Campagne voeren is zo 2000nogwat

Ineens zijn ze overal. De mannen en enkele vrouw die het gaan doen voor ons de komende vier jaar. Verschijnen ze in kleine kerkjes, in clubhuizen van Hiddingezijl tot Hobbelrade, om maar eens iets te noemen. De grote ‘mannen’ zijn heel even benaderbaar voor het volk in de provincie.

Hebben ze nu niet door dat dit niet meer werkt? Dat deze manier van campagne voeren enkel nog maar meer woede opwekt. Ik hoef geen roos van de PvdA als treurige tranentrekker.
Ga ik dan wel stemmen op hen door die ene bloem? Of door een groen ballonnetje? Of door een pen met rode tomaat?

Alle partijen hebben onderdelen in de provincie. Dat deze mensen de straat opgaan in regenjassen en kappenlaarzen, begrijp ik nog wel. Zij horen daar en laten zich doorgaans ook zien. Maar Rutte in een nylon jasje?

Hebben jullie die promo gezien waar onze lijsttrekkers in een treurig dialect de provincie proberen te bereiken. Gênante vertoning. Tenenkrommend. Kap daar nou eens mee. Maak het niet mooier dan het is. Beloof niet opeens zakken met euro’s, geef geen zoenen op wangen die je anders zou trotseren maar doe gewoon wat je altijd doet. Werk hard in Den Haag voor het land. Daar zijn jullie goed in.

En zeg dan in je eigen keurige Haagse dialect dat je niet meedoet aan die onzin. Dat je ook wel weet dat dit niet de manier is. Spreek je eigen mensen toe die voor jou en de partij het werk moeten doen.
Zij worden wel geloofd.

‘Trek een zak over je naakte hoofd’

Gisteren weer een afgrijselijk bericht. Een jongen springt in Enschede van een flat omdat hij een naaktfoto van zichzelf ziet op Instagram. Een jongen. Dood. Een afschuwelijke dood.
Dit keer was het een jongen, heel vaak zijn het meisjes. Die zelf een foto opsturen naar de jongen waar ze verliefd op zijn. Niet nadenken maar met gierende hormonen in hun lijf in de weer zijn om zichzelf weg te geven.

Ik denk dat ze daar nog even mee bezig zijn ook. Want je wilt wel een mooie foto sturen natuurlijk. En die jongen… die wil het wel zien en op momenten dat hij haar niet meer zo aardig vindt, stuurt hij die foto rond. ‘Daar ga je, slet.’

Ik kan me nu afvragen waarom wij dat niet deden vroeger maar het antwoord is simpel. Omdat het niet kon. En omdat bloot en naakt toch nog aan meer regels hing dan tegenwoordig.
De roep om meer actie aan politiek en justitie is terecht. Als er een hele hoge, vervelende straf staat op het ongeoorloofd delen van privé-foto’s, dan zal dat helpen. Op den duur. Maar niet genoeg vermoed ik.
‘Als je dan zo nodig in je blootje in de cloud gezien wilt worden, trek dan een zak over je hoofd.’ Ook een aardige. Maar wie doet dat? Want hoe weet je vriendje dan dat jij het bent? Dan wil hij daar weer bewijs van.

Zou het helpen als mensen die slachtoffer zijn van deze fototerreur in lagere klassen hun verhaal houden? Nog voordat jongens en meisjes bezig zijn met elkaar verleiden tot gedrag dat nog niet te overzien is? Ik denk het wel. Als jonge pubers horen en zien wat het kan doen met iemand, denk je misschien wel twee keer na voordat je jezelf tentoonstelt in je blote nakie.

Met bloot is niets mis. We zijn allemaal bloot van nature. Er is pas iets mis als het mis gemaakt wordt. Als je wordt uitgelachen, uitgescholden. Als je je nergens meer kunt vertonen omdat er overal ogen zijn die jou spottend veroordelen.

Die jongen in Enschede, een Turkse jongen, kon het niet aan. Zijn zelfportret voor een spiegel was de wereld al aan het rond gaan. En iemand heeft die foto op internet gezet. Met dezelfde onnozelheid waarmee meisjes zelf hun foto’s plaatsen, heeft deze persoon grappig en stoer willen zijn.
Hoe leren we in godsnaam met al onze mogelijkheden omgaan?

 

Naar het einde van de wereld

Floortje Dessing is weer te zien met haar mooie programma Naar het einde van de wereld. In de aflevering van vorige week reist zij naar één van de meest afgelegen plekken van het Russische Siberië: het eiland Wrangel. Een uithoek in de Noordelijke IJszee waar amper mensen wonen. Om er te komen is ze meer dan 10 dagen onderweg.

Ze ontmoet daar een jonge vent die als ranger werkt. Als ze vraagt of hij wel op de hoogte is van het wereldnieuws knikt hij. Hij heeft van zijn moeder gehoord dat Metallica met een nieuwe cd komt. Het antwoord is zo humoristisch maar tegelijk ook zo wrang. Want wat moet je met een Trump, met oorlogen, met vernietiging als je op een eiland zit om je in te zetten voor de natuur en voor het behoud van de natuur? Dan is Trump een heel klein smurfje geworden, zijn oorlogen enkel nog een spannend boek. Twee werkelijkheden die elkaar maar niet raken, niet aanraken zelfs. De reis naar het einde van de wereld is soms figuurlijk ook het einde van de wereld.

In Jinek zegt Floortje dat zij ook een gezin ontmoet heeft die bewust de keuze heeft gemaakt om de wereld de wereld te laten om hun eigen veilige plek te creëren. In de natuur, alleen met elkaar. Zo kan het ook maar het is wat rigoureus. In Jinek zien we beelden van de reis die we nog gaan zien. Een jonge vrouw die zich het lot van ouderloze chimpansees heeft aangetrokken en met helemaal niets, behalve haar eigen kracht en die van veel vrijwilligers, de aapjes weer een thuis geeft.

Floortje verzucht dat zij op dat soort momenten alleen maar kan denken: wat zijn er goede mensen, wat is dat meisje goed. Jinek tikt haar enthousiast aan. ‘Jij bent ook goed, jij laat ons zulke prachtige programma’s zien’. Floortje zwijgt en schudt haar hoofd. Dat is anders. Het is ook anders.
Je hebt goed en goed gemaakt. Reis naar het einde van de wereld is goed gemaakt.

Boer zoekt vrouw – mo(de)llenwerk

Dit is Herman, de sympathieke, verlegen jongen die boert in Frankrijk. Nog nooit gekust, nog nooit een relatie gehad. De brieven die hij krijgt zijn van gelijkgestemden zielen. Meisjes die amper door hun brillenglaasjes durven te kijken en trompet spelen of zoiets. Tijdens het lezen van de brieven wordt Herman gewezen op een mooie vrouw die strak en professioneel de camera inkijkt. ‘Zij is model’. Herman zucht en laat zich terugzakken in de leuning van de stoel. ‘Nou ja, zeg, model en die kiest mij?’

Net als hij ben ook ik verward. Waarom zij? Waarom Herman? Tot gisteravond. In de uitzending zien we het model echt en echt, ik wist niet wat ik zag. Herman ook niet.
‘Wat knap toch,’ zegt hij wat ze met zo’n foto kunnen doen, het zijn twee gezichten.’

Oei, boer Herman, wat zeg je nu? Dat ze tegenvalt in het echt? Dat je in de maling genomen bent? Het model lacht er om, heeft ze het gehoord? Vast niet, ze straalt en duwt Herman haar zelfgemaakte baksel in de bek. Maar de vraag blijft: waar stond zij model voor? En wat is er gebeurd tussen dat moment en het nu?

Maar Herman heeft het niet slecht bedoeld want hij kiest ook haar uit voor zijn dagdate. Het zal geen zin hebben vermoed ik, ook niet voor de drie andere meisjes. Hij heeft zijn keuze al gemaakt. En ik wil die eerste kus zien, tussen hem en het ook niet eerder gekuste meisje. Ik hoef ze niet te zien als ze muziek gaan maken. Er zijn grenzen.

Ik maak nooit wat mee

Als blogschrijver kun je putten uit veel. Alles wat je ziet, leest, hoort, vermoedt, bedenkt, verwacht, bewondert, verafschuwt. En toch zijn er dagen dat je denkt: ‘wat nu?’ Waar gaan we het over hebben.
Is een dagelijkse blog schrijven dan een doel op zich? Het zou niet mogen. Een enkele keer sla ik ook over, als er echt niets is of als dat, wat op papier staat, geen hout snijdt. Hoe dan ook, het gaat er bij mij niet in dat er niets is. Er is altijd IETS. Misschien heb ik die dag niet opgelet, was ik gesloten, heb ik niet gezien en gehoord, niet willen zien of horen, maar er is natuurlijk altijd IETS. Dat moet.

Tijdens de opleiding ‘docent creatief schrijven’ hoor ik van Guus Middag, die zijn column altijd begon met ‘ik maak nooit iets mee, behalve vorige week woensdag (gisteren, vorig jaar, vannacht). En dan vertelde hij iets dat hij toch maar mooi even mee had gemaakt. Het grappige is dat als je in jezelf fluistert: ‘ik maak nooit iets mee, behalve…’, je ineens iets meemaakt. Dan denk ik ineens aan de buurvrouw die ik gisteren zag, ze zwaaide vrolijk naar ons. Hoe is het met haar? Of ik bedenk ineens dat ik wel in heel veel groepjes zit en af toe een groepsmoeheid voel. Of dat ik deze week met verschillende mensen iets recht te breien had en dat ook heb gedaan. Of ik denk aan de discussie van gisteravond over ‘goed mens’. Wat is goed, wanneer ben je goed? Of herinner me ineens weer de naam van een zeldzaam vogeltje: de Humes bladkoning. Schijnt ineens rond te vliegen in Vinkel. Ik ga er niet voor onderweg maar mijn buren, vogelaars tot en met, misschien wel.

Mind the gap. Dat is wat ik zeggen wil.

 

‘Glazenwasser, wat doet u nu?’

‘Glazenwasser, ben je wel helemaal bij je lekkere Haagse waterhoofd om op zaterdagochtend zeven uur, met je kolossale schoenmaat 57 over onze uitbouw te banjeren?’
‘Glazenwasser, ik weet niet wat jij gisteravond hebt gedaan, lag je misschien wel op tijd in je bedje, want voor jou geen weekend en dacht je ‘kom laten we lekker vroeg beginnen vandaag, zijn we weer op tijd bij het vrouwtje’.

Komt er uit het niets van heel hoog een ladder naar beneden gezakt voor de grote schuifpui van onze woonkamer. Kan de glazenwasser, omdat ik deze week de binnenkant heb gedaan, ineens vrij bij mij naar binnen kijken en ontwaart mij ook zittend op de bank met mijn haren alle kanten op en zwaait naar me. Mijn God, hij zwaait naar me.

Ami vindt het ook maar niets. Dat laat ze merken ook. En samen met gestamp, geschuifel, gepraat, gedoe en gedender, laat Ami horen hoe een Shiba jankt. Zo dus.
Wij zijn wakker.

Monsterwandeling 5 – Ontmoeting

Regelmatig wandel ik met Ami op de hondendijk in Monster. Zij los, ik los, goede deal. Op de Hondendijk ben je gefocust op ‘honden’. Iedereen. Gesprekken gaan over de hond, de naam van de hond, de vacht van de hond of het eigenzinnige karakter. Dat laatste gebruik ik ook vaak trouwens. Dan hoef je niet te zeggen dat je hond niet opgevoed is of niet luistert, je gebruikt het woord ‘eigenzinnig’ of ‘karakter’. Dat geeft het net wat meer cachet.

Er komt een eigenzinnige hond op ons af. Een leuke rommelhond, noem ik dit soort altijd. Deze is jong, speels en blaft ons tegemoet. Ik aai de rommelhond en hoor dan:

‘Dag Anja.’
Ik kom omhoog en kijk in de zonnebril van W. Dit kan niet waar zijn. W. denkt dat ook en wijst naar E. die naast haar staat.
We kijken elkaar alleen maar aan en slaken kreten van ‘nou ja zeg’ en ‘dit kan niet waar zijn’. Hoe origineel kan je zijn op een hondendijk?

We praten en halen herinneringen op aan lang geleden. Wat doe je nu? Waar woon je nu? Als we onze weg willen vervolgen zegt W.: ‘Misschien kunnen we weer een keertje….’, de zin blijft hangen in het fragiele zonlicht. Zo fragiel was onze vriendschap ook. Ik loop door volkomen in gedachten verzonken. Dertig jaar minstens. En het lijkt alsof we de draad zo weer op kunnen pakken. Waarom deze ontmoeting op de Hondendijk. Waarom nu, vandaag? Waarom al die ontmoetingen de laatste tijd met mensen van toen? De vriendschap was fragiel omdat het dieper ging dan diep. Verder dan ver, dichter dan dicht. Maar breekbaar. En het is gebroken. Met een kracht dat het leek alsof er een bom insloeg. Een bom in onze liefdesvriendschap. Jaren later zie ik haar weer als ik haar dom uitnodig voor mijn (eerste) huwelijk. Ze komen, W. en E., helemaal uit Frankrijk en de hele feestavond halen we herinneringen op. En delen we wat we altijd deelden, onszelf.

Op de weg terug over de dijk staat W. halverwege te wachten. We vervolgen ons gesprek alsof er geen halve hondendijk tussen heeft gezeten, geen dertig jaar verder gaan met leven. We zeggen weer gedag.
Bij de auto vraag ik me af of Ami het leuk heeft gehad. Ik heb haar zien spelen en rennen. Maar heeft ze gepoept en geplast? Ik weet het niet. Ik werd even afgeleid op de Hondendijk.

 

 

De schuld van de Elite

Er is iets geks hier aan de hand
wat is er mis in Nederland
we zijn niet te genieten
we zeuren over krom en recht
en alles moet worden gezegd
De schuld van de Elite

Er is iets geks hier aan de hand
geen winters meer in Nederland
klimaat is aan ‘t verschieten
De zon kiest zelf hoelang ze schijnt
ze komt nog amper overeind
De schuld van de Elite

Er is iets geks hier aan de hand
we kleuren hokjes tot de rand
creëren tijdslimieten
groeperen in het ongewis
en zeuren over Paaygepis
De schuld van de Elite

Er is iets geks hier aan de hand
wat houden wij van Nederland
maar willen geen visite
het is hier geen Luilekkerland
straks ook hier woestijn en zand
De schuld van de Elite

Er is iets geks hier aan de hand
je schreeuwt een term in Nederland
bedenkt een heuse mythe
en straks als alles minder is
en vrijheid zelfs een hinder is
Komt dat door de Elite

Er is iets geks hier aan de hand
verzetten ons met hand en tand
en spelen Zwarte Pieten
de regels zijn heel simpel want
wijs altijd naar dezelfde kant
De kant van de Elite

14 februari

Valentijnsdag. Mensen van mijn generatie kijken er toch wat meewarig naar. Ja, leuk. Ja, onzin. Vriendin en ik doen er niet aan, hoewel ook gedachten aan één rode roos mijn gedachten passeren. Eén rode roos te ontvangen of te schenken…
Maar we doen het niet, Vriendin en ik. We zijn watjes wat voornemens volhouden betreft, maar deze lukt.

Wij doen niet aan Valentijnsdag,
maar wel aan de liefde.

Natuurlijk doen we wel aan dankbaarheid voor de liefde. Geen geheime liefde. Open en bloot doen we dat. Zou het niet mooi zijn om een dag van de Liefde in het leven te roepen. Niet alleen de liefde tussen man en vrouw, vrouw en vrouw, man en man maar ook de liefde in het algemeen. Voor je medemens, voor je familie, voor je vrienden, voor de mensen om je heen en voor de mensen niet om je heen. Mensen die er niet meer zijn maar belangrijk voor je waren. Gewoon een dag zonder commercieel gedoe maar bijvoorbeeld een dag om elkaar te bedanken met een mooi gedicht of met een paar echte woorden op echte kaartjes. Ik heb veel mensen om te danken. Bij al die mooie berichten die je verstuurt, zou minstens een bericht moeten naar iemand die misschien niet veel berichten krijgt.

Een roos voor een kind
Ik hoorde over een school waar een bloemist rozen verkoopt en deze dan ook namens het kind aan een jongen of meisje in de klas overhandigt. Sympathiek? Misschien. Ik denk dan aan het mooiste meisje van de klas die bedolven wordt onder rozenblaadjes terwijl Marianneke, net zo meisje en net zo verlangend, geen roos krijgt. Voor beide meisjes niet wenselijk denk ik. Als ik bloemist was zou ik heel goed kijken naar de gezichtjes van de kinderen en zij die jouw blik ontwijken of naar beneden staren, aan hen zou ik ook een roos geven. Daar maak je dan zelf een tekst voor. Want: bloemist, dat ben je in hart en nieren.

Wilders laat de wieken weer draaien

Gisteravond was er dan eindelijk een sprekende Geert Wilders. Hij werd geïnterviewd door Rick Nieman. Even wennen, Wilders in meer dan 140 tekens.

Inhoudelijk vind ik er van alles van maar ik begreep ineens heel goed waarom hij zoveel mensen aanspreekt. Hij zegt wat hij denkt, en hij doet dat met zoveel overtuigingskracht dat geen volger meer zal denken: ‘maar hoe dan Geert?’. In een blog van heel lang geleden beschreef ik een bezoek van Wilders aan het Haagse stadhuis. Ik zag hem van bovenaf en van achteren en dacht alleen maar: daar staat iemand. Daar kun je niet omheen.

Wilders wil Nederland weer teruggeven aan de Nederlanders. Welke Nederlanders? Is dat blank, blauwe ogen en blond haar? Of als je geboren bent in Nederland? Als je een paspoort hebt van Nederland? En Nederland weg uit de EU? En dan Geert, en dan? Ons piepkleine landje stelt op de hele wereldkaart niet meer voor dan een zwart pluisje dat je zo weg kunt blazen. Wij hebben anderen nodig om Nederland te blijven. We kunnen ons mooie land ommuren. Niemand er in, niemand er uit. En dan comfortabel leven in onze oranje bubbel. Met heel veel geld want er gaat niets meer naar het buitenland, naar de Grieken, naar ontwikkelingswerk, naar immigranten.

Meeregeren
Ook stelt Wilders dat hij het nog maar moet zien of Rutte niet met hem wil regeren. Rutte zal nu niet toegeven, dat kan hij echt niet maken, om nog iets van zijn geloofwaardigheid terug te winnen. Maar Wilders heeft wel een punt. Geen politieke partij kan het maken om zoveel kiezers te negeren. Dat mag ook niet.
Wilders was duidelijk. Dus moet of de PVV zo groot worden dat je er niet omheen kunt of zo klein dat je ze niet nodig hebt.

Doorberekenen
Aan doorberekenen van de kosten voor al het moois wat hij gaat doen, doet Wilders niet meer en hij is niet de enige trouwens. ‘We kunnen beloven wat we willen maar het zijn papieren beloftes. Dus wat valt er na te rekenen. Dat zien we dan wel weer.’ Je kunt je afvragen of het dan er sowieso nog wel toe doet dat je bijvoorbeeld een verkiezingsprogramma hebt, want ‘er komt toch niets van terecht’.

Twitteren
Wilders is de twitterkoning van ons land. Gisteren trokken Rutte en daarna Buma ook ineens de handleiding voor Twitter uit hun la. Met. Een. Hele. Sterke. Reactie.
Het is genant, die pogingen van politieke leiders om mee te doen in het rad van avontuur dat niet meer stopt.
Het is echt aan ons, de kiezers, de Nederlanders, om te bepalen wat we willen. Het land dat we waren worden we nooit meer. Dat weet ik zeker. Maar we kunnen best nog wel een aardig land worden.