Geef mij wat zen op z’n tijd, met ballen

Gaat het ooit over? Dat onaangename gevoel van spanning in je lijf, nervositeit, trillingen? Als je het gevoel hebt te moeten presteren?

Vorige week gaf ik samen met I. een proefles op de docentenopleiding creatief schrijven. We hebben het goed voorbereid, we vinden het zelf een hele leuke les en eigenlijk is er niets om ons zorgen over te maken.

Ik begin mijn praatje, heb een papiertje in mijn hand en op het eind van mijn praatje voel ik dat mijn hand gaan trillen. Wie op dat moment niet naar mij maar naar mijn papiertje kijkt, ziet het.

Rustig
Ik ken deze gevoelens heel goed, het is nog veel erger geweest. Ik heb er ook vrede mee maar begrijp het niet. Waarom, als ik bijna klaar ben, mijn lijf het toch van mij over neemt. De reacties van de groep zijn ook herkenbaar. Het overgrote deel van de groep vindt mij rustig en volkomen ‘in control’. Een enkeling zegt mijn nervositeit gezien te hebben.

Je zou toch denken dat hoe ouder je wordt, je meer en meer op jezelf mag vertrouwen. Maar blijkbaar gaat dat niet op. Wil je nog steeds ‘goed’ overkomen, je best doen om niets te laten merken van je twijfel en onzekerheid. Terwijl je inmiddels zoveel weet. Over jezelf, de ander en de wereld in het algemeen.

Podium
Ik ken de angst en het verlangen om op het podium te staan. Of dat nu letterlijk of figuurlijk is. Je kan het podium vermijden maar dat is niet echt wat je wilt. Wat ik wil vermijden is dat anderen zien hoe kwetsbaar ik ben. Hoe makkelijk te breken. Maar waarom is het zo belangrijk om dat verborgen te houden?

Ergens in mij roept er nog steeds dat kleine stemmetje: ‘doe me geen pijn’ en/maar als je het wel doet, laat ik het lekker niet zien.
Mijn lijf is het er niet mee eens. Ze toont op eigen houtje hoe het werkelijk is.
Ik ga er maar vrede mee sluiten.

Vooral omdat ik merkte hoe leuk het is om voor de groep te staan en mijn passie te delen.

Reacties

Reacties

Zoekt bal, vindt bal. Punt.

Ami is geen ballenmeisje maar er is best nog wel iets van te maken, heb ik gemerkt. Mijn enthousiasme voor de bal werkt aanstekelijk. Dus gaat tegenwoordig de bal mee naar Monster.

Door mijn sublieme baltechniek verdwijnen de ballen regelmatig in sloten of over hekken waar we niet meer bij kunnen.

Gisteren schopte ik de bal weer eens over het hek. Ami zucht en kijkt mij aan. Ze wil die bal. Dat gaat niet lukken. We lopen dus wat sullig naast elkaar door, Ami kijkt ondertussen naar mijn hand alsof daar plotseling de bal weer in kan liggen. Een hek. Ik besluit Ami daar te laten, en ga zelf door het hek er uit en loop terug om de bal te zoeken. Ami rent enthousiast met mij mee, door een hek gescheiden… dat zou zomaar eens een gedicht kunnen worden.

Bal
Gevonden. Ik werp de bal over het hek en Ami gaat er achteraan. Ik was vergeten dat zij wel de bal zoekt en vindt maar er dan helemaal niets meer mee doet. Voor haar houdt het spelletje daar op. En hoe ik ook roep ‘pak bal’, dat spel speelt ze niet, ‘dat weet je toch’ blaft ze.

Dus er ziet niets anders op dan eerst weer terug te lopen naar het hek om aan de andere kant weer terug te lopen naar de plek waar de bal zou kunnen liggen.

Wel leuk
Wat Ami wel leuk vindt is dan om het moment dat ik me buk om de bal op te rapen, zij mij te vlug af is en de bal in haar bek meeneemt om hem later van de heuvel af te laten rollen naar de sloot.

Balletje van niets
Het is een balletje van niets  maar na zoveel moeite te hebben gedaan ga ik die bal dus mooi wel meenemen. Ik daal de heuvel met mijn onzekere knieën af en pak de bal. De rollen zijn omgekeerd. Mijn tong hangt uit mijn bek. Ami wacht boven op de heuvel en ziet toe.

Reacties

Reacties

Schepper van de seks en daar zijn wij mee getrouwd

Gisteravond waren er vier nonnen te gast bij Pauw. Drie jongste zusters van de Karmelietessen van het goddelijk hart van Jezus: Zusters Hannah, Maria Goretti, Maria Gratia en moeder-overste Elvira Maria. Zij spraken over hun leven in het klooster in Vogelenzang.

Het was een leuk en heel openhartig gesprek. Soms zo vreemd dat Pauw (en ik) zich afvroeg of er grapjes gemaakt werden. Maar nee, moeder-overste was bloedserieus.

Non-non
Moeder-overste wil liever geen ‘non’ genoemd worden, maar ‘zuster’. Er zijn teveel woorden waar ‘non’ negatief gebruikt wordt. Non-actief, non-conformistisch, non-verbaal.

Seks en alcohol
Of ze wel eens drinken. Ja, natuurlijk, knikt Elvira Maria. ‘Maar niet vandaag, ik moest rijden’. ‘Seks’, vroeg Pauw voorzichtig. Het was best wel lang stil. Toen legde moeder-overste uit over Adam en de rib uit zijn lijf en ‘vermenigvuldig u’. ‘God is de schepper van de seks en daar zijn wij mee getrouwd.’
Vinden er daar orgies plaats in naam van God?

Novices
Als je bij het klooster toegelaten wil worden, ben je lange tijd ‘novice’. Beginneling, groentje, melkmuil. Je zit min of meer opgesloten, terug geworpen op jezelf om te onderzoeken of het kloosterleven echt is wat je wil. Maar volgens mij is het daarna dolle pret.

Vroeger
Vroeger wilde ik ook best non worden. Achteraf is de wens om enkel tussen vrouwen te  verkeren, niet zo wonderlijk. 🙂 En nu ik hoor dat ‘drinken’ ook mogelijk is… Vroeg opstaan ben ik ook gewend…

Nee. Dat is een non-idee.

Reacties

Reacties

Ze coaleren zich de klere

Oh, oh, die mannetjes toch. Mannetjes met plannetjes. En mooi weer spelen. En netjes doen. En mondjes dicht. Maar dat is voorbij, hoop ik.

En ‘coaleren’ is vast geen echt woord maar daarom past het zo goed bij het spel dat ze spelen.

Dag 70
Vrijdag 26 mei gaan ze verder, op dag 70 van de besprekingen. De tijd van gemoedelijkheid is voorbij want nu heeft ineens het VVD veel te verliezen. Want stel dat het maar niet lukt? Wat dan? Gaan we over links, zonder Rutte?

Rutte sommeert Pechtold en Seegers om nogmaals aan tafel te gaan met Buma en Rutte zelf als gesprekspartner. Pechtold weigert, want waarom praten als er eigenlijk niets te bespreken valt. Behalve als iedereen zijn stokpaardje laat vallen. Maar wat houd je dan nog over?

Water bij de wijn
Informateur Schippers geeft het nog niet op. Dat is ook niet fijn om te doen. Als staatsvrouwe met macht. Het zou zo maar kunnen dat ze weer uitkomen bij Groen Links. Klaver iets geven waardoor hij wel kan meedoen zonder zijn ‘beweging’ uit het lood te slaan. Dan moet Buma buigen en Rutte een beetje.

Gelukkig merken we er niet veel van dat we zonder zitten. Zonder kabinet. Dat we het gewoon zelf doen met wat we hebben. Rutte wordt nerveus en dat staat hem minder goed dan de glimlach die hem doorgaans vergezeld.

 

Reacties

Reacties

Die glinstering in verwachtingsvolle ogen

En weer was het raak. Ik schrik weer maar ik schrik steeds minder. Het lijkt er bij te gaan horen, onvermijdelijk bijna, onontkoombaar.

Het enige dat ik denk, als er al een tijd geen aanslagen zijn geweest, is dat er snel een zal komen.

Zinnig
Er valt ook niets zinnigs meer over te zeggen. Geen overdenkingen die het verhaal kunnen veranderen. Mijn grote vrees is: er is geen afdoende antwoord op die gekken die het gelijk in hun hart en domme hoofd hebben. Ze duiken overal op. Ook als je alleen ben kun je veel vernietigen. En elke keer als er een aanslag lukt, zullen er elders mensen zijn die het als inspirerend ervaren.

Verdriet
Die moeders en vaders die wachten of hun dochter uit de concertzaal komt. En als dat niet gebeurt, hopen op een wonder; dat ze in een ziekenhuis liggen. Maar uiteindelijk zijn er 22 mensen dood. Kinderen, jongeren, ouders van hen. Ze hebben meegezongen die avond, gelachen en genoten van de glinstering in verwachtingsvolle ogen. Het leven leek mooi.

Het snijdt door mijn ziel. Die wanhoop. Die tranen. Die paniek. Toen ik net een plaatje aan het zoeken was om bij dit blog te plaatsen, kwam ik een plaatje tegen van God. Een God. En heel even dacht ik, God, waar ben je. Jij bent toch niet moedeloos geworden?

Bidden
Ik weet nog steeds niet of ik geloof in een god. Maar ik zou het willen. Ik zou willen geloven dat er redding nabij is. Dat er iemand langskomt en ons het uitlegt. Vertelt hoe het zit. Dat er geen god is die beter is of slimmer. Dat we het samen moeten doen. Vrouwen en mannen. Jij en ik.

Reacties

Reacties

Een groot hart krijg je niet cadeau

Anita Witzier heeft een nieuw programma, een vervolg op Anita wordt opgenomen. Zij bezoekt wekelijks een ziekenhuis en onderzoekt steeds een ander specialisme in een andere leeftijdsgroep. Ze volgt daarbij de levenscyclus: van neonatologie tot geriatrie.

Gisteravond ging het over jonge kinderen met ernstige hartafwijkingen.

Wat mij elke keer weer opvalt is de enorme betrokkenheid, bevlogenheid bijna van artsen en verplegers. Een arts die weet de volgende dag een zware operatie uit te voeren, eentje met consequenties, kan niet de dag ervoor even lekker de dingen doen die gewone stervelingen doen op een vrije dag.

Aangeslagen
We zien artsen die enorm aangeslagen zijn als een behandeling niet naar wens verloopt of erger, mislukt. Maar niet alleen krijg ik bewondering voor het verplegend personeel maar ook voor ouders van doodzieke kinderen en voor de kinderen zelf.

Mooi en breekbaar meisje
Er is een meisje van net vijf jaar. Geboren met een ernstige hartafwijking. De ouders wilden dat het kind geboren werd omdat het blijkbaar de bedoeling was om geboren te worden. Ze is al vaak geopereerd. Nu moet ze een zware en noodzakelijke operatie ondergaan waarvan de uitkomst onzeker is.
Een meisje met blonde, wapperende haren. Ze loopt mank vanwege een gedeeltelijke verlamming als gevolg van een eerdere operatie. De ouders zitten vol liefde naast haar en gaan mee als ze de operatiekamer wordt ingereden. Dan moeten ze wachten, wachten, wachten.

48 uur
De eerste 48 uur zijn kritisch. Het optimisme van de moeder, de zorgelijke blik van de vader.
Die uren komt het meisje redelijk door. Dan ineens horen wij als kijker dat het meisje het niet gered heeft. Ze is in het ziekenhuis overleden aan hartritmestoornissen.
We zitten verslagen voor de televisie. Waar is het happy end? Het ‘feel-goodmoment’?

Dat wij als neutrale kijker al zo van slag zijn… Ik denk aan de ouders, de arts, de verpleegster. Wat een verdriet en wat een strijd om te strijden.
En dan te bedenken dat artsen en verpleegsters dit dikwijls meemaken. Die momenten van verlies. Je geen fouten kunnen veroorloven omdat de gevolgen enorm kunnen zijn.

Respect
Met respect kijk ik nu naar al die mensen die in het ziekenhuizen, verpleeghuizen of andere instellingen voor ons, mensen, zorgen. Hoe zij een groot deel van hun leven bezig zijn met de zorg voor, voor hen, onbekenden. Maar dat doen met een groot hart.

Dan wens ik dat ik ook met zo’n groot hart geboren was.

Reacties

Reacties

Dichten vrouwen anders

 

Deze week was ik het internet aan het afstruinen naar dichters, gedichten in het algemeen. Ik kwam de volgende vraag tegen: dicht een vrouwelijke dichter anders dan de mannelijke dichter?

Zachter en zwak
Daar was ik bang voor. Dat dat er uit zou komen. Maar het is een interessante vraag voor iemand zoals ik. Zijn de onderwerpen anders, de thematiek, de benadering van een vraag?

Toen kwam ik op een pagina over Annie MG Schmidt. Ze heeft ook gedichten voor volwassenen geschreven. Daar was ik niet bekend mee, dus leuk om te lezen. En zij schreef ooit een prachtig gedicht over een vrouw die dichten wil.

Grappig trouwens als ik google op vrouwen en dichten, dan kom ik uit bij het ‘dichten van conflicten’, mensen samen brengen. Ook mooi maar niet wat ik bedoelde.
Maar ik deel wel graag het gedicht van MG Schmidt met jullie. En dan ga ik nu zelf dichten.

Moeder dicht
Mijn bladerloze schaduw mijdt het water

Ziezo hè hè, de eerste regel staat er.
en speurt de witte angst van eeuwen later

Ga weg! Ga spelen met je transformator!
Je ziet toch dat je moeder zit te dichten.
ik wend mij af en doof mijn vale lichten

ik heb tedùm tedùm geweten

Dat vul ik later in. Na ’t middageten.
mijn weemoed maakt de koele vlinders wakker

van mijn getooide zelf. Daar is de bakker!
Zeg maar: een halfje bruin en een heel wit.
o grijze schim die daar zo heilloos zit

ik zie mijn grijze droefheid aan de kim
Da’s tweemaal grijs. Dat kan niet. naakte schim

aan wie ik al mijn zachte treurnis zeg

En nog een rol beschuit! O is ie weg?
als dauw die druppelt van de trage bomen

Als jij nog één keer binnen durft te komen,
dan krijg je geen vanillevla vanavond!
zo druppelt in dit hart te zeer gehavend

Je moeder dicht. ze heeft geen tijd, totaal niet.
Als vader thuiskomst gaat het helemaal niet.
Je moeder zou een Shakespeare kunnen zijn.
Ze is het niet. Dat komt door jouw gedrein.
Daar gaat ie weer. O humtum klaar en koel

in ’t land van late regen en ik voel

mijn schamelheid. Een heer met een kwitantie?
Zeg maar: m’n moeder is met kerstvakantie.
mijn schamelheid.Wat is dat? Hoofdje zeer
M’n schatje toch…. Gevallen met je beer?
Je moeder komt…..na na…… daar is ze al.
Wees nou maar zoet- ’t genie staat weer op stal.
Annie M.G. Schmidt (1911 – 1995)

Reacties

Reacties

Zes keer ‘JA’

Er is één boek in onze kast dat ik elke keer weer met een glimlach doorblader. Het boek met onze trouwfoto’s. Precies zes jaar geleden zeiden we ‘Ja, ik wil’.

 

Laatst was ik een beetje aan het ruimen. Daar stond het zilveren kistje waarin alle felicitatiekaarten zijn verzameld. Ik ben zo’n opruimtype van 1, 2, 3 in godsnaam en dan de hele doos in ene keer als een soort heldendaad de bak in flikker. Maar iets zegt me dat ik de doos nog even moet bekijken. De kaarten gaan weer door mijn hand. Veel kaarten, stapels. En helemaal onderin de doos ligt nog iets. Een boekje lijkt het wel, wit, ziet er officieel uit.

Trouwboekje
Je raadt het al. Ons trouwboekje. Op het nippertje gered uit de vuilnisbak. Dat zegt veel over mij en over ons vrees ik. We staan bekend als slordig, vergeetachtig, impulsief. En hoe graag ik dit ook wil veranderen, het zit er niet in. We zijn het allebei en soms ook evenveel. Maar het impulsieve zorgt ook voor heel veel mooie dingen.

Eén blik
Die ene blik was genoeg om het zeker te weten. Om het te voelen van top tot teen: dit is goed. En dat gevoel heb ik nog elke dag. Het is goed. De herinnering aan die trouwdag zes jaar geleden is er één van alleen maar liefde, lachen, warmte, geborgenheid, samenzijn, feesten en dankbaarheid.

En al die fantastisch mooie gevoelens sijpelen elke dag door in ons leven. Niet met die intensiteit van die ene dag, maar gedoseerd in hapklare brokken geluk.

Elke dag opnieuw, zeggen we ‘ja’ tegen elkaar.

 

 

Reacties

Reacties

Gruwelen van grafieken, kwadranten en theoretische modellen

Momenteel volg ik opleiding nummer zoveel. Nu om schrijfdocent te worden. Een leuke opleiding, ik heb het naar mijn zin ondanks dat ik merk dat docent-zijn toch wel een dingetje is.

Op het werk dat ik deed maar ook op heel veel opleidingen wordt er gebruik gemaakt van theoretische modellen of andere didactische schema’s om iets, vermoed ik, helder weer te geven. Maar dan komt het probleem: ik schiet direct in de stress. Ik snap ze niet.

Hoe simpel ook weergegeven, hoe minimaal in tekst, ik zie alleen maar pijlen die niets anders doen dan naar elkaar wijzen. Die wijst naar de ene, de ene wijst naar de ander maar al met al wijst alles weer naar elkaar

Ik ben niet in de wieg gelegd voor ‘modellen in kleur of zwart-wit’. Erger: ik krijg de neiging om te smijten met alles wat ik voor handen kan krijgen.

Simpel
En ik denk vaak: kun je het niet gewoon vertellen. Of zeggen. Dat snap ik beter.
Laten we het model in paars eens nader beschouwen. Waarom staat er niet gewoon: een doener doet, een dromer droomt, een denker denkt en een beslisser beslist. Voila. Theorie uitgelegd. Maar blijkbaar moet je alle vier kunnen of ten minste kunnen verbinden aan elkaar of kun je ook nog ergens tussenhangen.
En waarom staan al die pijlen er dan bij alsof het een roterende machine betreft?

Mijn machine roteert niet. Het hapert en stottert.
Die ervaring heb ik dan, maar als ik daarop reflecteer kom ik tot het inzicht dat ik het beste maar gewoon kan doen. Wie zei dat ik een denker was?

Reacties

Reacties

Hoe je een hond in haar mand krijgt

Ami had een groot, rood kussen. Daar lag ze prachtig op. Totdat we bij familie een mooie mand zagen voor hun hond. En wij ineens beseften dat zo’n mand, waar je je lekker in kan verschuilen, misschien voor Ami ook wel heel fijn was.

Er ging van alles mis met de bestelling en met de levering. We keken er zo naar uit dat het bijna leek alsof wij erin zouden gaan liggen. Eindelijk werd het bezorgd. Een zandkleurige. Met soepele randen, een kussentje. Blij was ik.

Doos
Ami heeft meer interesse voor de kartonnen doos die er bij zit. Ik ruim haar rode kussen op en plaats de mand op ‘haar’ plek. Ami snuffelt voorzichtig aan de buitenkant. Ik leg wat snoepjes in het uiterste hoekje zodat ze tenminste met één poot het enge ding moet betreden. Dat doet ze ook. Ze is gek op snoep. Ze weet niet hoe snel ze daarna weer uit die zandkleurige hobbezak moet komen. Het ritueel herhaalt zich een paar keer.

Liggen
Ze moet toch een keer gaan liggen, denk ik hoopvol. Dat doet ze ook. Er naast. Of erachter met haar kop onder de bank. Vriendin vertelt haar hoe duur het ding was en gaat er bijna zelf in liggen om het voor te doen. Het maakt niet uit.

Wonder
Totdat ineens gisteravond laat wij haar voorzichtig zien snuffelen aan het ding. Ze gaat er met twee pootjes in, ruikt nog even en trekt de andere poten erbij. Ze staat in de mand. We kijken niet. We doen alsof we niet kijken. Ze rommelt wat met de deken en gaat liggen. Ons prinsesje. Ze legt haar koppie op de rand en kijkt ons aan met een blik van ‘maak je toch eens niet zo druk waar ik lig zeg’.

 

 

Reacties

Reacties