Monthly Archives: juli 2017

Burgemeester van der Laan en daarom Amsterdammer willen zijn

Gisteravond was Eberhard van der Laan, burgemeester van Amsterdam, zomergast bij het gelijknamige programma van de VPRO. Een tijd geleden maakte hij bekend ernstig ziek te zijn, longkanker, en dat er geen herstel mogelijk was.

Hij stopte niet met werken. Het is juist zijn wens om zo lang als dat verantwoord was, burgemeester van Amsterdam te blijven.

Zijn ‘zomeravond’ gisteren, werd mijn zomeravond. En niet van mij alleen. Twitter ontplofte een keer niet door woede en afschuwelijke oneliners die het daglicht niet verdragen kunnen. Nee, Twitter ontplofte van respect en warmte. Voor hem en voor Janine Abbring, die het programma fantastisch presenteert.

Ziek zijn

In hoeverre ziek-zijn te maken heeft met het succes… natuurlijk. We zien allemaal een kwetsbare, breekbare man. Maar een man die ook zonder zijn ziekte, kwetsbaar en breekbaar leek. Ik weet nog dat hij burgemeester werd en ik echt aan hem moest wennen. Een man met weeïge wangen, wat slapjes om te zien, een vrouwelijk gezicht bijna. Maar hij kreeg steeds meer het gezicht van de burgemeester van de grootste en belangrijkste stad in het land. Door zijn uitstraling, zijn woorden en daden, door zijn sympathieke benaderbaarheid. Kom daar maar eens om in Den Haag, om maar eens een stad te noemen. Misschien krijgt elke stad ook wel de burgemeester die hij verdient?

Amsterdam van ons allemaal

Wat mij raakte in het interview was zijn visie op de hoofdstad en het belang voor het land. ‘Je moet als inwoner van Nederland, Amsterdam iets gunnen. Ik vond dat een hele mooie gedachte: Amsterdam gunnen om Amsterdam te zijn. Ik ben als geboren Hagenees trots op onze hoofdstad. Een stad met internationale allure. Een stad waar ik ook graag naar toe ga. En dat Amsterdammers soms hoog van de toren blazen, ik haal mijn schouders dan maar op.

Door Eberhard van der Laan is Amsterdam van ons allemaal geworden. Sterker nog, gisteren wenste ik dat hij burgemeester van alle steden in het land zou zijn. Premier noem je dat geloof ik.

Gisteren werden er beelden getoond van het Prinsengrachtconcert in Amsterdam. Het kijken naar de beelden riep bij mij dezelfde ontroering op als het kijken en luisteren naar Eberhard van der Laan.
Ik wilde er bij zijn, ik wilde mee wiegen op de tonen van geluk, huilen met tranen van goud en alleen maar ‘dank je wel’ zeggen.

Opgeruimd staat netjes

Soms kom je op Social Media van die handige lijstjes tegen. Hoe vind ik de man van mijn dromen, hoe word ik rijk in veertig dagen en tien tips om je huis opgeruimd te houden.

In de eerste twee heb ik geen interesse maar dat van het opgeruimde huis… Ik ben een meester in opruimen, hoewel, echt opruimen kan ik het niet noemen. Ik verstop rommel. Bij andere rommel. In een afgesloten kasje of la. Reuze handig in eerste instantie. Toen ik de tien tips las viel ineens het kwartje.

Weg met de rommelbakjes

Ik heb inderdaad rommelbakjes. Onder de tafel staat zelfs een rommelbakje; eentje voor Vriendin en eentje voor mij. Rommel is dan een snoertje waarvan je zo snel niet weet waar het bij hoort. (Daar heb ik er heel veel van die niet in dit mandje passen, daar heb ik een hele kastplank voor ingeruimd). Rommel is ook een tijdschrift dat ik nog wil lezen, een aanbiedingsfolder, een batterij die toch niet leeg was, een knoopje, een elastiekje, een tubetje lijm, een pen, een kaartje, een schaartje. Zal ik doorgaan?

In de tien tips staat dat, als je geen rommelmandje hebt, je ook geen rommel verzamelt. Daar zit iets in. Maar denk ik gelijk, zo ken ik er ook nog wel een paar. Als je geen relatie hebt, heb je geen relatieproblemen. Maar stel dat ik geen rommelopruimmogelijkheden meer heb, waar laat ik dan mijn rommel?
Ik kom wel eens in huizen waar het echt helemaal opgeruimd is. Hoe doen mensen dat? Hoe verberg je het feit dat je leeft, dat je kinderen hebt, dat je vrienden hebt?

Hechten

Ik hecht niet echt aan spullen. Dat heeft echter niet voorkomen dat ik er veel heb. Ik vermoed dat als Vriendin mijn mandje in de prullenbak leegt, ik er niets van zal missen. Als zij mijn hele kast zal legen, zal ik weinig missen. Waarom sta ik dan toch in die bewaarmodus? Ik bewaar zelfs dingen waar ik niets om geef. Vaak heeft het te maken met dat ik het zonde vind om iets weg te doen wat in principe helemaal goed is. Dat kan een schrijfblok zijn, een tijdschrift dat ongelezen is of een heel geinig tasje waar een cadeautje in zat.

Mijn tip

Het beste wat je kan doen als je echt wilt ruimen is verhuizen. Een drastische maatregel maar soms zit er niets anders op. Je hebt alles tenminste nog een keer in je handen. Verhuis dan wel naar een kleiner huis natuurlijk want anders verdwijnen hele dozen gewoon onaangeraakt een nieuwe zolder op.

De kans op verhuizen is aanwezig. In de verre toekomst weliswaar maar toch. Ik voel opluchting en paniek. Stel dat iemand zou zeggen, je mag maar tien dingen meenemen. Wat zou ik dan kiezen?

De vraag stellen maakt duidelijk wat ik allang weet. Er zijn maar een paar dingen belangrijk. En die zitten in mijn hart en hoofd. Daar heb ik geen verhuiswagen voor nodig.

De les van Nouri – omarmen duurt maar even

Ik kijk graag naar discussieprogramma’s. Hollandse Zaken is er zo één. Bij omroep Max, een programma waarbij de mensen waar het om gaat, aan het woord worden gelaten.

Gisteravond ging het om het trieste lot van Nouri, voetballer Ajax. Dat het vreselijk is, is een understatement. Maar links en rechts hoor je ook hoe mooi het is wat er gebeurde. Mensen kwamen samen om te treuren, om te steunen, om uiting te geven aan verdriet en zorg. Verschillende geloofsculturen, nationaliteiten en aanhangers van diverse voetbalclubs, gingen voorbij aan hun eigen groepscultuur.

De les van Nouri

De les van Nouri werd het genoemd in het programma. Omdat Nouri naast een geweldige voetballer blijkbaar ook een geweldig mens was, werd hij een voorbeeld tot verbroedering. Tot zover heb ik er niets op tegen. In Hollandse Zaken werd het echter opgeblazen tot een bijna buitenaards wonder. Hoe mensen elkaar ineens omarmen tegen wil en dank, doordat het hart op hetzelfde moment geraakt werd.

Cynisch

Natuurlijk ontbraken de cynische opmerkingen niet. Dat het van korte duur zou zijn. Iemand noemde het een ‘hype’. Een volkomen misplaatst woord in deze setting. Saamhorigheid is geen hype, wel wat de media er van maakt. Maar waarom het cynisme? Waarom iets wat normaal is, een hart is een hart nietwaar, opblazen en daar een uur lang, domme dingen over zeggen? Natuurlijk zijn Feijenoord supporters straks gewoon weer Feijenoord supporters. Wijzen we weer angstvallig naar mensen die er anders uitzien. Maar we zullen het moeten hebben van de momenten van ontmoeten en die ontmoetingen koesteren als een mogelijkheid tot meer.

Omarmen duurt maar even

Natuurlijk. Gelukkig maar. Liever een korte oprechte omarming dan een vasthouden aan cynisme.
Ik zou willen dat Nouri als de verlosser de geschiedenis ingaat. Maar de verlossing zit in onszelf.

 

Geef je tweeling echt hele, verschillende namen

Een foto uit het archief anno lang geleden. Mijn moeder en de tweeling. Ze verwachtte er geen twee. Dus dat was even schrikken. Maar net zoals haar oudere zus en later haar jongere zus, kreeg zij er twee voor de prijs van één.

Een van die meisjes ben ik, die ander is Zus. Omdat er maar op één kind gerekend was, was er ook maar één naam bedacht van te voren. Daar moest nog snel een andere naam bij. Hoe leuk en begrijpelijk is het als je dan kiest voor twee namen die samen lekker bekken. Het werd dus Anna Maria en Astrid Maria.

Paardenstaarten

Heel vroeger waren onze namen geen probleem. Mensen wisten alleen nooit goed welke naam bij wie hoorde. Mijn moeder verzon daarom andere kleuren strikken in de haren. Vaak werden we in één naam genoemd: de tweeling.
De problemen kwamen pas bij officiële stukken. Paspoorten, identiteitsbewijzen, ziekenhuisopnames. A.M. Verhaar, daar waren er dus twee van. Ook nog eens op dezelfde dag en in hetzelfde jaar geboren. Zo kwam het voor dat ik in het ziekenhuis op de operatietafel lag en de chirurg zei: ‘Maar u bent al een keer geopereerd aan de linkerknie’. Of geen identiteitsbewijs kon krijgen want die had ik al.

Huis kopen

Maar nu is het al een tijdje rustig op namengebied. Tot deze weken, en wij bezig zijn met het kopen van een huis. Ik overdrijf niet als ik zeg dat we bijna onze hele hebben en houwen op tafel moeten krijgen en moeten toveren want waar is alles gebleven? Blijken er stukken van mij niet te kloppen omdat ik ook op andere adressen gewoond heb en die nergens vermeld staan… en ik dan heel lullig stamel maar dat is mijn tweelingzus. We hebben eerder huizen gekocht maar dit is nieuw voor ons. Het komt allemaal goed met uittreksels uit de basisregistratie maar wat een gedoe!

Tweeling-zijn is leuk. Om je, zo dicht bij elkaar, samen één te voelen, is een groot cadeau. Maar bij ons is het wel heel erg ‘twee-tesamen-één’ geworden.

 

 

Schaduwmensen van de dag

Gisteren was ik voor een interview met de directeur van de bibliotheek, voor het eerst weer in de buurt van mijn oude werk. Het Haagse stadhuis staat er gewoon nog. Het statige, witte, ijspaleis. Het decor waarbinnen ik heel wat jaren figureerde.

Ik ben nog geen jaar weg om als zelfstandige mijn eigen weg te gaan. Het voelt raar om buiten te staan en niet naar binnen te kunnen. Van buitenaf zie ik hoe mensen zich over de loopbruggen begeven. Dit vond ik altijd één van de meest intrigerende beelden bedenk ik me nu. Door de lichtinval in het hoge atrium, werden de bruglopers vaak silhouetten, schaduwmensen van de dag. Misschien zijn ambtenaren dat ook wel.

Niet alleen ambtenaren

Schaduwmensen. Zodra je door hebt hoeveel mensen achter de schermen bezig zijn voor een bedrijf, voor een gemeente of stad, krijg je een indruk van het complexe idee achter het product. Ieder bezig met zijn of haar dingetje. Ieder overtuigd van het belang van zijn of haar dingetje. Dat ik niet meer naar binnen kan omdat mijn toegangspas werd ingenomen is een rare gewaarwording. Ik zou collega’s even willen groeten zonder een afspraak te maken of opgehaald te moeten worden.

Bibliotheek

In de bibliotheek is het gezellig druk. Ook door de vele toeristen die rondhangen bij de VVV. Ik heb een leuk gesprek met de directeur van de bibliotheek. Door het gesprek over de ontwikkelingen ga ik nog meer houden van de bieb. ‘Bieb’. Een prachtig troetelwoordje voor een plek waar iedereen welkom is. Als het maar iets met boeken, leven en leren te maken heeft. Wat een fantastische plek om te zijn. Als kind ging ik al graag naar de bieb. Een klein gebouwtje in Moerwijk. Waar het rook naar oude boeken en naar de stoffige mevrouw achter de balie.

Verleden tijd

De stoffige mevrouw is verleden tijd. De boeken ook een beetje helaas. De stilte ook. Een gezellig gebabbel, een gedrentel langs kasten en tafels, een plek om samen te komen. En je mag er gewoon naar binnen. Met of zonder pas.
Maar ook hier zijn schaduwmensen bezig achter de schermen van geluk.

Hé Jinek… wat dacht je van Shiba-babes?

Afgelopen vrijdag had Jinek een special rondom katten. Ik begrijp dat de zomerleegte soms noopt tot invulling van loze tijd maar bijna een hele uitzending wijden aan katten? Queen Shiba dacht er het hare van.

Sinds de uitzending is ze in de war. Haar tred gaat minder vloeiend, elke stap kost haar moeite. Als de vrouwtjes thuiskomen komt ze amper nog overeind. Ze blijft liggen en werpt hen een getergde blik toe. ‘Jullie zullen ook wel niet zo blij met me zijn’, lijkt ze te zeggen.

De Vrouwtjes begrijpen haar wel. Zelf waren ze ook ontstemd. Jinek over katten. En niet zomaar katten maar katten van bekende Nederlanders. Ami heeft dubbel pech: ze is geen kat en de Vrouwtjes zijn geen bekende Nederlanders. Ze kan het schudden. Zo wordt ze nooit bekend en beroemd, want dat is wat ze heimelijk wil. Dat is nu wel duidelijk geworden.

Gepimpte poezen

Terwijl de Shiba toch de kat onder de honden is. Dezelfde eigengereidheid, de arrogantie, de ‘je mag wel doen of je mijn baas bent maar wij weten hoe het zit’-attitude. Maar in plaats van een studiotafel vol met Shibababes, lagen daar gepimpte poezen.

Sinds afgelopen vrijdag is ze dus lichtelijk depressief. En is het ook nog eens gaan regenen. Tijdens het uitlaten staat ze stil en staart over de voetbalvelden. Een blik van leegte. Een blik van verlangen dat gedoofd is voor het tot uitbloei heeft kunnen komen.

Maar Queen Shiba beschikt over iets waar katten een puntje aan kunnen zuigen. Zij heeft haar eigen twitteraccount. En ze heeft een tweet geplaatst met hashtag #Jinekiseenkattenbitch. Eens kijken wat daar van komt.

Hieperdepiep

Gisteren vierden twee kleine jongetjes hun verjaardag. Samen. De één werd vier, de ander zes. Neefjes van elkaar, zoontjes van twee neven van mij. Een dag ervoor deden Vriendin en ik een armzalige poging om cadeautjes te scoren voor hen. Moedeloos werden we ervan.

Ik besprak het met Zus die het zelfde probleem had, alleen nog een stapje erger. Want zij wilde gewoon echt iets leuks voor een jarig kind kopen, iets aparts, met aandacht uitgekozen. Die hoop heb ik allang geleden opgegeven. Ik wil iets kopen. Maar Zus is al snel een uur of drie bezig met een cadeautje voor een jarige dreumes.

Tafel

Maar we weten allemaal hoe het gaat. Je komt binnen, het kind staart aandachtig naar het pakje, het pakje wordt uitgepakt en op tafel gezet bij de rest van de cadeautjes. Uitpakken, daar gaat het om. Scheuren en de spanning van wat er in het pakje zit.

Voetbal en een tekenblok

De dag ervoor staan Vriendin en ik met een bal in onze hand. Dat vinden wij leuk. Een mooie bal van leer en helemaal niet duur. En een badmintonset met shuttle. En twee badjes met een bal. Dat vinden wij ook leuk. Maar ja, vinden zij dat leuk? Dan sta ik bij de tekenspullen en herinner me hoe blij wij vroeger waren met een leeg, dik, tekenblok. Met stiften en kleurpotloden. Maar ja. We lopen een andere winkel in. Een boek, ook zo lekker educatief is dat, lezen is goed maar lezen zij? Volgens mij heb ik ze nooit kunnen betrappen of hun voorliefde voor letters. Dus die boeken slaan we over. Snoep dan? Zo’n hele, grote zak? Nee natuurlijk niet.

Geld

Als je het echt niet meer weet geef je geld. Ik bedenk hoe leuk het is om een portemonneetje te kopen en daar wat centjes in te doen. Dan hebben ze én een cadeautje én centjes. Dus gaan we op zoek naar jongensportemonneetjes. Die zijn er niet. Wel voor meisjes, die moeten op de centen letten maar voor stoere jongens? Uiteindelijk vinden we portemonneetjes in de vorm van een hondenkop. Maar ja, van één jongetje weten we zeker dat ‘ie niet echt van  honden houdt, sterker nog, bang is. We laten het uit onze handen vallen.

We kopen uiteindelijk twee radiografisch bestuurbare auto’s (voor een belachelijk prikkie dus of ze werken….),  dingen die wij leuk vinden. En zeggen hoopvol tegen elkaar dat, als zij het niet leuk vinden, wij er tenminste nog mee kunnen spelen. Op naar de volgende winkel voor de batterijen (9 volt en 4 maal AA), die erbij horen maar er niet bij zaten. Als we thuis de cadeautjes willen inpakken komen we erachter dat we geen kindercadeaupapier hebben…

Dat moet anders kunnen

Vroeger had je een conference van Wim Sonneveld, als oude opa. Hij blijft bij de deur staan en krijgt een pakje in de hand gedrukt en er wordt gewezen naar het kind dat hij moet zoenen. Dat wil ik ook. Dat wijzen hoeft (nog) niet maar zo’n pakketservice bij de deur. Ik zeg: Doen.

Ik juich voor de vrouwen

Johan Derksen heeft wel gelijk als hij zegt niets te snappen van die volle tribunes als ons vrouwenteam voetbalt. Hij gunt hen de aandacht maar vermoedt dat Nederland gewoon weer een keertje de polonaise wil lopen.

Jort Kelder kan er maar niet aan wennen: vrouwen met spieren. En al vindt hij boksende vrouwen erger, voetbal is ook voor hem een stap te ver. Maar als hij kijkt naar de vrouwen laat hij een goedkeurend hummetje horen want ‘dat ziet er appetijtelijk uit’.
Ene Angela die schrijft voor het AD is ook trots op de vrouwen, alleen die rochel? Kan dat achterwege blijven?
En dat vrouwen oprechter voetballen? De eerste schwalbes zijn al gevallen.
Maar weet je wat. Het maakt mij geen reet uit. Ik ben trots en een tikkie jaloers.

Vroegah

Belden jongetjes aan de deur. ‘Mevrouw, mag Anja komen voetballen.’ Anja mocht. Ik pingelde mee met de gastjes en keek vol afgunst naar een jongen die behendiger was dan ik. Ik was in het voetballen één van hen en hoorde er bij. Dat je als meisje echt zou kunnen voetballen bij een club met een shirtje en een broekje? Een stap te ver. Toen. Het maakt niet uit, ik ging handballen en dat was ook heel leuk.

Kloppend hart

En zo zit ik nu met kloppend hart voor de televisie. Mijn hart klopt snel maar niet alleen door de spanning. Mijn hart klopt vol verrukking door de mogelijkheden die ik zie. Het vrouwenvoetbal staat nog maar aan het begin van een hele, lange weg. Maar ze staan er toch maar mooi. Dat ze nu nog denken een vrouwencoach nodig te hebben, dat mag ook. Later komt pas de vraag, wie de beste trainer is en dat kan best een man zijn. Over een jaar of wat heeft een mannenclub uit de eredivisie misschien ook wel een vrouw als trainer. De eerste vrouwelijke scheidsrechters bij mannenvoetbal lopen al rond op het veld.

De beste

Ik ben niet zo van ‘vroeger’ en achterom kijken. Maar als ik mijn ogen sluit dan zie ik hoe ik zelf in dat Nederlandse elftal speel en goed ben natuurlijk. Ik scoor natuurlijk, pingel iedereen er uit en ben snel en ben natuurlijk gewoon de beste. Als ik mijn ogen open zie ik een iets te zwaar lijf kreunend pogingen doen om een tram te halen. Schuifel ik bijna voetje voor voetje de trap af omdat de k-knie nog steeds niet wil.
Soms is het echt te laat voor gevoelens van spijt en heimwee. Is de tijd die achter je ligt een gepasseerd station (of stadion) die zelfs met foto’s amper nog tot leven komt.
Maar vrouwen voetballen, meisjes gaan voetballen, vaders en moeders vinden dat niet raar en staan net zo goed schreeuwend langs de lijn.

Rolmodellen

Als ik hoor wat mannen en vrouwen van voetballende vrouwen verwachten lijken zij een extra taak te hebben. Een soort van ‘supermensen’ moeten het zijn, die met een glimlach opzij gaan bij een aanstormende spits. Want vrouwen moeten toch vooral vrouwen blijven. Binnenkort zal de kledingindustrie zich storten op het maken van sexy outfits.

Maar weet je wat. Vrouwen zijn net mensen. Een rochelende man vind ik net zo onaantrekkelijk als een rochelende vrouw.
Dus moet je rochelen? Rochel lekker.

 

 

Hanina Ajarai: had gewoon een dagboek bijgehouden

Hanina Ajarai schrijft wekelijks een column in het AD over wat haar zo bezighoudt. Dit keer was de titel: Nouri vs. MH17. Zelf verwachtte ze al geen vrienden te maken met deze column. Ik vond het vooral een slechte column.

Ze schrijft over het feit dat de ene ramp haar niets doet en de ander haar bij de keel grijpt. Ze is nieuwsgierig naar de redenen daarvan. Ze vraagt zich af of het met haar achtergrond te maken heeft. ‘Waarom rouw ik wel om Nouri (voetballer)? Omdat Nouri moslim is?’

Ik kan haar een beetje volgen. Een ramp dichtbij het figuurlijke huis komt bij mij ook meer binnen dan een ramp in een land dat ik niet ken en waar ik de mensen niet ‘ken’. Dat is niet goed en eerlijk maar het is een soort natuurlijke bescherming. Alle aandacht die de media heeft voor een ramp van nationaal belang zorgt er vanzelf voor dat we meer betrokken raken. We zien beelden, we zien mensen, we zien verdriet en pijn en voelen het daardoor ook.

Wilde je dat zeggen?

Maar ze zegt over de ramp van de MH 17: ‘…Niet boeiend. Begrijp me niet verkeerd: ik vind het zielig voor de nabestaanden en ik had gewild dat de ramp niet was gebeurd maar het raakt bij mij geen snaar…’ en ‘…Ik moet bekennen: op emotioneel niveau doet het mij niets. Helemaal niets. Ik heb geen seconde getreurd om de slachtoffers…’.

Bij deze woorden haper ik. Wat staat er nu? Hoe kan zo iets vreselijks je niets doen? En hoe hard kun je iets onder woorden brengen. Lef tonen over de ruggen van anderen is makkelijk.

Boos

En natuurlijk bleven de reacties niet uit en ontplofte social media. Gisteravond was ze te gast bij Summernight op RTL4. Wat er zich werkelijk onder de ‘sluier’ afspeelt zien we niet. Wel twee ogen waarin weinig emotie te lezen is. Vandaag biedt ze in het AD haar excuus aan. ‘…Mijn woorden zijn nooit bedoeld als trap na richting nabestaanden…’.

Haar excuus vind ik bijna nog moeilijker te verteren. Het excuus rammelt aan alle kanten van de idiote veronderstellingen. Alsof haar column een discussie bij nabestaanden zou opleveren? Sowieso een discussie oproept? Niet haar overpeinzingen roepen een discussie op maar het schrijven van de column. Dat je je woorden zo slecht kiest waardoor wat je vindt nog honderd keer harder binnenkomt. Daar is geen excuus voor nodig want dat was een weloverwogen keuze.

Geen seconde getreurd om slachtoffers

Dat je dit ervaart en opschrijft. Het is jouw waarheid. En als dat zo is, dan is dat zo.
Maar waarom mensen lastig vallen met je overpeinzingen zonder antwoord? Waarom je iets afvragen en daar een hele column over schrijven zonder oplossing, zonder inzicht, zonder wijsheid?

Dat is betreurenswaardig. Dat zijn gewoon koude woorden op papier zonder doel en inhoud. Leeg. Daar zijn dagboeken voor bedoeld. Daar schrijf je misschien ook op wat ons daglicht niet kan verdragen. Maar Hanina noemt welbewust een ramp die deze week herdacht wordt. Dat zijn geen overpeinzingen. Dat is smakeloos.

Een dijk van een vader

Bij Jinek waren gisteravond Mira van der Lubbe en vader Huub van der Lubbe aanwezig. Zij heeft een theatervoorstelling gemaakt, een soort afscheidstournee van haar borsten. Na onderzoek is gebleken dat zij draagster is van het borstkankergen en meer dan zestig procent kans heeft om borstkanker te krijgen.

Haar vader, Huub van der Lubbe, schreef teksten voor de liedjes die zij in haar show zingt.
Ze knikken en beamen elkaar als twee-zielen-samen-één. En ik denk, hoe zal dat zijn met z’n man als vader? Zo’n zanger van de Dijk, zo’n artiest met zielenpijn en eenzaamheid. Tenminste, dat straalt hij altijd uit.

Daar is kunst voor

De moeder van Mira en vrouw van Huub heeft drie keer borstkanker gehad. Ze zeggen er mooie dingen over. Ook hoe de kunst hen helpt om woorden of gebaren te geven aan tegenslagen in het leven. Dat is ook de reden dat  er kunst is.
Ik vind het mooi om naar hen te luisteren. Ontroerend om te horen hoe ze zo samen zijn. Kunst om metaforen te bedenken voor de triestheid in het leven soms.

Maak van je shit een hit

De titel van het theaterprogramma. Ik heb het niet gezien helaas (de Parade), maar wat ik aan beeldmateriaal voorbij zag komen was prachtig. ‘Maak van je shit een hit’, komt aardig in de buurt van al het leed dat ten grondslag ligt aan prachtige teksten, gedichten, schilderijen of andere kunstuitingen. Wat zou kunst zijn zonder shit?

Vader

En ik denk aan mijn vader. Hoe dichtbij had ik hem willen hebben en waarschijnlijk had hij ook wel dichtbij willen zijn. De shit van de tijd. Ik zie in mijn directe omgeving  jonge vaders die vol overgave vader kunnen zijn. Waar je in de ogen de liefde en zorg leest, waar je in de aanraking de liefde voelt. Ik zie hun kinderen naar hen kijken met een blik van totale vertrouwen. Dat is ook kunst. Levenskunst.