Monthly Archives: september 2017

Elke zaterdag: gedichtendag

Gisteren schreef ik over een prachtig stukje Den Haag.
Vandaag een andere kijk op deze stad van dichter Remco Campert.


Den Haag 
Overal bevuilde daken 
groen koper van kerken 
brakke lucht uitgebeten huizen 
afgegraasd grasland verwaarloosde zee. 
O en de trieste trage gele trams 
en het kippevel van de verwaaide straten. 
Heel Den Haag was één Panorama Mesdag 
elke dag een verregende koninginnedag. 
Mijn grootvader ongeschoren 
dwaalde als Strindberg door het huis 
gevangen in zijn eigen kamerjas. 
En zo speelziek en verlegen als ik was 
met mijn kleine rubberdolk 
beheerste dolleman 
pleegde ik sluipmoord op een schemerlamp 
of op zolder het oude lila kussen. 
Remco Campert
Uit: Dichter

Beeldig bestaat. Ik ben er geweest.

Foto: Akbar Simonse

Nu woon ik er al heel wat jaren. Eigenlijk mijn hele leven bijna. Ben een echte Hagenees. Houd van mijn stad. Ben er bekend. Maar pas sinds een week of drie ben ik verliefd geworden op mijn stad. Falling in love, anders kan ik het niet zeggen.

Sinds kort werk ik als freelancer twee dagen in de week bij het AD. Over dat freelancer-zijn later een keer, maar ik meld me sinds kort dus bij een statig pand in Den Haag, nog geen kilometer verwijderd van het stadhuis, waar ik 25 jaar lang binnen mocht gaan. In de pauze wandelde ik voorheen wat door de Grote Marktstraat, het Spui en langs winkels die iedereen kent.

Lange Voorhout

Nu steek ik de straat over en wordt omarmd door het Lange Voorhout. Het lijkt alsof ik een geschiedenis wordt ingetrokken die er altijd al was maar waar ik me niet door liet vermurwen. Ik was er toen de zon scheen, ik was er toen de blaadjes vielen en elke keer wordt ik overvallen door de schoonheid van deze straat met allure. Alsof je van een broodje kroket overstapt op een sandwich jamón Ibérico de Bellota Reserva (ham) met truffel. Elk bankje roept me, elke boom vraagt om een omhelzing. Zelfs de mensen lopen anders dan in de Grote Marktstraat, waar je gehaast winkel in en uit loopt om in een half uurtje nog even snel je boodschappen te doen. Niets van dat alles op het Lange Voorhout. Hier pauzeer je letterlijk, de goudgele bladeren op de grond vormen een rijk vloerkleed onder je voeten.

Ontluikend

Gedichten kunnen hier ontstaan. Liefdes kunnen ontluiken. Ontmoetingen kunnen gevolgen hebben. Er hangen beloftes in de lucht. Mensen lopen niet maar schrijden, mensen praten niet maar converseren, mensen werken niet maar dromen. Het is van ‘oh, oh, Den Haag’ naar ‘wat voor een weer zou het zijn in Den Haag’. Vanaf het Lange Voorhout wandel je zo de Denneweg op. Ook zo beeldig. Beeldig… wanneer heb ik dat ooit gezegd, behalve om het belachelijk te maken.

Maar beeldig bestaat. Ik ben er geweest.

Had ik al verteld dat we gaan verhuizen naar Rijswijk?

 

Ze kwam (niet), ze zag en overwon

Als we gaan wandelen, Ami en ik, dan hebben we steeds een heel ander beeld van ‘wandelen’. Als we naar Monster gaan verheug ik me al op zo’n tienduizend stappen, Ami verheugt zich op poepen en plassen. Dat is een andere insteek.

Een paar dagen terug gingen Vriendin en ik ook met haar naar Monster. Ergens halverwege vind Ami het genoeg. Ze staat stil. Staart omhoog, kop omhoog, een standvastig type. Maar dan ken je ons nog niet. Omdat we de enige zijn op de dijk, wagen we het er op om door te lopen en even niet achterom te kijken. Dat werkt inderdaad maar even. Als ik me omdraai zie ik heel ver weg het blonde arrogante koppie van onze hond. Nog geen centimeter verplaatst.

Hek

Ik stel voor om door te lopen en naar het hek te gaan, alsof we weggaan. En dan gebeurt het. Ami ziet ons langzaam aan verdwijnen en als een afgeschoten raket slingert ze zich een weg door grassen en heuvels. Hijgend staat ze voor ons. Wij kwispelen.

Het werk

Een beproefd concept zou je denken. Maar gisteren faalde het toch. Ze bleef waar ze was. Niet ongelukkig, dat was ik, niet uit het veld geslagen, zoals ik. Ze had gewoon geen zin in mijn wandeling. Met de figuurlijke staart tussen mijn benen wandel ik terug naar haar. Weinig andere opties had ik. Mezelf nog meer voor gek zetten door haar naam te roepen terwijl mensen kijken ‘ik weet niet wie ze roept, maar helemaal lekker is ze niet, die vrouw, daar alleen in de duinen’. Ami wacht af tot ik bij haar ben en begint op haar gemak aan de terugwandeling. Af en toe roep ik ‘wacht’, bijna het enige commando waar ze wel naar luistert. Ik geef toe, meer voor mijn ego dan voor het hare. Dan zet ze het op een lopen. Bij het gesloten hek ‘naar huis’ wacht ze hoopvol op me. Glimlacht bijna. De wandeling is voorbij.

Ruzie

Wij kijken (graag) naar Familiediner. Een programma over ruzie in de familie. Hoe groepen, dus ook families, samenleven vind ik altijd heel interessant. De ruzies zijn dat eigenlijk nooit, die zijn soms zelfs totaal onbegrijpelijk.

Gisteravond was zo’n avond. Tenenkrommend gedrag van oudere mensen die zo koppig bij hun gelijk blijven dat ik het eigenlijk niet kan aanzien.
Familieruzie 1: Een kleindochter wil proberen om de ruzie tussen oma en haar moeder bij te leggen. Zowel moeder als oma hebben hun eigen uitleg van het waarom van de verwijdering. Duidelijk is dat moeder haar moeder mist. Er is een kleinkind dat oma zelfs nog nooit gezien heeft. Als oma in beeld komt, een sterke vrouw met krachtige bruine ogen en kort grijs haar wordt duidelijk dat er niets bijgelegd gaat worden.
Oma ‘zeg maar tegen mijn kleindochter dat ze dat diner heerlijk met haar eigen moeder kan opeten. Ik ben en blijf er klaar mee. Ik vind het wel rustig zo.’

Familieruzie 2: Al veertien jaar ziet dochter haar ouders niet meer. Tot haar groot verdriet. Haar vader laat door zijn dronkenmanspraat nogal eens wat steken vallen wat ooit de oorzaak was van de verwijdering. De dochter heeft kanker, dezelfde kanker die haar vader gehad heeft. Ze heeft hem hard nodig, voor steun en warmte. Kleindochter doet een poging om de partijen bijeen te brengen. Op de vraag aan de vader hoe hij het vindt dat zijn dochter ziek is, antwoordt hij: ‘Doet me echt helemaal niets, ik slaap er geen minuut minder om’. Naast deze man zit de moeder/oma van het stel. Zij heeft of mag niets toevoegen. Alsof zij niet de moeder is maar een toevallige voorbijganger.

Grote meneren en mevrouwen

Waarom ik hier zo uitgebreid verslag van doe? Omdat het zo pijnlijk in beeld brengt hoe arm mensen soms zijn. Hoe arm in woorden, in empathie, in mogelijkheden om contact te maken. Hoe moeilijk het is om iemand aan te raken of gewoon zo maar te raken in liefde en aandacht.
Grote meneren en mevrouwen die nooit geleerd hebben het hoofd te buigen, sorry te zeggen, uiting te geven aan gevoelens die van kinds af aan opgeslagen zijn in verharde lijven. Verdrietig om te zien en verdrietig om in zulke gezinnen op te groeien.

Verplicht vak

Vaker is geopperd om ‘communicatie’ een apart vak te maken op school. Maar ‘communicatie’ klinkt te zakelijk en afstandelijk wat mij betreft. Het gaat om veel meer. Om voelen, om delen, om herkennen wat je voelt en waarom je het voelt. Om troosten, om aanraken, om liefde een kans te geven. Het erge is dat ik denk dat in de families die in deze uitzending te zien waren, die liefde er wel zit. Maar zo diep weggestopt dat de eigenaar zelf het niet meer kan vinden. Pijnlijk om te zien maar waarschijnlijk nog pijnlijker om zo te moeten leven.

Kolo stoba di mama

Zondagmiddag was ik in bibliotheek Escamp in Den Haag. Daar werd die middag een ‘wereldkeuken’ gehouden. Mensen uit de wijk waren gevraagd om een gerecht uit hun eigen land te koken om zo samen een wereldbuffet te vormen.

Mij was gevraagd om korte gesprekjes te voeren over het gerecht en de herinneringen aan andere tijden. Als ik binnenkom staart Vriendin, medeorganisator, mij stilletjes aan. Er wordt aan haar geplukt. Als ik beter kijk zie ik dat haar vinger verbonden wordt en mensen serieus met haar te doen hebben. Vriendin had zich gewaagd aan het snijden van een arretjescake. Twee hechtingen later loopt ze, met de verbonden vinger hooghoudend, rond. Wat fijn dat het niet haar middelvinger was. Hoe leg je dat uit aan al die mensen?

Eten, eten, eten

De organisatie van deze wereldkeuken was er niet op gerust. Ja, veel mensen zouden koken maar de contacten gingen moeizaam. Zou er genoeg zijn en zou iedereen komen die dat toegezegd had? De vrees bleek ongegrond. Vrouwen en mannen komen trots aan met pannen kolo staba, viazi karai, caschupa en moro de habichuela roja. En arretjescake. Er moeten tafels bij om al het eten uit te stallen. Er moeten warmhoudplaten bij om alles warm te houden. Rijke geuren komen mij tegemoet en mijn Weightwatchers-strenght wordt zwakker met de minuut.

Trots

En wat een leuke mensen. En wat een mooie verhalen. Een mijnheer uit Iran wil mij echt spreken. Als dat eindelijk lukt duwt hij mij zijn recept onder de neus. De kleine, oudere man wijst naar zijn vrouw. ‘Mijn vrouw’, zegt hij zo trots als een pauw. En dat ze nog niet zo goed Nederlands spreekt. Het maakt allemaal niet uit. Een oude dame uit Paramaribo, glimlacht verlegen als ze op de foto wordt gezet. Haar ‘pom’ is mama’s pom. Mensen uit Somalië, uit Spanje, Turkije, Kenia, Marokko, Portugal, Griekenland, Canada en natuurlijk, Nederland. Er zijn Turkse mannen met een mooie dans, er wordt getrommeld en er wordt vooral heel veel gegeten, gelachen en gepraat.

Volgend jaar weer

Mensen schieten mij aan. Komt het volgend jaar weer? Dan maken ze iets anders, mag dat? Of beloven dat ze ook iets gaan maken want nu hebben ze alleen meegegeten. En tips. En tops. Goede tips hoor. Dat je bijvoorbeeld weet wat je eet. Als ik later (toch) aan een bordje zit begrijp ik dat goed. Ik neem hapjes van iets?. Misschien combineer ik een Somalisch ontbijt met een Turks nagerecht. Wie zal het zeggen. Mijn maag protesteert lichtjes na de toevoer van zoveel verschillen ingrediënten in één keer. Maar ook dat maakt niet uit. De menselijke ‘ingrediënten’ die ik deze middag mocht ervaren waren zo talrijk en warm dat ik daar lang op kan teren. Eten verbroedert echt.

 

Eén dans, één dans met sproeiende ogen

Zaterdag wordt voortaan mijn gedichtendag. Vandaag een prachtig gedicht dat ik tegenkwam van M. Vasalis.

Oud

Eén dans, één dans met sproeiende ogen,
gloeiende wangen, losse handen.
En dan opzij gaan staan. De bleke glimlach voelen,
die als een nevel op een avondwei
omhoog stijgt. Langzaamaan verkoelen
en merken dat de nevel sneeuw geworden is.
Dan wijze dingen denken, lachen, liegen,
winst maken uit het wezenlijk gemis?
Of plotseling weer het feest inspringen,
op stijve benen en met koude handen
dansen en vallen, overdekt met schande?
Het helpt niet. Houding is het leven niet,
onthouding evenmin. Zwijg en ga heen
en loop alleen zoals een oude wolf
en lik de laatste druppels uit de droge plassen.
Proef goed, het is uw heil en de grimassen
die gij moet trekken zijn vol herinnering
aan vroeger lachen. Met nog één druppel
loodzwaar bestaan, dat toekomst heet:
de laatste terug van onverdund en helend leed.

uit: ‘Vergezichten en gezichten’, 1954.

Een stoere schijterd

Ami houdt van nieuwe dingen. Nieuwe omgeving, nieuwe speeltjes, nieuwe mensen, nieuwe snoepjes, nieuwe katten.

Ik weet niet of het een Shiba eigen is maar de verveling slaat al snel toe in haar toch al niet zo flitsend bestaan. Maar hoe flitsend wil je het hebben als hond van twee dames op leeftijd met een stappenteller.

Stappenteller

Toch was die stappenteller ook voor haar een uitkomst. Want ook zij maakt met ons die stappen. Maal twee dan. Wandelend verkennen we dus eindelijk de buurt waarin we wonen en komen op plekken waar we het bestaan niet van wisten. En dan leeft Ami op. Nieuwe geurtjes en nieuwe plasjes om aan te snuffelen. Een nieuw speeltje doet het ook goed. De roze bal van de buurvrouw valt zo in de smaak dat ze het fluffy ding mee naar bed neemt. De bal is van een betere kwaliteit dan wij doorgaans kopen maar ook deze is na een dag of drie vergaan tot een ontleed lichaam.

Een kat

Bij ons om de hoek woont een kat. De kat lijkt op Ami. Zelfde kleur, iets kleiner maar het zouden zusjes kunnen zijn. Ami vindt de kat spannend en loopt met een alertheid die wij zelden zien de route naar de plek waar de kat zich zou kunnen bevinden. Ze loopt, een diva eigen, met een groot zelfvertrouwen, hijgend bijna van opwinding en staat op elke hoek stil om de boel te inspecteren. Als ze de kat onder de auto of achter het hekje van de tuin ontdekt loopt ze er op af als een overwinnaar. Totdat de kat ontdekt dat ze zelf echt wel van zich af kan blazen en venijnig de grotere viervoeter weg miauwt. Dan verandert Ami in het meisje dat ze werkelijk is. Een beetje bang, een beetje klein dan toch, een beetje minder diva. De staart zakt nog net niet tussen de achterpoten maar achteruitlopend neemt ze afstand van het sissend gevaar. Om dan, op veilige afstand, zich nog een keer parmantig om te draaien.

Dan voelt ze zich weer even koningin, onze stoere schijterd.

De Trump-orkaan komt er aan

Verontrustende woorden van Trump tiijdens zijn toespraak dinsdag bij de Verenigde Naties. Hij dreigt Noord-Korea ‘volledig te vernietigen’.

En terwijl de ene na de andere orkaan landen bedreigen doet hij er een Trumpiaans schepje bovenop. Het weer is het weer. Gisteren hoorde ik hoe een orkaan ontstaat. Hoe na een orkaan het warme zeewater zich mengt met kouder water waardoor de druk even van de ketel is. Maar Trump denkt daar vast anders over.

Witte tornado

Je kan stoere taal bezigen maar ik ben bang dat er geen plan achter zit. En dat er geen wijze mannen en vrouwen rond deze witte tornado zijn om hem te bedwingen. Hoe wil deze gek de geschiedenis ingaan en wie neemt hij met zich mee? En hoe gek is de Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un? Wat weten wij over die breedlachende man als hij zijn nieuwe wapens toont. De mensen om hem heen lijken net zulke marionetten als zij van de Amerikaanse versie en buigen voor hun grote leider.

Man, man, man

Een orkaan overkomt je, je weet dat het er aan gaat komen en dat de gevolgen vreselijk zullen zijn. Hoe vreselijk, dat moet dan nog blijken. De Amerikaanse president overkomt ons ook maar het grote verschil is dat deze man gekozen is. Door het volk. Door mensen die iets anders wilde. Nou, dat kunnen ze krijgen. Ze kozen een orkaan met een boos en onverschillig oog. En wie stopt deze man en al die mannen die de ballen hoog houden in de wereld?

De voorspellingen liegen er niet om. En volkomen weerloos en machteloos moeten wij toezien hoe enge mannen spotten met iets waarmee niet te spotten valt. Wie redt ons van deze orkanen?

 

Veerkracht

De mooiste definitie die ik tegenkom als ik ‘veerkracht’ google is deze: het vermogen om na te zijn uitgerekt of ingedrukt, weer de oorspronkelijke vorm of positie in te nemen’.

‘Veerkracht’ is het woord dat in mij opkomt als ik zojuist het interview terug hoor met Simone Kleinsma in De Wereld Draait Door. Maar ook het woord dat ik voel als ik de afscheidsbrief lees van burgemeester van Amsterdam, Eberhard van der Laan. Kleinsma is achterblijver van haar grote liefde, Guus Verstraete, Van der Laan gaat de tijd die hem nog rest, doorbrengen met wie hij achter gaat laten.

Oorspronkelijke vorm

Kleinsma staat dit weekend in het DeLaMar theater voor de première van Was getekend, Annie M.G. Schmidt. Zij zingt daar een lied over het doorgaan zonder partner zoals ook Annie M.G. Schmidt moest na het overlijden van haar man. Hoe doe je dat? Zingen over de pijn van een ander terwijl je eigen pijn zich nog in een stadium van ontluiken bevindt? Ik vermoed dat je pas weet wat veerkracht is als je zelf zo’n tragedie hebt meegemaakt in je leven. En je oorspronkelijke vorm terugvinden, kan dat? Het zal er verdacht veel op lijken en met een vluchtige blik zal het verschil niet te zien zijn. Maar de oorspronkelijke vorm is er niet meer, wordt uitgebreid met kleine inkepingen of uitstulpingen. De inkepingen die we allemaal in onze eigen vorm een plek proberen te geven.

Verlies is meer dan ‘zonder’

Ik weet niet of ik veerkracht heb. Er zijn van die dingen die je pas weet als je ze meemaakt. De vraag stellen maakt wel dat ik me meer bewust ben van de veerkracht van mensen om mij heen. Die iemand verloren zo dicht bij het hart dat er scheurtjes in ontstonden. Ik weet ook niet of het een kracht is die je zelf ontwikkelt of is die kracht er omdat je toevallig zo in elkaar zit. Dat je na verlies weer een glimlach ontdekt, je plotseling een melodie neuriet of een kindje wiegend in slaap sust. Wat maakt dat je doorgaat? Ik kan niets anders bedenken dan dankbaarheid voor wat je is overkomen aan liefde in je leven.

Zonder liefde ben ik in ieder geval weerloos.

Alles is poëzie

Morgen gaat mijn derde cursusdag over poëzie. Gedichten, woorden, klank, rijm en ritme. Ik heb zo veel zin in deze les dat ik van enthousiasme niet uit de startblokken kom. En zo’n blog tussendoor, schiet ook niet op natuurlijk.

Als kind zat ik in tram 9, een tram in Den Haag. Op de Fruitweg, op een grote, stenen fabrieksmuur, stond heel groot dus niet te missen: ‘Dag lieve mensen’.

Een simpele boodschap. Dag lieve mensen. Ik moest er toen al om glimlachen en moet dat nog steeds. Alles is poëzie denk ik nu. Ook de lieve woorden van deze onbekende heer of dame. Wie heeft deze woorden op de muur geschreven, wanneer, waarom en met welke bedoeling. En waarom vind ik dit poëzie?

Wakkermakend

Poëzie is voor mij taal die wakker maakt. Geen aaneengeregen woorden die een verhaal vormen maar woorden uit een context gehaald en die hun zeggingskracht behouden, zelfs groter maken. ‘Dag lieve mensen’ zou op mij veel minder indruk maken als het boven een brief staat als aanhef. Daaronder zou dan de tekst staan waarom wij worden aangeschreven als ‘lieve mensen’. Een oproep tot solidariteit, een oproep om iets voor elkaar te krijgen, een aanhef om mij mild te stemmen. Mij kennende zou ik de brief misschien direct wel terzijde leggen omdat ik het niet vertrouw als het niet van iemand afkomstig is die ik heel goed ken en weet dat ik lief kan zijn.

Poëzie is moeilijk

Poëzie wordt vaak moeilijk en onbegrijpelijk gevonden en heel vaak is dat zo. Er zijn gedichten waar ik helemaal niets van begrijp. Ik staar naar woorden en lees zinnen die ik alleen maar hardop kan voorlezen maar geen indruk achterlaten behalve dat ik er geen snars van begrijp. Maar gelukkig zijn dichters net mensen en er zijn best veel van. Er zijn dichters die ik wel begrijp, die iets vertellen wat ik vaag herken, waar ik meer van wil weten. Die mij raken ook als ik niet helemaal weet waarom.

Dag lieve mensen is voor mij een gedicht. Straatpoëzie. Een regel die voor iedereen en van iedereen is. Niet rijmt maar in zijn eenvoud binnenkomt. In welke stemming ik ook in die tram zit, sjagrijnig of moe, verdrietig of verward, ik ga met de regel in gesprek.
‘Dag lieve mensen? Waar dan?’.
‘Dag lieve mensen? Morgen misschien’.
‘Dat lieve mensen, krijg allemaal de schijt’.
‘Dag lieve mensen, ik kan het niet zeggen maar zo voel ik me wel.’

Dat wil ik morgen laten horen. Woorden die binnenkomen.
Zo en nu aan het werk.