Monthly Archives: oktober 2017

Een smoezelig verhaal

 Jelle Brandt Corstius vertelde vorige week dat hij als stagiair verkracht werd door zijn ‘meerdere’.  Die meerdere blijkt nu een naam te hebben: TV producent Gijs van Dam. Deze Van dam was te gast met advocaat Peter Plasman bij Pauw. En ik denk alleen maar: waarom moeten wij dit zien en horen?

Ten eerste zit voor het gesprek met de vermeende verkrachter een geinig itempje over seks op TV met godin Goedelen Liekens. Persoonlijk vind ik dat een vreemde keuze temeer omdat Goedele op elk moment haar kijk-mij-eens-vrij-met-seks-omgaan-en-neukverhalen’ mag vertellen.

Dan zit daar een zeer timide Van Dam. Een man die ik niet ken, nooit van gehoord hebt en hij toont aangeslagen. Naast hem zit de meer dan betrokken advocaat Plasman die precies lijkt te weten wat er fout gegaan is. Van Dam ontkent verkrachting. Ja, ze hadden seks, ja ze hadden teveel drank op en ze hebben er nooit meer over gesproken omdat ‘het achteraf toch niet mijn type was’.

Wat moet ik hiermee?

Ik kijk graag naar Pauw. Natuurlijk is het gekleurde journalistiek maar ik ken geen journalistiek zonder kleur. Maar waarom een podium bieden aan een man die van gespeelde schuchterheid bijna onder de tafel lijkt te willen kruipen. Met een gehaaide advocaat die er natuurlijk als de kippen bij was om zijn cliënt bij te staan.

De waarheid zullen wij nooit weten. De waarheid is wat de mannen, Brandt Corstius en Van Dam er zelf van maken. Dat zij elkaar nooit meer hebben gesproken over de daad is vreemd. En ik kan me van alles voorstellen bij een verklaring over waarom het verhaal nu pas naar buiten komt. Maar dat er een naam is genoemd is eigenlijk te veel van het goede en kwade. Want de waarheid is geen waarheid meer. Vijftien jaar is er voorbij gegaan. Vijftien jaar van denken en gedachten hebben. Van ontkenning en van woede.

Het is klote dat Brandt Corstius het gevoel heeft dat hij verkracht is. Het is klote dat Van Dam het zich niet kan herinneren. Dat zegt genoeg. Twee mannen die nog jong genoeg zijn om te weten dat je het best even rond de tafel kan zitten. Zonder journalisten, zonder gezeik. Niemand wordt hier beter van. Delen is altijd fijn maar weet met wie je iets deelt. Er is geen weg terug.

Gelukkig van gebakken lucht

We hebben een airfryer gekocht. Ik val meteen maar met de deur in huis want wat een onnoemelijk geluk is ons overvallen.

Als je zoals wij, al een maand of twee geen patateke hebt aangekeken dan is zelfs de belofte van alles wat het allemaal wel niet mee kan, al genoeg voor een twinkeling in onze ogen.
Toch ga ik er van uit dat het ding niet doet wat het belooft. Hoe vaak hebben we ons niet laten verleiden tot de aankoop van ‘t een of ander en we dan toch al snel teleurgesteld worden?

Een wonder

Maar nog niet. Tot nu toe. En we hebben er al wat in gesodemieterd. Eerlijk is eerlijk, alleen ongezonde dingen. Gezonde dingen ken ik nu wel. Dus ‘oma’s frites’, bittergarnituren, kroketten, gehaktballetjes. De patat was het eerste dat de droger in ging. Op het bord zag het al veelbelovend uit. Vriendin en ik slaken na het eerste frietje dat we proeven een diepe zucht en kijken elkaar vol liefde aan. ‘Dit is niet normaal’.

We komen superlatieven te kort om onze voldoening en tevredenheid onder woorden te brengen. Dus we laten het bij zachte kreuntjes van genot.

En een kind kan de was doen (maar dat heb ik er nog in uitgeprobeerd). En er komt geen eind aan de beloftes die we overal lezen. En iedereen is er blij mee. Dus we gaan ons nog even te buiten aan al het goeds dat uit het slechte eten kan komen. De weegschaal vanmorgen stelde niet teleur. In tegendeel. Is het gewoon gebakken lucht dat we eten?

Virtuele frites

Zou dat niet de volgende stap zijn? Dat we te samen virtuele frietjes eten. Dat we ruiken, proeven, hoe een goudgeel, knapperige aardappelstengel onze mond inglijdt, dat we het zout op onze lippen proeven en we voldaan zijn na een hap of wat? Dat de klodder romige mayonaise vol en zoetzuur smaakt en we nergens vlekken krijgen van gemorst genot?

Het zou me niet uitmaken. Ik laat me graag in de maling nemen. Genot is genot.

 

Het troosten van het levenslied

The voice of Holland en dan huilen? Niet echt met grote tranen maar van binnen huilde ziel en zaligheid. Om ziel en zaligheid. Dat gebeurt soms met me.

Tijdens TVOH word ik geraakt door Haagse Samantha. Zij doet mee omdat er in de Voice ook Nederlandstalig geluid te horen moet zijn. Samantha zingt levensliederen, het volkse van muziek, zeg maar. En ik houd er van. Ik houd van smartlapperige liedjes als ze echt zijn en echt voelen.

Het mocht eigenlijk nooit. Heb je een beetje persoonlijke status opgebouwd, kom dan niet aan met ‘niemand laat z’n eigen kind alleen’. Dan zak je zo een plek of tien op de ranglijst van beetje links en beetje slim.

Tranen met tuiten

Lang geleden in mijn grote depressie periode, zat ik in een huis, in een kamer, op mijn knieën op de grond. Beneden werd mijn verjaardag gevierd. Er werd gelachen, gedanst, gepraat. Ik glipte weg omdat het in mij nooit echt feest kon worden. En in het donker luisterde ik naar ‘Zij gelooft in mij’. Ik wiegde mezelf in mijn eigen armen op de melancholieke tonen van Hazes en huilde. Huilde om iedereen die geloofde in mij, om de troostende woorden en muziek. Om het gemis van geloof in mezelf. Om het grote gat dat nooit gevuld kon worden.

Soms doet muziek dat met mij en vooral Nederlandstalige muziek. Omdat het direct mijn hart inkomt. Of ik het wil of niet.
Het is met mij goed gekomen ergens onderweg. Zo goed dat die periode van lange ellende bijna niet meer bij mij lijkt te horen. Maar heel soms wordt die snaar van ontroering weer aangeraakt. Door een woord, een snik, een stem. Dan zou ik alleen maar willen huilen. Van pure ontroering die zo zeer doet dat alleen muziek het aan kan raken. Alsof het keurige doosje waarin in verpakt ben openscheurt en de werkelijke inhoud geopenbaard wordt.
Dat van een heel klein meisje.

Vier stoelen draaide er om. Ik draai nog steeds. Gek hè?

 

Jij rommelt, hij rommelt maar ik rommel het best

Sinds ik voor mezelf ben begonnen loop ik tegen een karaktertrekje op van mezelf dat ik toch niet goed kende. In ieder geval waren er altijd omstandigheden die ervoor zorgde dat het niet zo opviel. Collega’s bijvoorbeeld.

Een enkele collega zei wel eens: ‘Bij Anja is het altijd een rommel op haar bureau’. Ik kon daar dan best wel trots bij kijken want het was wel mijn rommel en ik wist (bijna) precies waar alles lag.

Mijn werkkamer

Ik dacht echt net, ik maak een foto van mijn werkkamer om jullie te laten zien hoe het er nu voor staat. Mijn kamer is immers geen flexplek dus ik kan alles achterlaten zoals ik belief. Maar die foto… ik kan het jullie maar vooral mezelf niet aandoen. Mijn hele imago krijgt een deuk van jewelste. Dus ik heb me gek gezocht naar een foto van een puinhoop die nog erger is dan die van mij.

Wat ik op mijn eigen foto zag was gewoon triest. Overal liggen papieren met aantekeningen die ik  nodig heb voor ‘t een of ander. Er zijn wel opbergmapjes maar die liggen er net zo rommelig bij als de losse rommel op mijn bureau. Er liggen boeken ‘voor de grijp’. Boeken waar ik iets uit wil halen ter overdenking of ter inspiratie. Er ligt wat af is en wat nog niet af is.

Digitale troep

Digitaal is het eigenlijk niet anders. Mijn mappen puilen uit van versie 1, versie 1.1, versie definitief, versie DEF, versie NU ECHT DEF en Laatste versie. Stonden ze dan nog bij elkaar in 1 map maar nee, ik maak allemaal mappen met namen die zo op elkaar lijken dat ik het zelf vergeet. Bijvoorbeeld ‘huiswerk cursisten’ en ‘cursistenhuiswerk’. Mijn digitale bureaublad is er erger aan toe dan mijn fysieke.

Opruimen

En ik neem me voor om op te ruimen. Eerst die klus afmaken en dan gaat het gebeuren. Wat lijkt het me heerlijk om een kamer binnen te komen waar het bureau leeg is, de kasten netjes ingedeeld, mappen met inhoud die kloppen met de titel van de map, stapeltjes van nut. Zou dat niet mooi zijn: stapeltjes van nut te hebben?

Ik niet en toch ook weer wel

Hashtag MeToo heeft de wereld in haar greep. Was het eerst nog een uiting van solidariteit en uit de kast komen van slachtoffers van seksueel geweld, is het plotseling een item geworden dat vrouwen en mannen irriteert. MeToo.

Bij Pauw was Daniela Hooghiemstra, historica/hysterica te gast. In een column beweert ze dat vrouwen doorslaan in het slachtoffertje spelen. ‘Noem het juist een teken van volwassenheid van vrouwen dat er nu verhalen los komen. Dat toont dat we ons niet meer onderdrukt voelen. Het gaat dus beter dan ooit met vrouwen’.

Jessica Durlacher over de rol van seks in de #MeToo-beweging zegt: ‘Dit exces is ook het vuile bijproduct van de geestelijke en fysieke menselijke elektriciteit die seks is. En zonder al dan niet virtuele macht of spanning is seks geen feest (als er al seks is).

Not me too

En ik raak de weg kwijt in het meningengedoe. En dan gaan ook mannen zeggen dat ze verkracht zijn. En dan denk ik: huh, het ging toch over vrouwen…., ja natuurlijk is het ook erg dat mannen dit overkomt maar het was toch een vrouwendingetje: een punt maken met #metoo?

Of gaat het niet om vrouwen en mannen maar om macht? Van die mannen die door hun positie of hun fysiek iets kunnen toe-eigenen zonder toestemming te vragen? Of het nu die dikke, vette directeur is, die zielige eenling van een gesjeesde wetenschapper of een gozer met het IQ van een meloen.

Vader en man

Tommy Wieringa, schrijver, was ook te gast bij Pauw en hij zei iets dat veel indruk maakte. Hij vertelde dat hij met samengeknepen billen wacht als zijn vrouw ‘s nachts alleen ergens van thuis moet komen. Dat hij naar zijn jonge dochters kijkt en bang wordt.

#Metoo geldt eigenlijk voor alle vrouwen die niet meer alleen het park in durven. Omrijden om situaties te vermijden. Niet die hand op de bil die je gewoon wegslaat maar de man die dat wegslaan niet pikt van een vrouw. Die ‘kankerhoeren’ roepen en ‘ik zal je eens een beurt geven’-mannen. Haantjes waar de koppen vanaf gehakt zijn en toch door kunnen kakelen.

Het gaat niet om seks. Laat iedereen seks hebben op de manier die ze leuk vinden. Spannend, geil, vreemd, grof, zacht, woest. En wil je onderdrukken of onderdrukt worden, mijn zege heb je. Als je elkaars zege ook maar hebt.

En nu ben ik wel klaar mee. #Youtoo?

 

 

 

Als ‘t’ ineens niet meer werkt

Aaf Brandt Corstius heeft een boek geschreven ‘eindelijk 40’, over de voor- en nadelen van 40 zijn. Ook zij is  (nu al) bezig met ‘vergeten’. Hou ouder je wordt, hoe meer vrees we krijgen om in de eigen vergetelheid te geraken.
Van de week was ik er bijna van overtuigd dat het zover was.

We wilden weer een keertje Netflixen, Vriendin en ik. Ik pak de afstandsbediening maar waar voorheen altijd Netflix zat, het zit er niet meer. Ik kan er niet naar toe met de toetsen op mijn afstandsbediening. Dat kan. Dat gebeurt wel vaker.
Maar hoe langer het duurt, het staren naar de televisie, hoe leger mijn blik wordt. Hadden we een andere afstandsbediening speciaal voor Netflix, er liggen er vier op tafel, waarom geen vijfde?
Vriendin neemt het van me over. Dat is al een stap want ik ben de nationale afstandsbedieninghoudster. Gelukkig lukt het haar ook niet. Ik ga googelen.

Zoeken

Waar google je op? ‘Ik ben vergeten hoe het werkt’? Of ‘help, ik weet het niet meer’? Ik doe andere batterijen in de afstandsbediening maar het mag niet helpen. Niets wil naar Netflix. Ik zet alles uit, trek de stekkers eruit en wacht. Vind in het menu een andere optie om te komen waar ik naar toe wil en het werkt. We Netflixen weer. Maar dat is niet het punt.

Angst

Wat ik voelde was pure angst. Angst om het te vergeten. Om iets niet meer te weten voor altijd. Om een trap op te lopen waar geen einde aan komt, waar geen bestemming aan vast zit. Om een leeg toetsenbord te zien. Angst om te verliezen.
Er zijn geen batterijen voor mensen als we even haperen. Geen ‘alt-delete’ voor een nieuwe start. Ik voelde wat een mens voelt als het mis dreigt te gaan, echt mis. Wat een rot gevoel is dat.

Ziggo is stom

Waarschijnlijk heeft Ziggo iets veranderd. Maar er zal van de week vast een moment zijn dat ik het weer ga proberen op de oude manier. Om te bewijzen dat het allemaal nog klopt bij mij. En ik ga nog meer nieuwe dingen in mijn hoofd stoppen om leegloop te voorkomen.

Maar al die mensen die echt vergeten, niet meer weten en dat weten… pffff. Ik begrijp het een stukje beter wat dat moet zijn. En het gaat niet alleen om ‘vergeten’ maar om alles wat je als mens verliest om nooit meer terug te krijgen. Het sloeg bij mij in als een bom.

Als een verjaardag een feestje is

Iemand vroeg wat ik ging doen dit weekend. Ik noemde best wat dingen op en hoorde mezelf zeggen: ‘En ik heb een verjaardag zaterdag. Maar een leuke verjaardag’.

In die toevoeging is het eigenlijk allemaal wel gezegd. Want als we eerlijk zijn vinden we sommige verjaardagen ook bijeenkomsten waar je ‘nu eenmaal niet onderuit komt’. Maar er zijn uitzonderingen. De verjaardagen van P en J. Je weet precies wat er gaat komen en meestal ook nog wie er gaat komen en juist in de voorspelbaarheid zit het feestje. Want de verwachting is er een die goed is en goed voelt.

Optelsom

Een goed feestje is een optelsom van wat ingrediënten: mensen, eten, drinken, sfeer. Daar zit het wel goed mee bij deze verjaardag die mij aan is komen waaien. Sinds ik met Vriendin verkeer mag ik mee. Dus stel (voordat ik een foute optelsom maak) dat Vriendin en ik nu zo’n jaar of acht samen zijn, dan heb ik nu zo’n keer of veertien zo’n feestje meegemaakt. In die tien jaar kom ik dus gemiddeld anderhalf keer per jaar dezelfde mensen tegen. Mensen die ik niet verder ken dan van het feestje. Maar het bijzondere is dat ik het gevoel heb dat ik de mensen echt ken.

Blog

En die mensen, de meesten dan, lezen mijn blog. Dus zij kennen in ieder geval mij (erg) goed. Zo word ik ook begroet en zo begroet ik hen ook. Blij met deze ‘volgers’ en het echte contact.
Dit is zo’n verjaardag waar ineens gedanst kan worden. Waar binnen vijf minuten een groepje volwassenen een lied aanheft. Waar een ‘vreemde’ zich binnen de groep nestelt en er ook thuishoort. Waar op en af voedsel wordt aangedragen, waar glazen vanzelf worden gevuld, waar gesprekken verder gaan dan doorgaans gebruikelijk is op een verjaardag. Waar het feestje altijd vanzelf blijkt te gaan.

Stress

Ik geef direct toe dat je niet bij mij moet zijn voor zo’n feestje. Ik heb een tamelijk laag stressniveau en zelfs drie kopjes koffie doen mij al verzuchten dat ik het allemaal niet kan overzien. Een cadeautje ontvangen en een bel die gaat: het is teveel voor mij. Drie bossen bloemen is to much. Honden en kinderen die gillend door het huis gaan. Iemand die een gesprek wil aanknopen: ik kan het niet aan. Alles aan mij staat op zorgen dat het feestje zo snel mogelijk is afgelopen.
Misschien dat ik juist daarom zo geniet van verjaardagen die in harmonie verlopen.

Wij en zij

Waar ik me op mijn eigen feestje helemaal los voel van de gasten, is er op dit soort feestjes geen wij en zij. Je kent ongetwijfeld de verjaardagen waar mensen niet mixen. Waar families in aparte hoeken van de kamer staan opgesteld en maar niet nader komen tot elkaar. Waar groepjes, groepjes blijven. Maar er zijn dus ook verjaardagen zoals ik beschreef. Soms blij, soms stil, maar altijd samen.
En terwijl ik dit tik, hoor ik weer een liedje voorbij komen. Dus deze is voor P en J en P.

 

Winkelen

We hadden er zin in, Vriendin en ik. Een middagje shoppen, jas was nodig, vestje, broekje, blouseje, dingetje. We hadden tijd, we hadden centjes, de zon scheen en Ami werd door heel shoppend Nederland in het hart gesloten. Wat kon er mis gaan?

Opgewekt lopen we de eerste winkel binnen. Ik werp al vanaf de deur een blik naar binnen en schudt mijn hoofd. ‘We gaan’. De tweede winkel: hetzelfde. Nadat ik één stap over de deurmat heb gezet maak ik een halve pirouette en stap weer naar buiten. Binnen staat Vriendin mij verbaasd aan te kijken. ‘Niets’, mompel ik.

Ik kan dat erg goed. Vanaf een afstand een winkel peilen op ‘iets voor mij’ of ‘niets voor mij’. Eigenlijk moet ik dan al weten dat de kleidingmissie geen kans van slagen heeft maar we zetten door. Twee uur later, moe en hijgerig, laten we ons zakken op de stoeltjes bij een terras. Dan maar een glaasje wijn.

Eigen winkeltjes

‘We hadden ook meteen naar onze eigen winkeltjes moeten gaan’, zeg ik, ‘daar slagen we altijd’. Vriendin knikt. ‘Dan doen we dat morgen’.
De volgende dag in onze eigen winkeltjes worden we opnieuw teleurgesteld. We begrijpen er niets van, ze hebben ‘niets’. Ik pas een jas en sta als een drol voor de spiegel. Ik pas een broek en laat hem halverwege alweer zakken. Niets. Het wordt niets. Gelukkig hebben ze hier ook terrasjes. En witte wijn.
We evalueren onze teleurstellende winkeldagen. Hoe kan het zijn dat twee vrouwen niets vinden? Misschien ligt het niet aan de winkeltjes maar aan ons? Ik weet in ieder geval dat ik soms last heb van het ‘weet-ik-niet-maakt-me-niet-uit’ virus. Een virus dat mij waarschuwt om vooral niets te kopen. Ik heb er heel lang niet naar geluisterd. Ben ik wijzer geworden?

Slagen

Een week later slagen we in exact dezelfde winkels,  andere locatie (dat dan weer wel), uitstekend. Zo uitstekend dat we tassen en dragers te kort komen. Een uur hebben we ervoor nodig gehad. Te vroeg is het zelfs om aan de wijn te gaan.
Als we thuis onze kleding op de tafel leggen constateren we een ander virus. Virus ‘blue’. Donkerblauw, lichtblauw, kobaltblauw, ruiten, strepen, blokken maar blauw. ‘Feeling blue’ zonder reden. Of zien we iets over het hoofd?

 

 

Een onman

Filmproducent Weinstein kon er lang mee wegkomen. En nu vrouwen hun mond opendoen komen er te veel verhalen naar buiten over seks en onderdrukking. Teveel om het een incident te noemen. Maar dat wisten we toch wel?

Deze week was bij Pauw een jonge vrouw aanwezig die als jong, veelbelovend zwemmer door haar trainer werd misbruikt en gestalkt. De angst dat hij zijn dreigingen waar zou maken en zij uit het zwemteam gezet zou worden, belette haar te praten. Een meisje van elf jaar. Hoe durf je. Hoe ziek ben je en hoe zielig ben je. De vrouw vertelde ook dat zij eigenlijk ook hem beschermde want buiten haar, had hij niemand.
Net zoals deze ‘zielige’ man is de verdachte van de moord op Anne Faber ook een man met een psychische ziekte. En hoe vreselijk ook, de zieke mens moet behandeld worden en desnoods nooit meer vrij komen.

Maar Weinstein en al die andere mannen die menen ergens recht op te hebben, hebben niet het etiket van ‘ziekte’ aan zich kleven. En dat is een vergissing, want geen ziekte, geen behandeling. Terwijl ik denk dat het het enige is dat moet gebeuren.

Brainwash

Mannen die last hebben van hoogmoed en superioriteitsgevoelens moeten terug naar af. Naar een lege schijf in de bovenkamer die dan langzaam en adequaat gevuld worden met de juiste boodschappen.
Bijvoorbeeld:
man en vrouw zijn gelijkwaardig aan elkaar.
Baas in eigen buik, borst en bil.
Je lul loopt jou achterna en niet andersom.
Om maar eens iets te noemen. Want zolang er mannen en vrouwen applaudisseren voor het apengedrag van soortgenoten redden we het niet met een vermanend vingertje.

Mannen sta op

Pauw suggereerde in een latere uitzending dat hij misschien nog een keer een uitzending moet maken over dit onderwerp maar dan alleen met mannen. Ik juich dat toe. En dan niet alleen mannen die toch wel oké zijn maar juist ook die mannen die denken dat een kneep in een linkerborstje niet onaardig bedoeld is. Zolang zo’n jongen niet ongevraagd in zijn rechter bal geknepen wordt, weet hij niet waar ‘ie het over heeft.

Wie zou verwachten dat we anno nu nog het woord ‘onderdrukking’ noemen als het gaat over vrouwen en mannen? In een tijd waarin het toch eens klaar moet zijn met angst hebben voor het ‘sterkere’ geslacht.
Wat is er sterk aan domme kracht?

Mogen mannen nog mannen zijn

Och, arme. Mannen mogen geen mannen meer zijn en waar moeten zij heen met al dat testosteron? En daarom worden er mannenkampen georganiseerd waar ze met knuppels op handen en voeten door het bos mogen rennen en berenhuiden om hun behaarde borst dragen. Weten die mannen niet dat echt alles anders is nu? Dat er achter het hek van die mannenbossen vrouwen staan te gieren van de lach bij het zien van de verongelijkte oerman?

Er is geen ‘oer’ meer. Geen oervrouw, geen oerman. Oermens misschien, maar zeker niet genderneutraal. Want mannen en vrouwen zijn niet gelijk en dat is ook goed. In het verschil kunnen we iets betekenen voor elkaar en elkaar aanvullen.

Dat is heel wat anders dan mannen die vrouwen uithollen en ontleden om de doodsimpele reden dat het kan en zij het kunnen.
Dan ben je geen man. Dan ben je een onman. Man is een titel die je moet verdienen.

 

Dieet wel, dieet niet

Precies twee maanden ben ik nu aan werken aan mijn gewicht, het wegwerken van mijn overgewicht dus. De vraag Dieet wel of Dieet niet kan ik beantwoorden met: die eet niet.

Ik snap ineens wat ze bedoelen met ‘de knop moet om’. De knop is om. Zo erg dat ik me bijna schaam wanneer ik bijna een roepend chocoladetaartje van de Bijenkorf (Chocolade mousse en biscuitdeeg gevuld met koffierumsaus en feuilletine, overgoten met pure chocoladegelei en gegarneerd met een krul van pure chocolade en chocoladegalletjes.) aanneem.

Zwak moment

Eigenlijk heb ik nog niet echt een zwak moment gehad en de kilo’s vliegen er vrij makkelijk af. Maar gisteren zat ik heel dichtbij een groot moment van zwakte. Wat was er gisteren dan?
Gisteren was het lente in de herfst.
Gisteren liepen mannen in korte broek onder een regen van neerdwarrelende bladeren.
Gisteren zaten de terrasjes overvol en liepen kinderen met ijsjes in de handen.
Gisteren zat ik, na een dag weinig eten en veel doen, op een terras met een knagend hongergevoel naar lekkers.

Bitterballeninvasie

Links en rechts werd ik gepasseerd door bitterballen. Bitterballen besteld door het tafeltje naast ons en het tafeltje waar ik net op uitkeek. Toen kwamen er schaaltjes tacochips met gesmolten kaas voorbij. Ik pak opnieuw de menukaart op zoek naar iets dat net zo lekker maar toch verantwoord is. Dat is er niet. Vriendin heeft haar sterke ‘nee’ moment dus bij haar kan ik ook niet halen. Dan komt er een bord langs met een doodgewone tosti maar die tosti ziet er helemaal niet doodgewoon uit. Het ziet er uit om je tanden in te zetten, weer gesmolten kaas, en lekker dik belegd met een heerlijk sausje om het geheel in onder te dompelen.
Een geur komt voorzichtig langs. Gefrituurde verse uienringen met yoghurt-knoflookdip. Ik doe net alsof ik niets ruik. Als ik dan ook nog wordt begroet door zes gefrituurde Japanse kipstukjes, heb ik gehad. We gaan.

Bram de Ladage

Met ferme stap lopen we richting parkeergarage, daar zit Bram Ladage en dat rijmt. Bram heeft een groot terras waar hele gezinnen zich te goed doen aan vers geschilde aardappelfrieten. Met mayo. Of pindasaus. Maar we lopen door. Trap naar beneden. Auto in. Deuren en ramen dicht. Rijden.
‘Wil je een snoeptomaatje’, vraag Vriendin.