CategorieHond

Patatje mét

Gisteren wandelde ik weer sinds lange tijd met Ami in Monster. Ami had er lol in. Vol bewondering kijkt ze naar honden die rennen alsof hun leven ervan afhangt. Als een verlegen meisje staat ze erbij maar niemand vraagt haar mee te doen.

Er is een hond, met een riempje over zijn bek. Een vriendelijk riempje want de hond kan nog wel eten, drinken en ademhalen maar niet bijten. Een geruststelling vind ik. Het baasje, een dame met stoer leren jack en dito laarzen vertelt dat haar hond nog wel eens te enthousiast wordt en zomaar kleine hondjes de stuipen op het lijf kan jagen.

En haar hond moet los kunnen lopen. Moet z’n energie kwijt. Drie keer per week pakt ze bus en tram vanuit Den Haag naar Monster. Gemiddeld is ze dan zo’n vier uur van huis. ‘Voor hem lekker maar ook voor mij’, zegt ze lachend. Ik ben onder de indruk. Ik weet niet of ik dat er voor over zou hebben, dat gezeul met hond in openbaar vervoer.

Deelhond

De hond deelt ze met haar dochter. Ze is er enthousiast over. Ze delen lasten en lusten. ‘En’, zegt ze, ‘als mij iets gebeurt, ik ben toch aardig op leeftijd, dan weet ik tenminste dat mijn hond een plekkie heeft’. Ze ziet mijn vragende blik en zegt ‘ik ben 78, over twee jaar ben ik tachtig’. Mijn mond valt open. Dat stoere zware zwarte leren jack, die stampende laarzen, dat paardenstaartje nonchalant hangend op haar hoofd, de felblauwe ogen. Ik complimenteer haar met iets waar ze niets aan kan doen. Goede genen. Ze neemt mijn complimenten in ontvangst en beaamt dat ze gewoon mazzel heeft.

Dat zal het gedeeltelijk zijn. Maar ook haar levenshouding zal er aan meehelpen. Sommige mensen onderhouden de ‘pit’. Als we beiden tegelijk bij het hek staan om weg te gaan, zegt ze: ‘zo nu lekker een frietje halen. Dat doe ik altijd, loop ik naar het dorp. Je moet jezelf een beetje verwennen’.  We groeten en in mijn hoofd hoor ik alleen nog maar ‘frietje’.

Ik praat tegen mezelf, praat mezelf moed in, dat ik best goed bezig ben, dat ik vanavond een gezonde salade eet, dat het mijn lijngedoe goed gaat. ‘frietje, frietje, frietje’ hoor ik.

Salade mét

De salade is heerlijk maar rond tienen houd ik het niet meer. Ik druk de Airfryer aan. Zelf het voorverwarmen maakt me gelukkig. Het belletje tingelt lieflijk dat de temperatuur goed is. Ik kieper wat Oma’s frites in het mandje en lach, lach, lach. Na een minuut of wat liggen er goudgele, knapperige frietjes op mijn bord. Vriendin kijkt naar mij. Ze ziet mijn geluk. ‘Ami en een airfryer’ dat is alles wat jij nodig hebt’, zegt ze.

Ik knik. (En jij natuurlijk, denk ik, maar dat weet ze wel).

 

 

‘Het jong van een kikker is een kikker’

Ami is nu ruim twee jaar. Een jonge hond nog vinden wij. Ami denkt daar anders over en wat je uitstraalt, dat krijg je terug.

Het liefste wat Ami doet is eten en slapen. Ik begrijp dat wel. Maar zie het toch liever anders. Als we gisteren met Ami naar het veldje lopen, bal mee om te spelen, zijn daar al wat honden uitbundig met elkaar aan het rollebollen. We sporen onze puber aan om mee te doen. Maar Ami kijkt wel uit. Op veilige afstand, als heer en meester in het veld, bekijkt ze het gepeupel: aan mijn lijf geen polonaise.

En als ze bij toenadering haar bovenlipje optrekt is er ook geen hond meer die met haar die polonaise wil lopen.
‘Is al oud zeker’, zegt het trotse vrouwtje van een blij en springend veulen.
‘Nee’, zeggen wij gekwetst, ‘ze is twee’.

蛙の子は蛙

Vriendin en ik besluiten om voortaan te zeggen dat Ami een oude ziel is. Alle Shiba’s eigenlijk. Dan halen we er allemaal Japanse wijsheden bij als Kaeru no ko wa kaeru (蛙の子は蛙) dat zoveel betekent als ‘Het jong van een kikker is een kikker’. Die klinkt zo diep filosofisch dat menigeen zwijgend zal knikken om daar later nog eens over na te denken.
Maar wij denken dus dat er iets fout is gegaan tijdens het reïncarneren. Zij kwam niet terug als jonge hond maar als oude hond met een jong lichaam. Soms zie je haar ook opeens springen en er zelf verbaasd over zijn. ‘Verhip, dat ik dat kan’.

Balletje, balletje

Als wij, Vriendin, ik, hond, samen lopen is het ook best een raar gezicht. Vrouwtje 1 gooit de bal weg. Vrouwtje 2 gaat er achteraan. Om de doodsimpele reden dat Hond dat niet doet. Ja, als Vrouwtje 2 net bukt om de bal op te rapen, dan vindt Ami het reuze leuk om net iets sneller te zijn en de bal een meter verder weer neer te laten vallen. Heel soms krijgt Ami de kolder in d’r kop. Als ze als een koningin gepoedeld heeft in het laagstaande watertje, rent ze als een malloot het water uit, door de zandbak heen en weer, en neemt vier keer het veld als een sprinter die eindelijk echt los mag. Je zal ons niet gelukkiger zien dan op dat soort momenten. Alhoewel, dat is niet helemaal waar. Als ik naast Ami op de bank zit en zij haar pootje om mijn arm slaat omdat ik door moet gaan met kriebelen… Misschien is dat wel het ultieme geluk.
Twee oude zielen en zoals een ander Japans spreekwoord zegt:
er zijn geen oude baasjes, er zijn slechts jonge vrouwen.

(Dit had toch beste een spreekwoord kunnen zijn?)

 

Ze kwam (niet), ze zag en overwon

Als we gaan wandelen, Ami en ik, dan hebben we steeds een heel ander beeld van ‘wandelen’. Als we naar Monster gaan verheug ik me al op zo’n tienduizend stappen, Ami verheugt zich op poepen en plassen. Dat is een andere insteek.

Een paar dagen terug gingen Vriendin en ik ook met haar naar Monster. Ergens halverwege vind Ami het genoeg. Ze staat stil. Staart omhoog, kop omhoog, een standvastig type. Maar dan ken je ons nog niet. Omdat we de enige zijn op de dijk, wagen we het er op om door te lopen en even niet achterom te kijken. Dat werkt inderdaad maar even. Als ik me omdraai zie ik heel ver weg het blonde arrogante koppie van onze hond. Nog geen centimeter verplaatst.

Hek

Ik stel voor om door te lopen en naar het hek te gaan, alsof we weggaan. En dan gebeurt het. Ami ziet ons langzaam aan verdwijnen en als een afgeschoten raket slingert ze zich een weg door grassen en heuvels. Hijgend staat ze voor ons. Wij kwispelen.

Het werk

Een beproefd concept zou je denken. Maar gisteren faalde het toch. Ze bleef waar ze was. Niet ongelukkig, dat was ik, niet uit het veld geslagen, zoals ik. Ze had gewoon geen zin in mijn wandeling. Met de figuurlijke staart tussen mijn benen wandel ik terug naar haar. Weinig andere opties had ik. Mezelf nog meer voor gek zetten door haar naam te roepen terwijl mensen kijken ‘ik weet niet wie ze roept, maar helemaal lekker is ze niet, die vrouw, daar alleen in de duinen’. Ami wacht af tot ik bij haar ben en begint op haar gemak aan de terugwandeling. Af en toe roep ik ‘wacht’, bijna het enige commando waar ze wel naar luistert. Ik geef toe, meer voor mijn ego dan voor het hare. Dan zet ze het op een lopen. Bij het gesloten hek ‘naar huis’ wacht ze hoopvol op me. Glimlacht bijna. De wandeling is voorbij.

Een stoere schijterd

Ami houdt van nieuwe dingen. Nieuwe omgeving, nieuwe speeltjes, nieuwe mensen, nieuwe snoepjes, nieuwe katten.

Ik weet niet of het een Shiba eigen is maar de verveling slaat al snel toe in haar toch al niet zo flitsend bestaan. Maar hoe flitsend wil je het hebben als hond van twee dames op leeftijd met een stappenteller.

Stappenteller

Toch was die stappenteller ook voor haar een uitkomst. Want ook zij maakt met ons die stappen. Maal twee dan. Wandelend verkennen we dus eindelijk de buurt waarin we wonen en komen op plekken waar we het bestaan niet van wisten. En dan leeft Ami op. Nieuwe geurtjes en nieuwe plasjes om aan te snuffelen. Een nieuw speeltje doet het ook goed. De roze bal van de buurvrouw valt zo in de smaak dat ze het fluffy ding mee naar bed neemt. De bal is van een betere kwaliteit dan wij doorgaans kopen maar ook deze is na een dag of drie vergaan tot een ontleed lichaam.

Een kat

Bij ons om de hoek woont een kat. De kat lijkt op Ami. Zelfde kleur, iets kleiner maar het zouden zusjes kunnen zijn. Ami vindt de kat spannend en loopt met een alertheid die wij zelden zien de route naar de plek waar de kat zich zou kunnen bevinden. Ze loopt, een diva eigen, met een groot zelfvertrouwen, hijgend bijna van opwinding en staat op elke hoek stil om de boel te inspecteren. Als ze de kat onder de auto of achter het hekje van de tuin ontdekt loopt ze er op af als een overwinnaar. Totdat de kat ontdekt dat ze zelf echt wel van zich af kan blazen en venijnig de grotere viervoeter weg miauwt. Dan verandert Ami in het meisje dat ze werkelijk is. Een beetje bang, een beetje klein dan toch, een beetje minder diva. De staart zakt nog net niet tussen de achterpoten maar achteruitlopend neemt ze afstand van het sissend gevaar. Om dan, op veilige afstand, zich nog een keer parmantig om te draaien.

Dan voelt ze zich weer even koningin, onze stoere schijterd.

Dat is toch zo’n ZMOK hond?

Als hondenbaas wandel ik wat af. En zeker sinds de stappenteller aan mijn broekzak hangt, plukt ook Ami de vruchten van mijn bewegingsdrang.

Leuk zijn de ontmoetingen met andere hondenbezitters. Soms zie je al van verre dat er een gesprek aan dreigt te komen. En soms zijn het ook gewoon leuke gesprekken met een heel groot voordeel: het onderwerp van gesprek is er altijd bij en zit braaf de gesprekstijd uit.

Man en vrouw

Een man en vrouw en twee hondjes. We stoppen en aaien. We horen hoe leuk, hoe lief, hoe zeldzaam braaf, hoe zielig, hoe attent, hoe vreselijk bijzonder hun hondjes zijn. Ik doe een poging om de aandacht naar onze viervoeter te verplaatsen maar dat lukt niet. Ami gaat er op haar allerliefst bij zitten maar man en vrouw geven haar geen blik.

Uiteindelijk gebeurt het. De vrouw werpt een bedenkelijke blik op onze hond en zegt misprijzend: ‘Dat is toch zo’n moeilijk opvoedbare hond?’ De man vertelt over een avond waarbij hij door zo’n soort hond de hele tijd dreigend wordt aangekeken. Hij houdt er niet van.

Vrouw zonder vingers

De vrouw vertelt. ‘Er loopt hier een vrouw met ook zo’n hond maar zonder vingers. Heeft dat beest eraf gebeten. Het zou me gebeuren, ik beet z’n kop eraf. Net zo’n hond, ken je die vrouw, ze loopt altijd met zo’n karretje?’

We kennen het verhaal en de vrouw. Haar shiba is ook echt niet aardig maar het bijtincident voltrok zich toen zij haar hond uit een gevecht met een andere hond wilde halen. Haar hond, die shiba, beet haar vinger er af. Dat is niet leuk maar ook niet verwonderlijk. Ze mist sinds die tijd een halve vinger. Het verhaal gonst door de wijk en elke keer mist ze een stukje vinger meer. Tot haar hele hand er bijna afgebeten is door een Shiba Inu.

Wij doen nog een poging om onze schat de hondenhemel in te prijzen maar ze geven slechts mondjesmaat toe dat die van ons misschien een uitzondering is. En ja, ze heeft best een lief bekkie, maar ja… vertrouwen kan je het niet.

Fijne avond

We trekken Ami met ons mee en wensen de mensen toch een fijne avond. Enigszins ontstemd lopen we door. Mopperend tegen elkaar over die domme mensen met die domme honden en die domme uitspraken en die vreselijke stomme namen voor hun honden. Bij het rode stoplicht gaat Ami warempel braaf zitten als we het vragen. Drie oudere dames op de fiets wijzen naar haar. ‘Kijk nou toch, hoe braaf ze gaat zitten en dat bekkie, om op te vreten’.
Het helpt een heel klein beetje tegen het hondenleed dat ons is aangedaan. Al dat gepraat over de Shiba en het eigenzinnige gedrag. Het zal. Het is. Het gaat niet om de honden, het gaat altijd om de bazen. Maar leg dat maar eens uit.

Pleasen? Wat is dat?

Kijk ze nu toch eens schattig bij elkaar liggen. Perfecte  harmonie. Lijkt het. Boris ontbreekt op deze foto, want dit weekend waren er drie honden samen. Mooi om te zien hoe ze buiten hun uiterlijke verschillen, ook innerlijk er hele andere manieren op na houden.

Die kleine is van ons. De grote is Max. Max is een lieverd. Net zo oud als Ami gedraagt hij zich nog wel als een jonge god. Ami is oud geboren, zeggen wij wel eens al verrast ze ons soms ook met een dolle-dwaze ren-actie.

Rust en reinheid

Dat past het beste bij Ami. Als de schone, spierwitte Max in het water duikt en er bijna zwart weer uitkomt, haalt Ami haar neusje op. Zij doet alleen aan pootjebaden. En ze wil rust. Daar is Max weer niet van. Met zijn grote hondenlijf werpt hij zich op Ami die alleen maar licht geïrriteerd haar bovenlip optilt. Geen fijn plaatje kan ik je zeggen.

Toch weten alle drie de honden, in de grote tuin, hun eigen plekje te vinden. Als we gaan wandelen laat Ami weer haar fijne Shiba-karakter zien. Terwijl de andere honden vooruit rennen en blaffen van plezier gaat Ami pontificaal voor de brug zitten. ‘Doorlopen’, zeggen we tegen elkaar, ‘dan komt ze wel’. En inderdaad, soms komt ze wel maar soms komt ze ook helemaal niet. Zo rent ze een terrein op waar een man net het hek wil sluiten. Hij wacht geduldig terwijl wij Ami lokken met roepjes en snoepjes. Ze komt niet. En wat niet hoort doen we onder die druk toch: we gaan haar halen.

Correctieriem

Ze gaat even aan de correctieriem. De riem die wat strakker om haar nek gaat zitten als ze trekt. Het helpt. Ze loopt keurig en parmantig naast ons. Zo’n riem moeten we ook hebben.

In de grote Vogelkelder in Den Haag, een paradijsje voor kinderen en dieren, laten we ons informeren over de riem. Het meisje schudt haar hoofd. ‘Het helpt wel’, zegt ze, ‘zo’n riem, maar je hondje wordt er geen ander hondje van. Honden snappen niet wat je wilt, ze snappen alleen dat het pijn doet als ze trekken. Ze worden angstig. En jullie hondje, die moet je gewoon laten zijn wat ze is. Een Shiba.

Beschaamd bieden we ons excuus aan, aan Ami. We kopen de lekkerste snoepjes die er zijn en we huppelen de winkel uit.

Pleasen

Zo erg is het ook helemaal niet, dat gedrag van onze hond.  Ze luistert best wel. Best wel. Ze is lief enzo. Super makkelijk als je niet teveel van haar vraagt. En waarom zullen we iets van haar vragen als ze al zo veel geeft?
Als we haar roepen, komt ze, niet gelijk maar ze komt uiteindelijk wel. Als ze moet wachten, wacht ze. We komen er samen wel uit.

Ami heeft twee vrouwtjes die graag pleasen. Die vrouwtjes hebben een hondje gekozen dat niet de minste behoefte heeft aan pleasen. Het is wat het is. En stiekem, houden wij er van.
Zij doet immers alles waar wij slechts van kunnen dromen. Zij is zichzelf.

 

 

Koning, keizer, admiraal: Ami is ze allemaal

Dat een Shiba een ras apart is, hoor je vaak. Wij hadden niet te klagen, zeiden we trots, die van ons is heel sociaal. Vooral als ze een snoepje vermoedt in een of andere broekzak. Heel sociaal.

Nadat wij Lola, het buurhondje, een paar dagen op bezoek hadden weten we ineens weer hoe het is om gewoon een hond in huis te hebben.  En weten we: wij hebben de Shiba niet, de Shiba heeft ons.

Zo staat ze het liefst. Onze almighty Queen. Boven op de dijk, de landerijen controlerend. Roepen heeft geen zin. Als een roepende in de woestijn voelen we ons. Een snoepje? Been there, done that.

Tips en trucs

Er zijn trucjes om honden jou te laten volgen. Loop gewoon door. Als je uit het zicht bent, dan komen we ze wel hoor…. Niet onze Ami. Ze gaat zitten, ik loop door. Draai me halverwege hoopvol om en zie haar nog steeds als een bevroren standbeeld zitten. Ik loop nog verder door en verstop me achter een bosje. Andere hondenwandelaars kijken mij meewarig aan: weer zo’n baasje die denkt dat dat helpt. Als ik door de bosjes heen probeer Ami te ontwaren, zie ik haar zitten. Haar focus nu helemaal niet meer bij mij maar, observerend hoe andere viervoeters spelen, vermaakt zij zich prima.

Grommend keer ik om. Blaffen wil ik. Als ik haar weer nader rekt ze zich uit en loopt rustig mee naar het hek. De wandeling heeft lang genoeg geduurd vindt mevrouw.

Eigen weg

Een dag eerder zijn we bij een grote plas. Op de terugweg loopt Ami voor ons uit. Uit het zicht. We roepen ‘wacht’, uiteindelijk wacht ze gelaten. Als ze ziet dat we een andere weg inslaan, rent ze naar ons toe. Wij zijn blij, kijk dan, ze komt toch. Maar een trucje werkt maar één keer bij een Shiba. De volgende keer loopt ze gewoon door. We raken haar uit het zicht en ik voel een lichte paniek opkomen. Wat als ze straks, aan het eind van de wandeling, het parkeerterrein oploopt, of de weg die daarachter ligt. Na een lange, ongeruste wandeling, lopen we langs het restaurant en daar zit op het weggetje ernaast, voor het parkeerterrein, Ami ons op te wachten.

Smelten

We hebben een hond. Ze heet Ami. Ze is gewoon zichzelf en daar zal ik aan moeten wennen. Als ze ‘s avonds in haar mand ligt, volkomen ontspannen en relax, kijk ik naar haar lieve koppie en smelt. Ik sta op en aai haar dikke vacht. Ze opent niet eens de ogen. Ze weet dat het goed is. Het leven is goed.

Als de chemie ontbreekt

Zwarte Lola logeert een paar dagen bij ons. Een vriendelijk, knuffelige schat. Als we elkaar normaal buiten tegenkomen dan wordt er door de honden enthousiast op elkaar gereageerd. Hoe anders is het ‘binnen’.

Als Kiki komt weet Ami van gekkigheid niet hoe ver ze kan gaan met het favoriete spelletje ‘Kikipesten’. Als Boris er is, weet Ami precies haar plek. Maar met Lola, wat moet ze nu met Lola?

De honden negeren elkaar volledig. Lopen langs elkaar heen, doen een stapje opzij om de ander voor te laten gaan, ruiken aan dezelfde boom, staan naast elkaar maar zijn feitelijk lucht voor elkaar. Geen lelijk gedrag ook. Helemaal geen gedrag. Nou even dan, gisteren.

Mergpijp

Ze krijgen allebei een mergpijp. Al na twee minuten loopt Lola zonder bot de kamer in. Ami bewaakt de hare als was het een trofee. Als Lola een blik werpt op het bot werpt Ami zich er bovenop en snauwt ‘van mij, wegwezen, kleine donder’. Vriendin en ik gaan op zoek naar het ontbrekende Lolabot maar het is nergens te bekennen. Of goed verstopt of met huid en haar verslonden.

Tijdens de losloopwandeling in Monster is er even een kleine aanzet tot spelen maar Lola draait op haar rug en speelt de onderdanigheid zelve.

Slapen

Lola heeft zich de hele woonkamer toegeëigend en wij vinden het leuk. Zij doet alles wat nog niet eens in het brein van Ami is opgekomen. Ze springt van bank naar bank, huppelt vrolijk de trappen op en af. Ami kijkt er niet eens naar. Gisteravond besloot Lola om haar leefruimte nog wat verder uit te breiden. Vanaf de bank springt ze in de lege mand van Ami en graaft daar een favoriet plekje om te slapen. Ik heb nog nooit een hond verbaasd zien kijken maar Ami presteerde het. Op het moment dat Ami besluit om lekker in haar mand te liggen ziet ze de indringer. Ze staat voor de mand en kijkt en gelooft haar ogen niet. Met een schuin oog taxeert Lola of het veilig is om te blijven waar ze is. Ami doet nog een stapje dichterbij en geeft het op. Lola doet het oogje dicht. Twee keer pakken we Lola op en leggen haar op de bank maar dat wil ze niet. Net zo snel springt ze weer terug in de mand van Ami.

Eindelijk

Als de mand eindelijk leeg is loopt Ami er naar toe. Zet er voorzichtig twee pootjes in en ruikt aan het kleed. Niet haar lucht. Ze wandelt weer weg. Dat proces herhaalt zich een paar keer tot ze eindelijk besluit om zich haar mand weer toe te eigenen. Ze gaat liggen alsof Lola er nog in ligt en zij zich moet voegen in de ruimte die er dan nog is.

En ‘s ochtends zie ik hoe Lola ook haar eigen mandje heeft gevonden. Een roze huisje.

 

Twee kwispelende meisjes

Lola, het buurhondje, logeert een paar dagen bij ons. Voor het eerst. Buiten begroeten honden en mensen elkaar altijd enthousiast maar hoe gaat dat als huis en haard gedeeld gaan worden?
Her name was Lola, she was a showgirl

Dat klopt wel. Lola is een showgirl. Ze rent met het grootste gemak de trappen op en af waar Ami nog nooit één poot op een trede gezet heeft. Een trap? Hebben ze die dan?

Lola spring op de bank als een jonge god en laat zich vallen op het plekje dat zij het lekkerst acht. Ami kijkt er naar. Een bank? Hebben ze een bank dan? Van hartstochtelijke liefde is geen sprake. Ze negeren elkaar nog net niet. Af en toe neuzen ze voorzichtig maar dan verliest Ami zich in het leukste speeltje van de wereld: de zachte, grote, bal van Lola.

Knuffelen

Lola houdt van knuffelen. Ze springt op schoot en laat zich lekker kroelen. Ze ligt vlak tegen me aan op de bank en knort zelfs een beetje. Ik ook, van geluk. Ami kijkt het allemaal wat aan, rolt op de rug en rekt zich lekker uit, volkomen happy in d’r eigen shibawereld.

Als we de honden uitlaten zeggen Vriendin en ik tegen elkaar dat het toch wel leuk is, een hondje erbij voor de knuf. Vriendin zegt wijs dat we Ami niet echt een plezier doen. Ook geen onplezier, het is haar een worst. Een grote, hondenworst.

Slapen

Als het tijd is om te gaan slapen, ligt Ami in haar vertrouwde mand en Lola op haar vertrouwde bank. Samen met elkaar maar ook weer niet. Ze tolereren elkaar zonder gemekker. Als ik vanochtend beneden kom kwispelt de zwarte staart van Lola als een helicopterpropeller, ze is blij om mij te zien. Ami opent één oog en ziet dat het goed is.

Ami wordt alleen wakker als ze ziet dat Lola eten krijgt. Eten. Het toverwoord om van Ami een springlevende pup te maken. Je kan haar er wakker voor maken. Binnen no time heeft ze de bak van Lola leeg. Sneller dan mijn ‘nee’. Dan begint ze vol overgave aan haar eigen bak. Lola krijgt een nieuwe bak, nu blijft Ami op afstand. Met een schuin oog taxeert ze de afstand naar de bak van Lola. Ze draait er in kringetjes omheen maar ze komt niet dichterbij.

Nu zit ik boven te ‘werken’. Zitten zij beneden.. wat te doen? Ik ga maar eens even kijken, het is mij te stil.

 

Hond Ami: ‘Dit noemen zij vakantie’


“Dit noemen mijn vrouwtjes vakantie. Een paar dagen naar een groot veld waar ze in een kringetje rond een vuurtje zitten.’

“En ik? Ik mag aan een hele lange lijn zogenaamd vrij loslopen. Die lijn zit wel ergens aan vast natuurlijk. Wat nou ‘vrijheid?’

Stoel-en tafelpoten

Waar ik ook heenloop, mijn vrijheidsbeperkende uitlaatlijn, zit continu ergens aan vast. Waar ik ook onderdoorloop. Je moet dezelfde weg teruglopen, zeggen ze, alsof ik een ingebouwd navigatiesysteem aan mijn staart heb hangen!

Stadje

Toen mocht ik mee naar de Grote Stad. Heb duizenden kuiten voorbij zien komen. En me gek gesnuffeld want mensen laten altijd eten vallen. En heb ik eindelijk iets gevonden, zeggen zij: ‘nee’!

s’ Avonds gingen ze barbecueën, zij om mij heen met allemaal lekker eten. Ja, er valt wel eens iets van het bordje, maar dat stelt niets voor.

Eindelijk

Eindelijk gingen we terug naar het hotel. De vrouwtjes moesten lachen om de gekke sprongen die ik maakte. Ja lach maar, het was pure frustatie. Toen we de kamer ingingen ben ik als een gek naar binnen gerend, heb mijn speeltje gepakt en heb zeker twintig keer de grote kamer en hal doorgerend.

Dat vind ik nou leuk.”