vastzit voor een aantal gewelddadige activiteiten. Waaronder verkrachting. De man zat midden in zijn detentiefasering.
‘Detentiefasering is het op een zinvolle manier organiseren van de detentie per individuele ingeslotene. Bij detentiefasering gaat het erom de ingeslotene, zodra dit uit een veiligheidsoogpunt verantwoord is, te plaatsen in een regime met minder strikte beveiliging en meer ontplooiingsmogelijkheden.’

Ik vond het persoonlijk altijd wel een mooie gedachte. Mensen voorbereiden op een terugkomst in de maatschappij. De maatschappij, dat zijn wij. Samen. En als je ooit een fout hebt gemaakt dan zijn wij zo rot nog niet. Je krijgt een nieuwe kans. Iedereen verdient een tweede kans. Iedereen?

Kans verkeken

Maar nu denk ik dat het tijd is om te zeggen dat voor sommigen de kansen zijn verkeken. Dan moet je het wel bont hebben gemaakt. Je moet bijvoorbeeld al eerder met grof geweld (tiener)meisjes verkracht hebben. Je moet daar tot op de dag van vandaag trots op zijn. Je moet eigenlijk geen tekenen tonen dat je aan de betere hand bent of dat zou willen, je moet weigeren mee te werken aan een onderzoek in het Pieter Baan Centrum (anders krijg je misschien wel TBS opgelegd) en jouw omgeving is er niet gerust op dat een eerder delict niet opnieuw wordt uitgevoerd.

Zoiets.

Verdachte

De man in kwestie is nog verdachte, geen dader. Maar alles wijst er op dat Anne dacht te kunnen schuilen en op die beschutte plek en een vreselijke griezel tegenkwam. En is het deze man niet dan is het andere achterlijke idioot die vast had moeten zitten. Hoeveel vrijheid en kansen gunnen we mensen die gewoon in en in slecht zijn? Aangeboren of niet, ziekte of geen ziekte, hoe ver gaan we?

Gevangenenhotel

Voor mijn part maken we een super de luxe all inclusive verblijf waar je als gezonde vrouw of man ook wel een tijdje zou willen verblijven. Zo mooi mag het zijn, zo veel mag het kosten wat mij betreft. Een plek waar alle reddelozen samen verblijven en een potje dammen of zo. Of kickboksen en freefighten. Waar ze rond kunnen lopen, zwemmen desnoods. Waar ze daglicht hebben en een donzen dekbed. Maar waar aan het eind altijd een sleutel in het slot zit. Tot hier en niet verder, beste man.

Alles om er voor te zorgen dat jij met je groezelige denkbeelden, je verknipte hersenspinsels, je grootheidswaanzin en vunzige gekte met je poten van anderen afblijft.

Dat je onschuldige meisjes en jongens met rust laat. Ze gewoon laat fietsen, al is het in de regen.
Ze wilde schuilen.
Wij moeten kunnen schuilen.

 

 

 

Anne en Eberhard

Soms heb je gewoon verdriet. Om wat er dicht om je heen gebeurt. Soms ook omdat iets dichtbij komt. Zonder persoonlijke betrokkenheid want ik ken Anne niet. Ik ken Eberhard niet. Maar toch is er dat trieste gevoel, die sluier van beneveld zijn.

Anne ging fietsen. Ze maakt nog een grappig selfie. Verregend ziet ze eruit met iets van een glimlach in haar ogen. Dan verdwijnt ze spoorloos. Anne is weg. Haar spullen worden gevonden. En je weet, je voelt: dat belooft niet veel goeds. Er gebeuren vaker vreselijk dingen dus waarom maakt deze verdwijning zoveel los?
Gewoon omdat Anne iedereen kan zijn die ik ken. Een buurmeisje, een nichtje, een vriendin, een zus, een moeder. Zij is iedere Hollandse meid die even gaat fietsen en er wordt wat afgefietst in ons landje.

Pas op

Het maakt dat ik tegen iedereen wil zeggen: ‘Doe je voorzichtig?’. ‘Laat je iets van je horen?’ en ‘Ga niet alleen in het donker’. Vriendin laat ‘s avonds laat Ami uit in het parkje. Dat wil ik niet meer. Er zijn heel veel Anne’s maar er zijn ook heel veel gekken. Mannen vaak helaas die ‘in het donker wel doen wat overdag niet kan’. Wat wens ik dat Anne gewoon met de noorderzon is vertrokken. Een waas aan sporen heeft achtergelaten en is verdwenen omdat ze daar reden voor had. Wat wens ik dat.

Burgervader

En dan overlijdt Eberhard van der Laan, niet mijn burgemeester maar wat ik hem graag gehad als ‘burgervader’, zoals hij nu liefkozend wordt genoemd. We wisten dat hij zou overlijden maar de werkelijkheid is anders dan een verwachting. In programma’s wordt hij respectvol herdacht en ik kan en mag daar niets aan toevoegen. Soms heb je geen recht om iets te zeggen. Maar voelen is vrij en dat mag ik volop. Vorige week schreef ik over een zoete pijn. En de zoetheid heeft te maken met de warmte die Van der Laan uitstraalde. Hoe gewoon hij was. Hoe normaal. Hoe vreselijk normaal voor een politicus.

Normaal

Ik las net een column van Bas Heijne. Hij schrijft dat Van der Laan eigenlijk die burgemeester en politicus was die iedereen zou moeten zijn.
Dat wij dat zo bijzonder vinden is eigenlijk heel treurig. Dat er maar zo weinig voorbeelden zijn van dit soort grote mannen of mevrouwen, dat we ‘normaal’ verheffen tot bovenmenselijk. Dat warmte en nabijheid, eerlijk en oprecht slechts voorbehouden zijn aan de enkeling die het kan dragen. Die niets te verliezen heeft.
Maar er is wel verloren. Een gezin verloor een man en vader. Een stad verloor hun verbinder. Een land verloor een ongewone man.

Winst

Maar er is ook gewonnen. Als we straks een burgemeester mogen kiezen, waar ik eigenlijk op tegen ben maar als het dan toch moet, dan kiezen we natuurlijk voor iemand als Van der Laan. Voor een burgemeester waar je hart even van open gaat. Iemand die jou in de ogen kijkt en jou groet als je bijvoorbeeld in dezelfde lift staat. Als ex-ambtenaar van Den Haag ken ik dat soort ongemakkelijke momenten.
Door Van der laan weten we nu allemaal veel beter wat we wel en vooral wat we niet willen.

Als ik naar buiten kijk zie ik de troosteloze grijsheid van een gewone zaterdag en besef hoe gewone mensen kleur kunnen geven aan het leven. Anne en Eberhard. Ze leefden nog lang en gelukkig.

 

 

 

Pas als er gezichten zijn…

Gisteravond bespreken we de afgrijselijke aanslag in Las Vegas. Velen van ons stonden daar zelf een keer. Toch zeggen we: ‘Helaas wennen we aan dit soort tragedies’. De schrok van de allereerste keer is niet meer voelbaar. Maar is dat zo?

Laat thuis bekijk ik nog snel even het nieuws op mijn ipad. Ook over Las Vegas. Er staan foto’s online van de mensen die de aanslag niet overleefden. En die foto’s, die beelden van veel jonge mensen, mensen met partners, kinderen, ouders, vrienden… Al die foto’s. En dan komt het net zo hard binnen als de allereerste keer. Ik voel mijn hart bijna stuk slaan tegen mijn borst. Wat een verdriet weer.

Bijlmerramp

Vandaag is het 25 jaar geleden dat de Bijlmerramp plaatsvond. Beelden die je ook nooit meer vergeet. 25 Jaar, dat is een mensenleven. In die tijd zijn mensen geboren, getrouwd en ouders geworden. Bij RTL Late Night is een Surinaamse vrouw te gast. Ik val midden in haar verdriet, haar verhaal dat ze vertelt. Hoe haar jonge kinderen omkwamen bij die vreselijke vliegtuigramp. De woede die ze jaren heeft gevoeld. Boos op God. Want kwamen ze niet net uit de kerk? Hadden ze niet bewezen aan Hem dat ze goed waren, goede bedoelingen hadden als mens op deze planeet?
De woede verteerde haar van binnen. We zien foto’s van een jongen en een meisje. Haar jongen en meisje. Een jaar of tien oud waren ze, schat ik.

Moeder

En als ze vertelt zie ik hoe de moeder in haar tot leven komt. Hoe ze trots is op haar kinderen, op de prachtige dingen die ze zeiden, op de boodschappen die ze nog steeds ontvangt. En ze krijgt de tijd om te praten en ze heeft ook alle recht om te praten. Vijfentwintig jaar leed verdient een standbeeld.

Voorbij

De woede is weg. Op een dag werd ze wakker en keek in de spiegel. Ze zag een oude vrouw, een zombie. De haat had haar gezicht vertekend. Ze sprak zichzelf toe. ‘Stel dat je nog 40 jaar leeft. Wil je dan die 40 jaar op deze manier doorkomen, op deze manier jezelf kapot maken, je kinderen gedenken?’ De knop ging om. Er kwam weer een andere vrouw tevoorschijn. Ze leeft weer, nooit meer als de vrouw die ze was maar toch leeft ze weer zoals een leven geleefd mag worden. Haar verhaal moet anderen helpen. Tonen hoe sterk een mens is. Hoeveel kracht er schuil gaat in ons.

Mij helpt het. In nederigheid. Want ik weet niet hoe sterk ik zou kunnen zijn. Of ik die test kan doorstaan. Maar door haar en door al die gezichten van hen die er niet meer zijn en die ik niet ken, voel ik me geraakt. En zo moet het ook zijn. Er is tijd genoeg om te wennen aan slechtheid.

Die zoete pijn

De schrijfles die ik vanavond geef gaat over autobiografisch schrijven. Waar jij zelf dus de hoofdrol speelt. Hoe haal je al die herinneringen weer terug?

Er zijn talloze oefeningen en manieren om terug te gaan naar vroeger. Terwijl ik aan het googelen ben hoor ik een muziekje. Een muziekje met blazers, met een trommel, met een repeterende beat, met een vrouwenstem. Het doet me denken aan de weken ‘vakantie’ die ik vroeger doorbracht, zingend of toneelspelend bij Buitenkunst. Elke avond was daar wel weer een zelf geknutseld muzikaal werkstuk te bewonderen of werden we midden in de nacht meegenomen naar een meer waar zich een drama begon af te spelen.

Moe maar voldaan

Zo’n week ging je niet in de koude kleren zitten. Weinig slaap, veel drank, veel samen, veel regen. Als verwilderde, losgeslagen bijna-volwassenen kwamen we weer terug in de saaie werkelijkheid dat ‘leven’ heette. Maar nu verrassend, terugdenkend aan die hele, leuke tijd is de herinnering er een met een vleugje droefheid, met een knagend, schurend pijntje in mijn hart. Waar komt dat ineens vandaan of zat dat er altijd al?

Een heel leven in een week

Ik zie mezelf zitten op een vuilniszak met iemand naast me. Vrouw of man, dat kon alle kanten uit. Een naderende verliefdheid, een arm die toevallig de jouwe raakt, een mond die heel dichtbij komt, een stem in mijn oor. Het knisperende geluid van het vuur dat altijd brandde, een zacht gezongen lied van verlangen en eenzaamheid. De nacht die maar duurde en duurde totdat iedereen zijn of haar tentje opzocht om verder te dromen van wat er nog zou kunnen gebeuren.

Zo kwetsbaar waren we, was ik. Zo zoekend naar iets dat ik niet kon omschrijven. Naar kunst met een grote K, leven met een grote L, liefde met een te groot hart en te weinig bescherming.

Zoete pijn

Pijn kan hard zijn en ondraaglijk. Pijn kan gewoon heel naar zijn en vervelend. Maar pijn kan ook dat zoete hebben van een kinderlijke ‘au’, een pijn die je nu eenmaal door moet om echt en voor altijd bij de groten te horen. Pijn met een smaak van lekker maar ook vreemd, pijn als een kabbelende golf die nooit ergens aankomt. Van thuiskomen en vertrekken.

En al die herinneringen zitten opgeslagen op dat ene plekje in jouw lijf. Zonder taal of trefzekere woorden. Een klein scheurtje dat prachtig geheeld is maar als je er zacht met je vingertoppen over strijkt, voel je de lichte hapering.

 

 

Wat te doen met dingen?

Wij hebben veel dingen. Spullen zonder naam, nut en werkelijke noodzaak maar toch weer ding genoeg om te bewaren. Vandaar dat we ook dingendoosjes hebben.

Sterker nog, we hebben een hele dingenkast. Een laag, oorspronkelijk keukenmeubel met iets van veertien lades. Elke la moet je opendoen om te zien welke dingen er in liggen. Ik ben al lang blij dat het nooit in de keuken heeft gestaan want een kurkentrekker zoeken kost nu al moeite in de keukenlades die we hebben.

Wat dingen doen

Onder onze tafel in de woonkamer wilden we echt een plank, om… ja, dingen op te leggen. Een boek, een pen, een tijdschrift dat we heus nog wel gaan lezen. Toen kochten we twee rieten mandjes om er op te zetten. Eén voor haar en één voor mij. Voor je eigen dingen dus. Toen de mijne vol was zette ik er een zwart doosje naast voor de kleine dingen die ik eigenlijk vaak pak. Mijn brillendoek, een nagelvijl, een pakje kauwgom, een pen, een pen, een pen. Nu is het zwarte doosje bijna vol.

Opruimen

‘We moeten de manden eens opruimen’, zeg ik optimistisch tegen Vriendin die dat altijd een goed idee vindt. En oké, ik gooi wat weg, ik ruim wat op maar niet wetend wat ik met de dingen moet doen, schuif ik alles weer terug in de mand. Dat komt dan wel een andere keer, een keer die nooit echt komt, weet ik inmiddels. En zo is ons huis een dingenhuis geworden. Het erge is, als ik dingen zie, dan wil ik ze ook altijd hebben. Vooral als het er gewoon leuk uitziet, ik het niet direct kan definiëren, maar oogt als iets dat ik ooit kan gebruiken.
In mij zit een hebberig dingenmonster. Ik wil er van af maar waar laat ik het?