Klein meisje

Op het eerste bankje in de tram, zit een klein meisje. Een fleurige tas op haar schoot. Magere beentjes wiebelen heen en weer. Haar moeder en zusje zitten op het bankje naast haar. Ik mag naast het meisje zitten. Ze wijst op de lege plek.

Ze vertelt over haar tas. Dat door de regen de kleuren op haar tas vlekken zijn geworden. Ik pak mijn boek en begin te lezen.
‘Ik heb ook twee boeken in mijn tas’. Ze opent haar tas en laat ze mij zien. Dikke boeken. Ze pakt er een uit en gaat lezen. Ik lees ook weer verder.

Aapje

Ze tikt me aan en zegt. ‘Weet je wat ik altijd droom’? Ze wijst naar de handgrepen waaraan passagiers die in de tram moeten staan, zich vast kunnen houden. ‘Ik droom heel vaak dat ik als een aapje door de tram slinger, van handgreep naar handgreep’. Ze kijkt me aan met een intense blik.
‘Houd je van klimmen?’ vraag ik. Ze knikt en verzucht ‘dat is het liefste dat ik het doe’.

Ze buigt zich voorover en fluistert in mijn oor. ‘Mijn moeder mag het niet weten maar ik klim ook altijd in mijn kamer. Dan hang ik aan de planken in de kast of doe net alsof ik ergens niet bij kan, dat het alleen maar klimmend kan.’ Ze zucht heel diep. ‘Dat vind ik zoooooo fijn’.

Telefoon

Haar moeders telefoon gaat. ‘Papa’, zegt ze tegen haar moeder. ‘Weet je wat we vanavond eten?’ Ik schud mijn hoofd.
‘Knoflooksaus die mijn vader heeft gemaakt. Ik lustte het eerst niet maar nu is het het lekkerste dat bestaat’. Ik begrijp dat wel.

De tramchauffeur roept om dat we er allemaal uit moeten. Een ongeluk waardoor de tram niet verder kan rijden. Voor we het weten staan we in de stromende regen buiten. Ik besluit verder te lopen en zwaai naar het meisje. Niet eens boos dat de tram niet verder gaat maar teleurgesteld dat ons gesprek zo plots werd afgebroken.

We zwaaien naar elkaar.

Code regenboog

Het was deze dagen weer zover. Nederland was in de ban van code ‘regenboog. Mooie kleuren met onheilspellende waarschuwingen. Meestal voor het weer, helaas de laatste jaren ook voor terreur.

Op vijf december was het ook niet best. Ik krijg dan altijd de gedachte: ‘laat er vandaag niets ergs gebeuren in een familie. Van een gezin dat zich verheugd op een kinderfeest’. Een rare gedachte omdat het elke dag vreselijk is. Maar in december mogen geen nare dingen gebeuren. Is er iemand met wie ik dat regelen kan?

Sneeuw

Pakken sneeuw lager er zelfs in Den Haag. Ik zakte zowaar tot kuithoogte door het prachtige wit. Als zo’n wollig tapijt  er ligt kan ik er van genieten. Ook als ik vanuit mijn woonkamer, kaarsjes aan, warm, naar buiten staar en kijk naar de vlokken wit die naar beneden dwarrelen kan ik een gevoel van welbehagen niet ontkennen. Dit is vrede.
Ami, onze hond, moet wel naar buiten. Ik ben niet zo van buiten maar met laarzen aan, dikke jas, gaan we natuurlijk toch. Ami is twee en heeft nog nooit sneeuw onder haar pootjes gevoeld. Ze geniet. Ze springt als een jong hertje omhoog en is zo blij dat ik blij word. Ze eet sneeuw alsof haar leven er van afhangt. Plassen en poepen is ineens bijzaak geworden, voor haar dan. Ze snuffelt wel maar vooral in koude zaligheid. Ik schop wat sneeuw voor haar weg en als de jonge hond die ze is, gaat ze erachter aan. Blij en opgewekt komen we thuis.

Speelparadijs

Ik sprak net iemand over blij worden omdat iemand anders blij is. Zij gaf het voorbeeld van met je kind naar een speelparadijs gaan. Waar je gek wordt van het gegil van kinderen. Waar de lucht van plastic en vochtigheid je neus onaangenaam prikkelen. Waar eigenlijk het hele concept van ‘speelparadijs’ je tegen staat. Maar dan kijk je naar je dochtertje die lacht, lacht, lacht. En jij kijkt naar haar en je lacht ook en je wilt nooit meer weg uit dat paradijs.

Code rood of groen

Zodra iets een code krijgt dan dreigt er gevaar. En ik begrijp dat we gewaarschuwd moeten worden. En dat je beter niet onderweg kunt gaan als het niet nodig is. Maar zo’n code geeft een onplezierig gevoel. Noem het dan ook ‘code zwart’ en code ‘zwaar’. Bewaar code rood of groen voor kerst. Code wit en rood samen is Sinterklaas. Code goud is speelparadijs. Code wit is sneeuw. Plezier, lachen, vallen en weer opstaan. Code grijs is uitgebluste sneeuw. Zo’n beetje wat ik nu zie als ik naar buiten kijk. Maar dat zal Ami een worst zijn.

 

Vrouw & Co, Go Go Go

Gisteravond was het zover. Een nieuw optreden in een voor ons nieuw theater. Andere energie, andere sfeer. Eerst nog een generale. Weten dat het een volle bak wordt. Spannend.

Voor het eerst was mijn rol tijdens het optreden zeer beperkt. Althans vanuit het standpunt van het publiek. Als een verloren vogeltje zat ik tussen de zwarte coulissen om met een trillende vinger af en toe op een knopje van de laptop te drukken.

Spanning voel ik altijd. Maar als je meedoet, op dat podium staat dan glijdt die spanning er ook weer snel af, dan voel je lekker en energiek. Tussen zwarte doeken gebeurt er iets heel anders. De spanning kan nergens heen alleen nog verdwijnen in een verhoogde hartslag en gedachten die nergens op slaan.

Gekke gedachten

Ik krijg gekke gedachten. Van ‘stel je voor dat ik ineens naakt over het podium ga rennen’. Of ‘op handen en voeten uit de coulissen komen’. Of gewoon het beeld op zwart zet. Of echt niet meer begrijp wat ik zelf opgeschreven heb. Herken je dat of ben ik de enige met die afwijking? Dat van totaal de controle verliezen en op zo’n manier dat niemand daar bij gebaat is.

Het is niet gebeurd gelukkig. Ik heb genoten van ‘mijn’ koor. Van de liedjes. Van mijn liedjes. Van het samen maken van een programma dat zo van ons is, dat niemand zich er buiten voelt staan. Opnieuw geroerd worden door een lied, mijn eigen tekst en dan niet omdat ik het geschreven heb maar omdat het een mooi verhaal is van één van ons en prachtig gebracht wordt.

Twee weken eerder

Twee weken geleden werd ik wakker met het idee: we trekken de stekker er uit. Dan maar betalen voor een theater waar we niet staan. Maar na heel hard werken, leren, oefenen, zingen, zingen tot het soms onze neus uitkwam, stond er wel wat.

Afgelopen

En dan is het voorbij. Mengen we ons na het optreden tussen ons publiek en zuigen we de energie op en wensen dat er geen einde komt aan het napraten en eerlijk is eerlijk: complimenten horen. Meer, meer, meer. En we houden van elkaar en we vinden elkaar allemaal geweldig. De adrenaline van liefde stroomt door de aderen van Vrouw & Co.

Daar komt ook weer een eind aan hoor. Over een week of wat zijn er weer de kleine ergernissen, de huis-tuin- en keukenonbenulligheden. Maar dat is ook goed. Stel je voor dat je altijd zo veel van elkaar zou houden. Dat is niet goed.
Dat is echt niet goed. Maar nu ga ik er alleen maar van genieten.

Dark

Gisteravond hebben Vriendin en ik de twee laatste afleveringen van Dark gezien op Netflix. Onze zelfde woorden bij de laatste beelden: ‘Nou ja’.

Want wat kun je anders zeggen als je het niet begrijpt of onderweg allang verdwaald bent?
Ik ga niets verklappen voor wie de serie nog wil zien maar er blijft iets hangen, iets knagen aan je. Iets waar je niet over na wilt denken. Tenminste, zo is dat bij mij.

Drie eenheid

Zo speelt de drie eenheid een grote rol. En als ik ga googelen op drie eenheid en het meestersgetal 33, dan opent zich een wereld die ik niet ken. En waar ik ook van weg wil blijven. Ik vind boven en beneden al groot laat staan dat we daar nog een derde dimensie aan toe gaan voegen.
Of verleden, heden, toekomst. Als een aan elkaar verbonden eenheid van herhalingen. Een cyclus van 33 jaar waarin alles weer opnieuw begint.

Dark

Dark laat zien wat een verandering ergens in de geschiedenis teweeg kan brengen. Een enkele steen anders neerleggen, iemand niet zoenen, of juist iemand wel zoenen. De wereld zou voor altijd anders zijn. Of toch niet?

33 x 3

Ik denk na over 33. Na 32 jaar kwam mijn leven op de rit en behoorlijk op de rit. Als we die stijgende lijn voortzetten dan wordt het nog was als ik 66 word. Ik ga uit van het positieve natuurlijk. Voor mijn eigen gemak uiteraard en gemoedsrust.

Vaak heb ik gedacht dat alles al een keer gebeurd is. Dingen herhalen, uitvindingen zijn een herhaling van uitvindingen eerder in de tijd. Er was al licht lang voordat iemand het ontdekte. Misschien is uitvinden ook helemaal niet het juiste woord. Ontdekken we elke keer iets dat er al was.

Vaag

Vind je mij al vaag, kijk dan vooral naar Dark. Ik beloof je geen kabbelend gevoel van welbehagen. Het is ‘dark’. Je wilt niet verder kijken maar doet het wel. Je wilt het begrijpen maar begrijpt het niet. Je wilt je schouders ophalen maar doet het niet.

Kan niet wachten tot ‘Friends’ compleet te zien is op Netflix.

 

Ik heb je gezien

Er gebeurde iets vreemds deze week dat ik maar niet los kan laten. Mijn zus deelde een nieuwe profielfoto. Maar toen ik op de foto klikte kreeg ik alle profielfoto’s van haar te zien. Dezelfde vrouw, andere foto’s.

Ik scrolde tussen de foto’s door en klikte op een foto om te vergroten. Ik zag een vrouw die ik niet kende. Dat klinkt raar want ik ken mijn zus al jaren. Maar ik zag een vrouw die ik niet eerder gezien had. Ik zag ogen, ik zag heel bewust de kleur van haar ogen en het leek alsof ik door haar ogen heen naar binnen kon kijken.

Alsof ik voor het eerst echt mijn zusje zag zoals ze is. Haar wezen. Had ik eindelijk gezien of had ik eindelijk gekeken? Wat ik zag was nog mooier dan dat ik normaal ervaar als ik haar zie. Wat was dit?

Rebirth

Het deed me denken aan een rebirth-sessie van jaren geleden. Rebirthen is een ademhalingstechniek, vaak gebruikt binnen therapeutische doelen, waarbij je door een bepaalde manier van ademen, energie vrijmaakt en waarbij ook energie vrijkomt. Energie die je je hele leven ergens onder hebt willen houden. De sessie gebeurde in het water, onder water soms. Iedereen die uit het bad kwam was getransformeerd naar alleen nog maar zichzelf. Het masker was achtergebleven in het water. En kwetsbaar en naakter dan alleen het blote lijf kwamen ze ‘herboren’ op de kant gekropen.

Jouw of mijn masker

Maar kwam het omdat mijn masker af was dat ik het zag of was het masker van de ander af?

Wanneer zie je iemand echt, kijk je iemand echt in de ogen en durf je te kijken en gezien te worden? Ik vind het een uitdaging. Zo groot dat ik er tegelijk ook verdrietig om word. Zo groot is het soms om klein te zijn.

Zo groot is het soms om te zijn.

Sportvrouw van het jaar: meer dan aardig kunnen voetballen

Het is weer zover. Er worden lijstjes gemaakt. Zo aan het eind van het jaar een traditie die hoort bij afsluiten en opnieuw beginnen. Eén zo’n lijstje gaat over de sportvrouw van het jaar. De drie genomineerden zijn bekend.

Marit Bouwmeester, Anna van der Breggen en Dafne Schippers maken kans op de titel Sportvrouw van het Jaar. Barbara Barend uitte haar ongenoegen. Waarom stond Lieke Martens van het Nederlands vrouwenelftal niet tussen de genomineerden? Martens had immers dit jaar alles al gewonnen wat er te winnen viel, zo was ze bekroond als voetbalster van de wereld en vielen haar meer prijzen ten deel.

Uhhhhh

Maar dat je voetbalster van de wereld bent, betekent toch niet automatisch dat je ook de grootste sportvrouw bent?
Ik houd van voetbal en ik vind het geweldig dat het vrouwenvoetbal eindelijk in opmars is. En dat er veel meer geïnvesteerd moet worden in deze tak van sport: Ja. En dat er nu gewerkt moet worden aan beter, sneller en attractiever: Ja. En ik juich als Martens handig een tegenstander voorbij voetbalt: het is allemaal geweldig. Stiekem ben ik ook jaloers, want in de tijd dat ik alles mee had (jong, krachtig en energiek) had ik ook zo’n voetballer kunnen en willen worden. Maar heel eerlijk? Soms is het ook niet om aan te zien en durf ik te beweren dat een herenvoetbalteam van enige allure met gemak de dames naar huis stuurt met een nederlaag die pijn zal doen.

Overdrijven

Benoem Martens tot ambassadeur van het vrouwenvoetbal. Benoem haar levenslang. Een titel die ze verdient. Een talentvolle voetbalster. Aardig, nuchter en bescheiden. Maar sportvrouw van het jaar? Laten we niet overdrijven in onze euforie. Ook de discussie dat zij net zoveel zouden moeten verdienen als de mannen vind ik een onterechte. Ja, ze moeten meer dan genoeg verdienen zodat ze er geen baantje bij nodig hebben en al hun tijd en energie kunnen steken in het beter worden. Maar er moet nog een lange weg afgelegd worden en dat ik logisch. Mannenvoetbal is een over de top gewaardeerde sport waarin belangen van landen en bedrijven veel groter zijn dan het kunstje dat geflikt wordt.
Je moet je al afvragen of we dat ook zouden willen voor het vrouwenvoetbal. Aan de andere kant: waarom moeten vrouwen beter zijn en beter doen? Geef vrouwenvoetbal de tijd om zich te ontwikkelen door het serieus te nemen maar ook niet te serieus.

 

 

Maan biedt haar excuses aan

Pas dit weekend was er aandacht voor een ‘piemelig’ ding tijdens de radioshow van dj Frank Dane. Wat een super goede grap! Samen met sidekick Jelte van de Goot had hij een tijdens een optreden van Maan een naakte vent voor haar neergezet.

Maan had net haar ogen dicht, geconcentreerd op haar lied en toen zij haar ogen opende hing er een piemel voor haar neus. Zo grappig. Je hoort Dane en De Goot echt plezier hebben. De kwajongens. Jammer alleen dat Maan het niet begreep. Die kan echt nergens tegen.

Solly, solly, solly

Maan schrok zich een hoedje en begon te huilen. Je hoort in het radiofragment hoe Dane onthutst reageert. ‘Ach, meisje’, zegt hij met een snik in zijn stem. Die kwam binnen. Ik heb zo te doen met die twee jongens. Bedenken ze een grap die zo bizar is en zo anders dan anders, begint het ‘slachtoffer’ te jammeren als een baby en verpest zo de hele radioshow. Er kan niets meer tegenwoordig. Maan bood haar excuses aan want ze realiseerde zich wel hoe zij de twee jonge mannen een moment van euforie ontnomen had. ‘Sorry, sorry, ik schrok gewoon heel erg, en ik was al nerveus, sorry’. De mannen zijn groot genoeg om haar excuses te aanvaarden. Maan smeekt om hier verder geen ruchtbaarheid aan te geven. Haar naam, haar carrière… Frank Dane, groot man, belooft haar dat en dat hij haar heus nog wel zal draaien. Kijk, dat is nu eens een echte man.

Het lukt om het incident twee weken onder de radar te houden. Tot dit weekend.

Radio 538

Radio 538 heeft nog niet gereageerd. Maar gelukkig las ik net het nieuws dat de persvoorlichting van Radio 538 laat weten dat Maan morgen om 12 uur te gast is bij dj Frank Dane, ‘om samen een toelichting te geven’. Dat vind ik nou eens dapper van Dane. Hij laat haar niet in haar eentje de boel verklaren.

Jensen

Frank Dane. Zo zijn best gedaan om niet direct in verband te worden gebracht met broertje Jensen. Die dikke, kwallerige presentator van no-nieuws. Daarom heeft Dane destijds een andere naam bedacht. Want de wereld is niet klaar voor twee Jensen’s. En hij is echt anders dan broertje Robert. Volwassen zeg maar.

En meisje Maan? Moet haar licht eens laten schijnen op wat het nu eigenlijk betekent om een ‘ster’ te zijn.
Het mag wat kosten.

Patatje mét

Gisteren wandelde ik weer sinds lange tijd met Ami in Monster. Ami had er lol in. Vol bewondering kijkt ze naar honden die rennen alsof hun leven ervan afhangt. Als een verlegen meisje staat ze erbij maar niemand vraagt haar mee te doen.

Er is een hond, met een riempje over zijn bek. Een vriendelijk riempje want de hond kan nog wel eten, drinken en ademhalen maar niet bijten. Een geruststelling vind ik. Het baasje, een dame met stoer leren jack en dito laarzen vertelt dat haar hond nog wel eens te enthousiast wordt en zomaar kleine hondjes de stuipen op het lijf kan jagen.

En haar hond moet los kunnen lopen. Moet z’n energie kwijt. Drie keer per week pakt ze bus en tram vanuit Den Haag naar Monster. Gemiddeld is ze dan zo’n vier uur van huis. ‘Voor hem lekker maar ook voor mij’, zegt ze lachend. Ik ben onder de indruk. Ik weet niet of ik dat er voor over zou hebben, dat gezeul met hond in openbaar vervoer.

Deelhond

De hond deelt ze met haar dochter. Ze is er enthousiast over. Ze delen lasten en lusten. ‘En’, zegt ze, ‘als mij iets gebeurt, ik ben toch aardig op leeftijd, dan weet ik tenminste dat mijn hond een plekkie heeft’. Ze ziet mijn vragende blik en zegt ‘ik ben 78, over twee jaar ben ik tachtig’. Mijn mond valt open. Dat stoere zware zwarte leren jack, die stampende laarzen, dat paardenstaartje nonchalant hangend op haar hoofd, de felblauwe ogen. Ik complimenteer haar met iets waar ze niets aan kan doen. Goede genen. Ze neemt mijn complimenten in ontvangst en beaamt dat ze gewoon mazzel heeft.

Dat zal het gedeeltelijk zijn. Maar ook haar levenshouding zal er aan meehelpen. Sommige mensen onderhouden de ‘pit’. Als we beiden tegelijk bij het hek staan om weg te gaan, zegt ze: ‘zo nu lekker een frietje halen. Dat doe ik altijd, loop ik naar het dorp. Je moet jezelf een beetje verwennen’.  We groeten en in mijn hoofd hoor ik alleen nog maar ‘frietje’.

Ik praat tegen mezelf, praat mezelf moed in, dat ik best goed bezig ben, dat ik vanavond een gezonde salade eet, dat het mijn lijngedoe goed gaat. ‘frietje, frietje, frietje’ hoor ik.

Salade mét

De salade is heerlijk maar rond tienen houd ik het niet meer. Ik druk de Airfryer aan. Zelf het voorverwarmen maakt me gelukkig. Het belletje tingelt lieflijk dat de temperatuur goed is. Ik kieper wat Oma’s frites in het mandje en lach, lach, lach. Na een minuut of wat liggen er goudgele, knapperige frietjes op mijn bord. Vriendin kijkt naar mij. Ze ziet mijn geluk. ‘Ami en een airfryer’ dat is alles wat jij nodig hebt’, zegt ze.

Ik knik. (En jij natuurlijk, denk ik, maar dat weet ze wel).

 

 

Sinterklaas en Zwarte Piet, allebei bestaan ze (niet)

Schiet mij maar lek met pepernoten. Stop mij maar in de zak naar Spanje. Doe mij een surprise die niemand verwacht: Vrede op aarde met Sinterklaas.
Sprookje

Er was eens een land waar ze Sint Nicolaas vierden. Dat was altijd heel gezellig. Het was een soort sprookje waar iedereen in geloofde ook al geloofde je het eigenlijk niet meer. Maar er waren liedjes, er waren verkleedpartijen. Er was een heuse Sint, met mijter en al en er waren zwarte Pieten. Maar vooral: er was de spanning, met knietjes op het vloerkleed, met zingende kinderstemmen voor de open haard, rode wangetjes en een slappe winterpeen.

Maar zoals dat met sprookjes is, het is niet echt. Ze bestaan niet echt, die Sint en die Zwarte Pieten. Dus hoe kan het dan dat jaren later er in dat land waar het altijd zo leuk was, iedereen plotseling boos is over de hoofdrolspelers van het sprookje Vijf december? Het hele land is in rep en roer. Grote mensen demonstreren en zijn woedend op andere mensen die ook willen demonstreren. Er is zelfs geweld en er worden hele lelijke woorden geroepen. En dat allemaal over sprookjesfiguren die niet bestaan? Die op zes december al lang weer vergeten zijn.
Dat is toch gewoon dom?

Sneeuwwitje en de zeven dwergen

Stel dat mensen elkaar gaan haten om Sneeuwwitje. Of om de dwergen. Vragen gaan stellen als: ‘waarom worden er eigenlijk dwergen ten tonele gevoerd? Kleine mensen krijgen altijd de schuld. Na dwergwerpen is er nu naming en shaming van kleine mensen. De dwergen moet vervangen worden door grote mannen en vrouwen’.
En dan schreeuwen mensen: ‘Nee, dwergen horen in het sprookje thuis. Blijf met je handen af van onze cultuur’. En zo, lieve mensen, verandert een sprookje in een nachtmerrie.

Grote mensen

Wij, grote mensen, zijn een voorbeeld voor kinderen. Dat laten we ook allemaal zien in december. Rond de vijfde slaan we elkaars hersens in met voors en tegens en rond de kerst lullen we er niet meer over. Vrede heet dat. Wapenstilstand.

Zwarte Piet was altijd leuk maar nu niet meer. Dus waarom doen we moeilijk? Onze cultuur? Welke cultuur? Van niet luisteren naar elkaar, van op je eigen standpunt blijven staan ondanks alles? T-shirts dragen met ‘Zwarte Piet is racisme’ zal ook niet helpen, Georgina Verbaan. Hoe zeer ik ook respect heb voor je poging om iets te veranderen. Zwarte Piet is voor heel veel mensen geen racisme.

Gehoord worden

Deze discussie kent geen happy end. Zo lang we elkaar niet ‘horen’ en zo lang we ons  niet gezien voelen, is er geen middenweg te bewandelen en dat is een pijnlijke constatering. Daar ben je dan volwassen voor geworden. Kinderen zal het allemaal een worst zijn. Laat dat zo blijven.

Zo lang we niet erkennen dat mensen werkelijk lijden door een achtergrond die wij, blanken, ons niet eens kunnen voorstellen… welk recht hebben wij dan om er met onze klompen boven op te springen?

Maar ook, zo lang anderen niet willen horen dat we ons  nooit bewust waren van dat zware verleden, dat we oprecht dachten een leuk feestje te vieren, en het voelt alsof we beschuldigd worden zonder eerlijk proces… dan wordt Sinterklaas een feestje met een smet.

Luisteren, horen, erkennen en dan opnieuw beginnen.

 

Mededogen van Pauw

Bij Pauw waren gisteren programmamaker Valerio Zeno en gasten uit de serie Over mijn lijk aanwezig. Donderdag begint een nieuwe serie en daar ga ik weer naar kijken.

Het valt mij de laatste tijd op hoe goed Jeroen Pauw omgaat met moeilijke, persoonlijke en emotionele verhalen. Nergens cynisch of pathetisch, nergens over de rand. Met gepaste afstand en mededogen.

Mededogen

Dat woord kwam ineens in mij op en wat een mooi woord is dat eigenlijk. Als ik het opzoek staat er: ‘Mededogen is niet hetzelfde als medelijden. Het verschil tussen mededogen en medelijden is dat het lijden eruit is. Mededogen laat de ander zelf verantwoordelijk zijn.’ Dat is precies wat Pauw maar ook presentator Zeno doen. Het wordt nergens goedkoop.

Waarom meedoen

Die vraag wordt gesteld aan de partners van inmiddels overleden jonge mensen. Waarom doe je mee aan zo’n programma en laat je zoveel intimiteit zien? Dichter dan de dood en dichter bij de dood kunnen we niet komen.
Natuurlijk zijn ze blij met een eeuwigdurend document van hun geliefde maar zij en hun zieke geliefden wilden vooral  laten zien dat het leven niet stopt als je weet dat je dood gaat.

Ik stel mezelf een andere vraag. Waarom kijk ik naar dit programma en waarom raakt het mij zo? Juist omdat ik het mededogen voel. Ik niet mee hoef te lijden. Ik leer van jonge mensen die ineens over zoveel wijsheid beschikken en dat delen met mij, met ons. Die alles weer even terugbrengen naar waar het werkelijk om gaat in het leven. Leven met liefde, omringd door familie en vrienden.

Mededogen

Het zou voor mij het woord van 2018 mogen worden. Mededogen. In de boeddhistische filosofie wordt er een duidelijk onderscheid gemaakt tussen medelijden en mededogen. ‘Hoewel medelijden zeker het morele aspect van medeleven impliceert, is medelijden een gevoel dat lijden in de geest teweegbrengt; het is geen ideale toestand. Mededogen daarentegen is niet een gevoel, maar is een morele mentale factor, een staat van de geest die ontwikkeld is.’

Wat gun ik ons allemaal een geest die ontwikkeld is.