Boezemvriendinnen

We waren twaalf. Boezemvriendinnen. Ria, Els en ik. “Dat kan niet”, zei jij altijd. “Drie is teveel, dat wordt huilen”. Je had gelijk. Het was of Ria en Els tegen mij of ik met Els tegen Ria. Alle denkbare combinaties waren mogelijk. We hielden van elkaar, we haatten elkaar. Voor alles was een moment.
Wij waren zogenaamde jongensmeiden. Begrijp me niet verkeerd, we waren geen meiden waar de jongens óp waren, we waren halve jongens. Alle drie. We konden voetballen als de besten, hadden grote bekken, stoere koppen, maar daarbinnen, in die strakke omhulsels, zaten onze gekwetste meisjeszielen. Want reken maar dat we gekwetst waren want wie niet heel mooi was moest sterk zijn (of zielig maar dat waren we natuurlijk niet).

Onze rivaliteit speelde zich af rond het schoolplein waar we afspraken om na schooltijd onze meningsverschillen uit te vechten. Als boksers stonden we tegenover elkaar met gebalde meisjesvuisten en opgekropte woede en probeerden elkaar pijn te doen. Soms lukte dat, soms niet. Nog voel ik de tranen over mijn verhitte wangen lopen na zo’n gevecht. Hoe alleen kan je zijn als anderen samen zijn? Nonchalant weglopen was een kunst die ik me eigen had gemaakt.

We waren ook altijd ineens weer ‘goed’. Ik herinner me geen praatsessies of verontschuldigingen. We voelden instinctief aan wanneer het lang genoeg had geduurd. Voorzichtig toverden we een glimlach maar op zo’n manier dat je altijd nog terug kon naar een chagrijnige grimas. We hoefden niets uit te leggen. Als geen ander kenden we de pijn en het verdriet want er zat er altijd wel één in de rol van verschoppeling.

Toen de laatste schooldag. Onze laatste fietstocht op weg naar huis en daarna? Op de Melistokelaan, vlak bij mijn huis, namen we afscheid van elkaar. Aan omhelzen deden we niet, we pakten elkaars handen vast en beten op de lippen. Terwijl ik ze weg zag fietsen voelde ik iets dat ik later beter zou leren kennen. Een wee gevoel, pijn zonder scherpe steken maar diep en loodzwaar alsof mijn hart één grote schaafwond was.

4 reacties

Astrid 14 november 2010 at 09:26

Hoi An, ik kan me die tijd nog goed herinneren . Volgens mij was heel de klas onder de indruk van jullie stoerheid en ook de jongens konden maar beter bevriend blijven met jullie.
Wat heb jij dit mooi onder woorden gebracht.
xxx

Reply
Marijke 14 november 2010 at 09:25

Ook ik had die haat-liefde verhouding met mijn twee allerbeste vriendinnen Karin en Angeline. Wat waren we verdrietig die laatste schooldag. Wat waren we blij om elkaar na dertig jaar weer te ontmoeten bij de schoolreunie. Wat pijnlijk dat we helemaal NIETS meer met elkaar hadden. Je verhaal haalde wel dat verdrietige gevoel van toen weer naar boven. Prachtig.

Reply
Anja R. 12 november 2010 at 18:55

Dat wanneer je weer goed was, bizar zoals dat dan ging. Eigenlijk doen volwassenen dat vaak ook nog op die manier, niets uitpraten maar weer doen alsof alles goed is. Waarschijnlijk voorbeeldgedrag van de ouders. Alles uitpraten is ook moeilijk, dan worden de zaken zo concreet en pijnlijk, moet je misschien een besluit nemen… Als kind besluit je ook liever niet dat de vriendschap voorbij is.
Blijf jij voorlopig maar lekker schrijven!

Reply
Pam 12 november 2010 at 15:28

Terwijl ik dit lees krijg ik een tinteling door mijn lijf die ik ook had als ik de blauwe plekken van mijn moeder zag. Je schrijft zó mooi, dank je wel.

Reply

Laat een reactie achter