Sterke tante

jun-7-2012

Dat zeg je wel vaker: dat is een sterke tante maar in dit geval bedoel ik letterlijk: mijn sterke tante.

We zijn er geweest op ziekenbezoek en werden ontvangen als waren we de hoofdprijs van de loterij. Een uur later zijn we vertrokken, rijker dan hoe we gekomen zijn. Nog nooit heb ik iemand ontmoet die zo laconiek, blijmoedig bijna met de situatie omgaat. Ze heeft al zo veel moeten verdragen in haar leven en nu ze zelf aan de beurt is haalt ze haar schouders op en zegt: ‘ik zie het wel’.

U bent ongeneeslijk ziek en we gaan er ook niets meer aan doen.

Dat is de mededeling waarmee je naar huis gaat. Wat zeg ik, ging je maar naar huis maar ook dat is verleden tijd. Haar trots, haar woning, blijft leeg achter en zij zit in een verpleeghuis. Midden in de kamer ligt ze. Links en rechts wat eigen spulletjes en met hulp van anderen is het bijna een echte huiskamer geworden. Het is in ieder geval ‘haar huiskamer’. ‘Ach, zegt ze, die spulletjes waar je je hele leven zo blij mee bent… op een moment als dit doet het er niet meer toe. Dat heb ik gehad.’
We krijgen koffie want haar kopjes staan er ook. Ze lacht, maakt grapjes, laat zien hoe ze met de grote zuurstoftank die boven haar uitsteekt, toch naar het restaurant wandelt. Hoe ze de hele ingedutte afdeling weer tot leven wekt door ze aan te sporen naar het koor te gaan luisteren.

‘Ik ga leuke dingen doen en wat heb ik daar zin in. Ik hoef hier niets. Elke ochtend schuif ik aan het ontbijt aan in mijn ochtendjas en ga weer terug naar mijn kamer. Wat een heerlijkheid, Niet meer haasten, waarom zou ik?’
Als we haar zeggen hoe bijzonder het is hoe zij met deze en al die andere zeer pijnlijke momenten in haar leven is omgegaan, zegt ze: ‘Ik weet ook niet waar ik het vandaan haal. Gek heh, hoe ik reageer, maar het is gewoon zo. Daar kan je niets aan doen. Dat heb je of dat heb je niet.’

Gepost in Dicht bij huis

Herinneren

jun-5-2012

Ik fiets vanmorgen naar mijn werk en in een relax tempo, denk ik aan mogelijkheden om over te schrijven.
Links en rechts kijken, levert genoeg op alhoewel ik de neiging heb om als een kip zonder kop te fietsen en dan ineens te merken dat ik er al ben. Maar nu niet. Van de ene gedachte kom ik op de andere. Vanavond ga ik mijn tante bezoeken in een verzorgingshuis. Het gaat niet goed met haar, de voorspelling is ook niet goed. Deze tante is de oudste zus van mijn moeder, die ruim twee jaar geleden overleden is. Met deze tante, want samen waren ze ‘soulmates’ houd ik ook de link aan mijn eigen moeder vast. Dat is belangrijk.

Twee weken geleden waren wij, mijn zusjes en ik, er ook. Mijn tante lag diep in slaap, aan zuurstofslangen was dat geen fraai gezicht. Ik zag ook ineens mijn moeder weer liggen. Wat doe je met iemand die zo kwetsbaar ligt te liggen? Wakker maken? En haar dat gevoel geven dat we haar ‘gezien’ hebben?
We slopen zacht de kamer uit. Later hebben we gemerkt dat zij te ziek was om ook maar enig andere notie te hebben. Ik heb daar over geschreven op dit blog. Ondertussen heeft ze in het ziekenhuis gelegen en is nu weer terug in het huis dat haar huis niet is.

We are running out of mothers… ik heb er laatst een gedicht over geschreven. Onze generatie is afscheid aan het nemen. Veel te veel en veel te vaak. Ik ga vanavond mijn tante bezoeken en zeggen dat ik terug kom.

Gepost in Dicht bij huis

Zoveel geluk en zoveel verdriet

mei-21-2012

Een weekend weg om te vieren dat we een jaar getrouwd zijn. Een jaar. Voor de één lang, voor de ander kort. Voor ons alleen maar wonderbaarlijk. Vorig jaar rond deze tijd hadden we een geweldig feest in een heerlijke zon. Het jaar is voorbij gevlogen. Zo goed kan een jaar zijn!

En dan kom je terug van zo’n weekend en dan hoor je hele trieste dingen. De moeder van mijn schoonzusje overleden. Omdat onze hond bij hun te gast was, hebben ze het niet verteld. Zodat wij dit leuke weekend konden hebben. De hond bleek gelukkig een klein medicijn.

Zoveel verdriet en niet begrijpen. Iemand waar je van houdt te zien huilen, meer dan huilen, pijn zien hebben… ik vind dat altijd het moeilijkste om te laten zijn. Weten dat je niet meer kan zijn dan een hand op de schouder maar dat je niet de pijn weg kan toveren.

Leven is helaas ook pijn hebben. Wie heeft het niet meegemaakt?
Je kan het niet overslaan, niet je ogen sluiten of net doen alsof.
Het is er, hard en meedogenloos.
Stikken in je tranen.

De tijd nemen om weer de zin te zien van leven met die bekende afloop.
Om te koesteren van wie je houdt, om te koesteren die van jou houden.

Gepost in Dicht bij huis

Ziekenbezoek

mei-17-2012

We gaan onze tante bezoeken die tijdelijk is opgenomen in een verzorgingshuis. Tijdelijk, dat is wat we hopen. Als we haar kamer binnenlopen ligt ze diep in slaap, omringd door zuurstofflessen. Een akelig gezicht. We sluipen de kamer weer uit. Haar wakker maken is ook zo iets.

Door het zien van deze beelden zie ik ook mijn eigen vader weer aan de zuurstof liggen. Happend naar adem. De sticker op de deur: verboden te roken. Dezelfde sticker hangt ook aan de deur van de kamer waar mijn tante ligt.

Door het zien van de beelden zie ik ook mijn eigen moeder weer liggen in het verpleeghuis. Tijdelijk. Wat was ze vrolijk toen.

Een zuster heeft mijn tante gewekt om het zuurstofgehalte te meten en raadt haar aan niet te praten maar alleen maar te knikken met het hoofd. Maar dan ken je mijn tante niet. Ze fluistert haar hele verhaal. Hoe goed het ging. Hoe akelig het werd. Hoe rot ze het vindt ons niet optimaal te kunnen ontvangen, hoe blij ze is met de bloemen, hoe graag ze nog verder wil, hoe ze daar alles aan gaat doen.

Op het kastje staan foto’s van haar twee overleden dochters en haar overleden man. Een triest rijkdom. In niets doet zij mij dan denken aan mijn moeder. Ze maakt zelfs nog een grapje als ik, met oude bloemen om weg te gooien, de kamer uitloop. “Niet pikken heh’, zegt ze en lacht zoals alleen zij kan lachen.

Mijn tante. Ik hoop dat ze er nog bij blijft. Voor haarzelf maar ook voor ons. Optimisme kunnen we allemaal gebruiken maar er zijn er maar weinig die het kunnen geven.

Gepost in Dicht bij huis